Interview

Dirk-Jan Verdonk: plofkippen, dierenrechten en politiek

01 Verdonk

Doel van het boek is om vanuit verschillende perspectieven dierenrechten te bezien en daarover kennis over te brengen. Als mensen het idee hebben er echt wat van opgestoken te hebben en aan het denken zijn gezet, ben ik heel tevreden – hoewel ik ook op hoop dat ze het met net zoveel plezier zullen lezen als waarmee ik het heb opgeschreven.’

Dirk-Jan Verdonk schreef eerder Het Dierloze gerecht, waarin hij op gepassioneerde wijze de controverse beschrijft tussen vleeseters en vegetariërs vanaf 1880. Onlangs verscheen van zjin hand ‘Elementaire Deeltjes 43 – Dierenrechten’ waarin hij in gaat op heden, verleden en toekomst van de morele positie die aan dieren wordt toegekend in theologie, filosofie, wetenschap, recht en beleid. Dierenrechten biedt daarmee een veelomvattende en prikkelende inleiding op een zeer actuele maar tevens eeuwenoude kwestie.

Pseudo-rechten

De titel van jouw boek luidt Dierenrechten. Hebben dieren recht op dezelfde rechten als de mens?
[lachend] Vanzelfsprekend niet als je denkt aan het recht te mogen stemmen of het recht een artikel dat je hebt gekocht via internet binnen veertien dagen te retourneren. Maar bijvoorbeeld het recht niet mishandeld of gemarteld te worden, zou zeer goed voor zowel mensen als dieren kunnen gelden. Net als, voor gehouden dieren althans, sociale rechten zoals het recht op adequate huisvesting of het recht op voedsel. Nu zou ik eigenlijk willen stellen dat die rechten in Nederland feitelijk al wettelijk zijn vastgelegd. We erkennen in de wet dat dieren geen dingen zijn, maar wezens met gevoel. En dat we daarom een reeks vrijheden voor hen moeten waarborgen, zoals de vrijheid van honger en dorst, de vrijheid van pijn en letsel en de vrijheid natuurlijk gedrag te ontplooien. Het probleem is echter: zodra er economische belangen in het geding zijn, worden die rechten heel makkelijk terzijde geschoven. Dezelfde wet die dieren rechten geeft, herneemt ze weer bijna net zo hard. Het zijn pseudo-rechten.

Geldt dit voor alle dieren, ook insecten?
Je kunt je afvragen waarom iemand bepaalde rechten heeft. Een kind heeft géén kiesrecht omdat we denken dat het nog niet genoeg van de wereld snapt om een zinvolle keuze te maken, terwijl we van iemand van achttien jaar of ouder dat wel verwachten. Het recht niet mishandeld te worden spruit daarentegen voort uit de eigenschap van mensen dat zij pijn kunnen beleven. En dat is een eigenschap die we delen met een groot deel van het dierenrijk. Dieren dat recht ontzeggen louter omdat ze niet tot de menselijke soort behoren komt neer op een vorm van discriminatie. Maar of insecten pijn kunnen ervaren? Op dit moment is de wetenschappelijke consensus van niet.

Waarom heb je dit Elementaire deeltje geschreven, en vooral: voor wie?
Of je het nu hebt over plofkippen, veetransporten, onverdoofd slachten, megastallen of het gebruik van wilde dieren voor shows: het aantal maatschappelijke en politieke discussies over onze omgang met dieren is groot en laait vaak hoog op. Dit boek geeft daar context aan – en zo’n boek was er nog niet. Er is geen mens dat niet allerlei relaties met dieren heeft: omdat je een huisdier hebt, vlees eet, melk drinkt, naar de dierentuin gaat of professioneel met dieren te maken hebt – commercieel of beleidsmatig. Mijn boek is bedoeld voor iedereen die daar meer vanaf wil weten.

Historicus en dierenbeschermer

Is het vanuit de wetenschap of praktijk beschreven?
In eerste instantie vanuit academische kennis over dieren in geschiedenis, theologie, filosofie, en wetenschap. Maar zeker bij de beschrijving en duiding van de huidige situatie is mijn praktijkervaring van groot belang geweest.

Je bent historicus en dierenbeschermer. Is er iets van we van het verleden kunnen leren met betrekking tot dit onderwerp?
Ja, van alles. Om daar één ding uit te lichten: wat het verleden laat zien is dat de verhouding tussen mensen en dieren aan allerlei veranderingen onderhevig is. Wat in de ene tijd als normaal geldt, geldt in een andere tijd als vreemd of ondenkbaar. Wat wij met dieren doen of niet doen is niet een gegeven dat inherent is aan de natuur of aan een goddelijk plan of voorgeschreven door traditie, maar is aan ons. Dat betekent dat diepgaande veranderingen mogelijk zijn – ten goede, maar helaas ook ten kwade.

