Header Boris O  Dittrich
Interview

Interview Boris O. Dittrich

22-05-2018

Boris Dittrich schreef dit jaar het Geschenkboek voor de Spannende Boeken Weken 2018. De thrillers van de voormalige politicus Dittrich worden geprezen om zijn beeldende beschrijvingen en gelaagde personages. Dittrich neemt het stokje over van de Zuid-Afrikaanse thrillerauteur Deon Meyer die in 2017 het Geschenkboek De vrouw in de blauwe mantel schreef, dat in een oplage van 350.000 exemplaren uitkwam. De Spannende Boeken Weken lopen van woensdag 6 t/m zondag 24 juni 2018. In die periode geeft de (online) boekhandel BARST, het Geschenkboek van Dittrich, cadeau aan haar klanten bij besteding van minimaal € 12,50 aan Nederlandstalige boeken.

‘In BARST staat een moord centraal en grenzeloze ambitie rond een populair tv-programma. Ik heb geprobeerd een toegankelijk en spannend boek te schrijven, waardoor hopelijk nog meer mensen geïnspireerd raken om Nederlandse spannende boeken te gaan lezen.’

Tijdens jouw politieke carrière toonde je reeds een grote liefde voor boeken toen je samen met Femke Halsema en Jeltje van Nieuwenhoven de initiatiefwet schreef voor de Wet op de Vaste Boekenprijs*.

De tot dan toe vaste afspraak die er was, werd beschouwd als oneigenlijke concurrentie door de politiek in Europa. Paars 2, de toenmalige regering, vond dat we Europa moesten volgen. Rick van der Ploeg was op dat moment staatssecretaris voor cultuur en media en steunde dat besluit. Aad Nuis, zelf zeer begaan met het boekenvak toen hij nog staatssecretaris was, benaderde mij met het nadrukkelijke verzoek de Wet op de Vaste Boekenprijs te introduceren omdat we anders een situatie zouden krijgen zoals in België of in Zweden waar geen vaste boekenprijs is en de meeste boekhandels inmiddels zijn verdwenen en je bestsellers bij de supermarkt kan krijgen, maar waar geen ruimte meer is voor poëzie en jonge auteurs. Cultuur gaat mij erg aan het hart. Ik heb altijd veel gelezen en in die tijd koesterde ik reeds het verlangen zelf te schrijven. Dat deze wet er moest komen, was voor mij evident. Daarbij wilde ik laten zien dat ook een fractievoorzitter voor cultuur moet en kan staan. Met name in de Eerste Kamer was het nog een hele klus om dit, toch wel technische wetsvoorstel, er doorheen te krijgen. De VVD was tegen, met name omdat ze vonden dat de vrije markt zijn werk moest doen en dat een kwetsbaar cultuurgoed als het boek niet beschermd hoefde te worden. Maar zoals je weet, is het uiteindelijk gelukt in 2005.

Vervolgens debuteerde je met jouw eerste thriller in 2011.

Eerder publiceerde ik enkele non-fictie boeken over de politiek en over mensenrechten van met name seksuele minderheden. Maar fictie trok me veel meer. De vrijheid om te kunnen schrijven, zonder al die noodzakelijk voetnoten. Ik ben een verhalenverteller, ik wil mijn fantasie kunnen gebruiken. De werkelijkheid van non-fictie geeft te veel kaders.

En vanwaar dit genre?

Dat heeft vooral met mijn achtergrond als strafadvocaat en als strafrechter te maken. In vijftien jaar tijd heb ik veel meegemaakt. Vanwege mijn werk in de meervoudige kamer** van de strafkamer kwam ik veelvuldig in aanraking met ernstige moordzaken. Als rechter-commissaris verhoor je veel verdachten. Ik heb een grote interesse in mensen, wat drijft ze tot een bepaalde handeling? Er kwamen zoveel bizarre verhalen op me af, waarvan ik tóen al dacht ‘iemand moet dit opschrijven’. Soms komen er flarden van zaken in mijn boeken terug, maar nooit als geheel. Ik gebruik ze als bouwstenen.

"Voor mij als auteur gaan de boodschap en het verhaal overigens hand in hand."

Jouw schrijfstijl is vloeiend, zeer aangenaam. Je wordt geroemd om de levensechte personages die je opvoert. Hoe heb je je dit eigen gemaakt?

