Corlijn en Gerda over de tuin als decor voor het leven

21-4-2017

Na het lezen van De tuin als lusthof & slagveld zul je nooit meer met dezelfde ogen naar je tuin kijken. De tuin een lieflijk paradijs? Vergeet het maar. Het is een slagveld waar planten en dieren elkaar bestrijden, maar waar soms ook onverwachte bondgenootschappen ontstaan.

Gerda en Corlijn laten zien wat tuinieren in werkelijkheid is: het hacken van de natuur. Hun territorium is daar waar de natuur haar gang gaat en de mens haar meent te moeten manipuleren: de tuin, de akker, de vensterbank, de koelkast, het park en de hortus. Ze schrijven over het seksleven van de slak, tellende appelbomen, vleesetende planten en de wonderbaarlijke wederopstanding van supermarktsla.

Samen bestieren Corlijn en Gerda De Groene Vinger, het digitale platform dat zich ook richt op mensen met slechts een groene vinger. Voor het wetenschapskatern van de Volkskrant schreven ze de rubriek 'De tuin als laboratorium'.

Corlijn en Gerda over de tuin als decor voor het leven.

De tuin als lusthof & slagveld

Jullie beschrijven de tuin als lusthof & slagveld, ‘tuinieren is oorlog, tuinieren barst van de seks, drugs & rock‘n‘roll’… Kunnen jullie daar iets meer over vertellen?
We verzetten ons tegen het idee dat een tuin een lieflijk paradijs is. Tuinieren is oorlog. Gewapend met schoffel en spade ga je de strijd aan met ongewenste indringers, zoals woekerend zevenblad, vraatzuchtige slakken en duivelse duizendknoop. Ondertussen verdedig je je nieuwe aanplant zo goed en kwaad als je kan. Tijdens de strijd tegen de groene overmacht zie je dat de natuur volledig in het teken staat van overleven en voortplanten.

Wat onderscheidt jullie tuinboek van al die andere tuinboeken die er zijn?
Gerda: Ons boek laat je op een andere manier naar de tuin kijken. Veel tuinboeken zijn instructief en volgen de seizoenen. Wij verwonderen ons over wat er allemaal rondkruipt, woekert en piert.
Corlijn: We zijn zelf geen experts maar we zijn te rade gegaan bij allerlei wetenschappers om te snappen waarom de dingen gaan zoals ze gaan in een tuin. Alle kennis in het boek is wetenschappelijk onderbouwd.

Wat is jullie achtergrond, waar komt jullie fascinatie voor tuinieren vandaan?
Corlijn: Mijn vader had vroeger een volkstuin waar ik als kind hielp bij het oogsten. Maar echt geïnteresseerd in tuinieren raakte ik pas toen ik mijn eerst huis met tuintje kreeg en ik zelf begon te wroeten in de aarde. Toen begon ik tuinboeken en tijdschriften te lezen maar die riepen vaak nog veel meer vragen bij me op dan dat ze beantwoordden. Omdat Gerda en ik allebei wetenschapsjournalisten zijn, zijn we gewend om onderzoekers te bestoken met onze vragen. En dat hebben we ook voor dit boek volop gedaan. Gerda: Het mooie van in een tuin werken is dat het fysiek is, maar dat je er ook steeds een beetje over moet nadenken. Je kunt wel een boek lezen of kennis uitwisselen, maar het komt toch aan op dat wat je zelf doet en beslist. Daarbij kun je fouten maken en daar leer je het meest van. Tuinieren kent ook een ander tempo dan mijn dagelijkse werk. Het is een proces dat je bijstuurt en nooit helemaal in de hand hebt.

Hoe zou je jullie stijl van tuinieren omschrijven?
Gerda: Met de Franse slag. Mijn streven is een tuin aan te leggen die volledig bestaat uit eetbare planten, fruit- en notenbomen en bessenstruiken. Dat lukt aardig. Met niet te veel inspanning staat de tuin al snel vol met frambozen, aardbeien, munt en rabarber.
Corlijn: Mijn tuin is een ratjetoe aan planten die ik mooi, fascinerend of lekker van smaak vind en ik heb een zwak voor hommels. Alles wat hommels lekker vinden mag sowieso blijven, inclusief paardenbloemen. Verder is het wel een beetje survival of the fittest voor de planten in mijn tuin.

