Willem liefde zee header
Interview

Willem Frederik Erné over Van de liefde en de zee: “In tijden van oorlog is er een enorme wil om lief te hebben”

Door: Natasja Bijl
03-05-2019

Tachtig jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog brengt auteur Willem Frederik Erné zijn roman Van de liefde en de zee uit, geïnspireerd op het leven van koopvaardijman Koos Siemelink. Hij is, als eerste machinist op het ss Padong, op volle zee als de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvallen. Daarmee is het thuisfront onbereikbaar geworden. Hij wordt samen met zijn bemanning gedwongen in de konvooien tussen Liverpool en Canada te varen, voortdurend belaagd door de Kriegsmarine en de Luftwaffe. Intussen worden Koos’ vrouw Marianne en hun twaalfjarige zoon Gerhard, samen met alle andere Nederlanders, door de Duitsers overheerst en verdwijnt Gerhards joodse vriendinnetje Rebecca.

Van de liefde en de zee is een prachtig boek over vergeten oorlogshelden, over een stuk geschiedenis waar maar weinig mensen weet van hebben. Tevens is de schrijver erin geslaagd om, met de oorlog op de achtergrond, in te zoomen op zowel de pijn als het kleinmenselijk geluk van de liefde die juist in moeilijke omstandigheden gevierd dient te worden.

Willem, het is bijna een jongensboek geworden, zo avontuurlijk. Hoe kwam je op het idee?
“Dit verhaal vindt zijn oorsprong in de familiegeschiedenis van mijn vrouw; Koos Siemelink was haar overgrootvader. Hij werd in 1940, net als alle 18.500 bemanningsleden van de 640 Nederlandse koopvaardijschepen, in één klap tot frontsoldaat gebombardeerd. Een groot deel van deze mensen heeft Nederland nooit teruggezien. Marguerites opa wel, zij het zwaar getraumatiseerd.
Toen mijn schoonmoeder in 2017 overleed, dacht ik: en nu moet ik dit verhaal gaan schrijven. Ik wist dat mijn schoongrootvader op drie plekken is getorpedeerd; dat gegeven heeft mij op weg geholpen. Daarnaast ben ik uiteraard op onderzoek uitgegaan. Zo heb ik vijf dagen in Liverpool doorgebracht, waar ik het geluk had in contact te komen met een plaatselijke historicus. Ik had namelijk nog flink wat vragen. Zo wilde ik weten hoe het in zijn werk ging toen de Nederlandse zeelieden in Liverpool aan wal kwamen. Het bleek dat ze aan een strenge paspoortcontrole onderworpen werden. De Engelsen waren als de dood voor infiltranten. Ik heb tijdens mijn onderzoek gemerkt dat de waarheid soms ongeloofwaardig is. Alleen al die mannen die van de ene op de andere dag van huis en haard gescheiden werden en in een soort niemandsland terechtkwamen.”

Het boek begint met een scène waarin Koos samen met zijn maten tijdens een kort verlof in de wachtrij van de Wereldtentoonstelling in New York staat, op 27 april 1940. Die scène ademt een en al hoop uit. Waarom ben je het boek zo begonnen?
“Ik wilde beginnen op een plek die een belofte in zich draagt, de wereldtentoonstelling; een stap in de toekomst. Wat dat betreft was Amerika vooruitstrevend, zeker voor een stel Hollandse knapen uit de polder. Die sfeer van verwondering, misschien zelfs wel verbijstering, wilde ik beschrijven. Wat moeten die bezoekers destijds wel niet gevoeld hebben! Voor het eerst zagen ze een robot, de mechanisatie van de landbouw, airconditioning, televisie. Ze konden hun ogen niet geloven. De stad van de toekomst, building the world of tomorrow. Nog geen paar dagen later kreeg ‘tomorrow’ een geheel andere betekenis en was het kiezen of delen. Een gevangenisstraf van vier jaar of met gevaar voor eigen leven op zee blijven. Omdat men in eerste instantie dacht dat de oorlog wel snel voorbij zou zijn, koos hij meestal voor dat laatste. Bij nader inzien was die vier jaar in het gevang een veel veiliger optie geweest.”

"Ik wilde beginnen op een plek die een belofte in zich draagt, de wereldtentoonstelling; een stap in de toekomst. Wat dat betreft was Amerika vooruitstrevend, zeker voor een stel Hollandse knapen uit de polder."

Er is een tweede verhaallijn, die van Gerhard, de zoon van Koos en zijn echtgenote. Wist je meteen dat je er een tweesporenroman van wilde maken om ook de impact van de Duitse bezetting in Nederland te schetsen?
“Ja, alleen het verhaal van Koos leek me onvoldoende. Bovendien is de verhaallijn van Gerhard natuurlijk minstens zo aangrijpend. Een jongeman, met hoge cijfers geslaagd voor het gymnasium, kansen voor het grijpen. En dan breekt de oorlog uit; een enorme streep door de rekening. Als musicus heb ik de dreiging en onrust ingeluid door Gerhard een pianoconcert in Tivoli te laten bijwonen. Mozarts eerste pianoconcert in mineur, alsof hij de oorlog voorvoeld had en vanaf maat één tot uitdrukking had willen brengen. Diezelfde avond nog hoort Gerhard het oorverdovende geluid van laag overkomende vliegtuigen, een knal, een explosie. Luchtafweergeschut. Het is 10 mei 1940, Utrecht houdt haar adem in, het is oorlog!”

Het is me opgevallen dat je de liefde tot een belangrijk thema hebt gemaakt. Vanwaar die keuze?
“Van mijn moeder heb ik begrepen dat er juist in de oorlog veel werd gevreeën en gelachen. De mensen die dit lezen zullen misschien van mening zijn dat ik de boel romantiseer. Toch geloof ik wel dat als alles wegvalt, als je veel dingen niet meer mag en er continu dreiging heerst, het de kern is die overblijft; dat wat er echt toe doet. Koos Siemelink vindt een liefje in Liverpool, zoon Gerhard krijgt zijn eerste zoen en Koos’ vrouw Marianne houdt er zelfs een geheime lesbische liefde op na. In tijden van oorlog is er een enorme wil om lief te hebben.”

Van de liefde en de zee

Koos Siemelink is op zee wanneer de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvallen. Van de liefde en de zee vertelt zijn verhaal en dat van zijn vrouw Marianne, hun zoon Gerhard en hun naasten. Koos, eerste machinist van het ss Padong, bezoekt eind april 1940 de wereldtentoonstelling in New York, waar hem een hoopvolle blik in de toekomst wordt geboden. Op 10 mei echter, als hij weer op volle zee is, vallen de Duitsers ons land binnen. Thuis is onbereikbaar geworden en Koos wordt gedwongen te dienen in de konvooien tussen Liverpool en Canada, voortdurend belaagd door de Kriegsmarine en de Luftwaffe.
Intussen zijn in Utrecht Koos' vrouw Marianne en zoon Gerhard (12) onder Duitse heerschappij gekomen en verdwijnt Gerhards joodse vriendinnetje Rebecca.

Natasja Bijl
Natasja Bijl