01 Burton Jessie Auteursfoto C Andy Grout

“Met woorden schilder je een metafysisch schilderij in je hoofd.’’ - Jessie Burton

Januari 2017 – De Muze is de tweede roman van Jessie Burton, die met haar wereldwijde bestseller Het huis aan de Gouden Bocht een weergaloos debuut schreef. Net als haar vorige roman duikt Burton in De Muze opnieuw de geschiedenis in. Dit keer het chaotische Spanje van de jaren dertig en het zinderende Londen van de jaren zestig. Het verhaal draait om vier vrouwen en kent meerdere thema’s waarin identiteit, liefde, obsessie, authenticiteit en bedrog de lezer tot aan de laatste pagina geboeid houden en nog lang daarna. Wat drijft deze talentvolle auteur, wat is volgens haar het belang van geschiedenis, wat is haar relatie met haar personages, hoe gaat ze om met kritiek? Deze en nog meer vragen stelde ik, Natasza Tardio in een openhartig interview met Burton die met De Muze opnieuw een fantastisch verhaal neerzet.

Schrijftalent

Jessie, in De Muze schrijf je over Londen in de jaren ‘60 en Spanje in de jaren ‘30. Was het lastig om de twee tijdperiodes en locaties met elk hun eigen taalgebruik, gewoonten en historie, vloeiend met elkaar te verbinden?
Eigenlijk ging dat vrij natuurlijk. Wanneer ik over de jaren ’60 schreef dan concentreerde ik me op die tijd en alles wat daar bij hoorde. Het taalgebruik, de mentaliteit van de mensen, de cultuur, de psychologie en de politieke gedachten die mensen in die tijd hadden, et cetera. En wanneer ik over de jaren ’30 schreef deed ik hetzelfde.

Het komt heel natuurlijk over en is goed gelukt.
Dank je wel. Het vereist wat oefening. Maar het ging grotendeels vanzelf. Ik heb er niet al te veel bij stil gestaan.

Ik las in een recensie van de Guardian dat het zorgen voor taal en woordgebruik trouw aan de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, een uitdaging is waarin elke schrijver op een gegeven moment wel eens faalt. Zo ook in De Muze. Hoe kijk jij daar tegenaan?
De redacteur heeft haar best gedaan om het woordgebruik te checken. Wat anderen na de publicatie hiervan vinden, daar geef ik niet veel om. Soms is het niet alleen het woordgebruik, maar gaat het ook om een gevoel wat ik wil overbrengen. Als ik dan heel ouderwets taalgebruik gebruik, helpt dat de lezer ook niet echt. Dan creëer je afstand, terwijl je juist wil dat mensen in het verhaal worden getrokken.

Een van jouw karakters is de jonge Odelle Bastien die vanuit Trinidad is afgereisd naar Londen. Vol dromen en verwachtingen solliciteert ze vijf jaar later naar een baan als typiste. Eigenlijk wil ze schrijver worden, maar ze stelt deze droom uit, ook omdat ze niet echt in haar eigen talent gelooft. Heb jij altijd in jouw schrijftalent geloofd?
Ja, dat denk ik wel. Dit boek is dan ook niet een reflectie van mijn eigen onzekerheid, maar meer een onderzoek naar hoeveel je in jezelf moet geloven om je dromen te laten uitkomen. Daarom heb ik Odelle gecreëerd, die heel onzeker is voor wat betreft haar schrijfwerk, met aan de andere kant Olive die juist heel zeker is van haar talent als schilder, maar deze niet graag deelt met anderen omdat haar vader niet gelooft in een vrouwelijke kunstenaar.

02 Jessie Burton

Onzekerheid

Dus je kende geen onzekerheid?
Dat wel. Ik heb altijd in mijn schrijfvermogens geloofd, maar ik was een stuk zekerder over mijn talent toen mijn werk nog niet was gepubliceerd. Dit werd na de publicatie van mijn debuutroman een stuk minder. Plotseling word je je ervan bewust dat mensen een mening hebben over wat je publiceert. Dat is best eng, maar je leert als schrijver hiermee om te gaan. Er komt nu eenmaal veel kritiek op je af als je ergens goed in bent. Veel mensen vinden je niet leuk als je populair bent.

