Interview

Jet van Vuuren: “Je moet een grote fantasie hebben om thrillers te schrijven.”

5-1-2018
Jet Van Vuuren3

Auteur Jet van Vuuren heeft al een behoorlijk aantal thrillers op haar naam staan en geniet erg van het schrijven ervan, want ze vindt het zelf net zo spannend als haar lezers. Nu is haar tiende thriller Misstap uit. Op de Margriet Winterfair spreekt Janneke Siebelink, hoofdredacteur van het online Lees Magazine van bol.com haar over ouder worden, wonen in Almere en psychopaten.

Ik heb het boek in een ruk uitgelezen.
Heerlijk, wat een mooi compliment. Om daar even op in te haken: ik las van de week een interview met iemand in de krant, een man die over literatuur schrijft. Hij schreef: “Als een boek leest als een trein, dan is het niet geslaagd, want dan is het niet goed. Mensen moeten het wegleggen om het te overdenken.” Dat geldt misschien voor literatuur, maar dat geldt zeker niet voor thrillers. Want als iemand zegt dat het als een trein leest, dan ben ik echt heel blij.

Je schrijft zo realistisch. Er gebeurt van alles in Den Haag, met buren en kelders. Vertrouw jij je eigen buren nog wel?
Ik kom uit Almere en daar is het zo verschrikkelijk saai. Daarom schrijf ik ook zoveel boeken, want er valt verder niks te beleven. Toen ik nog in Amsterdam woonde, was ik vaak de hort op, was het leuker om naar buiten te gaan en dingen af te spreken. Maar in Almere gaan mensen ’s ochtends naar hun werk en komen ze ’s avonds thuis. Misschien dat dat juist inspireert tot het schrijven van dit boek. Zo van: het zijn allemaal gewone mensen, die dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. 

Margriet Winterfair

In je boek staat een zin over ouder worden: Waarom kunnen we niet gewoon ouder worden, met rimpels? Hoe ervaar jij ouder worden? 
Gewoon, met rimpels. Het ging in dit geval over de schoonheidsspecialiste. Er wonen hele gewone mensen in die straat. Een schoonheidsspecialiste, en haar man werkt bij een uitvaartcentrum. Ik schrijf graag over gewone mensen. Bij haar komen ook gewone mensen, maar die laten zich met fillers inspuiten en van alles en nog wat, wat je aan jezelf kunt verbouwen. Agnes, zo heet ze, vraagt: “Waarom moet dat eigenlijk?” Ze doet het wel, het is haar vak, maar ik vind: iedereen wordt tegenwoordig zo anders, ze krijgen andere gezichten. Ik wil gewoon mijn normale kop houden zoals ik vroeger ook had, maar dan met wat meer hangwangen.

Vind je ouder worden leuk? 
Ik vind het enig, serieus. Toen ik in de overgang kwam, ben ik nog nooit zo gelukkig geweest. Het wordt steeds leuker, het leven. Je wordt steeds makkelijker, vrijer. En al heb je opvliegers, wat maakt het uit? Nee echt, ik vind het leuk om ouder te worden.

Je schrijft luchtige thrillers, maar het venijn van jouw boeken zit in de alledaagsheid ervan. Is de realiteit wel leuk?
Nee, het is niet altijd even leuk. Daarom schrijf ik ook van dit soort thrillers, omdat ik dan laat zien dat we allemaal ontzettend ons best doen, we zijn allemaal bezig met ons werk, maar ondertussen hebben we allemaal wel een geheim of vroeger iets meegemaakt en dat vergroot ik uit, daar schrijf ik over. Want elk mens heeft dat soort dingen. Iedereen heeft wel iets.

