Header Anna Woltz
Header Anna Woltz
Interview

Anna Woltz schreef het Kinderboekenweekgeschenk: ''Dat is ongeveer de hoogste eer in Kinderboekenland''

11-10-2019

Voor de 65ste editie van de Kinderboekenweek heeft Anna Woltz het Kinderboekenweekgeschenk geschreven. Haar boek Haaientanden draait om de elfjarige Atlanta, die het plan heeft opgevat om in 24 uur rond het IJsselmeer te fietsen. Maar haar plan loopt meteen mis als zij na vijf kilometer op Finley botst. Hij is een geheimzinnige jongen die zegt dat hij van huis is weggelopen. Hij heeft helemaal niks meegenomen, alleen in zijn zak zitten twee haaientanden.

Hoe ben je op idee voor het Kinderboekenweekgeschenk gekomen?
‘’Zelf houd ik heel erg van wandelen, maar voor een boek gaat wandelen heel langzaam. De omgeving verandert dan ook bijna niet. Ik had al heel lang het idee in mijn hoofd; wat zou er nou gebeuren als je gewoon door blijft wandelen, hoe ver zou je dan komen? Dat is misschien eigenlijk wel de oorsprong van Haaientanden. Ik had als kind al een fantasie; wat gebeurt er als je gewoon doorgaat. Hoe lang kan je dat volhouden?’’

Wat maakt het schrijven van het Kinderboekenweekgeschenk zo bijzonder?
‘’Het bijzondere aan dit boek is dat het natuurlijk het Kinderboekenweekgeschenk is. Al mijn andere boeken waren niet in opdracht, deze wel. Het wordt aan je gevraagd om het Kinderboekenweekgeschenk te schrijven. Dat is ongeveer de hoogste eer in Kinderboekenland. Dat is fantastisch maar tegelijkertijd ook doodeng. Terwijl je het schrijft, ben je je er van bewust dat het door zo ongelooflijk veel mensen gelezen gaat worden.’’

Hoe verliep het schrijven van het boek?
‘’Ik heb maandenlang in de tuin gezeten in de zomer, want ik moest een verhaal bedenken. Er is een keiharde deadline, het moet binnen een paar maanden klaar zijn. Elke dag dat het niet lukte om een verhaal te verzinnen voelde als verspilde tijd. Tot er opeens een soort kant en klaar idee uit mijn hoofd tevoorschijn kwam. Voordat ik begon met schrijven heb ik ook zelf de fietstocht van Finley en Atlanta gemaakt. Dat leek mij echt essentieel om helemaal zelf te voelen hoe dat is; om te kunnen beschrijven hoe het IJsselmeer glinstert in de zon en hoe de zeemeeuwen krijsen. Bij de laatste dertig kilometer die ik fietste, nadat ik al tachtig kilometer had afgelegd, had ik ongelooflijke zware wind tegen. Dat was echt loodzwaar. Tijdens die laatste kilometers heb ik overwogen om te stoppen, ik kwam bijna niet vooruit. Maar dat was zo goed voor het boek. Ik moest die klassieke uitputting ook kunnen beschrijven.’’

Hoe blij was je toen het boek af was?
‘’Heel blij en heel opgelucht dat het gelukt was, maar ook heel tevreden. Ik ben zelf echt blij met het boek. Dat is natuurlijk niet sowieso het geval. Bij een boek dat je in opdracht schrijft, moet op een gegeven moment klaar zijn. Ik hou ervan om heel lang te schaven aan een verhaal en heel lang te herschrijven en dat heb ik gelukkig ook kunnen doen. Voor mij was het spannendste dat dit het eerste boek is dat ik schrijf sinds de geboorte van mijn zoon. Het was heel spannend om daar weer mee te beginnen.’’

Waarom wilde jij het Kinderboekenweekgeschenk zo graag schrijven?
‘’Ik weet niet of er in de geschiedenis ooit een schrijver 'nee' heeft gezegd toen hem of haar werd gevraagd het kinderboekenweekgeschenk te schrijven. Het is sowieso een fantastische vraag. Het is natuurlijk ook gewoon fantastische aandacht voor je eigen boeken. En het is een kans om mensen niet over je te laten horen, maar ze te laten zien wat voor boeken je schrijft. Ik denk dat Haaientanden echt een goed voorbeeld is van de boeken die ik schrijf.’’

