Ik-moeder-header
Interview

Eva Kelder en Annemarie de Gee over Ik, moeder: "De tijd dat we nieuwe voorbeelden krijgen, is wat ons betreft aangebroken"

23-3-2019

De moeder, de vrouw; het boekenweekthema van 2019. Een thema dat veel te weeg heeft gebracht. Voor Eva Kelder en Annemarie de Gee was het de definitieve reden om de prachtige verhalenbundel Ik, moeder te maken. Eva en Annemarie zagen hun schrijvende leven veranderen nadat ze moeder werden. Maar is dat nodig? Zij vonden van niet, en stelden daarom de bundel samen waarin de moeder de hoofdrol speelt. De moeder als mens. Elf andere vrouwen en moeders schreven mee aan deze bundel met ieder een eigen verhaal.

Annemarie en Eva, jullie hebben beide al eerder een boek apart uitgebracht, maar nu samen deze bundel. Waar kennen jullie elkaar van?
Annemarie: “We kennen elkaar van Shortreads, een online initiatief om iedere dag een fictieverhaal bij de verstreken dag te maken. Maar vóór Ik, moeder hadden we nog nooit samengewerkt. Toen ik het idee voor deze bundel wilde uitwerken zocht ik een compagnon, een schrijver waarvan ik wist dat ze goed was én die moeder was. Tekenend of niet – ik kon niemand in mijn directe omgeving bedenken die aan die eisen voldeed, anders dan Eva.”

Waar kwam het idee van deze bundel vandaan?
Annemarie: “Met dit boek willen we de stem van de moeder laten klinken in de literatuur. Ik weet nog heel goed dat ik op het moment dat ik bevallen was dacht: ‘zo, nu zal ik nooit meer schrijven.’ Dat is een krankzinnige gedachte, maar de overtuiging zette zich vast in mijn hoofd. Ik had bij wijze van spreken geen andere voorbeelden dan Reve, Hermans en Hemmingway – mannen die over het hedonisme schrijven, over gevaar, seks, drugs and rock ‘n roll. Dat wilde ik dus ook. En met de komst van mijn kind leek die droom voorgoed voorbij.
Dit boek is dus begonnen als onderzoek: kan ik nog schrijven? En zo ja, hoe dan? Wij wilden van een ogenschijnlijk truttig triviaal thema als moederschap hoogstaande literatuur maken. En toen vorig jaar zomer het CPNB ook nog bekendmaakte dat zij twee mannelijke auteurs had gevraagd het essay en het Boekenweekgeschenk te maken – wat een absurde beslissing was met een Boekenweekthema ‘De moeder de vrouw – was het duidelijk dat we deze bundel moesten maken.”

Is daarmee dit boek een antwoord op het thema van de Boekenweek?
Eva: “Het heeft het thema van persoonlijke fascinatie voor het onderwerp (ons was iets overkomen, we werden moeder en daardoor veranderde ons schrijverschap) en tegelijkertijd willen we met deze bundel aantonen hoe veelzijdig en krachtig de vrouwelijke (schrijf)stem kan zijn. De tijd dat we nieuwe voorbeelden krijgen, is wat ons betreft aangebroken.”

Hoe staan jullie überhaupt tegenover het thema?
Eva: “Zoals gezegd, heel ongelukkige keuze van het CPNB. We worden als moeders en vrouwen eeuwen terug de tijd in geslingerd, toen vrouwen vooral hun mond moesten houden. In Engeland bestaat de prachtig misleidende term angel of the house. Vrouwen in de hogere kringen moesten vooral lekker borduren en Franse (conversatie)woordjes leren, in de arbeidersklassen stond met name de zorg voor de kinderen centraal. Leren, lezen, ontwikkelen, léven? Hoezo? Niets wreder dan een engel moeten zijn. Helaas sijpelen deze idiote ideeën vandaag de dag nog steeds door, de vrouw moet haast wel een minderwaardig wezen zijn.”

