Hilary Mantel Met Boeken

Onlangs verscheen een nieuw boek van Hilary Mantel: Acht maanden in de Gazastraat, een intiem portret van een vrouw en een huwelijk, dat zij bijna 30 jaar geleden schreef, in 1988.

28-03-2017

Onlangs verscheen een nieuw boek van de hand van Hilary Mantel: Acht maanden in de Gazastraat, een intiem portret van een vrouw en een huwelijk, dat zij bijna 30 jaar geleden schreef, in 1988. In deze roman gebruikt Hilary haar eigen ervaringen uit de tijd dat ze met haar man in Saoedi-Arabië woonde.

Alweer tweeënhalf jaar geleden, eind 2015, vloog ik op een avond in een wat veel weg heeft van een in een gesmolten Milkareep gedoopt speelgoedvliegtuigje naar het zuiden van Groot-Brittannië. Naar Exeter International Airport om precies te zijn. Om nog preciezer te zijn: naar Hilary Mantel.

Rozenoorlogen, hoogverraad en ketterij
Een taxi brengt me door het duister over zacht kronkelende weggetjes naar het hotel. De volgende morgen, wanneer de nacht zich van het landschap heeft getrokken, is het alsof ik een paar eeuwen terug in de tijd ben geplaatst. De tijd van ridders, gevaarlijke liaisons en jurken met wespentailles. De tijd van de machtige Florentijnse Frescobaldi's, opgedrongen huwelijken, Rozenoorlogen, hoogverraad en ketterij. De tijd van de Tudors. De tijd dat niemand gebukt ging onder de terreur van social media, maar onder de terreur van epidemische, soms zelfs pandemische ziektes als de pest, syfilis en difterie. En hoogverraad. Maar misschien is dat wel van alle tijden. Even lijk ik in de tijd van Thomas Cromwell te zijn beland: zoon van een brute smid, uomo universale, charmeur en een van de bekendste personages uit de boeken van Hilary Mantel…

A true lady
Miss Dame Hilary Mary Mantel DBE won reeds twee keer de Man Booker Prize. De eerste keer in 2009 voor de roman Wolf Hall, over de opkomst van Thomas Cromwell. Vervolgens in 2012 voor Bring Up the Bodies, het tweede deel van de Cromwell-trilogie. Mantel is de eerste Brit en vrouw die de prijs twee keer kreeg. De verwachtingen zijn dat ze voor het derde en laatste deel, de prijs nogmaals in ontvangst mag nemen. Hoe zou dat voelen, zoveel erkenning? Ze vertelt het me in haar huis aan de westkust van Engeland, terwijl ze haar handen over haar buik gevouwen houdt. Bescheiden, klein, als een klein meisje. Ze gloeit als ze over haar schrijven praat. Ze heeft al talloze interviews gegeven, maar in niets oogt ze verveeld of vermoeid.

"We wonen hier nu vier jaar. We hebben ook een appartement in de buurt van Londen, maar dit is echt thuis. Hier staan mijn boeken, al mijn onderzoeksmateriaal. Ik heb zo veel materiaal bij elkaar gesprokkeld. Nu moet ik er iets mee gaan doen. Nu moet ik het boek voltooien."

Hilary Mantel

De druk van het schrijven

Na het boek Henry verschijnt er nog één deel, De spiegel en het licht, over de laatste levensjaren van Thomas Cromwell, de zoon van een smid die een tijd lang de meest invloedrijke persoon was aan het Engelse hof. Maar uiteindelijk moest hij ook het hoofd buigen voor Henry VIII. Wanneer zal dit derde deel van de trilogie over Thomas Cromwell klaar zal zijn?
Dat durf ik niet te zeggen. Een roman is zo onvoorspelbaar, ik geef nooit een datum.

Ervaart u veel druk nu de eerste twee boeken zo goed zijn ontvangen?
Dat heb ik heb zelf in de hand. Ik probeer alle druk bij me vandaan te houden. De mensen willen het derde boek nu. Liever nog gisteren, maar dat kan niet. Ik scherm me af van die druk. Dit is mijn meesterwerk. Dat mag ik niet gehaast schrijven. Daarnaast werk ik nog in het theater. Dat kost veel tijd, maar helpt me enorm als schrijver.