Ik heb altijd al willen schrijven. Toen ik eindexamen deed, moest ik voor zowel Engels als Nederlands een opstel schrijven. Achteraf kwam de leraar Engels naar me toe en zei: ‘Dit is fantastisch. Jij moet schrijver worden.’ Dat was geweldig, ik herinner me het nog zo goed. Vervolgens ben ik heel andere dingen gaan doen, maar in de vakken die ik heb uitgeoefend, speelt schrijven, taalgebruik en verhalen vertellen een grote rol. In mijn werk bij Human Rights Watch ben ik ook voortdurend bezig met het verpakken van mijn boodschap in een goed verhaal dat mensen boeit en bij ze blijft. Voor mij als auteur gaan de boodschap en het verhaal overigens hand in hand. Het een is niet belangrijker dan het ander. Maar een boek een maatschappelijke relevantie geven, ja, dat vind ik wel belangrijk.

Een van die maatschappelijk relevante thema’s in Barst is grenzeloze ambitie. Jij was het meest productieve Tweede Kamerlid sinds 1838. Je boeken worden gelauwerd. In alles wat je doet, ben je vlijtig. In hoeverre voel je je verwant met dit onderwerp?

Ja, ik heb veel gedaan. Waar ik voor het boek met name interesse in had, was hoe televisie mensen kan manipuleren om mensen dingen te laten doen waar ze zelf op voorhand niet over hadden nagedacht omdat ze beroemd willen worden, op tv willen komen, roem willen vergaren. Neem die Barbie-affaire (Samantha de Jong uit Oh Oh Cherso die uiteindelijk een zelfmoordpoging deed, op de hielen gezeten door haar reality TV programma). Fascinerend. Voor je het weet ben je een speelbal van de televisiebazen die helemaal niet geïnteresseerd zijn in iemands welzijn. Ze willen kijkcijfers, reclame-inkomsten.

Wat heeft dit met jouw eigen grenzeloze ambitie te maken?

Als ik op mijn eigen carrière terugkijk heb ik ook dingen gedaan uit ijdelheid waar ik achteraf spijt van heb. Toen het heel slecht ging met D66, toen we nog maar een zetel hadden, heb ik me laten verleiden om in een tv-show van Veronica te komen praten. Ik dacht dat het goed zou zijn om als fractievoorzitter te laten zien dat wij er ook nog zijn, als partij. Maar het was verschrikkelijk. Ze vroegen me in een ja of nee-spel of ik dacht dat Wouter Bos homo was. Ik weigerde te antwoorden en kon wel door de grond gaan. Ik had zoveel spijt dat ik daar was op dat moment. Daar komt mijn fascinatie vandaan. Wáárom ga je dan toch daar zitten, op dat podium? In Amerika stuitte ik op het programma American Idol. Al die mensen die zo geweldig mooi kunnen zingen, maar voor de camera moesten ze wel hun verhaal vertellen. Het ene verhaal nog schrijnender dan het andere. En vervolgens las je ergens dat kandidaten waren geschorst omdat ze hadden gelogen over de ernst van de situatie of omdat bleek dat ze een strafblad hadden. Dát heeft mij mede geïnspireerd voor Barst

"In het vliegtuig terug had ik 13 uur om na te denken en bood dit verhaal zich weer aan in mijn gedachten en ik besloot: het verhaal begint met een lijk in het Vondelpark. Een klein eerbetoon ook, aan het zware werk van de politie. En aan Maya. Ik wilde twee verhalen samen laten smelten."

Normaal gesproken verrast de directeur van de CPNB de auteur die het geschenk mag schrijven, maar in jouw geval, met al jouw reizen was dat misschien wat lastiger?

Ik zat in een restaurant in China, ik had net een rapport gepresenteerd en een persconferentie gegeven voor Human Rights Watch en ging wat eten in een restaurant. Ik was alleen. Ik hou er niet zo van als mensen op hun telefoon in een restaurant kijken, maar ik moest lang wachten… ik mocht van mezelf kijken en zag tussen andere mailtjes een bericht van de CPNB. Een heel lang bericht. Aanvankelijk dacht ik dat het ging om een vraag inzake de Wet op de Vaste Boekenprijs, om in het comité van aanbeveling zitting te nemen. Maar verder lezende bleek de inhoud een andere boodschap te bevatten. Ik was verrast en blij. Die mail ontving ik in november. Het verhaal zou eind februari af moeten zijn. Halszaak, mijn laatste boek, was net uit gekomen en de hoofdpersoon Maya zat nog steeds in mijn hoofd. Ik was wel een beetje verliefd op haar geworden. Haar wilde ik een podium geven.

