Interview

Rita Vrancken: "Ik vertelde mezelf verhalen om te ontsnappen aan mijn eigen gruwel"

Door: Marjolein
03-03-2017
Rita Vrancken

Rita Vrancken kreeg in het tweede jaar van haar studie voor de hogere graad Literaire Creaties aan de Academie het syndroom van Guillain-Barré. Binnen 48 uur raakte zij volledig verlamd en lag maandenlang in het ziekenhuis. Tijdens haar periode in het ziekenhuis bedacht zij verhalen in haar hoofd en kon niet wachten om te beginnen met schrijven. Marjolein interviewde haar over haar boek ‘Buiten blijft het zondag’, dat gebaseerd is op haar eigen verhaal.

Persoonlijk verhaal

Hoe is het om voor het eerst een boek te schrijven en te publiceren?
Sinds ik me kan herinneren ben ik begeesterd door verhalen. Ze brachten me naar een andere wereld en gaven me troost, rust en vaak zelfs geluk. Later begon ik zelf te schrijven en hoopte ik dat anderen zich konden laven aan mijn woorden.

Initieel schreef ik Buiten blijft het zondag voor mijn zoon. Later bezorgde ik het manuscript aan uitgeverij Vrijdag. Tot mijn verbazing wilden ze het publiceren. Nooit gedacht dat het boek daadwerkelijk in de boekhandel zou liggen! Spannend!

Is het boek volledig gebaseerd op uw eigen ervaringen of is er ook een deel fictie?
Dit boek is gebaseerd op mijn eigen verhaal. Ik wist vooraf dat het moeilijk zou worden om met mijn zoon te praten over deze episode in mijn leven. Daarom wilde ik mijn verhaal tot een vlot leesbaar boek kneden. Herstelverhalen hebben de reputatie saai te zijn, daarom pakte ik het anders aan. Ik schreef geen verslag, maar een roman. De typering van de personages, de spanningsboog en de beeldspraak zijn typisch voor een roman. Zo heb ik de vele revalidatieverpleegkundigen gereduceerd tot drie. Alle medische feiten zijn waargebeurd, maar omwille van de leesbaarheid is het tijdsverloop soms wat gewijzigd. Het opschrift roman gebaseerd op een waargebeurd verhaal dekt de lading volledig.

Hoe vond u het om een boek te schrijven over uw eigen ervaringen?
Ik heb dit boek niet geschreven om mijn ziektegeschiedenis te verwerken. Toch was het schrijven ervan soms confronterend. Ik moest teruggaan naar een tijd die ik liefst zo snel mogelijk wil vergeten. Af en toe botste ik op emotionele weerstand. Zoals bij de scène over het stervende kind. Tot op de dag van vandaag kan ik daar niet over praten. Het is gewoon te pijnlijk.

In een interview met radio 1 vertelde u dat u tijdens uw revalidatie verhalen van andere patiënten heeft gehoord. Wat voor invloed hebben deze gehad op uw boek?
Er is een aantal verhalen van andere revalidatiepatiënten opgenomen in het tweede deel van het boek. De revalidatiewereld is ruw, maar vaak ook verrassend mooi. Privacy is een onbestaand woord op de intensieve dienst en ook op de revalidatieafdeling. Er wordt over alles gepraat, er is geen gene. Af en toe is er jaloezie, omdat de ene al kan stappen of een schaar kan hanteren en de andere dat nooit meer zal kunnen. Maar het meest word je benijd als je veel bezoek hebt, wanneer je graag wordt gezien. Er ontstaan oprechte vriendschappen die in het gewone leven nooit een kans zouden krijgen. De arbeider wordt de boezemvriend van de architect. Alleen de essentie blijft in zo’n omgeving overeind: alle maskers vallen weg.

U heeft een zeer persoonlijk verhaal geschreven. Waar heeft u de grens getrokken met wat u wel en wat u niet wilt delen? Ik heb niks verbloemd of verzwegen, maar ik heb geschreven zoals ik leef: met respect voor mijn omgeving. Natuurlijk loopt er wel eens iets mis met het ziekenhuispersoneel, met vrienden of familie, maar mijn dankbaarheid overstijgt alle wrevel. Ik heb op geen enkel moment in het schijfproces een rem of grens ervaren.

