Interview

Deon Meyer: “De wereld ziet er mooier uit als we verhalen vertellen”

06-06-2017
Deon Meyer

De Zuid-Afrikaanse thrillerauteur Deon Meyer staat al jarenlang aan de top. Dit jaar is hij gevraagd het geschenkboek te schrijven voor de Spannende Boekenweken. Met Janneke Siebelink, hoofdredacteur van online magazine lees.bol.com, praat hij over zijn reactie toen hij hiervoor werd gevraagd door de CPNB, de band tussen Nederland en Zuid-Afrika en zijn liefde voor kunst, die een belangrijke rol speelt in zijn geschenkboek “De vrouw in de blauwe mantel.”  

Geschiedenis is een manier om te begrijpen wie ik ben

Je boek is een perfecte mix van een historisch verhaal en een thriller. Kun je vertellen waar het verhaal over gaat?
Ik wil niets verklappen, maar het gaat over een lijk dat wordt ontdekt in de Salaris Pass, een prachtige bergpas ongeveer zestig of zeventig kilometer van Kaapstad. Ze ontdekken dat het een Amerikaanse vrouw is die voor het Britse bedrijf Recover werkt, die waardevolle kunstobjecten terughaalt. Maar ze weten niet waarom ze in Zuid-Afrika is. Het lijkt erop dat ze op vakantie is, maar er is iets gaande, en als ze weten waarom ze in Zuid-Afrika was, kunnen ze de moordenaar waarschijnlijk opsporen. Er is ook een verband met Nederland, maar meer zeg ik er niet over.

Hoe is het idee hiervoor ontstaan?
Het begon met het boek van Donna Tartt, Het Puttertje. Ik kende Fabritius niet als schilder. Ik kende zijn naam wel, maar zijn werk niet. Toen ik Donna Tartts boek las, motiveerde me dat heel erg en ik begon zijn andere schilderen te bekijken en over zijn leven te lezen. En de manier waarop hij stierf was zeer fascinerend. Als je iets leest of hoort, dan denken auteurs altijd: wat als? Wat als tijdens de explosie waarbij Fabritius om het leven kwam, sommige schilderijen op straat terecht waren gekomen en iemand had ze gevonden, in Delft in de jaren 1650. Dat was de tijd waarin de Nederlanders hun handelspost in wat nu Kaapstad is vestigden en veel Nederlanders gingen erheen om voor de VOC te werken. Dus wat als iemand de schilderijen van Fabritius had gevonden en mee had genomen naar Zuid-Afrika? Dat had ik in mijn hoofd, maar ik kon het niet in een verhaal plaatsen. Dus toen de CPNB me vroeg om dit boek te schrijven, vond ik het wel leuk om de Nederlandse/Zuid-Afrikaanse geschiedenis in het boek te stoppen.

Voelde je je verplicht om een verhaal met een Nederlands tintje te schrijven?
Nee, maar het leek me leuk en interessant. Ik wilde het doen om eer te bewijzen omdat ik de eer kreeg om dit cadeauboek te schrijven. Want er is een hele sterke band tussen Zuid-Afrika en Nederland.

Heb je zelf een speciale band met Nederland?
Nou ja, het is onderdeel van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Als je opgroeit in Zuid-Afrika, leer je al op jonge leeftijd over Jan van Riebeeck die naar Zuid-Afrika kwam en de VOC-handelspost vestigde. Het is dus onderdeel van mijn cultuur en erfgoed en mijn identiteit als Afrikaanssprekende man in Zuid-Afrika. Voor mij persoonlijk is geschiedenis een manier om te begrijpen wie ik ben, dus ja, ik voel me erg verbonden met Nederland.

South Africa

Misdaadfictie moet geloofwaardig zijn

Moest je veel onderzoek doen? 
Ja. Ik heb artikelen gelezen over bedrijven die zich specialiseren in het terugvinden van gestolen kunst en het weer bij de rechtmatige eigenaar te bezorgen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog, toen de nazi’s veel hebben weggehaald. Nog steeds wordt er veel waardevolle gestolen en verloren kunst ontdekt. Laatst nog ergens in Duitsland. Als misdaadauteur zoek je altijd zeer waardevolle stukken waar mensen een moord voor willen doen. Ik wilde hier al heel lang over schrijven en dit boek was de perfecte gelegenheid ervoor.

