01 Nesser

Håkan Nesser: Schrijven is mijn drug

8-11-2016

Silvie van der Zee interviewt de Zweedse thrillerauteur Håkan Nesser. Nesser is bekend van zijn series over politie-inspecteurs Van Veeteren en Barbarotti, maar tegenwoordig schrijft hij liever stand-alones. In Amsterdam vertelt hij over zijn nieuwste boek “De levenden en de doden in Winsford”, dat zich afspeelt in een klein dorpje in Engeland waar hij zelf heeft gewoond.

Een verhaal over Exmoor

Kun je vertellen waar je nieuwe boek De levenden en de doden in Winsford over gaat?

Het is een stand-alone, geen serie. De locatie is heel belangrijk, want het speelt zich af in Exmoor in het zuidwesten van Engeland. Ik woonde toen in Engeland, in Londen. Ik had in Londen al een boek geschreven, maar ik had een idee om een verhaal te schrijven over Exmoor, want daar zijn we geweest voor een korte vakantie. Exmoor is een ideale plek om een verhaal te schrijven, want het is ver weg en je voelt je er eenzaam. Ik was daar met mijn hond in de winter, dus er waren niet veel toeristen. Mijn mobiele telefoon werkte daar niet en de internetverbinding is slecht, dus het enige wat je daar kunt doen is een roman schrijven. Het boek gaat over een vrouw die daar gaat wonen aan de rand van het dorpje Winsford, en als lezer weet je niet waarom ze daar is. Ze verbergt iets. Ze woont in het huis waar ik ook woonde en wandelt veel met haar hond. Ze komt uit Zweden en is 55 jaar, en als lezer krijg je steeds meer te weten over waarom ze daar is en waar ze voor op de vlucht is. Daar gaat het verhaal over.

Hoe vond je het om vanuit het perspectief van een vrouw te schrijven? Was het moeilijk?

Als schrijver schrijf je altijd vanuit het perspectief van iemand anders. Je verzint personages en dan ga je in hun hoofd zitten. Dat kan een jongen van veertien zijn of een oude man van negentig, of een meisje of vrouw. Je moet in staat zijn om in iemands hoofd te kunnen gaan zitten en hopen dat jullie elkaar begrijpen en dezelfde ideeën hebben, ongeacht of je nu man of vrouw of oud of jong bent. Dit is een noodzakelijke stap die je moet nemen als schrijver. We lezen boeken die mensen uit andere landen hebben geschreven, of tweehonderd jaar geleden en we begrijpen elkaar nog steeds. Dat is waar het om gaat bij lezen: dat je andere mensen en hun levensvragen begrijpt. Daarom lezen we. Boeken verbinden mensen met elkaar.

De levenden en de doden in Winsford is een stand-alone. Ga je nog een serie schrijven of alleen stand-alones?

Nee, nooit meer een serie, dat weet ik zeker. Ik heb de Van Veeteren-serie geschreven, die bestaat uit tien boeken. En de Barbarotti-serie bestaat uit vijf boeken. Als ik nog meer boeken schrijf, zijn het zeker stand-alones. Ik ben te oud om een nieuwe serie te beginnen. Eén boek tegelijk.

04 Nesser

Onmogelijk om een exacte kopie te maken

Vind je het moeilijk om de personages los te laten als je klaar bent met schrijven?

Nee, niet echt. Ik heb het al zo vaak gedaan. De boeken zijn er ook nog, dus ik kan er altijd naar teruggaan. En als een boek wordt gepubliceerd, heb ik het waarschijnlijk al vijf of tien keer herschreven. Ik heb sommige boeken van mij ook ingesproken als audioboek en die ken ik dan bijna uit mijn hoofd als het wordt gepubliceerd. Dus dan ben ik er ook echt klaar mee, dan is het voor de lezers.

Sommige van je boeken zijn bewerkt tot tv-serie. Vind je het een eer dat je werk op tv komt?

Ja, maar voor mijn zijn de boeken belangrijker. Het is wel interessant en leuk, maar een boek is een boek en een film is een film. Ik ben verantwoordelijk voor het boek, niet voor de film. Ik hoop dat de films goed worden, maar het is iets heel anders. Ze moeten ook veel weglaten uit het boek, maar dat geeft niet. Ze moeten ook niet proberen het boek helemaal te volgen. Zolang het maar een goede film wordt, maakt het niet uit of het heel accuraat is of niet. Als je een boek leest, maak je je eigen film in je hoofd en als je het dan op tv ziet, ben je negen van de tien keer teleurgesteld. Maar als lezer moet je je goed realiseren dat het niet mogelijk is om een exacte kopie te maken van het boek.

Hond en filosoof

Werk je momenteel ergens aan?