Hoe helpt het werken in het theater bij het schrijven?
Het werken met de acteurs geeft me inzicht in het verhaal. Hun vragen, opmerkingen en het contact met andersdenkenden die aan hetzelfde materiaal werken. Dit verhaal is nog niet af. Het boek en het theater vullen elkaar aan. Gisteravond schreef ik nog een korte, maar essentiële paragraaf. Ik mailde het naar de acteur die Thomas Cromwell speelt. Vanochtend liet hij weten: “Ik neem dit mee in mijn spel vanmiddag.”

Fascinatie voor dingen die net buiten bereik zijn

Waar kwam uw interesse voor Henry VIII vandaan?
We hadden hem besproken op school en ik wilde meer weten. Toen ik klein was, werd er veel gepraat over mensen die overleden waren. Dat vond ik heel frustrerend. Ik heb veel mensen gemist. Ik denk dat deze dingen fascinatie bij me opwekten voor de dingen die net buiten bereik waren. Het lijkt bij geschiedkundige verhalen alsof de deur altijd openstaat, je hoeft alleen maar iets harder te duwen. Ik heb nog steeds het gevoel dat het verleden vlakbij is.

Zou Thomas Cromwell het een mooi toneelstuk vinden?
Als hij nog leefde, zou hij het geweldig hebben gevonden. Hij had een groep acteurs om zich heen, genaamd Lord Cromwell’s Men. Ze speelden politieke toneelstukken die op dat moment geschreven werden. Het waren eigenlijk komedies, ze maakten bijvoorbeeld de paus in Rome belachelijk. Er was meestal geen script. Theater en politiek liggen dicht bij elkaar.

Had u graag in de tijd van Thomas Cromwell geleefd?
Nee, dat denk ik niet. Je had grote kans om vroeg dood te gaan. Ik denk dat nu een betere tijd is om te leven, zeker als vrouw. Ik zou wel een dagje terug willen gaan in de vroeg 18e eeuw of naar Parijs toen de Revolutie uitbrak. Het zou fantastisch zijn als je daar als onzichtbaar persoon het decor zou kunnen gadeslaan.

Hoe focust u op het schrijven, met een tv-serie, toneelstuk, de prijzen, de aandacht?
Dat gaat goed, ik heb parallelle paden. Eén pad is het boek, één pad is de rest, zoals interviews. De wereld van Thomas Cromwell is één pad en de rest is het andere pad. Nu is er een tijd van consolidatie gekomen. Alles moet bij elkaar komen.

Wat vindt u van alles dat bij uw succes komt kijken?
Het maakt deel uit van het schrijven en verkopen van het boek en het is de moeite waard. Maar ja, soms wil je de deur niet uit, omdat je echt aan de slag moet. Je moet soms een grens trekken.

Het is te laat voor mij

In Nederland is onlangs een verhalenbundel van u verschenen: De Moord op Margaret Thatcher. Een van de verhalen daarin gaat over een auteur die Russische schrijvers verzint als haar gevraagd wordt wie haar favoriete schrijver is.
Haha, ik heb nog nooit een schrijver verzonnen, maar die verleiding is er wel. Mensen vragen me altijd wie mijn favoriete schrijver is. Dat is de minst leuke vraag, hoe moet ik daar nu antwoord op geven? Er zijn er zo veel.

Maar de mensen willen het weten. Ze willen alles over u weten, ook triviale zaken.
Ja, dat is al jaren zo, vooral nadat ik de Man Booker heb gewonnen. Ik heb al heel veel interviews gegeven. Als je een jonge auteur bent, kan dat stabiliserend werken, maar voor mij niet echt. Je wint en 10 seconden later ben je live op tv, je hebt geen tijd om het te verwerken. De dag erna kom je in een ontbijtprogramma op tv, je praat de hele dag door. Dus toen ik hem voor de tweede keer won, was ik er klaar voor. De schok en de blijdschap slepen je er doorheen. Ik krijg energie van andere mensen en het contact met het publiek.