Hoe belangrijk is het voor jou dat het verhaal realistisch is? 
Heel belangrijk. Tegenwoordig moet misdaadfictie geloofwaardig zijn, want lezers hebben toegang tot misdaadfictie van over de hele wereld, en ook op tv, zoals bijvoorbeeld CSI. Dat is gebaseerd op de werkelijkheid. Dus als je te ver gaat, dan haken lezers af.

Je boek is een cadeau voor de Spannende Boekenweken. Hoe belangrijk is het dat er speciale aandacht is voor dit genre?
Ik vind het fantastisch. Internationaal gezien is het genre zeer populair en voor mij is het een kans om te laten zien wat ik doe en een breder publiek te bereiken. Als Zuid-Afrikaanse schrijver merk ik dat mensen een zeer negatieve perceptie van Afrika hebben, ook van Zuid-Afrika. Daarom zit er een grens aan wat mensen aan Zuid-Afrikaanse misdaadfictie willen lezen. Voor mij is dit een kans om die grens te doorbreken en meer mensen te bereiken.

In je boeken laat je ons ook de donkere kant van Zuid-Afrika zien. Dat is niet echt reclame voor je land.
Het is niet alleen de donkere kant. Mijn boeken zijn een redelijk getrouwe afspiegeling van de Zuid-Afrikaanse maatschappij, en dat is zeker geen duistere. Zuid-Afrika is prachtig en licht en er wonen geweldige mensen. De meeste mensen daar zijn gelukkig, dat probeer ik ook te laten zien. Misdaad is duister, maar of het nu een Scandinavische roman is of misdaad in Zuid-Afrika, ik denk dat mensen die misdaad lezen, accepteren dat de onderkant van de samenleving ook wordt getoond. Misdaadromans laten gewoon een andere kant van de samenleving zien.

Weet je nog hoe je werd gevraagd om dit verhaal te schrijven?
Ja, mijn agent belde. Het moest natuurlijk allemaal in het geheim, want niemand mag weten wie de volgende auteur is die het gaat schrijven. Ik mocht er dus met niemand over praten, en ze vroeg of ik het wilde doen. Natuurlijk was ik enorm vereerd, het was een geweldige kans. Dus ik zei: “ja, ik wil het heel graag doen.” Daarna moest ik het inplannen, zodat ik genoeg tijd had, want ik ben geen sneller schrijver. Ik ben nogal langzaam met het ontwikkelen van het idee, het onderzoek doen en het schrijven. Schrijven is voor mij een ontdekking van het verhaal. Ik heb wel een globaal idee van wat ik wil doen, maar ik merk het pas echt tijdens het schrijven. Het is 50% weten wat je wilt en 50% toestaan dat het verhaal en de personages zichzelf ontwikkelen. Daar heb ik genoeg tijd voor nodig en ik heb niet veel druk nodig, want dan maak je beslissingen die niet zo slim zijn.

South Africa 2

Grote verantwoordelijkheid 

Was het moeilijk om binnen het vereiste aantal woorden te blijven?
Ja. Mijn boeken zijn meestal 100.000 woorden of meer, dus dat was wel een uitdaging. De eerste versie was 6.000 woorden teveel. Maar het is makkelijker om te schrappen dan om meer tekst toe te voegen, want je schrijft meestal teveel details op. Bij al mijn boeken schrap ik bij de eerste versie om ervoor te zorgen dat het verhaal goed loopt. Dat is niet zo moelijk.

Was je bang om te gaan schrijven?
Ja, want het is een grote verantwoordelijkheid en een grote eer om te worden grevraagd. De mensen die het hiervoor hebben gedaan, zijn mensen die ik echt bewonder, goede auteurs. Het was nogal intimiderend voor me om in hun voetsporen te treden. Ik heb veel nagedacht over wat ik wilde doen. Ik was me echt bewust van deze grote kans, dus het moest wel echt goed zijn. Ook al krijgen mensen het boek gratis, je wilt ze toch iets goeds geven.

Hoe belangrijk is het voor een schrijver om zich te blijven ontwikkelen?
Dat is heel erg belangrijk. Als je stagneert en steeds hetzelfde blijft doen, groei je niet meer. Waarom zou je iets blijven doen als je niet probeert nog beter te worden? Ook de lezers verwachten dat je je als auteur ontwikkeld. Anders gaan ze zich vervelen. Ik ben ook een lezer. Op de eerste plaats een lezer en daarna pas een schrijver. Ik houd ervan om mijn favoriete auteurs te lezen en te merken dat ze iets nieuws doen. Ik vind het geweldig om te zien dat ze zich hebben ontwikkeld.

