Interview

Elizabeth Gilbert: "Ik ben gek op leven uit een koffer, het leven is zo eenvoudig dan"

18-10-2017
Elizabeth Gilbert Header 3

Terwijl de sandwiches met zalm en komkommer voor ons worden uitgestald en we uitkijken over de kassen van de schitterende Hortus Botanicus in Amsterdam, spreekt Elizabeth Gilbert tijdens een high tea met 40 begeesterde fans bevlogen over haar nieuwste boek Het hart van alle dingen.

Een sprookje over de wereld en jezelf ontdekken voor volwassenen dat zich afspeelt in de 19de eeuw. O Magazine (Oprah Winfrey) noemde het 'The novel of a lifetime’, Wall Street Journal ‘The most ambitious and purely-imagined work of Gilbert’s twenty-year career.’,Elle Magazine ‘Looks like Gilbert keeps raising on the bar.’, en zo kan ik nog wel even (heel lang) door gaan.

Liever laat ik haar aan het woord.

Janneke: Waarom zijn we hier in de Hortus Botanicus in Amsterdam?
Elizabeth: "Wanneer je begint met research over de 18e en 19e eeuw en over botanisme, kom je overal de Nederlanders tegen. Je komt er gewoon niet onderuit. Ze zijn op elke pagina die je openslaat, net als de Hortus. Daarom vond ik dat er in mijn boek enkele Nederlandse hoofdpersonen zouden moeten voorkomen. De moeder van Alma, Beatrijs van Deventer, is van Hollandse afkomst en trouwt met Henry Whittaker. Hij wordt in 1760 geboren in Richmond, een dorpje aan de Theems, stroomopwaarts van Londen. Hij is de jongste zoon van arme ouders die al een paar kinderen te veel hadden. Henry’s vader werkt als fruitteler in de boomgaarden van Kew. Hij heeft een gave voor het kweken van vruchtdragende bomen en hij heeft er eerbied voor. Henry leert veel van zijn vader en groeit uiteindelijk uit tot de rijkste inwoner van de stad. Hij wil een slimme, deugdzame vrouw, liefst zonder enige frivoliteit en Nederland is de plek waar hij die kan vinden, zoveel heeft hij inmiddels wel gezien van de wereld om dat zeker te weten. Hij komt uit bij de Van Deventers, een familie die al generaties lang de Hortus Botanicus in Amsterdam beheren. Beatrijs valt – tot grote weerzin van haar vader – voor Henry’s sluwheid, dominantie en zijn belofte. Hij is misschien onbehouwen, maar zijzelf is ook geen teer popje. Ze respecteert zijn plompheid, en hij de hare. Kort gezegd: het boek begint in eindigt in Hortus. Vandaar."

Wanneer kwam je voor het eerst hier in de Hortus?
"3,5 jaar geleden, toen dit boek nog een schaduw van een idee was. Ik wist toen alleen nog maar dat het over botanisme en ontdekken zou moeten gaan. Ik was hier vanwege een event dat mijn uitgever had georganiseerd. Ik heb een hele dag hier rondgelopen en kreeg zoveel inspiratie van de omgeving, van de orangerie. Een exacte replica staat ervan in mijn boek. Ook staat hier een hele bijzonder boom. Voor wie het boek al heeft gelezen – ik zal verder niets weggeven – weet dat op de laatste pagina de zin staat: ‘We zijn allebei wel erg ver weg van huis, he?’ Dat is wat Alma zegt tegen de Hickory, een boom uit de okernootfamilie. Hij staat recht voor de palmenkas. 3,5 geleden omhelsde ik die boom en zei wat Alma zei. Ik wist nog niets van dit boek, maar ik wist dat het de laatste zin moest worden, hier moest ik naartoe werken."

"Ik zag er zo naar uit om niet over mezelf te hoeven schrijven in dit nieuwe boek, en wat gebeurt er… ik geef meer prijs dan ooit omdat ik niet op zat te letten."

Hanneke is een ander Nederlands personage. Je hebt eerder gezegd dat zij jouw favoriet is. Waarom?
"Hanneke is de huishoudster die meekomt met Beatrijs uit Nederland. Zij is het hart van het boek. Zij houdt alles bij elkaar. Zij is het hart van Het hart van alle dingen. Ze is een soort tweede moeder voor Alma. Alma’s echte moeder is geen warme vrouw, al is ze wel lief. Ze is erg sterk en pragmatisch. Hanneke is liefdevoller en degene die op cruciale momenten in het leven van Alma haar weer in de juiste richting dirigeert."

