Interview

Jurryt van de Vooren: “Sport heeft steeds meer invloed in de maatschappij.”

Atletiekbaan Leesmagazine

Als meest voorname sporthistoricus van Nederland is Jurryt van de Vooren (1969) een onuitputtelijke bron van kennis. In 1998 studeerde de Amsterdammer op Feyenoord af, en sindsdien liet de sporthistorie hem niet meer los. Meest recentelijk publiceerde hij Amsterdam 1928. Joeri Zwarts sprak met het hem op de plek waar het evenement plaatsvond: het Olympisch Stadion.

Als meest voorname sporthistoricus van Nederland is Jurryt van de Vooren (1969) een onuitputtelijke bron van kennis. In 1998 studeerde de Amsterdammer op Feyenoord af, en sindsdien liet de sporthistorie hem niet meer los. Meest recentelijk publiceerde hij Amsterdam 1928. Joeri Zwarts sprak met het hem op de plek waar het evenement plaatsvond: het Olympisch Stadion.

Vrijwel direct na binnenkomst loopt Jurryt van de Vooren naar een deur die voor het grote publiek gesloten blijft. Hij graait een bos sleutels uit zijn zak en zwaait de deur open. Van de Vooren kan dit doen omdat hij in het stadion kantoor hield. Hij was verantwoordelijk voor het museum, ontvangt gasten en doorzoekt het archief. Een van zijn bevindingen hangt prominent aan de muur. Het is een perkamenten rol die de organisatoren van de Olympische Spelen van 1928 ondertekend in een tijdscapsule hadden gestopt. Met postzegels, een krant en een deelnemersmedaille werd het pakket in de Marathontoren gestoken.

U schrijft in het boek dat u – als u een keer de kans had om in een tijdmachine stappen – het liefst in 1928 zou uitstappen. Hoe was het voor u om erachter te komen dat de organisatoren een boodschap hadden verstopt?

Ik had echt het gevoel dat ik de hand van de organisator schudde. Dat ze allemaal al minstens een halve eeuw dood waren deed er op dat moment niet toe. Zij hebben het in die brievenbus gestopt en ik heb het er weer uitgehaald. Miljoenen mensen zijn langsgelopen. Voor Ajax, voor het Nederlands elftal, in de Tweede Wereldoorlog, voor Pink Floyd, Supertramp en André Hazes. Niemand wist dat het er zat. Tot ik erachter kwam.

Was dat voor u de aanleiding om Amsterdam 1928 te schrijven?

Nee, twee jaar geleden is de officiële film die het IOC hier in 1928 heeft gemaakt, gerestaureerd. Op het eigen mediakanaal zenden ze sinds twee jaar heel veel olympische dingen uit. Daar was content voor nodig en dus hebben ze alle filmbeelden professioneel, digitaal en hoogwaardig laten restaureren. In Nederland is dat gebeurd door Eye en Beeld & Geluid. Omdat het een film uit 1928 is, is het een geluidloze film. Eye heeft mij gevraagd of ik de film wilde begeleiden. Bij de vertoning heb ik ter plekke verhalen gekoppeld aan geluidsfragmenten van Nederlanders die hebben meegedaan. Zo heb ik bijvoorbeeld van bokser Bep van Klaveren een geluidsfragment dat hij bij de TV Show vertelt dat zijn zoon bijna zijn gouden medaille heeft ingezet bij het knikkeren. Die film heb ik nu inmiddels tien keer vertoond. Elke keer kreeg ik enorm positieve reacties, waaronder dat ze er ook wel een boek over wilden lezen. Dat was er nog niet, dus heb ik dat gemaakt.

Van de Vooren drukt het lichtknopje uit en sluit de deur. Hij loopt naar het eind van een lange gang. Met een andere sleutel opent hij een nieuwe deur. Een paar meter verder herhaalt zich dat. Hij loopt over het Olympisch veld, naar de overstaande tribune. Van de 64.000 duizend toeschouwers die ooit in het Olympisch Stadion konden plaatsnemen, is er nog plek voor 22.500. Vanuit de Koninklijke loge kijkt de sporthistoricus uit over het veld waarvan hij van iedere grasspriet het verhaal kent.

Is er naar uw mening te weinig belangstelling voor de enige Olympische Spelen op Nederlandse bodem?

Het gaat de goede kant op. Er komt überhaupt meer interesse in de sportgeschiedenis in Nederland. Over sportboeken hoef je de laatste tijd niet meer te klagen. Maar dat zijn boeken over de sport of de sporter. Die zijn niet beter of slechter dan die van mij, ze zijn anders. Over de maatschappelijke kant van sport mag wel wat meer belangstelling komen. Er wordt altijd naar 1928 verwezen op het moment dat Nederland weer eens de Olympische Spelen wilt organiseren. Dan vraag ik: ‘Waarom verwijs je daar dan naar? Wat was er zo bijzonder aan?’ Dat weten ze dan niet en dat vind ik jammer. Ik hoop dat mijn boek in dat opzicht wat bijdraagt.