Is die energie van de aandacht verslavend?
Het helpt je, maar leidt ook af.

Zou u graag actrice willen zijn?
Dat heb ik wel een tijdje gewild, ja. Toen ik jonger was, dacht ik dat het misschien mogelijk was. Maar het kwam er niet van.

En nu?
Nu is het veel te laat voor mij. Ik begrijp inmiddels een beetje hoe het is voor een acteur, maar sommige dingen begrijp ik absoluut niet. Door elke dag bij de repetities aanwezig te zijn, zie ik hoe acteurs dingen opbouwen. Bij schrijvers kun je dat niet zien. Het is moeilijk om te weten wat hun proces is, maar bij een acteur kun je het zien gebeuren. Ik ben gefascineerd door al die mensen die samenwerken. Die manier van werken is helemaal nieuw voor me.

U heeft wel een trucje geleerd van een andere auteur: als je begint met schrijven, ga je zitten en vergeet je de ruimte om je heen en je nodigt je personages uit om binnen te komen, om met ze te praten en ze te leren kennen.
Ja. Dat doe je niet per se voordat je begint met een boek, het kan ook aan het begin van je werkdag zijn. Het is een oefening: “de stoel”. Je zet een stoel neer voor je personage en als hij wil, kan hij gaan zitten. Op welke stoel gaat hij zitten, dat is interessant. Ik deed dat toen ik mijn boek The Giant, O’Brien schreef. Ik had bedacht hoe de stoel eruit zag. De reus kwam binnen en hij probeerde hem uit om te kijken of de stoel hem wel hield. Het is een trucje om iets te visualiseren, maar het is zo sterk dat ik het bijna nooit doe. Eén of twee keer per boek is genoeg, anders wordt het een routine. Ik heb het een keer gebruikt voor Thomas Cromwell, maar toen kwam Henry binnen. Hij vertelde me dat hij bang was voor zijn oma.

Margaret Thatcher

Een perfect symbool voor het leven

Wanneer dacht u met De moord op Margaret Thatcher: nu weet ik het hoe ik het moet schrijven?
Er waren twee cruciale momenten. In 2010, toen ik in het ziekenhuis lag, de avond nadat ik was geopereerd. Ik zat onder de morfine en ik ging schrijven. Ik dacht aan het verhaal en ik had een heel helder beeld van de moordenaar. Daarvoor had ik hem nog nooit gezien, ik wist alleen: we hebben een moordenaar nodig. Maar die avond kwam hij binnen in zijn gerafelde trui. Dat was dus het eerste moment. Twee jaar geleden kwam ik terug uit Dublin en ben ik niet naar buiten gegaan totdat het af was. Het moest nog wat opgeschoond worden, maar ik zag hoe de verschillende verhaallijnen moesten worden, hoe het spannend moest blijven en wanneer de lezer erachter moest komen.

Maar u geeft het al weg in de titel van het verhaal: De moord op Margaret Thatcher. De lezers weten al wat er gaat gebeuren, waarom zouden ze blijven lezen?
Precies. Zoals je weet, is het in het echt niet gebeurd, ze is niet vermoord. Mijn gedachten verveelden me, ik stond mezelf toe een deur open te laten gaan in mijn hoofd. Zoals in Alice in Wonderland. Geweldig boek, het zet je aan het denken. Dat is een perfect symbool voor het leven. Je denkt dat je het pad kent, maar toch kom je bedrogen uit. Je bedriegt jezelf als je probeert sneller te gaan, om het proces af te dwingen. Ze blijven lezen, omdat ik laat afvragen wat er heeft kunnen gebeuren.

Voelde het als een persoonlijke afrekening dat Margaret Thatcher werd vermoord in uw verhaal? U was geen fan van haar.
In mijn verbeelding had de daad, het neerschieten, de moord, jaren geleden plaatsgevonden. Ik hoefde alleen nog maar op te schrijven dat het was gebeurd.

