Gaby Santcroos over haar twee kinderboeken Au! en Altijd pijn

Door: Anniek
15-9-2016
Altijd Pijn Header Image

Gaby Santcroos schreef twee kinderboeken naar aanleiding van de Week van de Pijn. Au! en Altijd pijn gaan over chronische pijn. Santcroos lijdt zelf aan chronische pijn en wil met de kinderboeken meer aandacht vragen voor deze ziekte.

Wat heeft je doen besluiten om twee kinderboeken te schrijven?

Ik heb niet zelf besloten om deze twee boeken te schrijven, maar ben gevraagd door documentairemaker Pim Giel. Ik heb intensief met hem samengewerkt tijdens het programma van Om gek van te worden. Hij volgde ons een jaar lang om erachter te komen hoe het leven met pijn eruit ziet. Pim vroeg mij om stukken te schrijven die in het teken staan van De week van de Pijn. Het thema rondom die week is chronische pijn en dat sluit goed aan op het concept van de boeken die ik wilde schrijven. Daarnaast is mijn schrijfervaring ook een reden geweest om de twee boeken uit te geven. Ik schrijf veel columns en blogs over chronische pijn. Dit is een mooie kans om informatie te geven over deze thematiek.

Thematiek

Het boek is een belevingswereld. Kinderen snappen door dit boek wat het betekent om te leven met onzichtbare pijn

Wat vind jij zo belangrijk aan deze thematiek?

De Week van de Pijn heeft als doel om begrip te creëren onder de samenleving. Ik sluit mij aan bij dit doel, want met de twee boeken wil ik het onbegrip zoveel mogelijk weghalen en kennis van de mensen vergroten. Ik vind het belangrijk om aandacht te besteden aan dit onderwerp, want er is zo weinig informatie naar buiten gekomen. Ik weet dat een op de vijf mensen last heeft van een vorm van deze ziekte. Ik vind het mooi als op een gegeven moment iedereen de nodige informatie tot zijn of haar beschikking heeft over dit onderwerp.

Dit onderwerp is voor volwassen al lastig, maar jij richt je in je boeken op kleuters en kinderen. Was het moeilijk om een kinderboek te schrijven over chronische pijn?

Naast auteur ben ik ook moeder van een baby en een peuter. Ik kan me dus iets makkelijker verplaatsen in de doelgroep. De twee boeken heb ik ook voorgelezen aan mijn kinderen. Dit was om te zien hoe ze zouden reageren. Dit werkte fijn, want ik kon direct zien of de boodschap aansloeg. Ik probeer op een speelse manier uit te leggen wat chronische pijn is en wat de gevolgen er van zijn. De reacties die ik heb gehoord is dat bij de kinderen de informatie overkomt en ze snappen wat met het onderwerp wordt bedoeld. Kinderen weten heel goed dat pijn niet fijn is en dat bij pijn ze altijd naar de ouders kunnen komen voor een knuffel. Kinderen die in aanraking komen met chronische pijn zien dat dat hun ziekte anders is. Een knuffel zal niet direct helpen om minder die pijn te voelen. Dit is vervelend voor hen. Door middel van de boeken hebben ze door dat chronische pijn anders is dan andere ziektes, maar dat het niet erg is om anders te zijn.

Pijn als onderwerp

Kinderen hebben geen schaamtegevoel en stellen directe vragen aan de omgeving. "Mama, waarom zit die vrouw in een rolstoel?"

Waarom heb je over het onderwerp pijn geschreven?

Omdat er nog geen kinderboeken geschreven zijn over chronische pijn. Ik vind het belangrijk dat deze informatie ook voor kinderen te verkrijgen is. Kinderen kunnen in allerlei situaties te maken krijgen met deze ziekte en het is van belang dat ze weten hoe ze er op kunnen reageren.

Is het een bewuste keuze om je kinderboeken half september te laten verschijnen? En waarom?

Ja, het is een bewuste keuze. De Week van de Pijn start 25 september en mijn boeken sluiten aan op de thematiek rondom die week. Het is de eerste editie van de Week van de Pijn, dus ik ben benieuwd. Het is mooi dat de aandacht voor deze ziekte er is tijdens de Week van de Pijn, maar het heeft ook een nadeel. Het is vervelend dat we er aandacht aan moeten geven, want het is niet leuk om te horen dat er zoveel onbegrip is. In Nederland lopen wij erg achter als je kijkt naar de informatie die beschikbaar wordt gesteld. Amerika loopt ver voor op ons, omdat zij die informatie wel naar buiten brengen. Het is erg leuk om te merken dat zij op 1 november de gebouwen oranje kleuren, want het is dan de dag van het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS).