Ja, daar refereer je ook op de eerste pagina aan, aan de moord op de zwerver in Halszaak, heel subtiel.

Ja, het is een kleine hint. Verder heb ik eigen ervaringen in het verhaal verwerkt. Het begint bijvoorbeeld met een lijk dat wordt gevonden in het Vondelpark. Dat heb ik zelf meegemaakt toen ik fractievoorzitter was in Amsterdam-Zuid en rechter in Alkmaar. Ik wilde weten wat voor soort meldingen binnenkwamen bij de politie. Je krijgt als politicus rapporten van ambtenaren, maar dat is slechts een bepaalde weergave van de werkelijkheid. Ik wilde zelf ervaren wat er gebeurt op straat. Tijdens die stage ontdekte ik een lijk van een zwerver, die aan een natuurlijke dood bleek te zijn overleden weliswaar. Het was voor het eerst dat ik zoiets zag. Midden 30 zal ik zijn geweest. Het maakte diepe indruk op me. Ik dacht: ‘Als ik tijd zou hebben om te kunnen schrijven, zou ik dit gegeven willen gebruiken.’ En toen, jaren later, kwam de CPNB. In het vliegtuig terug had ik 13 uur om na te denken en bood dit verhaal zich weer aan in mijn gedachten en ik besloot: het verhaal begint met een lijk in het Vondelpark. Een klein eerbetoon ook, aan het zware werk van de politie. En aan Maya. Ik wilde twee verhalen samen laten smelten.

Een ander thema is homoseksualiteit zoals in eerdere boeken van jouw hand. Je hebt weleens gezegd dat er nog altijd te weinig boeken zijn met LHBT’s in de hoofdrol. Is dit nog steeds een issue, gaat het beter inmiddels?

Het is nu onvergelijkbaar met de tijd toen ik jong was. Ik smachtte naar boeken waarin ik iets van mezelf zou kunnen herkennen. Van Louis Couperus hield ik. In 'Eline Vere' of in 'Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan' kon je wel wat zaken ontwaren. Louis Couperus zou zelf homo zijn, ondanks het feit dat hij getrouwd was met een vrouw. Het was moeizaam. Nu zijn er veel meer rolmodellen. In boeken is het dan ook belangrijk om het niet extra uit te lichten, LHBT’s een slachtofferrol toe te dichten. Maya, de rechercheur die lesbisch is, bestaat gewoon. Ze is niet opvallender in haar geaardheid dan ieder ander. Ik denk dat om die reden nog nooit een lezer over deze thematiek is gestruikeld. Ze heeft geen andere issues dan ieder ander mens.

"Vanaf dat moment besloot ik zo hard mogelijk te gaan werken zodat dit nooit meer zou gebeuren."

Toch nog even terug naar die ambitie… jouw vader is gevlucht in februari 1948 met een groep medestudenten uit Praag. De communisten hadden er de macht gegrepen en als ze gebleven waren, waren ze in de gevangenis beland of geëxecuteerd. In hoeverre heeft jouw grenzeloze ambitie met jouw familiegeschiedenis te maken, met alles uit elke minuut van het leven willen halen?

Mijn vader kwam op 24-jarige leeftijd in Nederland, helemaal alleen, hij kende niemand. Wat hij bij zich droeg was een grote ambitie om hier een nieuw leven op te bouwen, hij zou niet terug kunnen keren. Het was in de tijd van het IJzeren Gordijn. Hij leerde mijn tevens zeer ambitieuze (Nederlandse) moeder kennen, werden verliefd en trouwden. In die tijd werd je als vrouw ontslagen als je ging trouwen; je nam immers de werkplek van een man in beslag en mannen waren financieel verantwoordelijk voor het gezin. Het was daarom extra belangrijk dat mijn zus en ik het goed deden, zodat mijn ouders aan de familie van mijn vader in Tsjechië konden laten weten dat ze alle reden had om trots te zijn. Reizen was nog altijd geen optie, het contact verliep per post. Het is mij en mijn zus altijd ingeprent dat we niet moesten lapzwansen en onze talenten moesten ontwikkelen. Ik ben geen psychiater, maar als ik zo terugkijk op mijn leven… De angst om te falen en voor gezichtsverlies, het past in het geheel.