Naast jullie schrijven nog elf andere vrouwen mee aan deze bundel, waarom hebben jullie voor hen gekozen?
Eva: “Omdat we ze goed vinden. Stuk voor stuk zijn het schrijvers met een enorm talent. En ze hebben allemaal kinderen. We hebben getracht schrijvers van verschillende generaties te vinden. Annemarie de Gee is 31 jaar en Anna Enquist is 73 jaar, om zo de reikwijdte te accentueren. We vonden het ook heel belangrijk divers te zijn. Hoe zit dat met moederschap als je een andere achtergrond hebt? En Saskia de Coster is een niet-biologische moeder, ook heel interessant.”

Welk verhaal van de andere moeders raakte jullie het meest?
Annemarie: “Dat is heel persoonlijk want ieder heeft een eigen stijl en benadert het thema op een andere manier.”

Eva: “Ik word door alle verhalen geraakt, omdat ze stuk voor stuk ontwapend zijn en zó herkenbaar. Moeder worden hakt er enorm in voor een vrouw: op sociaal, emotioneel en creatief gebied, en niet alleen ten goede. Toch raakt het verhaal Elf van Sanneke van Hassel mij het meest. De tranen springen me iedere keer in de ogen. Het gaat over een moeder die haar kind los moet laten nu hij naar de middelbare school gaat. Blijkbaar raakt het iets diep in mij nu mijn zoontje over een paar maanden vier wordt. Sowieso vind ik dat het moederschap gepaard gaat met een grote angst om je kind weer te verliezen. Het kind is er, zo mooi en geliefd, en toch kun je het ook weer kwijtraken.”

Wat heb je hier zelf van geleerd?
Annemarie: “Door deze bundel zijn we als ‘werkende moeders’ milder voor onszelf geworden. De herkenning in de andere verhalen is echt prachtig, we delen zoveel! Ieder van ons levert een strijd tussen je eigen verbeelding en de liefde voor het kind. Dat is mooi.”

Op dit moment komen er veel boeken uit van mannen over hun moeders; is dit het begin waarin moederschap meer ruimte krijgt in literatuur, of denken jullie dat dit ook het antwoord is op het thema van de Boekenweek?
Annemarie: “Het is vreemd en jammer dat er nu vooral veel boeken uitkomen door mannen over hun moeder. Die verhalen kennen we inmiddels wel. Maar hoe beleeft de moeder dit alles? Wat zijn haar verlangens, wensen en angsten? Hoe ziet zij het leven sinds ze moeder is geworden, is er een voor en een na? We willen met dit boek vanuit de moeder schrijven. Haar stem klinkt veel te weinig, terwijl de moeder schepper is van het leven, zo essentieel en ook zo’n geschikt thema voor prachtige verhalen en literatuur. We hopen van harte dat dit boek het begin is van een revival van de schrijvende moeder en de moeder als personage!”

Hoe zit het in jullie ogen met vaderschap en schrijverschap. Is daar meer ruimte voor?
Eva: “Niet per se, veel van de dingen waar vrouwen met dit thema tegenaan lopen zal ook voor mannen gelden. Wij kozen echter voor de vrouwelijke stem omdat we het fysieke aspect van kinderen krijgen wat ons betreft een belangrijke factor is - ze leven negen maanden in je buik en zijn letterlijk deel van jezelf. Daarna doe je er afstand van. Dat is interessant. Daarnaast horen we de stem van de man, vader of niet, al vaak genoeg in de literatuur.”