Hoe komt het dat in Nederland er minder aandacht voor dit onderwerp is?

In Nederland is het een politiek probleem. Het is recent bij de politiek ter sprake gekomen en het kost veel geld om dit probleem aan te pakken. Daarnaast is er niet veel informatie bekend bij de samenleving, waardoor eerst informatie moet worden gegeven en dan pas wordt er aandacht gegeven aan het aanpakken van het probleem.

Wat is het beeld van kinderen bij deze ziekte?

Kinderen zijn goed in het observeren van mensen en gedragingen. Ze hebben geen schaamtegevoel en stellen directe vragen aan de omgeving. ‘Mama, waarom zit die vrouw in een rolstoel?’ Maar bij het zien van een persoon met chronische pijn is dat niet zichtbaar voor de buitenwereld.

Verschil en doelgroep

Het boek voor kleuters kun je wat betreft illustraties vergelijken met Nijntje. Bij de oudere doelgroep staat er meer tekst

Je boeken Au! en Altijd pijn gaan beide over hetzelfde onderwerp. Wat is het verschil tussen deze boeken?

Het leeftijdsverschil is het enige verschil tussen de twee boeken. Het ene boek is bedoeld voor kleuters, waarbij de er meer aandacht wordt gevestigd op de illustraties. Daarentegen wordt in het andere boek meer gefocust op de tekst en het educatieve gedeelte. Er zijn diepere lagen in te vinden en emoties worden uitvoeriger besproken. De vraag die centraal staat is: ‘Waarom heb ik pijn en hoe kan ik hier mee omgaan?’ In beide boeken wordt aangegeven dat anders zijn niet erg is en dat je je daar niet voor hoeft te schamen.

Wat is de redenen dat je in Au! zwart wit illustraties hebt en in Altijd pijn gekleurde illustraties?

Simpelweg omdat het te duur werd om alles in kleur te doen. Ik heb nagedacht over welke illustraties ik wel in kleur wilde doen. Het is een serieus boek en ik vind het wel mooi als er ook tegenkleuren zijn. Het boek voor kleuters kun je wat betreft illustraties vergelijken met Nijntje, want daar zijn de illustraties in de meerderheid. Bij de oudere doelgroep staat er meer tekst in en hebben de illustraties een ondersteunende functie.

Zou je, naast deze doelgroepen, dezelfde informatie willen schrijven voor andere leeftijdscategorieën?

Ik zou het leuk vinden, maar denk niet dat het nodig is. Het boek voor de oudere doelgroep kunnen kinderen van 12 à 13 jaar ook lezen. Ik ben van mening dat je sommige boeken je hele leven lang kan lezen.

Toekomst

Voor de ouders is het ook een handig hulpmiddel, want zij gebruiken deze boekjes om de informatie uit te leggen aan de kinderen

In je boek Au! schrijf je over musicalles. Zelf heb je ook op toneelles gezeten. Zitten er nog meer autobiografische delen in je boeken?

Nee, het is absoluut niet autobiografisch. Ik ben zelf een pijnpatiënt, maar dat is het enige wat autobiografisch is. De keuze voor musicalles komt voort uit de talentenshows, zodat de kinderen zich binnen hun belevingswereld kunnen identificeren. Een leuk feit is dat de illustraties een beetje te vergelijken zijn met mij. Dit is niet mijn insteek, omdat ik wil dat iedereen zich met het verhaal kan identificeren.

Heb je naast de categorie kinderen nog andere specifieke doelgroepen gekozen om de informatie aan te geven?

Ja, ik zou het mooi vinden om mijn boeken en informatie te leggen in wachtkamers en ziekenhuizen. Lezingen geven lijkt mij ook een mooie gelegenheid om de informatie door te geven. Het doel is niet om geld te verdienen, maar om begrip te creëren voor deze ziekte. Scholen spelen ook een belangrijke rol, want zij voeden de kinderen deels op. Zij zijn op die momenten dan ook verantwoordelijk voor de informatie rondom de maatschappelijke onderwerpen. Voor de ouders is het ook een handig hulpmiddel, want zij gebruiken deze boekjes om de informatie uit te leggen aan de kinderen.

Wil je nog meer boeken schrijven?

Ik ben al bezig met het uitgeven van een nieuw boek. Ik hou jullie op de hoogte!

Anniek Thumb
Anniek