Al was ik er niet eens van bewust, tijdens mijn puberteit worstelde ik met mijn seksuele oriëntatie en dat had ook zijn weerslag op mijn schoolprestaties. School interesseerde me niet meer, met als gevolg dat ik bleef zitten. Het toeval wilde dat mijn zus datzelfde jaar ook bleef zitten. De twee kinderen die altijd zo fantastisch waren, bleven nu zitten op het gymnasium. “Hoe moeten we dit nu aan de familie vertellen?” Voor mijn ouders was het rampzalig. Thuis heerste een grafstemming, we kregen alleen maar kritiek. Vanaf dat moment besloot ik zo hard mogelijk te gaan werken zodat dit nooit meer zou gebeuren.

Daar houd je littekens aan over.

Ja, dat was geen fijne tijd. Maar ik bloeide op omdat ik naar een andere school mocht, naar een Montessori school. Ik kreeg zoveel vrijheid en tegelijkertijd was er veel meer persoonlijke aandacht. Ik ontdekte het plezier dat lezen kan brengen. Die grenzeloze ambitie, ja, die is er ingepompt. Maar ik heb hem ook eigengemaakt. En dat komt terug in alles wat ik doe. Omdat ik wil voorkomen dat wat er bij ons thuis gebeurde ooit weer zal gebeuren.

Zijn de stemmen van jouw ouders nog altijd op de achtergrond aanwezig?

Ja, ik denk het wel. Misschien dat het een stem in mijn hoofd is geworden. Ik kan erg kritisch zijn op mezelf: “Goh, je hebt al anderhalf uur niet echt iets gedaan. Ga iets nuttigs doen.” Ik gun mezelf heus wel een dag in de zon met een goed boek. Dat heb ik mezelf dan ook echt toegezegd. Vandaag mag dat. Maar ik vaar er wel bij hoor, bij die afspraken met mezelf. 

“Wij zijn als bomen waar de takken vanaf worden gerukt. Ga nu maar. Je moeder en ik gaan zware jaren tegemoet. Wat een kruis heeft God ons gegeven.” 

Hoe reageerden jouw ouders op jouw seksuele voorkeur?

Och ja… dat is weer een heel ander verhaal. Slecht. Heel slecht. Dat is ook een van de redenen waarom ik het werk doe dat ik doe. Op mijn zeventiende kreeg ik na mijn examen een beurs om in Ohio te gaan studeren voor een jaar. Voor mezelf had ik besloten dat ik in dát jaar zou gaan uitzoeken wat ik nu precies voel, val ik op mannen, of op vrouwen en mannen, wie ben ik? Dat had ik met niemand verder besproken, behalve met mezelf. Het was 1974. Mijn twee jaar oudere zus woonde in die tijd nog thuis. Op een gegeven moment ontving ik een brief van mijn ouders. Ze schreven dat hun iets vreselijks was overkomen. Een drama. “Je zus heeft ons verteld dat ze lesbisch is.” Mijn moeder schreef vervolgens dat ze liever dood was nu, “want hier kunnen we niet mee omgaan. God straft ons.” Dan verandert de toon van de brief. “Maar wat fijn dat we jou nog hebben en dat jij ons kleinkinderen gaat brengen.” Ik stond daar met die brief in mijn handen. Wat moest ik doen? Ik hou van mijn ouders, wil ze uiteraard niet teleurstellen. Niet nog een keer… maar ik wil ook mijn eigen leven leiden.

