Interview

Illustrator van de maand februari: Aart Jan Venema

4-2-2019
Aart Jan Interview Header

Omdat ze de wereld een beetje liever kleuren. Omdat ze gouden randjes aan de verhalen geven. Omdat de tekeningen sprookjes op zich zijn. Daarom iedere maand een podium voor illustratoren.

Wat beweegt ze, waar zijn ze trots op, wat inspireert ze? Deze maand Aart-Jan Venema.
Aart-Jan werkt en woont in Den Haag. Hij houdt van avonturen, boeken, futuristische wetenschap en obscure geschiedenis. In de illustraties van Aart-Jan Venema is veel te ontdekken. In een bos wordt hout verzameld om vervolgens een vuurtje mee te stoken. Een man zit verkleumd tegen een boom aan, terwijl een andere bedolven ligt onder de sneeuw. Dieren kijken nieuwsgierig toe en rechts in het hoekje zien we een jolige sneeuwman met een pet op. Dit zit allemaal in slechts één illustratie. Net als renaissanceschilder Jeroen Bosch, gebruikt ook illustrator Aart-Jan Venema zijn wilde fantasie om zijn werk vol details te stoppen. “Ik verzin graag werelden waarin figuren moeten dealen met maffe natuur en objecten die ik heb verzonnen. Vaak pak ik dingen uit allerlei stijlen, landen en families en die gooi ik net zolang door elkaar totdat er iets nieuws ontstaat.”

Wie is Aart-Jan Venema?
“Ik ben illustrator, 32 jaar en afgestudeerd aan de HKU in Utrecht in 2012. Ik werk voor veel Nederlandse dagbladen en tijdschriften, maar ook in het buitenland voor publicaties als the New York Times, Zeit en the Guardian. Daarnaast is onlangs mijn eerste kinderboek gepubliceerd bij Cicada Books in Londen.”

Aart Jan Foto 1

Op welke illustraties (boeken) bent u het meest trots en waarom?
“Dat moet mijn eerste boek Night Windows zijn wat eind vorig jaar is uitgekomen. Ook te koop via bol.com!”

Waardoor en/of door wie wordt u geïnspireerd?
“Ik houd erg van klassieke Nederlandse schilders als en Pieter Brueghel. Zij maken hele gedetailleerde scenes die zowel over het dagelijks leven, als wel over een compleet idiote situatie kunnen gaan. In mijn tekeningen laat ik ook graag veel zien in één beeld en vind ik het leuk als er veel te ontdekken valt. Daarnaast houd ik van series als als Twin Peaks, the Wire, Firefly, en the Walking Dead. Series die een heel eigen wereld neerzetten, met ruimte voor gekke details of rare humor. Hetzelfde geldt voor de boeken van Murakami. Ik hoop dat ik ooit zelf een graphic novel kan maken die eenzelfde soort rare maar geloofwaardige realiteit kan neerzetten.”

Heeft u een favoriete kleur?
“Ik kies vaak voor een kleur rood, blauw en geel, en door die te combineren maak ik de andere kleuren in mijn palet. Ik heb niet echt een favoriet, maar als ik geen kleur mag gebruiken voel ik me wel onthand.”

Welke techniek gebruikt u het liefst?
“Het leukst vind ik om met acryl en inkt op papier te werken, maar meestal is daar geen tijd voor en probeer ik dezelfde losse stijl te hanteren in Photoshop, dus digitaal. Ik zorg altijd voor een goede en duidelijk schets, zodat ik me alleen nog maar op de uitwerking hoef te focussen tijdens het maken van het eindbeeld.”

Aan welke voorwaarden moet een tekening wat u betreft voldoen?
“Het is belangrijk dat er genoeg gebeurt op een tekening. Hij hoeft niet propvol, maar als ik een hele hoek over heb verzin ik graag een leuk detail. Ik voel eigenlijk altijd wel aan of een tekening goed is of niet. Als hij me een dag na het maken niets doet, gaat dat ook niet meer komen. Ik vind het belangrijk dat ik mezelf ook blijf verrassen. Als ik een tekening maak zonder nieuwe dingetjes te proberen, voel ik mezelf daar niet goed bij. Ik ben blij als ik mezelf heb kunnen verrassen met een nieuwe manier om een object te tekenen of een achtergrond in te kleuren. Als ik naar andermans werk kijk, word ik altijd blij als ik niet exact weet hoe iets gemaakt is. Als ik lijnenwerk zie waarvan ik denk: ‘wauw, dat ie dat durft. En het werkt nog ook!’”

Aart Jan Foto 2

Hoeveel tekeningen maakt u om tot het eindresultaat te komen?
“Ik schets vrij veel, totdat de compositie helemaal in orde is. Daarna maak ik de tekening in één of twee keer. Ik vind het belangrijk om met een vrije hand te kunnen tekenen, en door het uitgebreide schetsen is het ‘tekenen’ op zich het enige waar ik op hoef te focussen bij het uitwerken. Daarbij vind ik het niet erg als er een foutje of onvolkomenheid insluipt. Ik vind het ook prettig om te experimenteren met manieren om, bijvoorbeeld, een stoel, hoofd, of bos bloemen te tekenen, en ik geef mezelf graag de ruimte om wat dingen te proberen.”

Welke boek maakte op u als kind de meeste indruk?
“Ik zag dat Jeroen vorige maand voor Donald Duck-tekenaar Carl Barks ging, en dat herinnerde me aan mijn favoriete Duck-tekenaar Don Rosa. Vooral zijn serie Het leven van Oom Dagobert heb ik helemaal stuk gelezen. Wat dat onderscheidde van veel andere Donald Duck verhalen, is dat hij ontzettend veel oog voor detail heeft, en vaak gebeuren er op de achtergrond nog allemaal kleine verhaaltjes die je in eerste instantie helemaal niet doorhebt.”

Wat is uw grootste wens met betrekking tot de toekomst van het kinderboek?
“Ik hoop dat er (vooral binnen Nederland) wat meer financiële waardering voor komt. Iedereen vindt het hartstikke leuk, maar als je gaat uitrekenen wat de gemiddelde kinderboekentekenaar verdient, is het wel een beetje schrikken.”

Welke illustrator mag volgende keer bovenstaande vragen beantwoorden en waarom?
“Ludwig Volbeda, die de afgelopen jaren de mooiste boeken maakt. Z’n laatste boek Fabeldieren (geschreven door Floortje Zwigtman) krijgt gelukkig een hoop aandacht en prijzen. Als ik die tekeningen zie, word ik een beetje jaloers, en dat is altijd een goed teken.”

Night Windows

Je aanpassen aan een nieuwe stad is lastig. Wanneer een jongetje van het plattenland naar de stad verhuist, lijkt iedereen rondom hem onaardig. Alleen en met heimwee gaat hij op een bankje buiten zijn nieuwe appartementenblok zitten en kijkt hij naar het drukke stadsleven dat zich afspeelt achter de verlichte ramen.