Header Optie 1
Interview

Donald Roos: “We hebben meer ideeën dan tijd.”

24-08-2017

Toen Donald Roos zo veel taken had dat hij het overzicht kwijt raakte, bedacht hij de ‘to don’t-lijst’: een lijst met dingen die hij allemaal niet ging doen. Zijn boek Don’t read this book, over het idee achter deze methode, is net uit. Janneke Siebelink, hoofdredacteur van Lees Magazine, interviewde hem over timemanagement, ideeën en het taxi-experiment.

Interview Donald Roos & Janneke Siebelink

Donald Roos: “We hebben meer ideeën dan tijd.”

Wat is de belangrijkste boodschap van je boek Don’t read this book?
Keuzes maken tussen wat je wel gaat doen en vooral wat je niet gaat doen. Hoe meer je niet doet, hoe meer tijd je gaat overhouden voor wat je wel gaat doen. Dan kun je je daarop richten en dat is het pad wat je gaat afleggen.

Je boek gaat over de ‘to don’t-list’. Hoe ben je daarop gekomen?
Als je veel aan projecten werkt, dan krijg je veel ideeën. Het is ook nog leuk om dit of dat erbij te doen. Op een gegeven moment zeiden we: “Goed idee, maar dat gaan we niet doen. Ik zet het op de to don’t-list.” Het idee is dat je bij je projecten blijft focussen. Hartstikke leuk, goed idee, maar het past even niet bij waar we naartoe willen. Daar komt de to don’t-list vandaan.

Er zit ook een app bij. Kun je daar wat over vertellen?
We hebben een to don’t-list gemaakt die maar uit 1 lijst bestaat. Dat is het. Met allemaal dingen die je niet gaat doen en 3 elementen die je wel gaat doen. Zodra je een idee hebt waar je aan wilt werken, plaats je het op je to do-list, maar dan verplaatst iets anders zich automatisch naar de to don’t-list. En als je een item 3 maanden lang niet hebt aangeraakt, verdwijnt het automatisch uit je lijst. Het scheelt heel erg om een idee dat in je hoofd zit op te schrijven, dan kun je het loslaten. Het is dan even geparkeerd op de to don’t-list en misschien doe je er wat mee en misschien ook niet.

Cover-Dont-read-this-book.jpg

Cover Don't read this book

“Een to don’t-list vertelt veel over wie je bent.”

Is een to don’t-list niet heel frustrerend om naar te kijken?
Nee, het is heel fijn omdat het veel focus geeft. En het gaat je ook steeds meer vertellen over wie je zelf bent. Omdat je vaak ideeën hebt die leuk zijn, maar toch niet helemaal bij je passen. Die blijven daar gewoon staan. De dingen die je wel gaat doen, zijn kennelijk dingen waar je graag mee bezig bent.

Hoe heeft het jou persoonlijk geholpen?
Door tegen heel veel dingen te zeggen: dat zou ik niet moeten doen. Ik ben bijvoorbeeld gestopt met mijn bandje. Dat is wel heel erg jammer, maar een bandje moet altijd repeteren, je moet nummers maken, je moet thuis oefenen, het brengt heel veel met zich mee. Je zit dan met z’n allen in de kroeg en dan is het van: leuk, we gaan een bandje beginnen. Dat idee heb je zo verzonnen, maar dan ben je er maandenlang mee bezig. Maar je kunt het ook niet doen. We hebben nu eenmaal meer ideeën dan tijd.

Zodra jij nee zegt, gaat er voor anderen een deur dicht. Heb je een tip hoe andere mensen daarmee om moeten gaan?
Mijn psycholoog zei ooit: “Mensen vinden het helemaal niet erg als je nee zegt, want dat geeft ze duidelijkheid.” Het is veel lastiger dat je zegt dat je iets gaat doen en er steeds maar niet aan toekomt. Dan gaat iemand continu zitten wachten. Je kunt veel beter tegen iemand zeggen: “Sorry, ik doe het niet.” Nee is ook een antwoord. Nee heb je, ja kun je krijgen. Als je gewoon uitlegt aan mensen waarom je iets niet doet, dan levert dat een helder antwoord voor iemand op, en ook voor jezelf. Ik ben trouwens een slechte nee-zegger, ik kan nergens nee tegen zeggen. Ik heb vaak allerlei deadlines waar ik naartoe moet werken. Alles komt altijd tegelijkertijd, daar moet je mee leren leven.