Nee, eigenlijk niet. In Zweden is net een dik boek uit, een stand-alone, en een ander boek, dat door mijn hond is geschreven. Hij heeft zijn memoires geschreven en die heb ik vertaald. Hij was niet alleen een hond, maar ook filosoof. Maar op dit moment werk ik nergens aan. Je moet gewoon wachten. Ik heb geen haast. Als ik geen goed verhaal heb, moet ik wachten op een goed verhaal. En als dat komt, kan ik beginnen met schrijven. Maar ik voel helemaal geen druk. Dat komt met de leeftijd.

Je bent een succesvol schrijver. Hebben anderen hoge verwachtingen?

Ik wil mijn lezers niet teleurstellen, ook al hebben ze hoge verwachtingen. Je kunt beter een jaar wachten en dan iets maken dat het waard is om te lezen. En je moet voorzichtig zijn, je moet ook aan je eigen standaard voldoen en niet iets gaan schrijven wat mensen niet leuk vinden. Ik wacht gewoon op het volgende verhaal en ik zie wel.

Waar haal je je inspiratie vandaan?

Dat komt gewoon in mijn hoofd op. Gelukkig gebeurt dat automatisch. Ik heb een idee voor een verhaal en zonder er echt aan te denken blijft het even hangen in mijn hoofd. Soms gaat het weg en soms blijft het. En als dat idee blijft, dan ga ik denken: hoe moet ik dit verhaal vertellen? Waar is de locatie, wie is de hoofdpersoon? Al die ideeën komen gewoon naar me toe.

05 Nesser

Writer’s block

Is schrijven moeilijk voor je of gaat het je gemakkelijk af?

Het is moeilijk. Er zijn geen shortcuts. Het is hard werken. Je moet een verhaal bedenken, elk hoofdstuk plannen, de omgeving bepalen, over elk woord nadenken. Het is niet makkelijk. Er is geen gemakkelijk recept voor schrijven. Je moet bij je verhaal blijven en dan krijg je een writer’s block, maar dan moet je toch gewoon doorgaan. Dat is echt niet makkelijk.

Wat vind je het leukste aan schrijven?

Misschien wanneer het verhaal er al is, als je de eerste versie hebt geschreven. Dan laat ik het een maand of twee liggen en dan vergeet ik het verhaal bijna. Daarna pak ik het weer op en kan ik kleine dingen verbeteren. Je kunt je woorden aanpassen, maar het verhaal is er al en je hoeft niet bang te zijn dat het verloren gaat. Het kan alleen nog maar beter worden. Dus de eerste ronde herlezen en herschrijven, dat vind ik het leukste.

De Rosenkrantz-prijs

Krijg je leuke reacties op je nieuwste boek?

Ja, veel lezers zeggen dat dit mijn beste verhaal is tot nu toe. Ik heb in Denemarken de Rosenkrantz-prijs gewonnen voor beste thriller van het jaar. En ik heb veel goede recensies gekregen. Het verhaal speelt zich af in Exmoor en ik schrijf heel gedetailleerd, dus de mensen beseffen dat ik weet waar ik het over heb. Er zijn in Zweden leesclubjes die er naartoe zijn gegaan om te kijken hoe het daar is. Ze verbleven in de plaatselijke pub en ze maakten dezelfde wandelingen als de hoofdpersoon van het boek. Dat vonden ze heel erg leuk. Ik houd van die omgeving, het is er echt prachtig. Echt een bezoekje waard. Dus dat is een leuke reactie, dat je ervoor zorgt dat mensen erheen willen. Het boek is ook in het Engels uitgebracht en de mensen in het dorp kenden me, want ik heb het boek daar geschreven. Ik ben toen teruggegaan naar Winsford en iedereen uit het dorp kwam, en mijn uitgevers uit Londen ook. Die mensen vonden het heel erg leuk om over hun eigen dorp te lezen.

Hoe ben je ooit begonnen met schrijven?

Dat was toeval. Ik las veel, maar mijn eerste boek kwam pas uit toen ik 38 was. Ik ben begonnen met schrijven omdat ik tijd had, en daarna zat ik er helemaal in. Ik dacht: wauw, dit is net als lezen, maar dan nog leuker. Toen realiseerde ik me dat schrijven mijn drug is.

Is er iets dat je nu weet, maar had willen weten toen je begon met schrijven?

Het is goed om te weten, voor elke schrijver, om niet te jong te beginnen. Als je net begint en je op je 22e al succesvol bent, dan is het succes ondragelijk. Dan denk je: nu moet ik hier de komende veertig jaar van kunnen leven. Dat zorgt voor veel stress. Maar ik was al bijna veertig toen mijn eerste boek uitkwam, dat ik schreef toen ik nog lesgaf. Daar heb ik geen spijt van. De boeken zijn anders en sommige verhalen zijn makkelijker te lezen dan anderen, maar dat moet ook. Je wordt natuurlijk steeds beter, maar bij elk boek heb ik mijn uiterste best gedaan.