Interview

Christie Watson: "Met mijn boek hoop ik deze zo belangrijke groep mensen een stem te geven, te laten zien hoe onmisbaar verpleging is."

14-05-2018
Header Met Hoofd En Hart

Om het belang van verpleegkundigen meer te benadrukken, is 12 mei de internationale dag van de verpleging. Christie Watson, zelf ruim 20 jaar verpleegster, schreef niet alleen een ontroerend boek over de menselijke kant van zorg: over wat je als verpleegkundige meemaakt en wat patiënten en hun dierbaren doormaken, maar ook een zeer urgent boek. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met zorg. Of dat nu is omdat je zelf in het ziekenhuis belandt, omdat je er werkt of omdat een van je dierbaren daar ligt.

Christie Watson Author Photo Credit Peter Clark

Watson: ‘De Britse premier, Theresa May, heeft een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg beloofd en aangekondigd dat er eenentwintigduizend banen in de GGZ bij komen. Echter wordt tegelijkertijd de studiefinanciering voor psychiatrisch-verpleegkundigen afgeschaft, dus is het onduidelijk waar die verpleegkundigen vandaan moeten komen. Janet Davies, algemeen directeur van het Royal College of Nursing, stelt: “De personeelsplanning en verantwoording schieten nu al gevaarlijk tekort… Onder deze regering daalt het aantal psychiatrisch-verpleegkundigen met vijfduizend, en dat verklaart mede waarom de zorg voor psychiatrische patiënten tekort schiet. Werken in de verpleeging is geen glamourous beroep. Het is zwaar en belastend, momenteel meer dan ooit. Er moet iets veranderen. Met Met hart en hoofd hoop ik deze zo belangrijke groep mensen een stem te geven, te laten zien hoe onmisbaar verpleging is en hoe die behoefte met de vergrijzing alleen maar zal groeien.”

Er is een groeiende bewustwording, vermoed ik. De kranten schrijven er uitgebreid over en van jouw boek wordt een serie gemaakt.

‘Daar ben ik erg dankbaar voor. De serie zal worden geproduceerd door mensen die werkelijk een hart voor het onderwerp hebben en niet slechts gedreven zijn door commercieel gewin. Dat zal de serie ten goede komen. Er wordt inderdaad veel over gezondheidszorg geschreven, maar helaas is dat vrijwel allemaal erg negatief waardoor mensen weerstand voelen jegens de zorg en het beroep ‘Verpleegkundige’. Het kampt met een imagoprobleem, terwijl we ze heel hard nodig hebben. Toen ik nog studeerde, hoefde ik nooit te betalen als ik met de taxi ergens naartoe moest. We werden beschouwd als engelen. Dat is nu wel anders. En de media speelt daar een grote rol in. Het is niet nieuwswaardig om te zeggen dat je een lieve, toegewijde verpleegster had. Het is nieuwswaardig om te melden dat een verpleegster iets verkeerd deed. We hebben ambassadeurs nodig. Het zou geweldig zijn als Kim Kardashian verpleegster werd. Zou je het haar willen vragen, als je haar kent?’

We krijgen te kampen met grote problemen in de gezondheidszorg dankzij de vergrijzing, multimorbiditeit – mensen zullen niet een aandoening hebben, maar gemiddeld vier. Bij elke ziekte die je erbij krijgt, word je duurder. In een artikel (NRC, 17 april) stond dat we bij steeds meer behandelingen  door de technologische vooruitgang in de buurt zullen komen van de richtlijn dat een jaar levenswinst niet meer dan 80.000 euro mag kosten. Mensenlevens op een balans. Bij wie ligt nu de verantwoordelijkheid?

‘We moeten de politiek verantwoordelijk houden en blijven voeren met artikelen als het stuk waar je aan refereert en dit interview bijvoorbeeld. Hoe meer stemmen, hoe beter de politiek zal luisteren. Het is onbegrijpelijk dat we dit probleem allemaal aan zien komen, maar er collectief vrijwel niets aan doen. En het gaat niet alleen om ziektes die je met medicijnen kunt behandelen, maar ook over eenzaamheid, depressie, angsten. We zullen meer voor elkaar moeten zorgen. De staat van de verpleging staat symbool voor hoe de maatschappij voor staat. Het is een afspiegeling. En die is niet fraai op dit moment. Iedereen is met zichzelf bezig. If nursing is in trouble, we are all in trouble.’