“Je hoofd is een grote creatieve database.”

Hoe ziet de ideale levenscyclus van een idee eruit?
Dat suddert een tijdje. Op een gegeven moment merk je dat je er meer energie van krijgt, want er staat van alles te gebeuren. Je gaat het tegen mensen aanhouden om te vragen wat ze ervan vinden. Dan krijg je reacties van mensen die het snappen, en goede feedback om het beter te maken. Op een gegeven moment liggen alle puzzelstukjes op tafel en kun je het gaan doen, maken, testen. Het idee begint klein en je kunt het steeds meer uitbouwen. Eigenlijk een beetje hetzelfde als het boekje. Dat begon als grap, zo van: het lijkt me wel leuk om een boek te schrijven met als titel: je moet het niet lezen. Dat begint met een plaatje, een idee, een schets, en op een gegeven moment zit je bij de uitgever en die zegt: ga maar maken. Dan schrijf je een eerste hoofdstuk en blijk je het te kunnen, en dan gaat het ook nog lukken om het helemaal te schrijven. Zo groeit het eigenlijk in een soort cirkel. Het idee van een cirkel is: beschrijf eens wat het zou moeten zijn. Maak eens een inhoud. En zo neem je steeds een volgende stap. Veel studenten gaan lineair te werk. Dat is heel veilig. Maar als er iets de soep inloopt, heb je ineens te weinig tijd.

Je boek heet Don’t read this book , maar je wilt dat mensen het boek lezen.
Ja, maar dat is reclametechnisch heel goed. Als je mensen zegt dat ze iets niet moeten doen, doen ze het toch. Als ik deel twee schrijf, dan noem ik het Don’t buy this book. Maar ik mag van mijn vrouw geen boek meer schrijven. Zij heeft het geredigeerd en ze heeft er veel werk aan gehad. Dan kom ik weer aan met een nieuw idee en dan zegt ze: “Kun je dat niet op je to don’t-list zetten?” De to don’t-lijst gaat over heel veel levels. In mijn kookclubje hebben we bijvoorbeeld eens een driegangendiner gemaakt met 3 euro. We hebben toen gewoon zaadjes gekocht en groente gekweekt, want niemand zei dat we het vanavond moesten maken. Dat maakt je enorm creatief om te denken: hoe ga ik ruimte vinden om voor elkaar te krijgen wat ik wil hebben of doen?

Hoe werkt dat bij jou, stel je jezelf open?
Ideeën hangen gewoon in de lucht en op een gegeven moment vallen dingen samen. Je ziet iets en dan gaat er een lampje branden. Daarom is het goed om naar musea te gaan of andere dingen te zien. Het zit allemaal in je hoofd, het is een grote creatieve database. Het sluimert in het achterste deel van je hoofd en ineens komt het naar voren.

De ondertitel is Time management for creative people. Daar schuilt een beetje een contradictie in. Creativiteit laat zich toch niet beteugelen?
Nee, daarom is het ook een leuke titel. Nee, het is veel breder. We hebben veel meer ideeën en zijn met veel meer dingen bezig dan we eigenlijk kunnen maken of doen. We hebben altijd te weinig tijd. Creatieve mensen geven vaak een beetje af op het establishment en in de bedrijfswereld heb je vaak dingen als design thinking. Dan gaan mensen met stropdassen denken als een ontwerper. Dat is prima, maar we kunnen het ook omgekeerd doen. Wat kunnen we als creatieven leren van timemanagement? Wat werkt wel, wat werkt niet?

“De boog kan niet continue gespannen zijn.”