Buiten Blijft Het Zondag

Het syndroom van Guillain-Barré

Wat hoopt u mensen mee te geven met uw verhaal?
Mijn grootvader heeft de vernietigingskampen van Buchenwald overleefd. Hij vertelde me hoe hij - op eén van de meest gruwelijke plekken die ooit hebben bestaan - zichzelf verhalen vertelde als een soort tegengif voor de gruwel waarin hij gevangen zat.

Ik heb vaak aan hem gedacht toen ik daar verlamd in dat ziekenhuisbed lag en deed wat hij me had voorgedaan: ik vertelde mezelf verhalen om te ontsnappen aan mijn eigen gruwel. In gedachten dook ik door het raam, liet me meevoeren met de wolken tot bij mijn huis, maakte wandelingen op het strand, zwom in de lauwe zee. Ik heb fragmenten van deze ‘dromen’ opgenomen in het boek. Ik heb het bij flarden gehouden, want ik wilde ruimte laten voor de fantasie van de lezer. Ik hoop dat ik de lezer zo aanzet om op zoek te gaan naar de kracht van de eigen verbeelding en hoop met dit boek het voorbeeld van mijn grootvader levend te houden.

Geen arts had durven voorspellen dat ik ooit nog zelfstandig zou ademen, eten, praten en lopen en ik had nooit gedacht dat er vandaag een boek met mijn naam erop in de boekhandel zou liggen. Ik hoop met dit boek de lezer moed en hoop te geven. Want met hard werken en veel geduld kun je - hoe somber het er ook uitziet - vaak verrassende resultaten boeken.

Hoe is de band tussen uw zoon en u?
Mijn zoon en ik hebben altijd een sterke band gehad en hij wist dat ik me - op het dieptepunt van de ziekte - mislukt voelde als moeder. Hij is me toen blijven benaderen als moeder, hoewel ik daar maandenlang als een levend lijk in dat ziekenhuisbed lag. Zo vroeg hij tijdens de ziekenhuisopname toestemming om naar een fuif te gaan, hij toonde zijn huistaken en vertelde over zijn vrienden of over school. Toch was hij tegen de tijd dat ik het ziekenhuis verliet, in een record tempo volwassen geworden. Dat was wennen, maar het heeft onze band niet geschaad.

Bent u volledig genezen van het syndroom van Guillain-Barré?
Nee, ik ben niet helemaal hersteld. Hoewel ik de voorspellingen van de artsen heb weerlegd, heb ik toch een aantal restletsels overgehouden. Chronische, neuropathische pijn, krachtverlies in armen en benen, sneller vermoeid dan voorheen. Mijn handen zijn gedeeltelijk verlamd gebleven en zorgen voor de meeste hinder.

Hoe ziet uw leven er nu uit  in vergelijking met de periode voor het syndroom van Guillain-Barré?
In huis heb ik een aantal aanpassingen gedaan: badkamer verbouwd, elektronische deuropener geplaatst, hulpmiddelen in de keuken aangeschaft. Voor mijn make-up heb ik een eigen systeem bedacht, want ik wil er blijven uitzien als tevoren. Wanneer ik nieuwe kleren kies hou ik rekening met de beperking van mijn handen. Koken was vroeger een hobby, nu een bijna onmogelijke klus. Ik heb huishoudhulp en mijn man neemt een deel van het huishouden over.

Maar er zijn ook positieve veranderingen. Aan mijn revalidatieperiode heb ik een hartsvriendin overgehouden. Mijn persoonlijkheid is wat scherper afgetekend dan tevoren: ik maak nog sneller korte metten met negativiteit en geklaag. En ik heb de smaak van het schrijven helemaal te pakken!

In het tweede jaar van uw studie de hogere graad Literaire Creaties aan de Academie kreeg u het syndroom van Guillain-Barré en raakte u volledig verlamd. Zou u de studie willen vervolgen als dat zou kunnen?
Ik heb intussen de opleiding met succes afgerond met de grootste onderscheiding. ;-)  Een opleiding die ik iedereen met schrijfambitie kan aanraden.

Meer van Vrijdag Uitgeverij

Marjoleinfoto Marjolein
Praat mee