De tuin is ontembaar

Wat bedoelen jullie met Darwinistisch tuinieren?
Corlijn: Voor Darwin was de tuin een prachtig laboratorium om de evolutie te bestuderen. Hij beschreef de strijd om het bestaan en het evolutionaire proces dat die strijd in gang zet. Als je goed oplet zie je dat ook in je eigen tuin. Een van de dingen die ik geleerd heb in mijn eigen tuinlaboratorium is dat je onuitroeibaar onkruid creëert als je planten constant een beetje treitert. Met Darwinistisch tuinieren bedoel ik dat ik rekening probeer te houden met de evolutionaire processen die er gaande zijn in je tuin. Ik zie planten met elkaar concurreren om licht, water en voeding. In plaats van in te grijpen, kijk ik graag toe en koester ik de plant die als winnaar uit de bus komt.

Een wijze tuinierster zei ooit: There are no gardening mistakes, only experiments. Wat is het mooiste experiment dat jullie tot nu toe hebben uitgevoerd?
Gerda: Zaaien lukt mij niet. Ik ben een slechte kiemplantjesmoeder. Stekken daarentegen doe ik graag en het gaat vaak erg goed. Als je op het goede moment stekt maak je van die ene plant soms wel tien exemplaren. Smeerwortel, citroenmelisse, bosaardbeien, munt, rabarber. Als je dat eenmaal in de vingers hebt koop je nooit meer iets bij een tuincentrum.
Verder kom ik efficiënt van onkruid af door het kort te knippen en te bedekken met bruin karton en een laagje aarde waar je bijvoorbeeld een bijenmengsel op zaait. Of waar je die zelfgestekte planten op laat groeien.

Is de tuin ontembaar?
Corlijn: Ja, en dat maakt tuinieren ook zo leuk. Een huis kun je inrichten: je zoekt meubels uit, verft de muren, legt een vloer en dan is het klaar. Een tuin laat zich niet zo makkelijk naar jouw hand zetten. Je hebt er maar deels controle over. Je kunt natuurlijk mooie planten kopen maar die moeten dan wel zijn opgewassen tegen de bestaande bewoners zoals onkruid en slakken. De tuin is een beetje van jou maar nog veel meer van de natuur die haar eigen plan trekt. Mensen die daar niet tegen kunnen, bestraten de heleboel of storten hun tuin vol met grind. Dan heb ik zelf toch liever een ontembare tuin.

Wat mag ik me voorstellen bij ‘het woeste seksleven van de schimmel’?
Gerda: Het seksleven van schimmels is inderdaad 'woest'. Om gevarieerde nakomelingen te krijgen, doen sommige schimmels aan seks. Een paddenstoel is daar het resultaat van. Daarin huizen miljoenen sporen die allemaal weer uit kunnen groeien tot een nieuw individu. Die schimmels zijn wonderlijk, want soms veranderen ze van sekse. Die zijn dus transseksueel. Bij sommige schimmelsoorten planten mannetjes zich met mannetjes voort. Of vrouwtjes met vrouwtjes. En het aantal seksen (bij de mens kennen we er maar twee: mannetjes en vrouwtjes) kan bij schimmels oplopen tot 23.000. Drieëntwintigduizend!