In die tijd hoopte ik, tegen beter weten in, dat ik biseksueel zou zijn. Ik had nog nooit een relatie gehad met een man en met de homo’s die ik van tv kende, voelde ik me niet verwant. Ik besloot om die kant verder niet uit te zoeken. Ik kreeg op een gegeven moment een relatie met een meisje, aan wie ik vertelde dat ik dacht biseksueel te zijn, al had ik geen idee wat dat precies betekende. Ze vond dat geen probleem. Dacht ze. Ten tijde van die relatie hebben zij en ik het contact tussen mijn ouders en mijn zus helpen herstellen, maar tegelijkertijd ontwikkelden mijn gevoelens voor mannen zich steeds heviger tot mijn vriendin en ik tenslotte samen besloten een einde aan de relatie te maken, al waren we nog zo gek op elkaar. Mijn ouders vonden haar ook geweldig. We waren al jaren samen. Ze begrepen niets van de breuk. Dus moest ik op een dag naar mijn ouders en vertelde ze dat ik had ontdekt dat ik homo ben. Mijn moeder begon meteen te huilen. Mijn vader stond op. “Wij zijn als bomen waar de takken vanaf worden gerukt. Ga nu maar. Je moeder en ik gaan zware jaren tegemoet. Wat een kruis heeft God ons gegeven.”

Speelde geloof een grote rol bij jullie thuis?

Nee, helemaal niet zelfs. Ze waren Rooms-Katholiek, maar niet kerkelijk. Maar op dat moment haalde mijn vader die woorden aan. Ik werd weggestuurd. Terwijl ik naar mijn auto liep, keek ik achterom. Altijd als ik wegging, stonden mijn ouders voor het raam mij uit te zwaaien. Nu zag ik hoe mijn vader de gordijnen dichtschoof. Het was gewoon overdag.

Wat moet je je eenzaam hebben gevoeld.

Ja, dat zit heel diep. Maar ik was op dat moment al samen met mijn man, met wie ik nu al 36 jaar samen ben. Ik voelde me heel sterk, dankzij die liefde. Ik voelde me slachtoffer, maar tegelijkertijd voelde ik me ook een hulpverlener. Ik dacht: hoe kan ik het probleem voor mijn ouders kleiner maken? Uiteindelijk is het goed gekomen en heeft met name mijn moeder zich in de laatste jaren van haar leven in het woonzorgcentrum zelfs ontwikkeld als een soort activiste. Vanaf mijn coming out besloot ik dat ik me niet meer door iemand laat vertellen hoe of wie ik moet zijn. Ik ben wie ik ben. Vanuit die eigenheid opereer ik sindsdien.

"Je kunt zien dat iemand een gebroken neus heeft, dat is allemaal feitelijk."

Wat heeft die eigenheid jou nog meer gebracht?

Ik ben geen geboren politicus. Na twaalf jaar in de kamer wilde ik iets anders gaan doen. Ik ben gaan onderzoeken wat ik belangrijk vind in het leven. Mensenrechten. Ik wilde graag in New York wonen. Dat alles kwam samen bij Human Rights Watch. Dit werk, mijn werk als Advocacy Director LGBT Rights Program is mij op het lijf geschreven. Ik reis over de hele wereld en heb contact met de regeringen en parlementen om te proberen LGBT-discriminatie tegen te gaan. Vanavond reis ik naar Taiwan. Ze overwegen daar het huwelijk open te stellen voor partners van hetzelfde geslacht. Iets waar ik me hier jarenlang voor heb ingezet. “Valt de hemel naar beneden wanneer de politiek zoiets toelaat?” Dat willen ze weten. 

“Het lijkt wel alsof er steeds meer groepsgeweld tegen homo’s komt” – zo laat je Maya, de vrouwelijke rechercheur zeggen in BARST. Is dat werkelijk zo?

Nee. Het gaat beter, er is vooruitgang. Als Kamerlid heb ik er in 2006 voor gepleit dat de politie moest registreren wanneer er sprake was van homogeweld. Uit mijn tijd als strafrechter wist ik dat wanneer iemand in elkaar was geslagen en er was geroepen “jij vuile poot, homo!” er door de Officier van Justitie alleen mishandeling ten laste werd gelegd. Je kunt zien dat iemand een gebroken neus heeft, dat is allemaal feitelijk. Wat je níet kunt zien is de schade vanbinnen, de discriminatie. En dat kun je ook moeilijk bewijzen. Mijn motie is aangenomen en sinds 2006 kan de politie homogeweld apart registreren en is het zichtbaar geworden. En dat is door de media opgepikt. Zie je nu twee mannen op een brug in Arnhem lopen en ze worden in elkaar geslagen… iedereen heeft het erover. Maar dat gebeurde vóór 2006 ook. Alleen werd het toen niet vastgelegd en herkend. Ook dit heb ik getracht in BARST te verwerken, maar zonder een les te willen leren.