Wat is dat iets van jou?
Ik ben door een kunstzinnige vader opgevoed, hij werkte als kunstenaar. Het is me met de paplepel ingebracht dat ik net zo goed moest worden als hij. Ik moest tekenen, altijd tekenen, vanaf jongs af aan. Het moest altijd kloppen, het moest zo zijn als de werkelijkheid, want dan was het pas goed. Anatomie, alles moest goed zijn. Totdat ik ouder werd en een kunstenaar tegenkwam die abstract schilderde. Er ging een wereld voor me open en ik ging ook abstract schilderen naar aanleiding van zijn werk. En toen had ik mijn eerste expositie met mijn abstracte werk en kwam mijn vader natuurlijk kijken. Weet je wat hij zei? “Er zit een mooie lijst omheen.” Goed bedoeld, maar hij vond het verschrikkelijk wat ik deed. “Kind, je kunt zo goed tekenen. Je kunt zo goed schilderen. En dan maak je iets wat niemand begrijpt, met alleen maar kleur.”

Wat deed dat met je?
Het was verschrikkelijk natuurlijk. Als je altijd een vader hebt gehad die overal beter in is geweest en je moet daar tegenop boksen, totdat je als je ouder wordt denkt: laat maar, betekent wel dat het iets met je doet. Je moet je altijd bewijzen.

Heeft hij wel een boek van je kunnen lezen? 
Nee, want ik schreef geen boeken, ik schilderde altijd. Hij overleed voordat ik debuteerde. Maar ik wil maar zeggen: ieder mens heeft iets waardoor hij doet wat hij doet, en ik ben gaan schrijven. En dat vind ik nog steeds magnifiek.

"Ik ben door een kunstzinnige vader opgevoed. Het is me met de paplepel ingebracht dat ik net zo goed moest worden als hij."

Stel je jezelf voordat je gaat schrijven een aantal vragen wat je gaat onderzoeken? 
Ja, altijd. Elk boek ontstaat door iets wat ik heb gelezen of in het nieuws heb gehoord. In dit geval kreeg ik van iemand te horen die op een uitvaartcentrum werkte dat hij op staande voet was ontslagen vanwege asvermenging. Dat zit in dit verhaal. Ik wist niet wat dat inhield, dus ik ging onderzoek doen. Asvermenging betekent dat de overledene wordt gecremeerd en er gaat een ander bij. Stel, iemand wordt gecremeerd aan het eind van de dag. Dat betekent dat de as van die persoon nog niet geruimd kan worden, want het is te warm in de oven. Dan moet de uitvaartverzorger doorgeven aan zijn collega: “We hebben een slaper, er ligt nog iemand in de oven.” De volgende dag, bij de volgende crematie, moet die oven eerst geruimd worden. Daar is een protocol voor. Dat doen ze met steentjes. Die gaan mee met de overledene in de oven. Het steentje correspondeert met de overledene. De uitvaartverzorger moet de volgende dag dan de as ruimen. Het steentje komt eruit, het steentje gaat in de pot, allemaal volgens protocol. Totdat iemand vergeet dat er een slaper is. Die denkt: slordig, die collega, die is vergeten een nieuw steentje neer te leggen voor vandaag. Volgende overledene, steentje gaat mee. Je voelt hem al aankomen: de oven wordt geruimd, er komen twee steentjes uit. Hoe ga je dat aan de nabestaanden uitleggen? Het is een doodzonde, en je wordt op staande voet ontslagen. Dat is heel tragisch.

In dit boek komt ook Tinder aan de orde. Ben je zelf op Tinder gegaan?
Nee, maar dan lees ik daar van alles over. Ik vind het ook leuk om de actualiteit te pakken. We willen allemaal mooi blijven, en dan zeg ik: laat die rimpels gewoon komen. En we zijn ontzettend aan het daten allemaal, ook ouderen. Dus dan ga ik kijken op datingsites. Dan is het heel leuk om te lezen wat mensen ervaren op Tinder. Er gaat een wereld voor je open. Ik vond het fascinerend, vooral dat swipen. Dan zit er een man op Tinder en die zit de hele tijd vrouwen te bekijken. En vrouwen doen het ook, die zitten ook lekker te swipen. Het zijn niet alleen maar mannen die slecht zijn.

In jouw boeken zijn het vaak de vrouwen die de slechterik zijn. Ga je ook een keer over mannen als hoofdpersoon schrijven?
Ja, vrouwen deugen niet. Ik weet het niet, ik vind het nog steeds leuk om over vrouwen te schrijven. Dat fascineert. 