Tuinieren is een mensenzaak

Ik moest denken aan het boek van Elizabeth Gilbert: The signature of all things’ – jullie halen het in jullie boek ook aan. Is hoofdpersoon Alma Whittaker, een getalenteerde botaniste uit de 19de eeuw, een voorbeeld voor jullie?
Corlijn: Wat een prachtig boek is dat! Je zou ook kunnen zeggen dat niet Alma Whittaker maar mos het hoofdpersonage is. Alma bestudeert allerlei soorten mos en dat zet haar aan het denken over hoe de soorten ontstaan en evolueren. Net als Alma heb ik ontzettend veel respect voor mos. Er is geen plantje zo veerkrachtig als mos en dat merk je niet alleen als je er overheen loopt en het zo lekker terugveert onder je voeten. Mos is niet kapot te krijgen, zelfs niet na een winterslaap van 1500 jaar in donkere ijskou, zo bleek uit Brits onderzoek in de buurt van de Zuidpool. Nu ik er zo over nadenk zou ik willen zeggen dat mos meer een voorbeeld voor mij is dan Alma Whittaker.

Is tuinieren een mannen- of een vrouwenzaak?
Gerda: Tuinieren is een mensenzaak.
Corlijn: Sommige mieren doen trouwens ook aan tuinieren. Zij verbouwen schimmels om op te eten en ze wieden zelfs onkruid.

Kan iedereen tuinieren?
Corlijn: Ja, natuurlijk. Veel mensen maken zichzelf wijs dat ze geen groene vingers hebben. Dat is faalangst, die je maar op één manier overwint namelijk door het gewoon eens te proberen. Maar van een tuin kun je ook genieten als er helemaal niks aan doet. Dan kun je gluren naar seksende slakken, de lichaamstaal van een boom. En in plaats van groenten uit een moestuin kun je ook eetbaar onkruid oogsten. er zijn meer planten eetbaar dan je op het eerste gezicht misschien zou denken.

Corlijn, toen jij op vakantie ging naar Sardinië werd je vooraf gewaarschuwd voor de beruchte bunga-bungafeestjes van Silvio Berlusconi. Waar je niet voor gewaarschuwd was, was de plant die zaad naar je schiet...
Corlijn: Ja, dat was wel even schrikken. Mijn zus was het eerste slachtoffer. Ze zag een plant met mooie, behaarde, vruchten en bukte voorover om er eentje plukken. Ze had de vrucht nog maar nauwelijks aangeraakt toen hij met enorme kracht vuurde. Een witte substantie belandde in haar oog. Ons gegil moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Ik wilde weten waarom die plant dat deed. Was het om zich te verdedigen tegen opdringerige toeristen? Het bleek om de zogenaamde springkomkommer te gaan. De vruchten daarvan vullen zich langzaam met plakkerig vocht, waardoor de druk op de celwanden toeneemt. Totdat de druk te groot wordt. Alsof je een fles champagne ontkurkt, spuit het sap dan uit de vrucht. in het vocht zitten zaden die surfend op de waterstraal wel tot acht meter ver weggeschoten worden. De bunga-bungaplant had het dus niet op ons voorzien maar wilde zijn zaden zo ver mogelijk verspreiden. We hebben er ook nog een filmpje van.

Het boek nodigt uit tot heel veel gespreksstof, maar ik zal het bij deze laatste vraag houden: Wat is alruin en wat is er zo bijzonder aan?
Gerda: Alruin is ook bekend als mandragora en is een van de giftigste planten uit de nachtschadefamilie, waar ook tomaten en aardappels lid van zijn. Vroeger werden er veel magische krachten aan alruin toe gedicht. Toetanchamon, bijvoorbeeld, werd met elf mandragorawortels begraven om zijn potentie in de volgende wereld zeker te stellen. Het plantje doet door de eeuwen heen dienst als pijnstiller en antidepressivum. Maar pas op: het kan ook een ‘woedende waanzin’ veroorzaken. Ook is mandragora het oudst bekende narcosemiddel. Maar het spul is lastig te doseren en het scheelt maar een paar milligram en je korte roesje komt neer op eeuwige rust.
Alruin is nog steeds gewild, hij trekt ongewenst bezoek aan in de proeftuin van de Radboud Universiteit. De beheerder zet geen naambordjes meer naast de plant. Hij heeft zijn buik vol van insluipers die ‘s nachts over het hek klimmen en de plant uit zijn tuin rukken. Nergens voor nodig, want de zaadjes zijn gewoon te koop via internet.