Wie van de twee staat het dichtst bij jouw eigen moeder?
"Mijn moeder is een combinatie van beiden. Mijn moeder is veel warmer dan Beatrijs, maar heeft wel het praktisch van haar. Werk, je moet werken. Als kind had ik graag een Joodse of Portugese moeder willen hebben. Iemand die me gewoon lekker verwende en bij wie ik voor eeuwig klein mocht blijven. Maar ik kreeg een Zweedse moeder en zij stond niet toe dat ik me nog als een baby gedroeg toen ik dat niet meer was. Ze wilde dat we zelfstandig en verantwoordelijk waren. Als kind vond ik dat maar niets, maar als volwassene ben ik daar erg dankbaar voor. Ik was een huilbaby, lui, ik durfde niets en zij heeft er voor gezorgd dat ik dat niet mijn hele leven ben gebleven."

Een overeenkomst tussen jou en Alma is dat jullie allebei volledig kunnen opgaan in je werk. Welke gelijkenissen zijn er nog meer?
"Wie heeft hier allemaal Eat, Pray, Love gelezen? En wie Toewijding? Dan kennen jullie me allemaal dus best goed. Een goede vriend zei een keer tegen me dat wanneer een schrijver zijn memoires schrijft, hij eigenlijk fictie schrijft want je kent jezelf nooit helemaal. In die boeken, die memoires laat ik zien wat ik je wil laten zien van mezelf. Daar heb ik heel goed over nagedacht. En al wilde ik nog zo open zijn, er zijn zoveel lagen die we voor onszelf verborgen houden, die kan ik zelf niet eens zien, laat staan benoemen. En zo gebeurt het dus dat als je fictie schrijft, je per ongeluk je memoires schrijft, omdat je alles loslaat en daardoor dichter bij de werkelijkheid komt. Ik zag er zo naar uit om niet over mezelf te hoeven schrijven in dit nieuwe boek, en wat gebeurt er… ik geef meer prijs dan ooit omdat ik niet op zat te letten. Al mijn vrienden die het boek hebben gelezen, zeggen dat Alma zoveel op mij lijkt. Dan zeg ik helemaal verbaasd: ‘Welnee! Zij is een wetenschapper, we hebben niets met elkaar gemeen!’."

Omdat de wetenschap in die dagen nog te bevatten was, zou een reden zijn waarom je het boek in de 19de eeuw hebt gesitueerd…
"Ja, dat klopt. 19de eeuwse wetenschap is voor iedereen toegankelijk. Zelf was ik op school heel slecht in exacte vakken zoals biologie en ik denk dat ik door de mand zou vallen als ik zou proberen een boek te schrijven waarin ik over de moderne wetenschap zou moeten uitweiden. De ontwikkelingen gaan nu ook zo snel dat tegen de tijd ik klaar zou zijn geweest met het verhaal, het alweer achterhaald zou zijn. Na 1850 worden de beschrijvingen al meer moleculair en begin ik mijn grip op de materie te verliezen, de stof van voor die tijd is enigszins toegankelijk."

"Ik ben gek op leven uit een koffer, twee shirtjes, twee broeken. Het leven is zo eenvoudig dan, zo licht."