Wat is het mooiste wat het schrijven je heeft gebracht?
De spanning, het maken van zo’n boek. Het schrijven ervan. Dat is echt ontzettend leuk. Ik sta ’s ochtends op en ik denk: ik wil door. Hoe zou het met die vrouw gaan? Ik ben nu bezig met een nieuw boek, De minnaar, en die komt in het voorjaar uit. Dat is ook al zo spannend. Er zit iemand opgesloten in een villa op Kreta, en dan denk ik: hoe komt ze uit die villa op Kreta? Geen idee, dat verhaal moet zich nog ontwikkelen. Dat is zo leuk. Het is net zo leuk als dat je het leest.

"Ik heb de personages, ik heb het decor, en dan gaat het lopen. Dat is ook eng, soms."

Jouw man leest jouw boeken niet. Vraagt hij zich nooit af of hij erin staat? 

Het staat eigenlijk heel ver van mijn relatie af. Ik schrijf die boeken, maar die hebben niks met mijn leven te maken. Dat kan helemaal niet. Dat is ondenkbaar. Ik ben saai. Mijn man is ook saai. We hebben het er helemaal niet over. Soms wel, als ik bijna klaar ben met een boek. Dan ben ik in mijn hoofd heel erg bezig met het einde en dan ga ik dingen vertellen aan hem waarvan hij denkt: waar gaat dit in godsnaam over? Dan zeg ik: “Ze is nu daar en nu komt die man aan. Ze zit in het zwembad, en hoe komt ze eruit?” Dan kijkt hij me aan van: wie zit in dat zwembad? En met dit weer? Oh ja, sorry, het gaat over het boek

Was er een bepaalde scène die je het moeilijkst vond om te schrijven in dit boek?
Nee, niet echt. Nu lijkt het alsof het een heel eng boek is, maar ik vind het zo leuk om het af te wisselen. Er zit een heel leuk, jong stel in dat net een huis heeft geërfd van haar oma in Den Haag, er zit een schoonheidsspecialiste in met haar man en die hebben een klein hondje. Wouter zit erin, die swipet, die zit op Tinder. Die houdt van lokale vrouwen. Door die afwisseling erin vind ik het allemaal leuk om te schrijven. Want dan schrijf ik over Wouter en dan denk ik: dat is die vervelende kerel, ik ga hem lekker vervelend in die kelder neerzetten. En dan weer die aardige, leuke vrouw die zo dol is op haar vriend, met wie ze het huis aan het witten is. En tussendoor zit er iemand bij die iets verkeerd doet, want het is een thriller.

Ontstaat het verhaal organisch of bedenk je het van tevoren?
Ik heb de personages, ik heb het decor, en dan gaat het lopen. Dat is ook eng, soms. Sommige mensen hebben schema’s en die vullen dat in, die hoeven alleen maar alles op te schrijven. Maar ik niet. Ik weet soms niet precies hoe het echt afloopt. Ik wil zelf niet graag weten hoe het afloopt, net als dat je het leest. Dan is het spannend.

Kun je zelf nog gewoon genieten van een ander boek?
Hetzelfde genre lees ik niet, want dat vind ik lastig. Dan ben ik als de dood dat het ergens op lijkt. Ik begon wel aan Karin Slaughter, maar dan houd ik op want dan kan ik het niet meer volgen. Dat vind ik heel moeilijk. Literatuur heb ik veel gelezen vroeger. Je moet ook veel lezen om te kunnen schrijven, denk ik.

Zou je ergens niet over kunnen schrijven?
Nee, dat denk ik niet. Je memoreert aan het feit dat er een psychopaat in zit. Dat zijn eigenlijk gewone mensen, net zoals wij allemaal. Mensen met een gewoon beroep en ook vaak heel aardig, en die ontpoppen zich op de een of andere manier door een jeugdtrauma of iets verschrikkelijks dat ze meegemaakt hebben tot een gek. Dat zag je laatst ook met die man die een vrouwelijke journalist wat had aangedaan in die onderzeeër. Hij deed alsof er niks aan de hand was en hij hield dat gewoon vol, bleef liegen. Ze geloven ook in hun eigen leugens. Dat zijn enge mensen.