Dacht u weleens na over de reacties?
Jawel, maar ik was vastbesloten om het verhaal te schrijven. Natuurlijk werd het pas na haar dood uitgegeven, maar het is een verhaal. Als ik het af had gehad toen ze nog leefde, had ik ook geprobeerd om het te publiceren. Het zou moeilijker zijn geweest om iemand te vinden die daartoe bereid zou zijn, maar ik zou het wel geprobeerd hebben.

Heeft u vijanden gemaakt door uw verhalen?
Er kwam een keer iemand naar me toe en zei: “Ik haat je.” Mensen kwamen achter me aan en zeiden: “Ik ben fan van u.” Je kan niet iedereen behagen. De mensen die vroeger haatbrieven schrijven, doen dat nu online. Ik lees dat allemaal niet. Maar soms doet het toch pijn, of je wil dat de mensen het begrijpen.

Een goede politica

Heeft u als schrijver een verantwoordelijkheid tegenover uw lezers?
Ja, zeker als historisch schrijver. Dan heb je de verantwoordelijkheid ten opzichte van de geschiedenis. Je moet respecteren wat er is gebeurd en niet de geschiedenis veranderen omdat dat beter is voor het verhaal. Je verhaal moet draaien om wat er echt gebeurd is.

En ook dat u in staat bent om mensen politiek te beïnvloeden, of te beïnvloeden in hun denkwijze. Vindt u dat een schrijver die verantwoordelijkheid zou mogen hebben?
Bij mij zit politiek in het bloed, in de lucht die ik inadem. Maar fictie is niet per se onderdeel van de politiek. Ik hoef geen verhaal te schrijven om mijn lezers over te halen om op een bepaald persoon te stemmen. Als je dat wil, kun je beter journalist worden. Maar ik denk dat de thema’s macht en rechtvaardigheid zo diep verweven zijn in elke goede roman. Het lijkt wel of wat ik ook schrijf, ik altijd over politiek schrijf, over wie de macht heeft, wie de macht wil en wat ze doen om de macht te krijgen.

Zou u een goede politica zijn?
Nee, ik ben te ontwapenend.

Te eerlijk ook?
Nee, ik denk wel dat er eerlijke politici zijn. Ik leef heel erg mee met politici. Ik kan me niet voorstellen hoe het dagelijks leven van een politicus eruitziet, maar ik zou waarschijnlijk te ongeduldig zijn om een succesvolle beroepspolitica te zijn.

Zou u een goede psycholoog zijn?
Ja, waarschijnlijk wel. Ik ben gewoon niet zo geïnteresseerd meer in mezelf. Ik praatte laatst met de regisseur van de tv-serie en hij vond dat naarmate je ouder wordt, je meer geïnteresseerd bent in jezelf. Ik dacht: nee, je raakt minder geïnteresseerd in jezelf en meer in anderen. Dus ik denk dat er een moment komt waarop je de aandacht niet meer op jezelf wil vestigen.

Maar als schrijver moet je iets van jezelf geven, anders is het slechts een verhaal.
Ja, het is jouw stem, maar die wordt je ook zat. Ik denk dat je moet kunnen veranderen, en dan verandert je werk ook en het schrijven van je boek verandert je natuurlijk ook. Het is een proces waarin je een nieuw leven vindt en hoop. En je wil ook niet in de spotlight staan.

Pexels Photo 261453

Altijd een grens die wordt overschreden

Wat is de verbindende factor van de verhalen in deze bundel?
Ik wilde ze de Ten Transgressing Tales (De Tien Overgangsverhalen) noemen, omdat er altijd een grens is die wordt overschreden. Dat kan de mensenhuid zijn, of de overgang van leven naar dood. In Terminus zijn het bijvoorbeeld de doden die contact maken met de levenden. In Comma gaan de kinderen de grens over. Uit nieuwsgierigheid, maar ze doen het wel. Ik denk dat het gaat om grenzen die worden overschreden.