Jouw achtergrond is acteren, is net als bij Odelle schrijven voor jou ook een uitgestelde droom?
In zekere zin wel. Ik heb wel altijd beiden gedaan, maar vroeger vond ik acteren leuker en socialer. Schrijven was een moeilijkere uitdaging voor mij. Ik wilde dus eerst acteren, maar toen ik me realiseerde dat ik niet de volgende Kate Winslet werd, ben ik meer aandacht gaan schenken aan het schrijven. ;-)

Je hebt natuurlijk ook meer controle als je schrijft dan wanneer je acteert.
Dat klopt zeker. Als actrice heb je geen inbreng. Je doet wat je wordt gevraagd. Als ik schrijf kan ik zelf verzinnen wat er gebeurt in plaats van dat ik een script moet volgen. Dat is een ontzettend leuke uitdaging.

Hoe ben je op het idee van De Muze gekomen?
Ik wist op het moment dat ik mijn vorige boek verkocht dat ik iets wilde schrijven over de jaren ‘30 en dat ik wilde schrijven over Londen. Verder was ik erg geïnteresseerd in de Spaanse oorlog en vooral in het feit dat deze nooit echt is opgelost. Ik hou van Spanje, de cultuur, waaronder de Spaanse schilderijen, maar ook de verschillende regio’s en de Spaanse mentaliteit. Ik werd me steeds meer bewust van de Engelse kolonisatie en wat deze precies inhield, iets wat we op school niet zozeer hadden gehad. Met name de invloed die de Engelsen in de Spaanse kolonies hebben uitgeoefend en de effecten hiervan. Waaronder slavernij. Het deel dat zich afspeelt in Londen tijdens de jaren ’60 wilde ik daarom ook weergeven vanuit de ogen van iemand die Brits is, maar toch ergens anders vandaan komt. Dat is Odelle geworden. Zij krijgt te maken met de vooroordelen die de Britten hebben over mensen zoals zij, maar ook de positieve vooroordelen die zij zelf ten aanzien van Londen en Engeland heeft voor ze besloot naar Engeland te verhuizen.

Geschiedenis

Heb je altijd een affiniteit met geschiedenis gehad?
Dat denk ik wel. Mijn ouders namen me altijd mee naar oude huizen en kastelen. Zij maakten me bewust van met name de overeenkomsten tussen ons en de mensen die vroeger leefden. Ze lieten mij zien dat er verschillen zijn, maar dat er eigenlijk veel meer overeenkomsten zijn tussen ons en de mensen die eerder leefden. Ook zijn er de overeenkomsten in universele waarheden die voor elke tijdperiode gelden, zoals: liefde, angst, eenzaamheid, verlangen, et cetera. Dat zijn aspecten die ik ook in mijn boeken laat terugkomen en herkenbaar zijn voor de lezers.

Je vorige boek was ook een historische roman. Denk je dat geschiedenis de sleutel is tot het begrijpen van het heden?
Absoluut. Door de gebeurtenissen uit onze geschiedenis te bekijken en vooral te bestuderen zouden we situaties en de handelingen die hieruit voortvloeien beter kunnen begrijpen en vervolgens kunnen sturen. Maar wat de geschiedenis ons ook leert, is dat we niet lijken te leren van onze fouten. Kijk maar naar twee recente gebeurtenissen zoals de verkiezing van Trump, of voor mij dichter bij huis: Brexit. Als we ons meer bewust zouden zijn van onze geschiedenis en eerdere keuzes, zouden we sommige dingen kunnen voorkomen. Geschiedenis kan ons veel leren. Op dit moment zijn hedendaagse gebeurtenissen vaak een opsomming van herhalingen.

