Interview

Jan van der Cruysse: "Ik vervloek mezelf elke dag dat ik hiermee niet eeuwen geleden ben gestart."

31-5-2018
Jan Van Der Cruysse Header

Als woordvoerder voor de Belgische luchthaven Zaventem is Jan Van der Cruysse al een bekende verschijning in de Belgische media, meer dan volledig gepokt en gemazeld in relaties met de pers. Dat zijn naam nog eens op een boekcover zou prijken, was tot 2016 bij niemand opgekomen. Toch verscheen in dat jaar zijn debuut Bling Bling 1, een droomdebuut dat direct de Hercule Poirotprijs, De Diamanten Kogel en de Schaduwprijs won. Inmiddels twee jaar verder is het 1ste deel aangevuld met een 2e en 3e deel. Onlangs werd bekend dat deel 2 voor de shortlist van alweer de Hercule Poirotprijs en ook voor de Bookspot Gouden Strop is genomineerd. Voor thrillerexpert Cees van Rhienen voldoende reden om de agenda te trekken voor een afspraak en naar de Vlaamse stad Mortsel te rijden voor een gesprek met deze prijswinnende auteur. Het weer is warm maar wisselvallig: we praten onder de brede luifel van een plaatselijk terrasje.    

Om maar direct met de deur in huis te vallen, wat is nodig om iemand met zo’n dynamische baan, aan het schrijven van een boek te krijgen?

Mijn eerste boek, Bling Bling 1 heb ik eigenlijk geschreven zonder dat ik het besefte. Op mijn 55ste een erg late roeping. Het kriebelde al mijn hele leven om een spannend boek te schrijven. En ik kan ook wel schrijven want ik zit mijn hele leven in de communicatie, ben journalist geweest, heb duizenden persberichten geschreven, toespraken, jaarverslagen et cetera. Ik heb wel een goede pen en een (soms wat te) rijke verbeelding. Alleen dacht ik: boeken schrijven is een vak apart en daar heb ik niet voor geleerd. Dus ben ik daar nooit aan begonnen. Toen, na al die jaren, was ik weg bij de luchthaven, ik zat tussen twee jobs en plots had ik tijd. Zonder het echt te beseffen betrapte ik mezelf erop dat ik eindelijk aan een boek zat te schrijven. Ik had al een tijdje een verhaal in mijn hoofd.

Maar een verhaal in je hoofd hebben en het op papier krijgen, daar is nog wel iets meer voor nodig.

De grote diamantroof van 2013 op de luchthaven zette me aan het denken. Er stonden acht mannen op het tarmac met Kalasjnikovs. Daarvoor werd ik als perswoordvoerder behoorlijk op het rooster gelegd. Met name over de vraag hoe het mogelijk was dat die acht volledig bewapende mannen daar konden staan terwijl zelfs je oma haar te grote tube tandpasta moet inleveren wanneer ze op reis vertrekt.

Toen ik huiswaarts keerde kwam in de file plots de vraag bij me op: wat moet een overvaller die thuiskomt met 100 miljoen aan diamant in de koffer van zijn auto? Verkopen gaat niet, want er zit geen certificaat op en geen enkele juwelier waagt zich daaraan. En als ik heb deelgenomen aan zo’n overval, kan ik dan nog ooit rustig slapen? Die mededaders zijn waarschijnlijk geen doetjes en het is voor hen makkelijker om mijn deel van de buit te pakken, dan een nieuwe overval te plegen. De diamanthandel is erg kwetsbaar voor criminele inmenging en met name de Georgische maffia heeft tentakels in de Antwerpse diamantsector. Stel dat ik uitgerekend hún diamanten heb gestolen? Stilaan ontstond de kiem van een misdaadverhaal. 

"Ik rolde bijna uit mijn bed van verbijstering"

Als lezer sta je versteld van de eindeloze stroom aan kennis en informatie die door het verhaal zit verweven. Daar moet een haast onmogelijke research aan vooraf gegaan zijn.