Bennie Griessel is terug in dit boek. Wanneer besluit je om hem te gebruiken en wanneer niet?
Het verhaal is het allerbelangrijkste. Het verhaal waar ik passie voor voel, is het verhaal dat ik wil vertellen. Als het een Bennie Griessel-verhaal is, prima. Zo niet, ook goed. Ik zou geen boek kunnen schrijven alleen omdat de lezers dat willen, dat is niet de juiste manier. Mijn lezers zijn de belangrijkste mensen in mijn leven als auteur, dus ik moet wel rekening met ze houden, maar dat moet niet voorop staan. De passie is belangrijker. Als ik niet met passie schrijf, zullen de lezers het boek niet met passie of vol vreugde beleven. Die gedachte heb ik altijd gehad en dat lijkt te werken, dus ik blijf me daaraan houden.

Zijn er onderwerpen waar je niet over zou schrijven?
Ik denk dat alle auteurs voor de lezer in zichzelf schrijven. We kennen maar één lezer en dat zijn we zelf. We schrijven allemaal om die lezer een plezier te doen. Er zijn bepaalde onderwerpen waar ik niet over zou lezen, dus daar schrijf ik niet over. Bepaalde onderwerpen in de Zuid-Afrikaanse maatschappij, en misdaden waar kinderen bij betrokken zijn, daar ben ik heel voorzichtig mee. Dat vind ik echt vreselijk.

Omdat je zelf kinderen hebt? 
Zeker. Ik houd ook niet van bloederige en gewelddadige verhalen, en dat lees ik dus niet. Als je een boek leest, kost dat een paar dagen of een week, maar een boek schrijven kost 1,5 jaar, dus om daar elke dag mee te maken te hebben als auteur, zou ik echt vreselijk vinden.

De mens is fascinerend

Maar je schrijft wel veel over moord. Denk je dat de wereld in essentie goed is? 
De mens is fascinerend. We hebben de mogelijkheid om heel goede, mooie, geweldige dingen te doen. Maar we hebben ook de mogelijkheid om verschrikkelijke dingen te doen. Ik denk dat we het allebei zijn, goed en slecht. Zuid-Afrikaanse politiepsychologen hebben me verteld dat ze een formule gebruiken over mogelijkheden en omstandigheden die bepaalt welke route je kiest in het leven.

Zou je zelf tot moord in staat zijn?
Als je aan mijn kinderen komt, merk je het vanzelf. Ik denk dat we allemaal tot moord in staat zijn in bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld om onze geliefden te beschermen.

In het boek denkt Bennie aan de vermoorde vrouw. Het ene moment is ze er nog, het volgende is ze dood. Het leven is zo fragiel. Ben je bang om te sterven?
Nee. Ik heb al heel lang vrede met het feit dat ik ooit dood zal gaan. Daardoor ben ik me erg bewust van het leven en de tijd die ik nog heb en daardoor wil ik alles uit het leven halen.

Ben je zelf opgegroeid met verhalen vertellen?
Ja, zowel mijn vader als moeder las veel. We hadden een mooie bibliotheek in het dorp en mijn vader nam ons daar zo vaak we maar wilden mee naartoe. Dus ik ben lezend opgegroeid. Mijn vader kon ook prachtig vertellen. Ik ben opgegroeid in een tijd waarin nog niet veel mensen een tv hadden, dus we zaten hele zomeravonden buiten op de veranda te luisteren naar mijn vaders verhalen. Ik heb dus al op jonge leeftijd geleerd hoe je een verhaal moet vertellen.

Is verhalen vertellen belangrijk in Zuid-Afrika?
Ja, in alle culturen. Het is een manier om verbinding te leggen. Er zijn heel veel verschillende culturen in Zuid-Afrika, maar als we elkaar verhalen beginnen te vertellen, worden we gewoon mensen en hebben we iets gemeen. Het is een mooie manier om elkaar in een multiculturele samenleving te leren kennen en respecteren. Dus als we dat kunnen blijven doen, dan ziet de wereld er een stuk mooier uit.

De slogan van de Spannende Boekenweken is “Je vakantie begint met boeken.” Lees je zelf ook veel op vakantie?
Ja, zeker weten. Ik spaar al mijn lievelingsboeken op voor de vakantie en dan lees ik elke twee dagen een boek. Fantastisch!

Wil je meer weten over de Spannende Boeken Weken? Bekijk dan onze thrillerpagina en de officiële Spannende Boeken Weken website