"Er waren eigen Spelen voor vrouwen en dat wilde het IOC niet meer. Daarop hebben ze gezegd dat vrouwen welkom waren. Dat was voor het eerst in Amsterdam. Dat was toeval, want Nederland was juist helemaal niet vooruitstrevend op het gebied van vrouwensport."

Wat was er zo bijzonder aan de Olympische Spelen in Amsterdam?

Sommige algemene maatschappelijke ontwikkelingen kwamen hier tot uiting. Er was een langlopende, wereldwijde discussie over vrouwen in sporten als atletiek en turnen. Er waren eigen Spelen voor vrouwen en dat wilde het IOC niet meer. Daarop hebben ze gezegd dat vrouwen welkom waren. Dat was voor het eerst in Amsterdam. Dat was toeval, want Nederland was juist helemaal niet vooruitstrevend op het gebied van vrouwensport.
Op een ander gebied was Nederland dat wel. In Amsterdam begon men met het gebruiken van Nikè, de Griekse God van de overwinning. Die werd op medailles geplaatst en die mal hebben ze tot 2004 gebruikt. Ook het olympisch vuur is in Amsterdam voor het eerst gebruikt.

Is er door de tand des tijds verloren gegaan hoe revolutionair de Spelen van Amsterdam waren?

Dat komt vooral door de oorlog. Toen de Spelen hier in 1928 werden gehouden was dat op basis van een nieuwe manier van stadsinrichting. Wij kunnen ons niet voorstellen hoe het is om een sportstadion te openen waar 20.000 mensen op af moeten komen. Er is geen precedent waar je op kunt terugvallen, er is geen enkele ervaring. Hoe krijg je ze in het stadion? Hoe zorg je dat de wegen goed zijn, dat de kaartjes werken?

Een van de hardnekkigste mythes is dat er een Olympisch dorp was. Daar was helemaal geen geld voor. Bij de boekpresentatie was er een man die zei dat hij in het Olympisch dorp woonde. Toen ik zei dat dat helemaal niet kon, vertelde hij dat zijn makelaar hem dat had verteld. Maar zulke dingen moet je niet aan een makelaar vragen. Daar is een sporthistoricus voor.

Wat is voor u het belang van sportgeschiedenis?

Voor mij is sport een venster waardoor je heen kan kijken naar de samenleving die erachter ligt. Sport zegt heel veel over in welke tijd je zit, over hoe de wereld eruitziet. Dat kun je met kunst of spoorwegen ook doen. Maar toevallig ben ik goed in sport. Je kan er ontzettend veel van leren.

De man achter www.sportgeschiedenis.nl loopt de trap af. Van de Vooren is onderweg naar de Marathontoren. Aan de bovenkant brandde daar voor het eerst in de geschiedenis een Olympisch vuur. Hij daalt de trap af, richting de sintelbaan. Bij de vierde baan neemt hij halt en zegt:

Wim Peters was een hink-stap-sprong kampioen. Hij was in 1928 echt kanshebber voor goud. In de series had hij volgens een Engels jurylid niet goed gesprongen en werd gediskwalificeerd. Hij was daar zo van in de war dat hij zich daarna niet meer heeft geplaatst voor de finale. Dat heeft hem zo diep gezeten dat hij in 1978 bij de NCRV-radio bijna gaat huilen. In de oorlog wilde hij bij zijn atletiekclub geen NSB’ers. Daarvoor is hij opgepakt. Hij werd in een kamp gegooid, maar heeft het overleefd. Dat zou je als traumatisch kunnen ervaren. Maar daar vertelde Peters heel grappig over: ‘Toen moest ik bij de Duitsers komen en zei ik tegen ze dat ze de oorlog toch gingen verliezen. Dat vonden ze niet leuk om te horen.’ Dat vertelde hij bij de VPRO lachend, maar dat Peters hier op de Olympische Spelen de finale miste, begon hij over te huilen. Dat vind ik het beste voorbeeld van hoe diep topsporters naar een prestatie verlangen.

"Ik heb respect voor iemand die een, twee of meer gouden medailles heeft gewonnen, maar dat wil niet zeggen dat je automatisch weet hoe je een vliegveld moet aanleggen."

In het boek schrijft u dat sport steeds belangrijker wordt. In de 19e eeuw was de kerk gemeenplaats, in de 20 eeuw is dat het sportveld. Kunt u die ontwikkeling verklaren?