Geen misverstanden daarover: ik heb voorlopig zelf nog nooit een diamantroof gepleegd dus verdenk me daar niet van. Maar ik heb zoals veel crimi-lezers een morbide belangstelling voor alles wat te maken heeft met het misdaad- en detectivegenre. Ik heb weken en maanden online rondgesurft en (soms uiterst langdradige en saaie) boeken gelezen over politieprocedures, diamanthandel, valse papieren, encryptie en al wat nuttig kon zijn om een stevige diamantroof tot een goed einde te brengen. Bovendien heb ik tijdens de voorbije 40 jaar een aardig stukje van de wereld gezien. Ik ben dol op reizen en die liefde deel ik graag met de lezer. Het reilen en zeilen van de luchtvaart, in al zijn laagjes en aspecten, zit na 25 jaar in die sector diep in mij geworteld.  

Al die kennis heb je dan opgedaan en draag je bij je maar dan is er nog geen boek.

Ik wilde – puur voor mezelf – het soort verhaal neerzetten zoals ik dat zelf graag zou lezen. Dus vanuit het perspectief van de lezer. Net toen dat klaar was had ik een nieuwe job, en Bling Bling werd opgeborgen. Het was toen nog geen boek maar een geprint verhaal van 750 bladzijden. Enkele familieleden en vrienden die het verhaal hadden doorploeterd, adviseerden me om op zoek te gaan naar een uitgever. Maar die staan me ook niet op elke straathoek op te wachten. Net op dat moment hoorde ik Pieter Aspe op de radio vertellen dat er voor elk succesvol misdaadverhaal wel 700 manuscripten sneuvelen zonder dat ze ooit een drukpers te zien krijgen. Dat gaf mijn precaire zelfvertrouwen een flinke knap. Tijdens een schrijversdag in Oostende, georganiseerd door de Vlaamse stichting Creatief Schrijven, werd rond die tijd een soort van speeddating opgezet tussen schrijvers en uitgevers. Op een onverwacht opengevallen plaats kon ik inschuiven. De uitgeefster van het Davidsfonds die tegenover me zat was daar voor jeugdboeken, niet voor thrillers. Maar tijdens dat kwartier hadden we zo’n leuke babbel over het verhaal dat ze het manuscript nieuwsgierig meenam. Enkele weken later belde ze me enthousiast: ze hadden het gelezen en waren dol op het verhaal. Ik had een uitgever! Alleen: het volume moest worden aangepakt. Een debuut van 750 pagina’s is commercieel niet handig. Ik ging aan de slag met schaar en lijm (figuurlijk: ik schrijf met tekstverwerker) en enkele verhaallijnen werden zorgvuldig losgeknipt. Uiteindelijk landden we bij 526 bladzijden.

Dus toen kwam je carrière als auteur in een stroomversnelling terecht.

Bling bling werd uitgegeven en kort daarna was er de Antwerpse Boekenbeurs. Ik kreeg in de vroege ochtend een telefoontje van mijn uitgever die mij vroeg of ik me herinnerde dat het boek was ingeschreven voor de Hercule Poirotprijs. Ik had zelfs nooit luidop durven dromen dat ik daarvoor zou worden genomineerd, en nu wist ze me te vertellen dat ik de prijs had gewonnen! Ik rolde bijna uit mijn bed van verbijstering, want dat was nog nooit eerder gebeurd voor een debuut. Nu maakte de pers tijdens de bekendmaking op de Boekenbeurs zijn opwachting voor mij. 

Jan Van Der Cruysse Bling Bling 3 Boeken

Hier is duidelijk sprake van een droomdebuut. Is uiteindelijk alles ook conform je verwachting?

Eigenlijk niet helemaal, al schrijvende kwam ik erachter dat Bling Bling 1 uiteindelijk slechts een opmaat was naar de start van het echte verhaal dat ik al die tijd in mijn hoofd had. Toen ik klaar was met deel 1 stelde ik vast dat het verhaal wat ik in mijn hoofd had, niet eens begonnen was. Wat ik in mijn hoofd had was een succesvolle diamantroof op een luchthaven en alle onvoorzienbare uitdagingen en ellende die daar voor de daders op volgden. En dat zou dan deel 2 en deel 3 worden.

Kan je de drie delen van de Bling Bling trilogie apart lezen, of horen ze echt samen?

Deel 1 en deel 2 volgen elkaar op maar staan helemaal op zichzelf. Ook deel 3 kan je vrij goed lezen zonder voorkennis, alleen kan ik me voorstellen dat iemand die begint bij deel 2 of deel 3, zin krijgt om ook deel 1 te lezen en dan spijt heeft dat hij/zij dat niet in de juiste volgorde heeft gedaan. Een spannende tv-serie begin je toch ook niet bij de seizoensfinale?