Verpleging is een van de oudste beroepen op aarde. Wat kunnen we leren van het verleden?

Een van de vroegst geschreven teksten over verpleegkunde is de Charaka-samhita, rond de eerste eeuw van onze jaartelling in India geschreven, waarin staat dat verpleegkundigen met iedere mens begaan horen te zijn. Verpleegkunde speelt ook een duidelijke rol binnen de islam. Begin zevende eeuw werden gelovige moslima’s verpleegkundige. De eerste beroepsverpleegkundige in de geschiedenis van de islam, Rufaidah bint Sa’ad, wordt vanwege haar empathie en mededogen omschreven als de ideale ziekenzuster. Gemeenschapszin was heel belangrijk. Compassie, zorgen voor elkaar. We zijn dat kwijtgeraakt. De nieuwe waarden die van belang zijn, zijn eeuwige jeugd, geld en macht. Kindness, Care & Compassion don’t make people money. Die oude waarden lossen steeds meer op. En dat zie je terug in de gezondheidszorg. Verzekeringsmaatschappijen, medicijnfabrikanten… zij verdienen geld. Ik vraag me ook af hoeveel vraagstukken in de gezondheidszorg worden opgelost vanuit de angst om aangeklaagd te worden. In Engeland zijn veel ziekenhuizen vooral bezig met hun reputatie te beschermen. 

"Uiteindelijk is menselijk contact onvervangbaar, lichaamstaal, aanraken en aankijken, het empathisch vermogen."

Wat kunnen we doen als individu?

Zorgen voor onszelf en voor elkaar. Ons bewust zijn van het feit dat we een stem hebben. Ik hoop dat er een groep mensen op zal staan, bij voorkeur jonge mensen, die de maatschappij weer richting een maatschappij zal brengen waarin we allemaal gelijk zijn en dezelfde zorg verdienen. Ik denk niet dat robots de volmaakte oplossing zijn, al wordt er al veel werk verricht door robots. Uiteindelijk is menselijk contact onvervangbaar, lichaamstaal, aanraken en aankijken, het empathisch vermogen.

Was de verpleging van meet af aan jouw droomberoep?

‘Nee. Als jongere switchte ik van de ene carrièremogelijkheid naar de andere, waarbij ik de studieadviseur op mijn niet al te hoog aangeslagen middelbare school voortdurend tot wanhoop bracht. Zwemster, jazztrompettist, reisagent, zangeres, onderzoeker… Astronomie was ook een optie, tot ik op mijn twaalfde ontdekte dat mijn vader, die me de namen van de sterrenstelsels had geleerd, ze allemaal uit zijn duim had gezogen. Wat ik wilde worden – en wie ik wilde zijn – beheerste me op een manier die ik bij mijn vrienden en vriendinnen niet zag. Ik begreep toen nog niet dat ik heel veel levens wilde leiden, verschillende levenswijzen wilde verkennen. Op mijn zestiende ging ik werken in een tehuis van de Spastics Society (tegenwoordig Scope), waar ik twintig pond zakgeld per week verdiende met zorgen voor zwaar gehandicapte volwassenen: helpen met naar het toilet gaan, eten en aankleden. Voor het eerst had ik het idee dat ik iets waardevols deed, iets met een hoger doel. Ik ging weer vlees eten, ik liet mijn haar millimeteren en liep kringloopwinkels plat, gaf al mijn geld uit aan cider en shag. Ik was zo arm als wat, maar ik was gelukkig. En ik leerde voor het eerst verpleegkundigen van dichtbij kennen. Ik sloeg die ervaren zusters gade met de intensiteit waarmee een ziek kind naar zijn ouders kijkt. Ik had geen woorden voor wat ze deden of voor hun werk. “Jij zou de verpleging in moeten gaan,” zei een van hen. “Dan krijg je een beurs en een woning.” Na me te hebben verdiept in de plaatselijke bibliotheek over wat verpleging nu precies inhoudt, besloot ik de sprong te wagen. Geen wilde carrièreswitches meer, geen gefladder: ik ging de verpleging in. Bovendien wist ik dat zusters wel van een feestje houden.’