Is het moelijker om memoires/non-fictie te schrijven of fictie?
"Ze zijn allebei lastig, maar op verschillende vlakken. Bij memoires moet je elke dag tegen jezelf zeggen dat jouw verhaal de moeite van het vertellen waard is. Je moet ten strijde trekken tegen je eigen narcisme. Je moet de noodzaak voelen om het verhaal te vertellen, al zeggen duizend stemmen dat ze jouw verhaal niet willen horen. Daarbij heb je nog een verantwoordelijkheid richting degenen over wie je schrijft, je moet eerlijk zijn, integer, accuraat. Jij bent de schrijver, jij hebt de macht. Je moet je zorgen maken over hun reacties, maar ook weer niet te veel. Bij non-fictie is het een collage die je maakt van de dingen die je tegenkomt. Bij fictie moet je een wereld creëren die niet bestaat. En ik heb het gevoel dat mijn verbeelding helemaal niet toereikend is. Ik moet er hard voor werken. Het komt niet zo makkelijk als rapporteren van feitelijkheden. Mij zus bijvoorbeeld schrijft kinderboeken. Je kunt haar in een kamer zonder ramen zetten en dan nog komen de mooiste verhalen uit haar fantasie. Ik kan dat niet. Ik heb het reizen nodig, onderzoek. Ik heb de echte wereld nodig. Het makkelijke aan fictie is, is dat je alles mag verzinnen, niemand kan je aanklagen. En ik kan een personage laten zeggen wat ik denk. Maar dat is voor iedereen anders. Ann Patchett, een goede vriendin en ook schrijfster, zei eens: ‘Elizabeth, you’re a hunter, I’m a gatherer.’ Zij is net thuis na een booktour van 2 maanden en is uitgeblust, terwijl ik er meer geen genoeg van krijg. Ik wil dat het nooit ophoudt. Ik ben gek op leven uit een koffer, twee shirtjes, twee broeken. Het leven is zo eenvoudig dan, zo licht."

Kon je makkelijk afscheid nemen van de karakters toen je klaar was met schrijven?
"Toen ik de laatste 20 pagina’s aan het schrijven was, kon ik amper het scherm zien van de computer. Ik kon niet ophouden met huilen. Ik wilde geen afscheid nemen van Alma, ze is me zo dierbaar. We hebben vier jaar met elkaar opgetrokken. Ik was trots op haar, op wat ze heeft bereikt. Ik heb zelf geen kinderen, maar ik kan me goed voorstellen dat het voelt alsof ze voor het eerst naar school gaan. Je kunt ze niet thuishouden, maar je wilt het wel. Al is het prachtig om te zien hoe ze onderdeel worden van andere levens, in andere harten gaan leven, je moet ze vrij laten."

Als je begint te schrijven, heb je de karakters dan al helemaal uitgediept?
"Ja en nee. Laatst vroeg nog iemand aan me of ik dit boek had voorbereid of dat het onder mijn handen ontstond. Hell yeah, I planned it! I Planned it like the invasion of Normandy. Dit is een enorm project, het boek strekt zich uit over een groot tijdsbestek waarin wereldwijd van alles gebeurt. Ik wist niets van botanisme voordat ik hieraan begon. Hier zit veel research in, en dat is ook de periode waarin de karakters gaan groeien en zich ontwikkelen. Je leest brieven, je leest artikelen en je denkt dat hoort bij Alma, dat hoort bij Prudence (zus van Alma, red.). Ik had niet op voorhand bedacht dat het zo’n omvangrijk boek zou worden. Ik wist ook niet of ik het wel zou kunnen volbrengen. Ik had het verhaal in mijn hoofd, maar of ik het op papier zou krijgen… dus ik had een gesprek met Alma. Iemand had voor mij een borstbeeld gemaakt, een vrouwelijk beeld van mos. Dus het leek alsof Alma van mos groeide op mijn bureau. Ik zei: ‘Jij moet me gaan helpen, laat me zien hoe jij wilt dat ik jouw wereld laat zien. Blijf bij me.’ En dat heeft ze gedaan."

"Ik heb een blauwe maandag een schrijfcursus gevolgd. Ik zat daar met 13 andere studenten die allemaal hetzelfde wilden als ik: een eigen stem vinden. Maar die vind je niet met elkaar in een lokaaltje."