Schilderijen spelen een belangrijke rol in De Muze. Er wordt wel eens gezegd dat een schilderij zijn eigen verhaal vertelt, zonder woorden. Omgekeerd zou dat betekenen dat een verhaal zijn eigen beeld creëert. Hoe kijk jij daar tegenaan? Schilder jij door middel van je verhalen?
Dat is een mooie vergelijking en een die waarschijnlijk ook wel klopt. Veel lezers houden van de atmosfeer die ik creëer in mijn verhalen. De lezer kan bij mijn woorden een beeld creëren. Dat doe ik niet bewust. Dat gaat min of meer vanzelf. Het verschil met een schilderij is dat je het beeld meteen ziet. Het is een momentopname. Bij een boek duurt het langer voor het beeld is gecreëerd. Mensen moeten het verhaal eerst lezen. Ik denk dat je met woorden een metafysisch schilderij in je hoofd creëert. En wat ook een verschil is, is dat ik natuurlijk niet weet hoe dat schilderij in de hoofden van mijn lezers eruitziet. Hoewel iedereen een schilderij natuurlijk ook anders ervaart en vaak ook verschillend interpreteert. Maar wat het ook is, een muziekstuk, een schilderij of een boek, je hebt geen controle over hoe de ontvangers deze ervaren.

Over muziek gesproken, tijdens het lezen van boeken luister ik vaak naar muziek die volgens mij bij het boek past. Bij De Muze luisterde ik veel naar Fado. Schrijf jij zelf ook met muziek?
Nee. Als ik schrijf heb ik stilte nodig, anders ga ik luisteren naar de muziek en komt er niet veel van schrijven. Als ik aan het redigeren ben, luister ik wel eens naar muziek. Iets rustgevends zoals Gregoriaanse muziek. Of Chopin, zijn muziek vind ik ook erg fijn om naar te luisteren.

Met wie van jouw karakters heb je zelf de meeste overeenkomsten en waarom?
Dat is een interessante vraag, veel schrijvers zouden zeggen: ‘Het is fictie, de personages zijn verzonnen.’ Maar ik ben het daar niet mee-eens. Elk karakter komt vanuit jezelf en is dus ook in zekere zin een deel van wie je bent. Ik ben dus eigenlijk een beetje al mijn persoonlijkheden. Ik ben net als Olive, onafhankelijk en wil niet creatief zijn onder voorwaarden. Maar ik ben ook als Odelle, soms wat onzeker, maar wel standvastig . Marjorie is een wat oudere dame en is direct en vastbesloten. Zij is iemand die ik zou willen zijn op latere leven. Kortom, ik heb met elk personage overeenkomsten en ik zou dan ook niet goed kunnen zeggen met wie ik de meeste overeenkomsten heb.

04 Jessie Burton

Actrice

Wat heb je gedaan om je te verplaatsen in je personages en de tijd waarin zij leefden?
Het is het werk van een schrijver om je in je personage in te leven. Het gaat om inlevingsvermogen, fantasie en uiteraard gedegen research. De personages lijken echt voor mij. En als ze echt lijken en voelen, dan wordt dat wat je schrijft ook geloofwaardig.

Zo echt dat je alles van hen weet?
Ik weet veel van mijn karakters, maar niet alles, ze verrassen me nog steeds wel eens. Je bent als auteur als het ware de poppenspeler, maar je geeft je karakters genoeg ruimte om te bewegen, zodat ze geloofwaardig worden en de lezer hun handelingen en emoties ook geloven.

Maar was het dan ook makkelijk om je in hen te verplaatsen? De vier vrouwen zijn allemaal vrij sterke persoonlijkheden.
Het was uiteraard niet altijd even gemakkelijk. In mijn geval moet ik mijn karakters eerst leren kennen. Pas dan kan ik me echt in hen inleven. Ik moet leren hoe ze denken en hoe ze zich voelen, zodat ik dat kan overbrengen in het verhaal en aan mijn lezers.