Wat had je graag geweten als 17-jarige wat je nu weet?

Dat verpleegkundige zijn vereist dat je eelt op je ziel kweekt, maar in het geval van het verplegen van kinderen vereist het ook dat je gek kunt doen. Je in een bad vol soep laten duwen. Een kind laten lachen. Verpleegkundige zijn is beseffen dat een moeder zich moet kunnen vastklampen aan iets zinvols als de scan van haar kind een grote witte spin vertoont.

"Haar schuldgevoel hing als een deken om haar heen. Ik werk met collega’s die pertinent geen rekenmachine willen gebruiken, omdat ze die niet vertrouwen."

Heb je spijt van beslissingen, van wat je nog meer had kunnen doen of juist niet had moeten doen?

Als verpleegster ben je voortdurend aan het reflecteren. Reflectie hoort bij het werk. Elke dag reflecteren over wat er is gebeurd, en als het even kan ook opschrijven. Reflectie omvat – net als iedere verpleegkundetheorie – verschillende modellen en ideeën, maar in essentie is het het proces van het doorgronden van voorvallen in de praktijk. Reflectie wordt alom beschouwd als een vorm van emotionele bescherming voor verpleegkundigen die gebukt gaan onder de zorg voor kwetsbare mensen, maar het helpt ook om inzicht te krijgen in je eigen karakter, je levensverhaal en je herinneringen, en hoe die je reacties beïnvloeden. Net als elke verpleegkundige leef ik met te veel herinneringen, de ene springt er meer uit dan de andere.

Kun je een voorbeeld geven?

‘Hindoeteksten uit de eerste eeuw voor Christus. Hierin staat dat verpleegkundigen ‘onderlegd' dienen te zijn, vaardig in het berekenen van formules en doseringen, meevoelend jegens eenieder en hygiënisch’. Eén verkeerd cijfer achter de komma bij een complexe berekening van een dosering kan de dood van de baby tot gevolg hebben. De symbolen voor nanogrammen en microgrammen lijken nogal op elkaar, maar maken een duizendvoudig verschil. Een collega diende ooit een baby een duizendmaal te sterke dosis van een krachtig middel toe. De baby overleefde het, maar mijn vriendin – net als ik nog in opleiding – ging elke keer een beetje dood als ze aan haar fout terugdacht. Haar schuldgevoel hing als een deken om haar heen. Ik werk met collega’s die pertinent geen rekenmachine willen gebruiken, omdat ze die niet vertrouwen. Zij zijn de hele dag bezig met hoofdrekenen, ingewikkelde rekensommen uitknobbelen in de onrustige, rumoerige en gespannen omgeving van de NICU (Intensive Care Neonatologie). Een berekening om vier uur ’s nachts, tijdens een nachtdienst van twaalfenhalf uur, je vijfde slapeloze nacht op rij:

De baby weegt 1,697 kilo, krijgt 40 mg dopamine in 50 ml iv. Welke infusiesnelheid moet worden ingesteld voor 12,5 mcg/kg/min?

Doodeng vond ik het.’

Waarom besloot je dat je op de PICU (Pediatric Intensive Care Unit) wilde gaan werken?

‘Om niet met maar één verpleegkundigspecialisme in aanraking te komen, maar met alles: om het leven in al zijn uitersten te ervaren. Om met wijd open ogen te leven. En omdat ik een control freak ben: op de picu had ik een kind, een familie. Daar moest ik voor zorgen, dat was mijn kader. Op de eerste hulp kan alles gebeuren, sommigen vinden dat fantastisch, dat onverwachte, de adrenaline, de onrust.’

"Om, zoals elke verpleegkundige met kinderen weleens doet, het belang van een ander, onbekend kind boven dat van je eigen kinderen te stellen. En dat was het moment dat ik weer voelde."

Hoe hield je het vol?

