Gaudiheader
Column

Dan Brown en Antoni Gaudí

2-11-2017

Eindelijk is hij dan uit, Oorsprong. Hoewel kunst iets minder op de voorgrond staat dan in de vorige boeken van Dan Brown, is er een belangrijke rol weggelegd voor twee kunstenaars: William Blake en Gaudí. Zonder verder iets te verklappen over Oorsprong, zijn wij voor je in de wereld van deze twee kunstenaars gedoken. Over William Blake hebben we de vorige keer al meer verteld, dus vandaag is Antoni Gaudí aan de beurt! Zeven werken van de Catalaanse architect, bekend om zijn gebruik van organische lijnen en vormen, staan op de wereldranglijst.

Het verhaal van Antoni Gaudí begint op 25 juni 1825. Wáár het verhaal van Gaudí precies begint, is niet helemaal duidelijk; er zijn geen officiële documenten bekend waarin verteld wordt waar hij precies is geboren. Waarschijnlijk werd hij in de Catalaanse stad Reus geboren, zoals op veel van zijn identificatiepapieren stond. Gaudí zelf riep echter steeds dat dat hij ter wereld kwam in het nabijgelegen Riudoms. Zijn vader was een kopersmid en Gaudí was de jongste van vijf kinderen.

Escola Superior d´Arquitectura

Gaudí trok op zijn 17e naar Barcelona om architectuur te studeren. Om ondertussen geld te verdienen, had hij baantjes bij verschillende architecten in de omgeving. Hij tekende daar de plannen van zijn bazen uit. Lichtelijk ironisch, want Gaudí hield er helemaal niet van om zijn eigen plannen uit te tekenen. Hij maakte er liever een 3D schaalmodel van om dan de details tijdens het werken in te vullen.

Was Gaudí een goede student? Mwa. Zijn cijfers waren in ieder geval niet uitzonderlijk en het kwam regelmatig voor dat hij een bepaald vak niet haalde. Toch viel hij op door zijn creativiteit. Bij zijn diploma-uitreiking zei de directeur ‘Wij geven deze titel aan óf een idioot, óf een genie. De tijd zal het leren’.

Sagrada Família

Als kunstenaar een enorme opdracht krijgen voordat je echt naam hebt gemaakt: dat is zeldzaam. Toch is dat precies wat er gebeurde bij Gaudí. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona een stuk grond. Ze wilden daar een christelijk complex neerzetten ter ere van de Heilige Familie. In eerste instantie kreeg Francisco de Paula del Villar, een van de architecten waarvoor Gaudí werkte in zijn studententijd, de opdracht. Maar Del Villar trok zich aan het begin van de werkzaamheden terug uit de opdracht. Daarna werd deze neergelegd bij een andere oud-baas van Gaudí, Joan Martorell. Hij weigerde. Hoe de opdracht uiteindelijk in handen viel van Gaudí, is onbekend, maar hij stortte zich er met hart en ziel op. In 1914, na een aantal moeizame jaren waarin hij veel vrienden en familie verloor, besloot de architect al zijn andere werk te laten liggen en zich exclusief met de kerk bezig te houden. Hij ging soms zelfs langs de deuren om te collecteren voor de bouw. De laatste maanden van zijn leven liet Gaudí zijn huis aan Park Güell (nu het Gaudí-museum) voor wat het was en verhuisde hij naar het bouwterrein.

Fataal tramongeluk

Op 7 juni 1926 liep Gaudí over de Gran Via de les Corts Catalanes. Het was zijn dagelijkse wandeling: biechten in de kerk aan de Plaça Sant Philip Neri en dan terug naar het werk bij de Sagrada Familia. Onderweg sloeg het noodlot toe: Gaudí werd aangereden door een tram en bewusteloos achtergelaten op straat. Omdat Gaudí op latere leeftijd zijn uiterlijk nogal liet versloffen, zagen veel voorbijgangers hem aan voor een bedelaar. Uiteindelijk waren er wel mensen die te hulp schoten, en ze brachten hem naar het ziekenhuis voor de armen. Zijn werknemers waren ondertussen op zoek gegaan naar hun baas, maar vonden hem niet op tijd. Toen ze ontdekten waar hij lag, was zijn situatie al dusdanig slecht dat hij niet meer te redden viel. Drie dagen na de aanrijding overleed de 73-jarige Gaudí aan zijn verwondingen.