Jij bent zelf ook opgegroeid met boeken, in welke mate heeft dat jou gevormd?
‘’In heel grote mate. Boeken hebben mij een manier gegeven om mijn leven door te brengen. Ik vind het geweldig om schrijver te zijn, ik ben ongelooflijk blij dat ik iets heb gevonden wat ik zo leuk vind om te doen en waar ik tegelijkertijd mijn geld mee verdien. Ik wilde vanaf mijn twaalfde schrijver worden en het is dus echt gelukt om mijn droom te verwezenlijken. Dat is natuurlijk prachtig. Lange tijd heb ik me afgevraagd of het wel zou lukken om mijn brood te verdienen met schrijven. Boeken van mij worden verfilmd en in 18 verschillende talen vertaald. Ik had nooit durven dromen dat het zo goed zou gaan. Zo voelde het schrijven van het kinderboekenweekgeschenk als iets totaal onbereikbaars.’’

Wist jij al van jongs af aan dat je je wilde richten op kinderboeken?
‘’Dat is eigenlijk heel onopgemerkt zo gekomen. Ik had op mijn twaalfde een idee voor een boek, welke uiteindelijk ook mijn eerste boek is geworden. Als je twaalf jaar bent is dat natuurlijk een kinderboek. Toen ik student was dacht ik er wel over na om over te stappen naar boeken voor volwassenen, maar nu ben ik er van overtuigd dat kinderboeken niet kinderachtig zijn. Ze zijn in de eerste plaats voor een andere doelgroep, hoewel ik vind dat heel veel kinderboeken ook heel geschikt zijn voor volwassenen en ze belichten een ander stuk van het leven. Maar helemaal niet zozeer een simpeler of kinderachtiger stuk van het leven.’’

Wat vind je zo leuk aan deze doelgroep?
‘’Kinderen vind ik vaak veel spannender dan volwassenen. Volwassenen hebben geleerd om zich aan conventies te houden en redelijk beleefd tegen elkaar te zijn. Als ik een dag lang schoolklassen bezoek, krijg ik in elke klas wel weer een hele verrassende vraag of opmerking waardoor ik weer op een andere manier naar de wereld ga kijken. Boeken zelf maken je wereld ook zo ontzettend veel groter.’’

Wat was jouw eigen favoriete kinderboek?
‘’Ik hield heel erg de boeken van Astrid Lindgren, zoals Ronja de Roversdochter en De gebroeders Leeuwenhart. Dat blijven echt favoriete boeken. Ik vind haar zo’n fantastische schrijfster. Wat ik in haar heel erg waardeer en wat ik zelf ook probeer te doen is dat zij kinderen heel erg serieus neemt. Daarnaast weet ze heel goed wat kinderen leuk vinden.’’

Wat was je gaan doen als je geen schrijfster was geworden?
‘’Ik denk dat ik het onderwijs in zou zijn gegaan. Ik had een geschiedenisdocent op de middelbare school die heel ouderwets verhalen vertelde. Door hem ben ik ook geschiedenis gaan studeren. Door hem heb ik me gerealiseerd dat de geschiedenis vol zit met prachtige verhalen. Het is het plan dat mijn volgende boek weer een historisch boek wordt.’’

Hoe zou jij jezelf omschrijven als schrijfster?
‘’Wat ik absoluut probeer is om boeken te schrijven die voor echt veel kinderen het lievelingsboek kunnen worden. Dus boeken die spannend zijn, een beetje romantiek zit er vaak in en ergens op de eerste bladzijde worden er een paar geheimen gesuggereerd die pas halverwege het boek uitkomen. Tegelijkertijd wil ik ook boeken schrijven met een diepere laag erin. Het is mijn streven om kinderboeken te schrijven die kinderen heel fijn vinden om te lezen en waarvan volwassenen ook zeggen dat het goede boeken zijn.’’

Je hebt al verschillende prijzen gewonnen, Mijn bijzonder rare week met Tess is verfilmd en Gips verscheen als jeugdserie op televisie. Wat wil je nog meer?
‘’Eigenlijk op het gebied van erkenning niet veel meer. Maar dat is ook juist heel fijn, want in de allereerste plaats gaat het mij om het verhalen verzinnen en boeken schrijven. Al is die franje daaromheen ook wel leuk. Toen ik bijvoorbeeld nog nooit een Griffel had gekregen, dan wel zilver of goud, merkte ik dat ik steeds liever zo’n prijs wilde winnen. Ik verlangde na een tijd toch wel naar die erkenning. Maar het heeft ook iets heel rustigs als je dat op een gegeven moment los kan laten. Voor mijn gevoel kan ik nu juist weer echt terug naar de basis. Toen ik begon met schrijven was het alleen mijn wens om gewoon verhalen te vertellen. Die vrijheid heb ik nu juist weer terug.’’

Pics Art 09 05 02 58 44
Esmee Hendriks