‘Ik ging gelukkig niet aan de opiaten zoals sommige collega’s, of aan de gin tonics ’s avonds na de dienst, maar de copingmechanismen die ik ontwikkelde om het werk aan te kunnen waren niet altijd gezond. Uit recent onderzoek komt naar voren dat vooral verpleegkundigen vatbaar zijn voor morele nood. Ergens ben ik daar blij om, want juist als je geen pijn meer voelt, kun je de grootste kwetsuren oplopen. Maar ik had het gevoel dat ik op slot kwam te zitten. Dat ik minder voelde. Soms – het gruwelijke lijden van een patiëntje ten spijt – zelfs helemaal niets.’

Hoe kwam je hier weer uit?

‘Charlotte heeft me geholpen. Toen Charlotte bij de picu aankwam, stonden wij al bij de ingang klaar. Ze lag op een brancard, al voorzien van lijnen en slangetjes, een beademingsapparaat aan het hoofdeinde en een monitor bij haar voeten. Charlotte had geen waarneembare bloeddruk. Het was onmogelijk een canule in te brengen, omdat we geen ader konden vinden. Ik bracht haar beentje vóór me in positie – het is koud en bleek, als een takje van een stervende boom – en schroefde een intraossale naald in het bot; een plots geknars gaf aan dat hij op zijn plaats zat. Dit is een vaardigheid die artsen en verpleegkundigen op Crunchies oefenen, chocorepen met een brosse vulling. Het lukte ons om Charlotte te reanimeren. De paarse uitslag op haar lijfje breidde zich uit. Bij de overdracht, lang nadat mijn dienst erop zat, wist ik dat de kans klein zou zijn dat Charlotte de ochtend zou halen; er waren drie verpleegkundigen nodig om haar te verzorgen, en waarschijnlijk zou ze haar vrijwel geheel afgestorven en paars verkleurde benen verliezen, en mogelijk ook haar armen. Kinderen die zo ziek zijn, hebben zo’n extreme fysiologische compensatiereactie op ziekte dat ze ieder niet-essentieel deel van hun lichaam afstoten. Charlotte bewaarde haar bloed voor haar vitale organen en onttrok het daarom zo veel mogelijk aan haar ledematen, die als gevolg daarvan afstierven. We markeerden de paarszwarte lijn op Charlottes benen met een balpen om te zien hoe snel de necrose zich uitbreidde naar haar romp. Charlotte had dood moeten gaan, honderd keer. Ze verloor haar benen en haar vingertoppen. De ernst van haar toestand was groter dan onze kundigheid. Toch haalde ze het. ‘Onze overlevingsdrang is sterker dan elke ziekte; het is een wonder,’ schrijft Oliver Sacks. Charlottes overlevingsdrang geeft ons allemaal nieuwe moed. Maakt alle offers de moeite waard. Kinderen zoals zij maken het makkelijker om ons werk te doen. Makkelijker om de energie te vinden om hartelijk en meelevend te zijn. Om, zoals elke verpleegkundige met kinderen weleens doet, het belang van een ander, onbekend kind boven dat van je eigen kinderen te stellen. En dat was het moment dat ik weer voelde. Ik dacht aan alle zonsondergangen die Charlotte nog zou mogen meemaken. De gouden avondluchten. Ik voelde zo diep dat ik mijn adem moest inhouden. Er zouden nog meer Charlottes in mijn leven komen. Dat Charlotte weer bruiste van het leven, deed mij ook weer bruisen.’

Is ieder mens geschikt om verpleegster te zijn?

Interessante vraag. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Verpleging omvat veel disciplines: filosofie, psychologie, kunst, ethiek en politiek. Verpleging gaat om verzorging, om jezelf in de situatie van anderen te verplaatsen, jezelf weg te cijferen, in de schaduw te staan. De verpleging vereist aanpassingsvermogen, al je energie moet gericht zijn op patiënten en collega’s die je nodig hebben, ook al is het minder bekend terrein voor je. Het gaat om aardig zijn. Mensen verplegen is dus voor mensen die doen wat ze normaal zelf zouden doen, op een moment dat ze dat niet zelf kunnen, tot ze het weer zelf kunnen. Hopelijk gaan we dit weer iets meer voor elkaar doen. De bron droogt op.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.