Waarin onderscheidt dit boek over timemanagement zich van alle andere boeken over timemanagement?
Dat zit heel erg in het feit dat ik niet zeg: je moet je dag van uur tot uur plannen. Daar zijn de Amerikanen heel erg van. Die staan om 4 uur ’s ochtends op en dan gaan ze lezen. Daarna naar de gym, en om half zeven haal ik de kinderen uit bed, etc. Je bent alleen maar aan het doorbeuken. Maar je hebt ook tijd nodig om dingen te laten rijpen. Het heeft ook totaal geen zin om acht uur per dag keihard achter elkaar door te werken. Die boog kan niet continue gespannen zijn.

Je hebt ook een stukje dat heet Don’t believe the productivity gurus.
Je wordt niet productiever door je dag langer te maken en te zeggen: ik ga dit en dat doen. Waar ik meer in geloof is keuzes maken. Ga hiervoor en steek daar je tijd in. En denk ook over de lange termijn. Denk niet: hoe kan ik mijn dag volrammen, want dan heb je geen overzicht meer. Ga voor: hier wil ik naartoe, dit is mijn stip op de horizon waar ik naartoe wil werken. Die hoeft niet helemaal duidelijk te zijn, maar kan ook ongeveer een richting zijn. Als dat duidelijk is, weet je waar je wel en niet je tijd aan kunt besteden. Net zoals bij mijn bandje: wil ik doorbreken en beroemd worden of stop ik ermee?

In het begin van het boek staat een citaat van Martin Bril: “Je mist meer dan je meemaakt. Helemaal niet erg.” Heb je een periode gehad waarin je vond dat je alles moest meemaken?
Ja, als je jonger bent heb je meer het idee dat je van alles moet doen. Maar naarmate je ouder wordt is het iets meer berusting. Het is fantastisch om een kind te hebben, maar opeens is het dan wel: mijn werkweek is echt mijn werkweek en daarin moet ik het doen. Tegelijkertijd geeft het ook een soort grens en dat dwingt tot keuzes maken.

Aan het einde van hun leven hebben mensen het meeste spijt van de dingen die ze niet hebben gedaan.
En dan kom ik aan en zeg: je moet vooral dingen niet doen. Maar wat je vooral niet moet doen is dingen doen waar je niet achter staat. Dus ga vooral dingen doen waar je je gelukkig bij voelt. Blijf niet hangen in een baan voor het geld. Volg je eigen pad en uiteindelijk kom je dan wel ergens op je pad terecht waar je wel geld mee kan verdienen.

Kun je vertellen over het taxi-experiment?
Het taxi-experiment is om jezelf een beetje bewust te worden van je creatieve leven. Je maakt elke dag keuzes. Het taxi-experiment gaat over hoe je keuzes maakt. Je stapt in een taxi en vertelt waar je naartoe wilt. Daar hebben veel mensen mee te maken. Ik wil ontwerper worden, of muzikant. Leuk, maar wat wil je nou precies? Als je tegen de taxichauffeur niet zegt waar je naartoe wilt, gebeuren er twee dingen: of hij blijft stilstaan of hij gaat ergens naartoe rijden en vraagt: wil je hier zijn? Het andere uiterste is mensen die helemaal concreet uitstippelen waar ze willen zijn. Je kunt tegen de taxichauffeur zeggen: ik wil dat je me zo laat ophaalt, ik wil dat je me via die route brengt en dat je me op dat adres afzet om die tijd. Dan weet je precies wat je krijgt en waar je terecht komt, maar dan mis je ook kansen, want je mist misschien afslagen die ook interessant zijn. Je kunt ook zeggen: breng me in Amsterdam-Oost naar een plek waar ik lekker kan eten en waar muziek wordt gemaakt. Dan kom je op een leuke plek. Dat heb ik echt weleens meegemaakt. Dan kom je op plekken waar je niet snel zelf zou komen, maar het is wel wat we wilden. Dan kun je dingen laten ontstaan. Zolang je die stip hebt, zodat je weet: dit is wat we willen bereiken en zo ga ik ernaartoe.