Ben je hoopvol gestemd?

Absoluut. Als je Nederland nu in 2018 vergelijkt met 25 jaar geleden is er enorm veel veranderd. Men kijkt niet meer op wanneer twee vrouwen trouwen. Twee zoenende mannen gaat nog te ver. Ja, zoals die reclame van Suit Supply. Maar over het algemeen is er veel meer acceptatie en daarmee is er ook minder schaamte. Het is een wisselwerking. Het is nog niet goed, er valt nog veel te winnen, maar we kunnen ons ergens aan vasthouden. Aan rolmodellen, aan acceptatie.

"Pesten is afschuwelijk, het kan letterlijk dodelijk zijn."

Heb je zelf geweld ondervonden?

Ik ben met de dood bedreigd door de Hofstadgroep. De democratie moest omver geworpen worden. Die man is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Hij is aangehouden met een doorgeladen uzi op het station van Amsterdam. Tijdens een huiszoeking troffen ze een plattegrond van mijn straat, mijn huis, de tijden waarop ik naar het station fietste om naar Den Haag te gaan. Een half jaar heb ik bewaking gehad. Daarvoor wist ik niet eens dat ik gevaar liep. In diezelfde tijd was er iemand op internet aan het roepen dat hij mij en Henk Krol wilde vermoorden omdat we homo zijn en Nederland verpesten. Die man is ook opgepakt. In die zin heb ik zijdelings iets meegekregen. Een bloedneus heb ik nog nooit gehad.

Een ander thema dat aan de orde komt, is pesten.

Ik werd niet gepest. Ik had die worstelingen met mezelf, maar dat heb ik nooit met iemand gedeeld, ik voelde haarfijn aan dat dat niet handig zou zijn. Pesten is afschuwelijk, het kan letterlijk dodelijk zijn. Het was belangrijk voor de ontwikkeling van het karakter van Lilian in het boek.

Discriminatie binnen het politiekorps, ook een thema.

Dit komt rechtstreeks uit het zwartboek van de politie dat om de zoveel tijd wordt gemaakt. Als je van Turkse afkomst bent en je wisselt van kantoor waar ze je niet kennen, dan kan zo maar worden gezegd “Wacht even. We zijn nog aan het vergaderen. Kom later maar terug om schoon te maken.” Dat gebeurt nog dagelijks, ja, echt waar.

Stalking. Ook een politiek thema waar je zelf bij betrokken was en hebt verwerkt in BARST. Zijn we als mens allemaal in staat tot geweld, een misdaad?

Ja. Als rechter ben ik ervan doordrongen geraakt dat ieder ‘normaal oplettende burger’ door bepaalde omstandigheden verkeerde keuzes kan maken. Hoe je aan de andere kant van de streep kunt belanden wanneer je je in het nauw gedreven voelt en een misdaad kunt begaan. Het is makkelijk denken dat iedereen een held was in het verzet tijdens  de Tweede Wereldoorlog, maar zo zwartwit is het niet en zal het nooit zijn. Voor wat betreft het stalken: toen ik advocaat was, ben ik langurig gestalkt. De man stak de banden lek van mijn auto, hij achtervolgde mij. Het punt was dat ik zijn vrouw verdedigde. Hij was alcoholist, hij sloeg haar, schreeuwde iedere nacht onder haar raam. Ik kreeg voor haar bij de rechter een straatverbod. Toen hij haar niet meer kon lastigvallen, ging hij mij opzoeken. Mijn man is Joods, die moest vergast worden. Hij kwam zelfs achter mij in de tram zitten en begon vervolgens een appel te schillen met een mes. Onderwijl fluisterend “jij moet dood, jij moet dood, jij moet dood”. Iedereen ziet in die tram een man in pak en een man met een appel. En ik dacht alleen maar aan dat mesje dat ik door die appel hoorde gaan.

Truth is stranger than fiction.

Jazeker. Want vlak daarna kwam de vraag of ik de stalker van Mulisch wilde verdedigen. Hij zou een manuscript bij Mulisch in de brievenbus hebben gedaan, maar daar nooit een reactie op hebben gekregen. Het nieuwste boek van Mulisch had naar zijn idee echter wel veel elementen die in zíjn manuscript zaten. Hij beschuldigde hem van plagiaat, gooide brandende kranten in diezelfde brievenbus. Ik heb heel veel met deze man gesproken. Uiteindelijk, na een nieuw kort geding, kwam het op neer dat deze man erkenning wilde als schrijver. Gewoon erkenning en gehoord worden. Later kon hij  zijn verhaal doen in HP, nu HP/De Tijd. Daarna was het stalken voorbij. 

