Interview

Colm Toíbin: “Ik wil dat mijn lezers de pagina’s blijven omslaan.”

Door: Silvie
01-11-2017
Header Nieuw Huis Van De Namen

De Ierse schrijver, toneelschrijver en dichter Colm Toíbin schrijft vaak over brede onderwerpen als identiteit, creativiteit en de maatschappij en heeft zowel fictie als non-fictie op zijn naam staan. In zijn nieuwste roman Het huis van de namen spelen bekende personages uit de Griekse mythen, zoals Elektra, een grote rol. Silvie van der Zee interviewde Toíbin voor lees.bol.com over zijn schrijfproces, drama en familiebanden.

Je nieuwe roman speelt zich af in de Griekse Oudheid. Waarom koos je dit tijdperk?
Dat zit zo... Ik had een korte roman geschreven, Het testament van Maria, over de moeder van Jezus. Van dit boek is een toneelstuk gemaakt. Hierdoor zag ik een groot aantal actrices het stuk spelen. Het hele idee van toonval en Griekse toonval en een stem die mogelijk maar één keer spreekt hield mij bezig. Toen las ik een toneelstuk van Euripides, een van de laatste stukken van zijn hand, Iphigeneia in Aulis. Ik had het nooit eerder gelezen. Iedereen heeft Elektra gelezen en kent het verhaal van Elektra, de dochter van Klytaimnestra. Maar dit toneelstuk vertelt het verhaal van de moeder, vanuit het perspectief van de moeder. Het was helemaal nieuw voor mij. Door de titel denk je dat het niets gaat worden, maar Iphigeneia in Aulis is een fantastisch stuk. Bij het lezen van het stuk kreeg ik meteen allerlei beelden in mijn hoofd. En die vormden zich om tot zinnen. Het gebeurde, ik heb het niet gepland.

Wordt een verhaal altijd zo gevormd in je hoofd?
Ongeveer. Iets houdt je bezig, een beeld of een herinnering of iets dat iemand je heeft verteld, zelfs jaren geleden. Het wordt een ritme dat weer verandert in een melodie, zonder dat jij bewust hebt besloten dat dit moest gebeuren. Ik denk zelfs dat als je het bewust zou proberen, het geforceerd zou klinken. De lezer zou merken dat er iets mis is. Het moet zijn eigen momentum hebben, en het moet geleidelijk en organisch veranderen.

Is dit belangrijker dan de personages?
Ja, het kan ook een personage zijn dat je in je hoofd hebt. Maar het moet iets zijn, een mens, iets dat aan verandering onderhevig is. Dit is op zichzelf niet genoeg. Het verandert geleidelijk en onverwacht in je hoofd.

Zou je in die tijd willen leven? Of in een ander tijdperk?
Ik denk dat het in Lucky Jim is, een roman van Kingsley Amis uit de jaren ‘50, dat Jim zegt: “Het maakt niet uit hoe erg het is...” en dan zet hij alle slechte dingen op een rij, zoals de waterstofbom en een aantal dictators, “…ik zou nooit in de Middeleeuwen willen leven”. Ik zou echt niet in de middeleeuwen willen leven! 

"Ik zit liever op een wankele houten stoel, waardoor je weet dat je aan het werk bent."

In Het huis van de namen worden veel mensen vermoord door hun familie. Denk je dat iedereen een moord kan plegen?
Ja. Ik denk dat mensen wel onder een bepaalde druk moeten staan. Niemand weet hoe hij of zij zou reageren. Wat zouden wij onder druk doen? Ik weet niet of het voor iedereen zou gelden. Ik denk alleen dat fictie ons kan laten zien, op een manier waarop sociologie dat niet kan, dat personages tot moord in staat zijn als zij onder een bepaalde druk staan, maar niet als die druk er niet is. Ik het het niet over misdaadromans of een roman over een psychopaat, ik bedoel een doodgewoon iemand. Zo is Klytaimnestra aan het begin van dit boek onderweg naar een bruiloft, maar aan het einde heeft zij de meest afschuwelijke dingen gedaan. Hetzelfde geldt voor Elektra: ze houdt van geesten en lijkt zachtaardig, maar aan het einde van het boek is zij echt machtig. Ik denk dat dit verhaal de tand des tijds heeft doorstaan en zo krachtig is omdat het idee van intuïtief doden, het idee van afrekeningen tussen bendes, een burgeroorlog, een moord binnen een familie, iets is wat we nog niet hebben kunnen doorgronden. Als Donald Trump spreekt over het bombarderen van Noord-Korea dan begrijpen wij dat, maar als het de Mexicaanse drugsoorlog of IS betreft, worden er mensen gedood die maar weinig van de daders verschillen.