Hoe doe je dat?
Ik schrijf verschillende situaties, waarin het karakter zichzelf dan meer en meer blootgeeft. In eerste instantie is een karakter niets meer dan iemand die als het ware naast me zit op een bankje in het park. Door het karakter te plaatsen in allerlei situaties en deze in zo’n situatie te laten handelen, leer ik mijn personage steeds beter kennen. En daardoor kan ik me dus ook steeds beter in hen verplaatsen.

Helpt jouw achtergrond als actrice hierbij?
Dat denk ik wel, maar helemaal zeker weet ik dat niet. Veel schrijvers die ik ken hebben geen achtergrond als acteur en als ze eerst acteur waren en vervolgens zijn gaan schrijven dan zijn dit eerder toneelstukken of scripts, dus ik kan het niet goed vergelijken. Maar gevoelsmatig denk ik dat het mij zeker helpt.

Muze

Wat vond je lastig tijdens het schrijven van De Muze?
Ik was mentaal erg moe van alles wat er op mij af gekomen was tijdens en na de publicatie van Het huis aan de Gouden Bocht. Eigenlijk wilde ik even pas op de plaats maken, kijken naar hoe ik me voelde, wie ikzelf was en hoe ik over dingen dacht. Alles even rustig een plek geven, maar dat was lastig en eigenlijk onmogelijk. Er moest een nieuw boek worden geschreven.

Hoe heb je dit probleem dan opgelost?
Ik heb deze gevoelens verwerkt in De Muze. Schrijven is de beste manier om dit soort dingen een plek te geven.

Veel schrijvers vinden het schrijven van een tweede boek moeilijk. Vooral als het eerste succesvol is geweest. De verwachtingen zijn hooggespannen. Hoe heb je dit ervaren?
Het schrijven van een boek is altijd iets wat spanning geeft. Dat wat je maakt ligt na publicatie ter beoordeling van anderen. Bij een tweede boek is dat hetzelfde. Met als verschil dat je weet dat er mensen zullen zijn die de twee boeken met elkaar zullen vergelijken en de nieuwe roman niet zo goed vinden als mijn eerste en andersom. Natuurlijk levert dat wat extra spanning op. Het is altijd moeilijk, maar ik leer ermee om te gaan.

Wie is jouw muze?
Ikzelf. Eerlijk gezegd zou ik de verantwoordelijkheid van dat wat ik creëer niet bij iemand anders willen leggen.

Hoe voelt het succes?
Het voelt nog niet heel anders. Ik heb ook niet veel tijd gehad om het tot me door te laten dringen. Het is ook weleens moeilijk. Mensen gaan er vanuit dat je een autoriteit bent en vragen ook om meningen. Dat is weleens lastig. Ik denk dat het bij succes meer gaat om wat je van binnen voelt. Het is geweldig dat mensen je boeken kopen, dat is succes. Succes is als je mensen hoort zeggen of schrijven: ‘Er is een nieuwe Jessie Burton uit.’

Je schrijft literatuur, maar als je een ander genre zou moeten kiezen, welk genre zou dat dan zijn?
Poe, dat is best een lastige vraag. Ik heb net een kinderboek ingeleverd, maar als ik moest kiezen voor een ander genre voor volwassenen, dan zou het een toneelstuk zijn. Iets moderns, waarin de liefde een rol speelt.

Welk boek ligt op je nachtkastje?
Ik heet Lucy Barton. Geschreven door Elizabeth Strout. Echt een aanrader. Haar volgende roman ligt ook alweer klaar om gelezen te worden.

Waar ben je momenteel mee bezig?
Zoals ik net al even zei heb ik net een kinderboek ingeleverd. Een sprookje. Voor wat betreft een volgende roman heb ik wel wat ideeën, maar ik heb nog geen concreet besluit genomen. Het wordt in elk geval geen historische roman. Dit keer wordt het iets moderns.