"Schrijven, dat is wat ik wil. Het is voor mij eerder een kwestie van kiezen dan zoeken. Ik ben een verhalenverteller."

Het zijn uiteindelijk vaak de kleine, menselijke dingen die ons tot wanhoop drijven. Gebrek aan waardering, erkenning, aandacht.

Exact. De kunst is om bij iemand op het juiste knopje te drukken.  

Je hebt een rijk boek geschreven, van toch slechts 96 pagina’s. 

Het valt je op of niet. Iedereen leest met zijn eigen bagage. Het is de dagelijkse werkelijkheid waar mensen mee te maken hebben. Niet iedereen kan of wil dat zien.

Nóg een thema in jouw geschenk: het onterecht veroordelen van mensen.

En andersom: het gebrek aan bewijsmateriaal en die mensen moeten laten gaan als rechter terwijl je weet dat het niet pluis is. Oh, dat is weer een nieuw verhaal. Ik ben 63. Schrijven, dat is wat ik wil. Het is voor mij eerder een kwestie van kiezen dan zoeken. Ik ben een verhalenverteller.

* De vaste boekenprijs is sinds 2005 bij wet geregeld om prijsconcurrentie te voorkomen en daarmee een brede beschikbaarheid en een divers aanbod van boeken te bevorderen. Zonder prijsconcurrentie kunnen uitgevers ook minder winstgevende boeken uitgeven. Daarmee vormt de vaste boekenprijs een belangrijk cultuurpolitiek instrument. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de naleving van de Wet op de vaste boekenprijs (Wvbp). (Bron: CVDM.nl)

** De meervoudige kamer beoordeelt in het strafrecht alleen zaken waarbij door de officier van justitie een gevangenisstraf wordt geëist die langer is dan één jaar. 

Over Boris

Boris O. Dittrich was advocaat in Amsterdam, rechter in Alkmaar en jarenlang Tweede Kamerlid en fractievoorzitter van D66. Zijn werk als strafrechter en in de psychiatriekamer wekten zijn nieuwsgierigheid naar de psychologische drijfveren achter misdaad. Sinds 2007 werkt Dittrich als directeur Pleitbezorging seksuele minderheden voor Human Rights Watch, vanuit New York en Berlijn. Zijn thrillers schrijft hij het liefst op reis, tijdens de lange vluchten die hij als mensenrechtenactivist over de hele wereld maakt. In verrassende plots verbindt hij actuele thema’s met spannende psychologische inzichten. Na zijn thrillerdebuut Moord en brand (2011) volgde het enthousiast ontvangen De waarheid liegen (2013). Zijn derde thriller W.O.L.F. (2016), over extremisme in Berlijn, werd bekroond met vijf sterren in de VN Detective & Thriller Gids. In oktober 2017 verscheen zijn meest recente literaire thriller Halszaak dat lovende kritieken kreeg. Deze thriller is losjes geïnspireerd op de beruchte nekklem-zaak waarbij Mitch Henriquez overleed.

Over de Spannende Boekenweken

Onder het motto: “je vakantie begint met boeken” zal TUI tijdens de Spannende Boeken Weken (van 6 t/m 24 juni) het lezen van boeken gaan stimuleren, want de vakantie is het uitgelezen moment om te ontsnappen en ontspannen met een boek. De vakantie is voor 40% van de Nederlanders het moment om méér boeken te lezen dan normaal. Gemiddeld nemen we zo’n zes boeken mee op reis. Spanning is het meest gelezen genre en in aanloop naar de zomervakantie zorgen spannende boeken voor 37% van de totale omzet uit verkopen van fictie (bron: KVB-SMB/GfK). Op 6 juni zal tevens de Gouden Strop worden uitgereikt en de Schaduwprijs. Deze laatste prijs werd in 1997 ingesteld door het GNM om aankomende schrijvers in het genre te stimuleren. De prijs is vernoemd naar 'De Schaduw', de legendarische hoofdpersoon uit de detectiveromans van Havank. 

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.