Religie was het bindmiddel – niet alleen, want het zorgde ook voor veel oorlog – maar het was een bepalende sociale factor in de 18e en 19e eeuw. In de twintigste komt de industrialisatie, de werkweek en de schoolplicht. Maar ook komt er een behoefte aan afleiding, beweging en sport - om wat gezonds te doen nadat je de hele tijd in de fabriek hebt gestaan. Het voordeel met sport is dat je regels kunt afspreken die over de hele wereld gebruikt worden, zodat als je hier een voetbalwedstrijd speelt tegen iemand uit Argentinië, je niet van tevoren hoeft af te vragen met welke regels er wordt gespeeld. Met religie en politiek is dat veel moeilijker. De Verenigde Naties heeft 193 leden, de FIFA 211. Zo groot is sport.

De twintigste eeuw is voor mij de eeuw van de massa, in positieve en negatieve zin. Het is de eeuw van massa-ideologieën, massamedia, massamoorden, massafeesten. Sport is ook een massaverschijnsel. En dan is het stadion de tempel van de twintigste eeuw. Niet alleen voor sportwedstrijden, maar ook voor bijeenkomsten van katholieken of socialisten. Toch is een sportwedstrijd het beste. Want in dat shirt gaat het er niet om of het een katholiek of een socialist is, bij het Nederlands elftal komt iedereen kijken. Dat bleek ook. Want de AVRO, de VARA en de KRO wilden het allemaal uitzenden.

Als u ik goed begrijp hebben sportwedstrijden altijd al een politieke lading gehad?

Wereldwijde verschijnselen zie je terugkomen op Olympisch niveau. Dat kan ook niet anders, want het is het grootste sportevenement ter wereld. Wat je hier in 1928 al terugziet is de opkomst van Azië als wereldmacht. In dit stadion wonnen ze voor de eerste keer een gouden medaille. Een Japanner bij hink-stap-sprong, waarvan Wim Peters de finale niet haalde. International is dat heel belangrijk geweest. Voor Japan was dat het teken dat ze op sportief gebied gingen meetellen. Ze hadden in 1905 als eerst een Europees land in een oorlog verslagen en 23 jaar later wonnen ze als eerste Aziatisch land goud. Nu zijn ze een van de grootmachten, zowel in de politiek als bij het IOC. Ze gaan nu weer de Olympische Spelen organiseren. Ik voorspel dat de vlag daar 15 meter 21 centimeter gaat hangen. Dat is de afstand die Mikio Oda, de hink-stap-springer nodig had voor zijn gouden medaille. Bij leven was die man al een legende. Het is teken dat Amsterdam nog niet vergeten is.

Bij de muur die alle olympische medailles heeft vereeuwigd verklaart Jurryt van de Vooren de conjuncturen. Sommige decennia stagneert de groei, vaak vanwege politieke redenen, maar over het algemeen groeit het Nederlandse aandeel in de medaillespiegel.

Je ziet aan de explosieve stijging van de Nederlandse successen sinds 2000 dat sport nog steeds belangrijker wordt. Het onderwijs wordt er zelfs op ingericht. De sport is ‘vermaatschappelijkt’, en de maatschappij versport. Het is heel erg naar elkaar toegegroeid. De maatschappij praat steeds meer in sporttermen: ‘winnaars, verliezers’. Sport heeft steeds meer invloed in de maatschappij.

Dat vertelde Wim Peters bij de VPRO lachend, maar dat hij hier op de Olympische Spelen de finale miste, begon hij over te huilen. Dat vind ik het beste voorbeeld van hoe diep topsporters naar een prestatie verlangen.

Die invloed wordt soms aangewend om politieke thema’s te beïnvloeden. Wat vindt u daarvan?

Sport en politiek scheiden is vaag. Wat is sport? Organiseren noem ik geen sport. De voorzitter van het IOC of de FIFA is geen sporter. Dat was vroeger een sporter. Puur het organiseren is economie. Ik vind het dan ook helemaal niet logisch dat het IOC-bestuur moet bestaan uit ex-sporters. Ik heb respect voor iemand die een, twee of meer gouden medailles heeft gewonnen, maar dat wil niet zeggen dat je automatisch weet hoe je een vliegveld moet aanleggen. Kijk naar Beijing in 2008. Moeten we dan tegen een turnster zeggen dat ze niet mag gaan? Die zat nog op de lagere school toen het IOC besloot dat zij naar China moest. Als de sporters er een mening over hebben vind ik het heel prettig. Maar ik vind het niet vanzelfsprekend.

Het gevaar met tegen landen als China en Rusland zeggen dat ze geen WK of Olympische Spelen mogen organiseren omdat hun politiek systeem niet goed is, is dat je er dan vanuit gaat dat jouw politieke systeem wel goed is en dat het over de wereld moet worden ingevoerd. Dan ben je op dezelfde manier bezig als voor de Tweede Wereldoorlog. Dat heet kolonialisme. Eerst deden we dat met legers, nu met voetballen. Dat is het gevaar. Je kan niet via een sportevenement jouw politieke idee opdringen.