Hoe komt al het gebeuren rond Bling Bling nu over op de ‘auteur’ Jan Van der Cruysse?

Deze Jan laat alles wat er is gebeurd nu even rustig tot hem doordringen en geniet. Ik neem nu de tijd om over alles na te denken. Ik nader stilaan de zestig, ik heb een heel drukke en spannende daytime job als consultant in crisiscommunicatie en er zijn nog veel andere leuke dingen om te doen. Verfilming zou heerlijk zijn maar de vele intercontinentale locaties maken dit een erg dure productie. Maar ik ga zeker links en rechts eens aankloppen!

Hoe leerde je uiteindelijk het verschil tussen schrijven, en een boek schrijven?

Aan iedereen die het voelt kriebelen maar twijfelt, heb ik maar één advies: ga zitten en doe het gewoon! Vandaag nog. Na enkele hoofdstukken weet je al snel of het je ding is. En hoe meer je schrijft, hoe meer je ontdekt wat voor jou werkt, en wat niet werkt. Misschien maak je er een zootje van, maar dan weet je dat tenminste. Ook dat geeft opluchting. Ik vervloek mezelf elke dag dat ik hiermee niet eeuwen geleden ben gestart.

Ik vroeg me in het begin ook af of er geen boeken bestaan met zinvol schrijversadvies. Tijdens mijn vakantie was ik in Portland, Oregon. Daar bevindt zich de grootste boekwinkel van de wereld, Powell’s City of Books. Ik vond er een wand van 3 meter hoog en zeker 20 meter lang met niets anders dan boeken over boekenschrijven. Het opbouwen van een verhaallijn, het uitwerken van personages, spanningsbogen, versvoeten en suspens: ontelbaar veel meningen en adviezen. Meenemen van al die kilo’s was toen geen optie maar ik stelde een lijstje op en eenmaal thuis bestelde ik ze online, een klein klusje. Daar heb ik veel van opgestoken. Ik raad beginnende auteurs niet aan om zulke boeken als religie te beschouwen, maar lees er enkele. Ze zitten barstensvol zinvol advies. Gooi dat vervolgens van je af wanneer je gaat schrijven en vind je eigen weg. Maar begin vooral te schrijven.

"Mijn grootste uitdaging is het vinden van een goede regelmaat tussen zo’n job en de tijd die het schrijven van een goed uitgewerkt misdaadverhaal verdient."

In welke hoofdpersoon van je boeken herken ik de auteur?

Mijn spiegelbeeld komt er zeker niet in voor. Toch herkennen intimi mijn gedachtenkronkels in heel wat hoofdfiguren. Sta me toe om dat niet toe te lichten aan de hand van concrete voorbeelden!

Naast dit alles heb je ook nog een fulltime job, wil je daar iets meer over zeggen?

Ik ben nu adviseur crisis-communicatie, dat betekent concreet dat ik bedrijven en overheden help met het opstellen van communicatieplannen voor crisissituaties. Daarbij zorgen dat de mensen die erbij betrokken kunnen geraken, voorbereid zijn en alles wat nodig is binnen hun comfortzone brengen door bijvoorbeeld mediatraining. En bij werkelijke crisissituaties ondersteun en coach ik ter plaatse in de uitvoering. Het pittige aan dit vak is dat crisissen geheel willekeurig en dus ook gelijktijdig kunnen uitbreken. Mijn grootste uitdaging is het vinden van een goede regelmaat tussen zo’n job en de tijd die het schrijven van een goed uitgewerkt misdaadverhaal verdient. Overdag schrijf ik geen letter aan mijn boeken, en buiten de kantooruren probeer ik het werk te vergeten. Tenzij er een acute crisis is, natuurlijk.

Volledig tevreden voor de openheid en ontspannen sfeer tijdens het interview en nog nagenietend van de zeer gastvrije ontvangst, keer ik met een koffer vol informatie huiswaarts, en heb gelukkig hier geen last van grensoverschrijdende belemmeringen.
Vlaanderen, een gastvrij buurland met veel dingen die het leven zo aangenaam maken….

(c) foto Jan: Thomas Sweertvaegher

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates