Interview

Klaas Boomsma: “In ieder mens schuilt een hardloper.”

11-01-2018
Klaas Boomsma

Klaas Boomsma begon al op zijn 13e met drinken, en sindsdien ging het bergafwaarts met hem. Tot hij op zijn 37e naar een kliniek in Zuid-Afrika ging, waar hij afkickte en zijn liefde voor hardlopen ontdekte. Nu, 6 jaar later, heeft hij een boek geschreven over zijn verslaving, dat tegelijkertijd een ode aan het hardlopen is: Ren voor je leven. Janneke Siebelink, hoofdredacteur van online Lees Magazine van bol.com, interviewde hem op de Margriet Winterfair over de tijd dat hij verslaafd was, hoe dat was voor zijn familie en hoe hardlopen hem uiteindelijk heeft gered.

Ren

Klaas, hoe gaat het met je? 
Het gaat heel goed met mij. Ik ben vandaag 2 jaar getrouwd. Ik hoop eind deze maand te vieren dat ik 6 jaar nuchter en clean ben.

Je hebt een boek geschreven over die periode. Hoe is het om na 6 jaar weer over die periode te praten? 
Prima, eigenlijk. Die gesprekken gaan heel vaak over hoe het nu gaat, hoe ik uit die ellende ben gekomen, en die ellende is er lang geweest. Maar het feit dat ik hier over het boek zit te praten, betekent dat het goed gaat. En dat is natuurlijk iets waar ik graag over vertel.

Aan de vooravond van je 37e verjaardag concludeerde je dat je leven was mislukt. Nu bereik je het tegenovergestelde. Heb je het gevoel dat dat over een andere Klaas gaat? 
Ik heb in het begin van het boek heel uitgebreid beschreven hoe mijn leven eruit zag, en door een aantal gebeurtenissen heb ik het licht gezien. Als ik dat nu zie, denk ik: hoe kreeg ik het voor elkaar, hoe heb ik dat kunnen doen? Maar ik ben me er wel altijd heel bewust van dat ik dat was. Het zijn ook geen dingen waar ik mijn ogen voor wil sluiten, het hoort  bij mij. Die kant zit nu eenmaal ook in mij.

Kun je vertellen wat er aan vooraf ging? 
Ik begin in het boek te vertellen dat ik voor het eerst ging hardlopen in een kliniek in Zuid-Afrika. Op dat moment was ik bijna 37. In de 23 jaar die daaraan voorafgingen, was ik op mijn 13e voor het eerst dronken en dat werd een patroon in mijn leven, het werd erger en erger. Op een gegeven moment kwam er ook drugs bij. Het is zelfs zo ver gekomen dat ik ’s ochtends ook ging drinken.

"Voor de omgeving van een verslaafde is het een duivels dilemma. Ze hebben misschien wel ergens door dat ze eigenlijk hard moeten zouden zijn, maar dat doe je niet zo makkelijk als het om je partner of je kind gaat. "

Hoe bleef je überhaupt recht overeind staan? 
Heel vaak doordat er iemand in mijn leven was die mijn handje vasthield, eigenlijk. In de laatste periode, toen ik naar de kliniek ging, woonde ik samen. Ik had een vriendin, we hadden een koophuis, dus van een afstandje leek het alsof het allemaal best wel ging.

Je functioneerde ook. Je werkte. 
Je kunt best lang doormodderen. Als je andere omstandigheden om je heen hebt, zoals dat je normaal eet, of zoals ik een huis heb, dan kun je er heel lang mee doorgaan.

Heeft je omgeving je te lang gefaciliteerd daarin? 
Ja, in de omgeving van een verslaafde of alcoholist heb je de aanklagers en de enablers zoals dat heet, mensen die, vaak onbewust, het mede mogelijk maken. Voor de omgeving van een verslaafde is het een duivels dilemma. Ze hebben misschien wel ergens door dat ze eigenlijk hard moeten zouden zijn, de deur dichtgooien, een lijntje doorknippen, maar dat doe je niet zo makkelijk als het om je partner of je kind gaat. Vaak is dat wel nodig om echt de bodem te raken. Het moet wel heel erg slecht gaan voordat iemand ervoor openstaat om iets te veranderen.

Hoe was dat voor jouw ouders, wanneer hadden ze in de gaten dat het echt niet goed met je ging? 
Mijn moeder maakte zich al zorgen toen ik 13 was. Ik ging altijd te ver met drank. Wat je nu comazuipen noemt, dat deed ik. Ze lag altijd wakker als ik in mijn tienertijd uitging in het weekend. Later, toen ik studeerde en in de Randstad woonde, was ze niet dichtbij, maar ze voelde altijd wel dat het niet goed ging. Ik belde alleen als het even wel goed ging. Als ik een mindere periode had, nam ik soms 3 weken de telefoon niet op. Voor mijn ouders is dat een jarenlange bron van verdriet en zorg geweest.

Waar kwam dat vandaan, die drang om verdoving op te zoeken? 
Deels zit verslavingsgevoeligheid in de genen, maar ik was ook heel onzeker. Ik had een laag zelfbeeld, ik piekerde veel. Al die gedachten kwamen tot stilstand op het moment dat ik in een roes was. Dan kon het me niets schelen wat andere mensen van me vonden en maakte ik me niet overal zorgen over. En naarmate je meer en meer gaat drinken en op een gegeven moment ook drugs gaat gebruiken, versterkt dat zichzelf. Het werd ook mijn manier om met problemen, angst, zorgen en verdriet om te gaan. Vluchten in de roes.

Hoe kwam je aan het geld om je verslaving te onderhouden?
Drank is een heel goedkope drug. De eerste fles drank had mijn buurjongen meegesmokkeld, en voor de rest kwam ik aan het geld door bijbaantjes. Ik maaide gras, ik werkte bij de kerk, ik paste op. Later heb ik ook nog wel fietsen gejat en verkocht. In Nederland wordt roken en drank steeds duurder gemaakt, maar het is schrikbarend hoe makkelijk het is voor kinderen van 16 en 17 om aan sterke drank te komen. Voor een paar euro koop je het in de winkel.

Ben je nog weleens bang voor een terugval?  
Nee, ik heb heel veel vertrouwen in wat ik nu doe. