Interview

Bronja Hoffschlag: “Ik hoorde van de voormalig bodygaurd van The Rolling Stones dat Paul McCartney dood zou zijn”

Door: Cees
14-07-2017
Header Bronja Hoffschlag Interview

Bronja Hoffschlag is de schrijver van de Project-trilogie. 17 juni verschijnt haar nieuwste boek P.I.D. Dit boek gaat over de achttienjarige Thomas die denkt dat Paul McCartney dood is en is vervangen door een bedrieger. In dit interview vertelt zij over schrijven, researchen, de vermeende dood van Paul McCartney en haar Project-trilogie.

Het podium is voor jou. Wie is Bronja Hoffschlag?
Ik woon in Rotterdam, houd van schrijven en van mijn diertjes en ik ben heel graag op mezelf. Ik ben getrouwd en werk 36 uur per week als receptioniste/telefoniste bij een import- en exportbedrijf. Verder vind ik het lastig om over mezelf te praten. Ik uit me makkelijker op papier dan live dus daar ligt ook mijn liefde voor het schrijven.

Hoe is dat schrijven dan bij je ontstaan?
Ik ben begonnen met schrijven toen ik 14 jaar was. Mijn oma had boeken uit de jaren ’50 van de beat generation schrijvers, Allen Ginsburg en William Burroughs in de kast staan, waaronder Ginsbergs Howl. Dat zou een dichtbundel zijn, maar voor mij was het zo ontzettend veel meer. Toen ontdekte ik dat je met schrijven eigenlijk alles kunt. Je hebt met schrijven vrijheden die je in het dagelijks leven normaal niet hebt. Dus met de wetenschap dat ik me makkelijker uit op papier dan verbaal ontstond toen het idee om te gaan schijven. Het is ontstaan uit een soort onvermogen ergens bij te horen. Meiden van mijn leeftijd deden andere dingen dan ik. Het was meer van: “Ik ben 14, ik heb het niet zo naar mijn zin en wat kan ik hier mee.”
In het begin schreef ik van alles maar maakte niets af. Ik probeerde ook allerlei stijlen en genres. Net zo makkelijk schreef ik een roman als een thriller of een gedicht, maar nooit met de gedachte om een boek te schrijven. Het waren meer verhaaltjes en versjes. Probeersels. Het eerste manuscript dat ik wel afmaakte was De dode kamer. Dat heb ik toen ergens in een kast gelegd en ben begonnen aan het tweede deel.
Tot mijn man tijdens het opruimen het manuscript van De dode kamer omhoog hield en zei: “Bron, waarom doe je hier niet iets mee, dat is gewoon zonde.” Toen ik vroeg wat dat dan zou moeten zijn zei hij: “Uitgeven!”. En dat was het begin van de trilogie, het manuscript voor het eerste deel was kant-en-klaar.

Jij vindt jezelf een research-freak. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
Inderdaad, dat kun je wel zeggen ja en ook nog een hele erge. Net zoals bijna iedereen ben ik met googelen begonnen. Maar ik ging al vrij snel met ervaringsdeskundigen werken, met mensen die zijn wat ze zijn. Bijvoorbeeld in De Skinner methode komt een junkie voor. Daar heb ik niet met hulpverleners gewerkt maar met iemand die verslaafd is. Dus die weet hoe het is om zo te zijn. Het verschil is dat die niet van buitenaf kijkt, maar er midden in zit. Dat is toch wat anders en kom je nog dichter bij de realiteit. Ik heb inmiddels een groot netwerk van mensen die me informatie verstrekken en me ook met anderen in contact brengen. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is een lang traject geweest. De mensen met wie ik werk zijn van nature wantrouwend, omdat ze een geheim hebben of omdat ze slechte ervaringen met vreemden hebben of omdat ze dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. Het opbouwen van een vertrouwensband kost maanden, soms jaren, maar dan heb je wel alle informatie uit de eerste hand. Als ze zien dat ik niets veroordeel en dat ze indien gewenst volledig anoniem blijven, komen de goede verhalen. Ik praat met ze om te leren en niet om op de stoel van de rechter te gaan zitten.