Wat is uw persoonlijke favoriet?
Technisch gezien is Comma het beste verhaal. Maar ik heb de beste herinneringen aan Terminus, over de dode vader in de trein, omdat ik thuiskwam met het verhaal in mijn hoofd en het direct opschreef. Dat wordt dan je favoriet. Je kunt altijd teruggaan naar die kamer en die vlam voelen branden. Ik stond zowat in brand omdat het verhaal er echt zo uitkwam. Het was zo af en er hoefde bijna niets aan veranderd te worden. Dat is normaal niet zo, maar af en toe gebeurt het.

U zat in ‘de flow’.
Ja. Het eerste verhaal dat ik ooit schreef, schreef ik in drie uur. Ik ging zitten en schreef. Het was dezelfde dag af en het verhaal klopte helemaal. Het heette: On us, thy poor children bestow a sweet smile. Het is een lofzang op St. Patrick. Ik dacht: oh, dus zo gaat dat, een kort verhaal schrijven. Maar zo ging het daarna nooit meer.

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?
Ik wist dat niet totdat ik op mijn 22e mijn eerste roman over de Franse Revolutie schreef. Als kind kende ik niemand die schrijver was, dat stond ver van me af. Ik had nooit gedacht dat mijn boek in de boekhandel zou liggen. Als jong meisje ging ik nooit naar de boekwinkel, ik ging altijd naar de bibliotheek.
Ik heb twee broertjes die vijf en zes jaar jonger zijn dan ik. Zij zijn heel anders opgegroeid. Ik ben meer middenklasse, maar zij lazen boeken als jonge tieners. Ik heb die fase nooit gehad. Voor mij waren er kinderboeken en daarna boeken voor volwassenen. Ik kende het begrip “young adult” niet. Dat bestond toen nog niet. Ik dook gewoon in de wereld van boeken voor volwassenen.

Een pittige jeugd

Welke boeken werden u voorgelezen als kind? Alice in Wonderland?
Nee, die heb ik zelf gelezen. Ik kan me één boek nog goed herinneren, dat was echt een obsessie voor me. Het ging over Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Ik verveelde me enorm op school toen ik vijf of zes was en ze je kinderboeken geven. Ik was geobsedeerd door koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Ik vond die gekke ridderwoorden geweldig, zoals oorlog, harnas en zwaard.

Wat vonden de anderen daarvan?
Dat maakt me niet uit. Ik had een hekel aan poppen, mijn denkbeeldige wereld was heel erg mannelijk. Mijn opa was mijn held. Ik hoopte dat ik kon doen wat hij ook deed. Als ik geen ridder kon worden, zou ik bij de spoorwegen werken, zoals mijn opa. Met een lamp en een notitieboek, en dan de trein op.

U beschrijft een prettige jeugd, met veel aandacht voor u.
Dat was maar een klein gedeelte ervan. Thuis was ik ongelukkig, maar in de lunchpauze ging ik naar het huis van mijn opa en oma. Mijn opa was een vader voor me en bij hen thuis was ik gelukkig. Als klein kind, voordat ik naar school ging, was hij mijn maatje. Hij werkte op rare tijden omdat hij bij de spoorwegen werkte, dus hij was overdag vaak thuis. Alles wat ik nodig had, was daar en hij bood stabiliteit en troost. Als kind voelde ik me bewonderd en interessant, denk ik. Hij was een geweldige opa voor mij en zonder hem weet ik niet hoe mijn karakter zich zou hebben ontwikkeld.

Zou hij uw boek mooi gevonden hebben?
Hij zou het leuk gevonden hebben dat ik iets heb bereikt. Ik weet niet of hij ooit een boek heeft gelezen in zijn leven. Hij kende veel verhalen, maar dat is wat anders dan een boek lezen. Maar hij zou het zeker leuk gevonden hebben dat ik wat heb bereikt.

Dat u ‘Dame Hilary’ bent geworden.
Ja, dat zou hij fantastisch hebben gevonden.