Je groeide op een kerstbomenboerderij op, met geiten en schapen. Geen tv. Stilte, rust. Denk je dat die achtergrond je helpt om ‘grounded’ te blijven? Al het succes had je ook kunnen veranderen, in negatieve zin.
"Zo grounded ben ik niet hoor (lacht). Ik zie mezelf in ieder geval niet zo, ik heb altijd het gevoel dat ik afdwaal, wegvloei. Maar ik denk dat die achtergrond de meest stabiele factor is in mijn leven. Mijn ouders zijn hele evenwichtige mensen, die ons een harmonieuze jeugd hebben gegeven. Mijn moeder maakte alles zelf, we verbouwden ons eigen eten, we gaven bijna geen geld uit, we hadden geen verwarming, de lampen waren altijd uit. Ze waren allergisch voor verspilling. Dankzij die opvoeding ben ik erg creatief en weet ik dat ik maar heel weinig echt nodig heb om te leven. Ik hoef niet meer en meer en meer. Mijn ouders hoefden nooit toestemming aan wie dan ook te vragen. Ze zorgden namelijk overal zelf voor. Als ze een dak nodig hadden, maakten ze dat zelf. Ze leerden ons zelfstandig te zijn en dingen te doen zonder dat van iemand te leren. We leerden het onszelf. Ik heb een blauwe maandag een schrijfcursus gevolgd. Ik zat daar met 13 andere studenten die allemaal hetzelfde wilden als ik: een eigen stem vinden. Maar die vind je niet met elkaar in een lokaaltje. Die vind je buiten, op straat, in de stad, dorp. In de wereld. Ga werken op een boot, op een ranch, word stripper, visser, of een strippende visser, iets anders dan je anders zou doen en schrijf erover. Dat heb ik ook gedaan met mijn werk in een bar. Dat verhaal diende uiteindelijk als basis voor de film Coyote Ugly. Ik geloof ook dat het juist goed is om over je werk te praten waar je mee bezig bent, in tegenstelling tot veel andere schrijvers. Het geeft me nieuwe inzichten en het helpt me juist weer verder."

Dus je kunt zeggen waar je nu aan werkt?
"Ik wil weer een historische roman schrijven, maar nu iets minder ver weg in het verleden, zo tussen 1915 en 1930 ongeveer. Ik wil schrijven over mooie, jonge meisjes die zich gevaarlijk gedragen. Niet zorgvuldig omgaan met hun leven en lichaam. Het moet zich afspelen in het theater, niet die chique, maar die goedkope. Meisjes die hun lichamen ruilen voor geld, aandacht. Promiscuïteit. Daar wil ik over schrijven. Waarom? Hoe? Er is wel over geschreven, maar vrijwel altijd loopt het erg slecht met de betreffende vrouw af. En ik denk dat dat niet altijd het geval hoeft te zijn. Meisjes gaan soms ook door een fase waarin ze doorslaan of alles uit willen proberen op verschillende vlakken. Om daarna weer in rustiger vaarwater te komen en terug te kijken op een periode waar ze totaal geen spijt van hebben. Omdat ze hebben gedaan wat ze zelf wilden, uit nieuwsgierigheid."

Heb je dit zelf ook zo ervaren?
"Wat? Nee, zeker niet! Haha! Welnee, ik ben altijd heel beheerst. Natuurlijk heb ik dit ook meegemaakt, zo ervaren. Alma groeit op in een tijd waarin er weinig ruimte is voor seksuele vrijheid voor vrouwen, dus nu komt er een boek waarin de vrouwen vrijer kunnen zijn."

Je begint het boek met een quote van Lord Perceval: ‘We weten niet wat het leven is, wat het leven doet, weten we wel.’ Wat doet het leven?
"Het leven daagt je uit. Voortdurend. Dat doet het leven. Het vraagt iedere dag van je om te overleven. De wereld verandert voortdurend, niets is echt stabiel. We willen zo graag vasthouden aan wat was. Maar wat was, komt niet meer terug. Nooit. Je kent misschien weleens een moment dat je denkt dat alles klopt. Alles valt op zijn plek en alles is rustig. Ik ben steady. En dan een minuut later is het alweer anders. Zowel de wetenschap als de godsdienst doen niets anders dan onderzoeken waarom dat zo is. Wat is de code, wat moeten doen? Want dat geeft houvast. Eigenlijk wonen we op de verkeerde planeet. Hier zullen we nooit gelijkmatigheid en geruststelling vinden. Dat is ook waarom ik schrijf, ja. En ook omdat ik het zo fascinerend vind hoe verschillend mensen omgaan met de worstelingen die het leven ze geeft. Dat is wat het leven doet. Het leven daagt je uit. Wat het leven ís, dat weten we niet. En dat is waar dit boek over gaat: een handjevol mensen dat probeert te onderzoeken, op wetenschappelijk niveau, in de kunst, in de natuur, in de religie, wat het leven is, terwijl ze het leven aan het leven zijn."