Wat verontrust jou op dit moment allermeest?
Waarschijnlijk toch wel de invloed van grote, veelal multinationale ondernemingen op de publieke zaak in combinatie met het nog steeds dominante geloof binnen politiek en overheid dat we voor het maatschappelijk welzijn uiteindelijk slechts hoeven te sturen op efficiency en economische groei. Een goed voorbeeld is het handelsverdrag tussen de EU en Canada, CETA. De economische voordelen daarvan zijn tamelijk onzeker en minimaal, voor de EU een paar honderdste van een procent, maar het verdrag ondermijnt belangrijke normen en waarden, onder andere qua dierenwelzijn. Kort samengevat gaan vele duizenden varkens een rotleven tegemoet voor de kans op een paar rotcenten. De VVD vindt dat geen punt en partijen als CDA, D66 en PvdA zijn bereid daarvoor hun verkiezingsbeloften te breken.

Wat zou het eerst zijn dat je zou veranderen als je MP zou zijn?
Het aanstellen van een minister van milieu, natuur en dierenwelzijn. Op dit moment is dierenwelzijn weggestopt onder landbouw en is landbouw op zijn beurt weer weggestopt onder Economische Zaken. Dat betekent dat we met een staatssecretaris zitten van landbouw die voor dierenwelzijn eigenlijk geen tijd heeft. Terwijl het wel gaat om meer dan een half miljard dieren die we er per jaar doorheen draaien. Een belangrijke taak voor zo’n minister zou zijn te zorgen voor beleidscoherentie. Te vaak gebeurt het nu dat dierenwelzijn op andere departementen, bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Justitie of Financiën over het hoofd wordt gezien of genegeerd, terwijl het wel uiterst relevant is voor de desbetreffende beleidsterreinen.

Met welke gedachte hoop je de lezers achter te laten, wanneer heb je je doel bereikt?
Doel van het boek is om vanuit verschillende perspectieven dierenrechten te bezien en daarover kennis over te brengen. Als mensen het idee hebben er echt wat van opgestoken te hebben en aan het denken zijn gezet, ben ik heel tevreden – hoewel ik ook op hoop dat ze het met net zoveel plezier zullen lezen als waarmee ik het heb opgeschreven.

03 Verdonk

Een subtopper, geen koploper

Word je nooit moedeloos van wat je ziet en leest?
Vaak genoeg, maar gelukkig is er op tal van punten ook vooruitgang die de burger moed geeft. Er valt nog van alles op aan te merken, maar ik denk echt dat de Nederlandse vee-industrie diervriendelijker is dan tien jaar geleden. En gemiddeld genomen eten Nederlanders minder en beter vlees dan tien jaar terug. Zo zijn er meer voorbeelden. Wereldwijd is het wellicht een ander verhaal, maar als we in Europa vooruitgang kunnen boeken, waarom zou dat in andere delen van de wereld niet kunnen?

Ook België en de wijdere Europese en internationale context komen aan bod. Loopt Nederland voor op het gebied van dierenrechten?
Dat beeld is wisselend. Op sommige punten wel, op andere niet. In sporttermen gesproken zijn we een subtopper, geen koploper.

Wat kunnen we van andere landen leren?
Lastige keus. Maar omdat we het over dierenrechten hebben: het is een goed idee om de bescherming van dieren grondwettelijk te verankeren. Landen als Zwitserland en Duitsland, maar tot op zekere hoogte ook Brazilië en India, kunnen daarbij als voorbeeld dienen.

Brengt meer welvaart automatisch meer verantwoordelijkheid voor het welzijn van dieren met zich mee?
Niet automatisch en zeker niet in de praktijk. Natuurlijk, erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral, maar zelfs dat is geen natuurwet. Bovendien, een boer in Mozambique die twee koeien heeft zal er doorgaans alles aan doen die zo goed mogelijk te verzorgen. Dat is weliswaar geen garantie dat hun welzijn is gewaarborgd, verre van dat, maar aan de genomen verantwoordelijkheid hoeft dat niets af te doen. Een boer met duizenden koeien zoals in welvarende landen als Australië en de Verenigde Staten normaal is, zal veelal niet hetzelfde niveau van verantwoordelijkheid voor het individuele dier ten toon spreiden. Anders gezegd, rijkere samenlevingen verbruiken doorgaans meer dieren dan armere samenlevingen. In die zin dragen zij wel meer verantwoordelijkheid, maar of ze die ook nemen, is vers twee.

Wanneer heb jij voor het laatst vlees gegeten?
Ik kan het me niet meer heugen…. Ik eet nu al ruim driekwart van mijn leven geen vlees en dat vervult me nog regelmatig met een gevoel van bevrijding: dat ik op dat vlak geen deel uitmaak van de dierenindustrie.

Zal er ooit een werkelijke, totale ommekeer komen?
Een werkelijke en totale ommekeer zou me hogelijk verbazen. Kijk naar slavernij, dat instituut hebben we in de negentiende eeuw officieel achter ons gelaten. Er is geen land meer ter wereld meer waar je mensen legaal kunt kopen en verkopen en er mee doen wat je wilt. Een totale ommekeer, zou je zeggen. Toch zijn de schattingen dat er wereldwijd enkele tientallen miljoenen mensen feitelijk als slaaf leven. Dat de wereld nooit helemaal rechtvaardig zal zijn, is echter niet iets om bij de pakken neer te gaan zitten. Kijkend naar Nederland of breder naar de EU, dan leert een terugblik dat we van ver zijn gekomen en binnen een paar decennia op een aantal vlakken substantiële vooruitgang hebben geboekt. Het gaat langzaam en vergt veel energie, maar we komen wel ergens.