Sportbestuurders mag je er wel echt op aanspreken. Maar dan wel consequent. Als je kijkt naar 2008, dan komen er een stel cabaretiers – altijd cabaretiers – die zeggen dat Nederland niet moet gaan. Daar zat onder andere Jack Spijkerman bij. Als hij zo’n discussie wilt beginnen, moet hij dat vooral doen. Maar vrij kort daarna heb ik hem als Ajax-fan niet gehoord toen zijn club een samenwerking met en Chinese voetbalclub sloot. Waarom dan niet? Waarom mag Nederland niet naar de Olympische Spelen, maar ondertussen wel politiek bedrijven en zaken doen? Met andere woorden, waarom moet de sporter de rotzooi opruimen waar de rest van de wereld met een grote boog omheen loopt?

Van de Vooren opent de deur naar de Marathontoren. Trap na trap klimt hij omhoog, tot hij net onder de kom staat waar de olympische vlam negentig jaar eerder brandde. Soortgelijke torens zijn later gekopieerd in onder meer Rome en Helsinki. Ook daar is Van de Vooren rondgeleid. Eenmaal boven vertelt de schrijver dat het stadionplein, waar het stadion aan grenst, verwijst naar een ander stadion, dat aan de overkant was gelegen. Door de vijf Olympische ringen kijkt hij uit over Amsterdam.

Dit is het eerste stadion waar de ringen op het stadion zijn gebouwd. De ringen komen uit 1920. Het is een krachtig symbool. Als je de witte vlag erachter denkt heb je zes kleuren. Die zes kleuren zaten in alle vlagen van de wereld in 1920. Gecombineerd met vijf in elkaar geringelde continenten, waarbij Noord- en Zuid-Amerika zijn gecombineerd.

Is het voor u een mogelijkheid om de Olympische Spelen nogmaals de organiseren?

Ja, maar niet zoals het nu is. Als Amsterdam of Nederland zouden zeggen dat ze de Olympische Spelen van 2032 willen organiseren, ben ik waarschijnlijk de eerste die bij het comité gaat dat zich ertegen gaat verzetten. Ik zou niet weten wat je ermee zou moeten. Zoals de grote sportevenementen nu zijn, is het een grote sprinkhanenplaag die de wereld overtrekken, de boel leegvreten en naar het volgende land gaan.

De Spelen van 1928 hebben een bijdrage geleverd aan de oplossing vinden voor bepaalde maatschappelijke vraagstukken; autoverkeer, uitbreiding van de stad, gezonde buitenlucht. Die oplossingen kun je niet gebruiken voor de problemen van nu. Dus moet je dat soort mega-evenementen op een andere manier gebruiken. Dat je het geld gebruikt om een grote wetenschappelijke conferentie te organiseren over bepaalde maatschappelijke thema’s die je aan de spelen verbindt. Om te kijken je daarmee misschien een oplossing kunt vinden.

De Olympische Spelen zijn een evenement dat altijd in beweging is. Eerst de ringen, hier het vuur, later de tocht. Wat zou u toevoegen of weglaten als u het voor het zeggen zou hebben?

Allereerst vind ik dat het IOC zelf moet betalen voor de organisatie, in plaats dat de stad dat moet doen. Dan gaat het IOC ook wat beter opletten in plaats van eisen stellen. Daarnaast zitten er in het IOC koningen, sjeiks en ex-sporters, maar niemand van een non-gouvernementele organisatie. Geen Amnesty International, geen Greenpeace. Ik zou een bepaalde bufferzone invoeren van een stuk of tien leden van NGO’s. Die zitten veel dieper geworteld in de maatschappelijke problematiek van de Olympische Spelen.

Je ziet continu een clash tussen de bevolking van een Europese stad en het IOC. Het IOC blijft maar zeggen dat het zo goed is voor de economie, maar die mensen hebben liever ziekenhuizen dan stadions – waar ik me wel iets bij kan voorstellen. Als je dan met die vervelende NGO-types in de organisatie zit, word je continu gedwongen om na te denken. Voor NGO’s is het ook goed, want zij weten veel beter hoe het is om zo’n evenement te organiseren.

Er zijn heel veel dingen goed aan de Olympische Spelen. Het probleem is het IOC zelf. Dingen veranderen kost daar minimaal vijfentwintig jaar, hoe graag ik ook alles voor Kerstmis zou hebben veranderd. Het is makkelijker om Groenland deze week nog drie kilometer naar het westen te trekken dan de Olympische Spelen dit jaar nog te veranderen.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.