Ik heb een keer ergens gelezen dat je altijd in een ongemakkelijke stoel zit als je schrijft.
Schrijven is niet als zwemmen. Bureaustoelen zijn tegenwoordig goed voor je rug, het zijn stoelen voor de Heren en Meesters van het heelal... ze kunnen draaien. Ik zit liever op een wankele houten stoel, waardoor je weet dat je aan het werk bent.

Je schrijft vaak uit het oogpunt van een vrouw. Vind je dat lastig?
Ik denk dat ik bij dit boek en het boek over Maria schreef op basis van een literaire traditie die begint met de schepping van de Griekse heldin, met Medea, Elektra en Antigone. Deze traditie en hoe dit werkt, is zo'n deel van ons DNA waarbij de textuur van iemands woorden minder zijn naarmate diegene meer macht heeft. Kreon, de koning in de tragedie Antigone, spreekt zonder gevoel, zonder pijn. Wanneer Antigone spreekt, is het een en al gevoel. Dat idee is al 3000 jaar oud, en het waren meestal vrouwen. Dit vormt de basis voor deze twee boeken, maar mijn andere twee recente boeken, Brooklyn en Nora, zijn gebaseerd op mijn moeder en haar zussen. Het gaat om een man die vrouwen observeert en over ze denkt, die probeert te begrijpen wat deze vrouwen denken, wat ze beweegt. Omdat ik zelf vanaf mijn twaalfde een aantal jaar thuis met mijn moeder was, denk ik dat ik haar echt heb leren kennen.

Heeft het boek een boodschap?
Ik denk het niet! Behalve misschien dat er geen onschuld bestaat. Orestes is heel onschuldig aan het begin van het verhaal. Zijn moeder is dat ook. Zelfs Elektra. De lezer beseft de onschuld van deze personages. Het is juist deze onschuld waardoor ze later zo giftig kunnen handelen. Dit idee interesseert mij: Hoe kan ik deze verandering in hun leven verwoorden terwijl hun persoonlijkheid onder controle blijft? Fundamenteel veranderen ze niet, wat ze doen verandert. Mijn werk is bijna technisch van aard. Ik moet de gedachte aan de persoon vasthouden terwijl ik de lezer laat zien dat wat ze doen alleen is veranderd. Het is geen boodschap op zich. Het is vooral het manipuleren van de emoties van de lezer. Ik ben op de achtergrond bezig. Ik probeer te zorgen dat jij als lezer iets voelt, of dat je de pagina wil omslaan en dat je niet weet wat er gaat komen... De vraag is dus waarom. Waarom doe ik dit? Geen idee. Om dezelfde reden waarom een zanger een lied zingt. Het is eigenlijk het idee van communicatie in de kunst. Ik doe dit niet voor mijzelf. Ik denk niet dat ik de wereld ga veranderen. Ik ben geen Moeder Theresa. Het zijn slechts boeken. Ik moet natuurlijk wel voorzichtig zijn als ik zeg dat het ‘slechts’ boeken zijn, aangezien boeken ons wel bewust maken van de wereld om ons heen en van de ware aard van mensen. En dat is misschien wel heel belangrijk omdat kennis van deze diepte nodig is. Wij kunnen deze informatie tot ons nemen via schilderijen en liedjes, maar in een roman werkt dit sterker omdat een schrijver intens en gedetailleerd kan werken met het hele leven van een personage, wat we in het echte leven meestal verborgen houden.

"Ik schrijf geen avonturenverhalen, maar ik wil het ritme vinden waardoor de lezer zich afvraagt hoe het verder gaat."