Waarom is het zo moeilijk voor moeders om ook auteur te zijn?
Eva: “Er spelen veel dingen tegelijk. Veel schrijvers zijn zzp’er en, let’s face it, van mooie boeken schrijven word je niet per se rijk. Je werkt veel vanuit huis, terwijl je (mogelijke) partner buitenshuis aan het werk is en echt niet even de huisarts belt voor dat ene zalfje. Het risico van thuis werken is dat je de was gaat doen, terwijl je je als schrijver juist niet met dat soort banale zaken wil bezighouden – afleiding is funest. Dit zullen veel zelfstandigen ongetwijfeld herkennen, maar ook vrouwen met een vaste baan of zonder werk weten hoe het is als je het gevoel hebt dat jij, als moeder, de boel thuis op rolletjes moet laten lopen. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen meer aan emotional labour doen dan mannen, dat wil in het kort zeggen dat het de moeders zijn die in de koelkast kijken of de melk op is, dat zij nog even snel langs de Kruidvat fietsen om luiers te kopen. Niet handig voor een schrijver die zich juist wil terugtrekken in haar eigen binnenwereld. Haar ‘geheime hut’, zoals Sanneke van Hassel het noemt. Sinds ik moeder ben geworden is mijn driejarig zoontje voortdurend in mijn gedachten, óók tijdens het schrijven. Een groot deel van mijn verbeelding en autonomie lijken zoek sinds hij er is. Hij is altijd in een hoekje van mijn brein aan het spelen, mopperen, zijn. Ik moet mezelf niet alleen als vrouw en moeder maar ook als schrijver opnieuw uitvinden.”

Is het niet überhaupt moeilijk voor vrouwen in de literatuur. Denk aan de column van Saskia Noort in het AD waar ze schrijft dat er vaak gedacht wordt dat vrouwen slechter, oppervlakkiger en dommer schrijven. In hoeverre voelen jullie ook dat deze gekke tendens heerst?
Annemarie: “Die tendens is er absoluut en niet 1, 2, 3 te keren. Zoals onderzoeker Corina Koolen constateerde: “De opmars van vrouwen in de literatuur is een fabeltje.” We winnen minder literaire prijzen, worden minder gelezen (dus ook door vrouwen) en krijgen minder aandacht in de media. Ik kan me er enorm over opwinden, maar tegelijkertijd besef ik ook dat we er soms ook heel hard om moeten lachen met z’n allen. Vrouwen slechter, oppervlakkiger en dommer? Woehaha.

Jullie hebben beiden zelf ook een bijdrage geleverd aan het boek, kunnen jullie vertellen waar jullie verhalen vandaan komen?
Annemarie: “Mijn verhaal gaat over een jonge moeder die op weg is naar de supermarkt, met haar kind in de kinderwagen. In de supermarkt raakt zij afgeleid door een wildvreemde man, die haar vagelijk doet denken aan haar vader. Ze besluit de man achterna te lopen. De winkel door, ze laat haar kind alleen. Op het moment dat ze haar kind achterlaat, wordt ze als het ware verleid door haar eigen fantasie en verbeelding (dat wat schrijvers gebruiken). Het voelt geweldig. Mijn verhaal gaat dus over de spagaat waarin de vrouw zit; haar fantasie, de kern van waaruit ze werkt, betekent het directe gevaar voor het kind, en andersom. “

Eva: “In mijn verhaal gaat een jonge moeder gebukt onder alle eisen die ze aan zichzelf stelt, maar verdrietig genoeg ook aan haar kind. Ik zie de drang om perfect en supergelukkig te willen zijn veel om me heen en vond het heel bevrijdend om erover te schrijven. Deze moeder is doodsbang dat haar kind niet normaal is, dat hij een muurbloempje wordt en het niet ver zal schoppen. Pas wanneer er iets ingrijpends met haar zoontje gebeurt wordt ze wakker, waarschijnlijk nog net op tijd. Heel bijzonder, maar door het schrijven van dit verhaal heb ik veel geleerd over mijn eigen valkuilen als moeder. Ik streef ook te veel naar alles goed willen doen en besef dankzij het maken van deze bundel dat het allemaal wel een tandje minder mag. Zo zie je maar weer hoe krachtig de stem van literatuur is, verhalen kunnen levens veranderen. We moeten elkaar verhalen blijven vertellen!”