Header boekenweekessay roxane van iperen
Header boekenweekessay roxane van iperen
Interviews

Roxane van Iperen: “Ik hoop dat de lezers het essay achteloos openslaan, en het vervolgens in één ruk uitlezen”

4/06/2021
3 min

De Boekenweek is in volle gang en naast het welbekende geschenk is het essay een vast onderdeel van deze heerlijke dagen vol boeken. Dit jaar was de eer aan Roxane van Iperen, bekend van ’t Hooge Nest. Zij schreef De genocidefax. In deze drukke periode konden we haar toch nog even kort spreken.

Gefeliciteerd met het essay! Hoe voelt dat om hem nu eindelijk met de wereld te mogen delen? “Hanna (Bervoets) en ik hebben hier enorm naar uitgekeken, net als de boekhandelaren natuurlijk. De Boekenweek, winkels weer deels geopend, goed weer en ons werk eindelijk de wereld in. “

Hoe lang ben je uiteindelijk bezig geweest om zo’n essay te schrijven?
“Best lang, ik had over deze materie ook een heel boek kunnen schrijven. Niet alleen kost het veel tijd om alles tot op de bodem uit te zoeken, maar met name de stijl en compositie van zo’n essay zijn dingen waar ik lang over nadenk. Zeker met een zwaar onderwerp als een volkerenmoord en de theorie achter groepsprocessen gaat het er vooral om hóe het is opgeschreven, anders leggen mensen het direct terzijde. Mijn hoop is dat lezers het essay redelijk achteloos openslaan, en het vervolgens, onbedoeld, in één ruk uitlezen.”

Jouw essay gaat over – zoals de titel aan aangeeft – de Genocidefax. Daarin werden de plannen bekend gemaakt om in 1994 in Rwanda de Tutsi-minderheid uit te roeien, maar er werd vervolgens niet ingegrepen. Een heftig verhaal uit de geschiedenis. Waarom wilde je dit verhaal opschrijven?
“Ik wilde niet alleen deze grotendeels genegeerde en vergeten genocide onder de aandacht brengen, maar daarbij ook de processen in kaart brengen die naar zo’n volkerenmoord kunnen leiden. Die processen spelen namelijk in milde mate ook in onze eigen levens, en dat maakt het zo fascinerend. Of het nu gaat om de angst kritiek te uiten omdat je niet verstoten wil worden, of hoe hokjes denken kan leiden tot heel zwart-wit ‘wij’ tegen ‘zij’ denken: mensen willen zó ontzettend graag bij een gemeenschap horen en die gemeenschap beschermen, soms koste wat het kost. Niet voor niets is dit al jaren zo’n belangrijk thema in de politiek: wie hoort erbij, en wie niet?”

Op de omslag van het boek staat ‘wat doe jij als het erop aankomt?’ Is dat de vraag die je de lezer wil meegeven?
“Het is een eeuwenoude, universele vraag die in belangrijke mate het motief omschrijft van ieder mensenleven: wie ben ik en waar sta ik voor? Dat die vragen grotendeels worden bepaald door de groep waartoe je wil behoren, is niet een waarheid die iedereen wil horen.”

Hiervoor schreef je ’t Hooge Nest en sprak je op de 4 mei lezing. Zijn het de oorlogsverhalen die jou trekken of zouden het in de toekomst ook andere historische verhalen kunnen zijn?
“Verhalen dienen zich aan. Ik ben niet specifiek op zoek naar oorlogsverhalen. De roman vóór ’t Hooge Nest is ook geen oorlogsverhaal; Schuim der aarde gaat over de universele vraag of er zoiets bestaat als een menselijke beschaving, wanneer cultuur, wetgeving en samenleving wegvallen. Wat blijft er dan van een mens over? Hoewel die vraag ook wel weer opspeelt in oorlogssituaties.”

Zit er op dit moment alweer een nieuw verhaal te sudderen dat je wilt gaan onderzoeken en over gaan schrijven?
“In september verschijnt eerst een brievenbundel bij ’t Hooge Nest: een selectie uit de enorme stapel correspondentie die ik ontving sinds het boek verscheen. Reflecties over opgroeien in een gezin getekend door de oorlog, ervaringen van voormalig onderduikers en kampoverlevenden en meer. Daarna gaan de luiken dicht zodat ik eindelijk mijn nieuwe roman kan afschrijven.”