Beatles Lp

“Je moet in ieder karakter iets herkenbaars hebben dat je ook kunt vinden bij jezelf”

Waarom een roman tussen het tweede en derde deel van je trilogie?
Gedurende deel 2 van de trilogie ben ik geleidelijk in een depressie geraakt die, nadat het boek klaar was, ook tot een uitbarsting kwam. In 5 maanden tijd verloren we 2 hondjes en een kat. Ik zag het niet meer zitten, kon niets meer en de trilogie leek een berg waar ik niet meer overheen kwam. De Skinner methode werd beter ontvangen dan De dode kamer en deel 3 moet daar ook weer overheen. Ik heb toen een korte tijd niets meer geschreven. Toen dat voorbij was, wilde ik ook helemaal iets anders dan een thriller. Ik ben in mijn oude ideeën gaan graven en kwam dit onderwerp weer tegen. Het moest voor mij echt iets anders zijn en waar ik me zeker goed bij moest voelen. Dat was een roman. Een roman is allemaal een beetje lieflijker, vriendelijker en rustiger. Het mocht allemaal wat lyrischer. Ik voelde me daar goed bij. Even helemaal back to basics met een project waarvan niemand wist dat ik eraan werkte. Daardoor waren er ook geen verwachtingen, dus ik kon helemaal los gaan. Dat gevoel heeft me enorm geholpen. 

Waarom de vermeende dood van Paul McCartney in je verhaal gebruiken?
Omdat het natuurlijk een geweldig verhaal is. Ik hoorde er voor het eerst over in 1999 van een voormalig bodyguard van The Rolling Stones. Hij vertelde mij dat Paul McCartney dood zou zijn en vervangen was door een bedrieger. Je bent dan 17 en denkt dan: “Wat een idioot is dat.” Maar omdat het zo’n bizar verhaal is, is het blijven hangen en uit belangstelling ben ik verder gaan zoeken. Toen bleek dat veel mensen er wel iets aan toe konden voegen. Dus dat netwerk groeide snel en ook de voorraad aan verhalen en geruchten stapelden zich op. Toen ontstond bij mij ook het idee om er een keer iets mee te gaan doen. Uiteindelijk heb ik 16 jaar af en aan research gedaan, voordat er 1 letter van P.I.D. op papier kwam.

Intermenselijke relaties en karaktereigenschappen spelen in P.I.D. een belangrijke rol. Hoe ontwikkel jij je personages?
Ieder personage heeft iets in zijn karakter dat ik ook heb, dat draagt bij aan de geloofwaardigheid. Je moet in ieder karakter iets herkenbaars hebben dat je ook kunt vinden bij jezelf. Dat werkt ook veel makkelijker. Bij het ontwikkelen van mijn personages doe ik niets op papier. Ik doe alles in mijn hoofd. Je kunt het beschouwen als een sociaal geaccepteerde vorm van schizofrenie. Mijn personages zitten in mijn hoofd. Ze ontwikkelen zich daar ook. Pas zodra ze tegen elkaar gaan praten en ik ze voor me zie, ga ik opschrijven wat ik hoor en zie. Ieder persoon heeft zijn eigen soundtrack. Ik pas de muziek aan op het karakter of de stemming van de personage waar ik mee bezig ben. Dan gaat de juiste muziek op mijn koptelefoon en kan het personage zijn gang gaan. Nu was dat bij P.I.D. makkelijker dan bij mijn andere werk, omdat het berust op waargebeurde feiten en de meeste personages mensen zijn die echt bestaan. Die hoefde ik dus niet zelf te verzinnen, alleen te doorgronden en verder in te kleuren.

Wanneer schrijf je en zijn er bepaalde voorwaarden om je optimaal te laten schrijven?
Qua schrijven ben ik wel een nachtmens. Ik schrijf het liefst als het al donker is. Altijd muziek op, koffie en een drankje erbij en dan voel ik me het prettigst. Mijn bureau staat tegen een muur en niet voor het raam, omdat ik snel ben afgeleid.
Het soort boeken dat ik schrijf, is ook het soort boek dat ik zelf graag zou lezen. Ik wil boeken schrijven voor mensen die mee willen denken, mee willen puzzelen en die ik zelf graag zou willen lezen maar niet kan vinden in de boekwinkel. Als lezer weet ik vaak na 30 pagina’s al hoe het in elkaar zit en dat vind ik jammer. Ik wil uitgedaagd worden, meedenken en puzzelen en het dan het liefst nog een keer mis hebben.

Welke vraag is nog niet gesteld waar je wel een antwoord op had willen geven en dat je ook al paraat hebt?
Natuurlijk is dat een vraag over deel 3 van de trilogie.
Ik ben weer begonnen met schrijven aan het derde deel van de trilogie. Tijdens de laatste maanden waarin ik aan P.I.D. werkte, heeft dat een beetje stil gelegen. Inmiddels zit ik weer lekker in de flow. Ik kan helaas nog niet inschatten wanneer het uitkomt. Het is het slotdeel, waarin alles samen moet komen. Dat kost nu eenmaal tijd. 

Foto Bronja Hoffschlag © Natsja Looije-Kruijs
Foto's The Beatles © Shutterstock

Meer van Bronja Hoffschlag

Cees Cees
Praat mee