Denk je weleens aan wat anderen over je denken bij het schrijven?
Ja, omdat een mens zich altijd zorgen maakt. Je vecht voornamelijk tegen luiheid. Dat je niet hard genoeg hebt gewerkt aan een passage of hoofdstuk of een heel boek. Dat je gewoon dacht: “Dit is goed genoeg.” Je mag dat nooit denken. Nooit! Het is niet zo dat je kunt denken dat je nu wel weet hoe het moet omdat je ouder wordt. Vaak werkt het alleen wanneer je je zoveel zorgen maakt dat je echt hard aan het werk gaat, harder dan je normaal gesproken al doet.

Ben je nu aan een boek bezig?
Ja, ik ben bezig met een roman. Ik moet ervoor gaan zitten en lezen en de ontbrekende delen schrijven, maar het zou ook kunnen dat ik er stukken uit haal. Het gaat over iets dat mij vorig jaar of het jaar daarvoor overkwam. Ik was in Heidelberg. Ik sprak daar een aantal wetenschappers over het begin van het heelal. Ik vond het erg verontrustend dat zij zo zeker van hun zaak waren. Ook dat niemand mij ooit verteld had dat de aarde gedoemd is omdat de zon over vijf miljard jaar door de brandstofvoorraad waterstof heen is. Dat is het einde van ons planeet. Wij kunnen dat niet overleven. Ik wist dat niet. Ik vroeg of zij dit met zekerheid konden zeggen. Zij gaven aan dat er geen twijfel mogelijk is. Wij kunnen dit niet veranderen. Donald Trump is hier niet verantwoordelijk voor. Het gaat plaatsvinden.

Wat zijn, volgens jou, je sterke kanten als schrijver?
Dat is een moeilijke vraag. Het kost mij heel veel tijd om een onderwerp te bedenken. Tegen de tijd dat ik een onderwerp heb, kan ik het ook echt zien. Mijn taak is om te zorgen dat anderen dat ook zien. Soms lees ik iets dat iemand anders heeft geschreven en denk ik: “De schrijver zag dit niet voor zich, dit heeft hij of zij nooit meegemaakt. Diegene schrijft over iets wat ze nooit hebben gevoeld.” Ik denk dat dit nooit het geval is bij mijn boeken. Maar wie weet...

Waarom ben je schrijver geworden?
Ik schreef gewoon mijn eerste boek en ik moest en zou het afmaken. Zoals ik al zei: het gebeurde langzaam. Zinnen werden openingen. De opening was af voor ik er erg in had. Ik wist dat ik het boek moest voltooien.

Het was dus geen bewuste keuze?
Nee, niet echt. Ik denk dat als je eerst zegt dat je schrijver wilt worden, zonder ooit iets te hebben geschreven, er een verschil is tussen de droom en de werkelijkheid.

Iemand schreef dat 'identiteit' een belangrijk thema is in je boeken. Ben je het daarmee eens?
Speelt identiteit niet een rol in alles? Ik weet het niet. Identiteit is een groot woord. Het betekent niets voor mij. Dit zijn woorden die geschreven zijn na het boek. Het gaat om grote begrippen. Als je bij het schrijven van een roman over de grote begrippen gaat denken, verlies je de kleine momenten, het drama, de sleutel.

Waar hoop je op bij het schrijven van een boek?
Dat de lezer de volgende pagina wil lezen. Ik wil dat ze blijven omslaan. Ik schrijf geen avonturenverhalen, maar ik wil het ritme vinden waardoor de lezer zich afvraagt hoe het verder gaat.

Ook al heb je boeken geschreven, je beschouwt jezelf niet als verhalenverteller.
Ik denk dat verhalenverteller vaak kleinerend wordt gebruikt. Sommige schrijvers zijn kunstenaars, andere vertellen alleen maar verhalen. Dit speelt vaak tussen Ieren en Engelsen, waarbij de Ieren worden gezien als vanzelfsprekende vertellers en Engelsen als schrijvers van literatuur. Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat dit onderscheid te simplistisch is. Dat ik alleen maar aan het verhaal denk, terwijl dit soms echt niet het geval is. Soms ben ik bezig met ritme, zinnen en het scheppen van sfeer.

Boeken van Colm Toíbin

Silvie Silvie
Praat mee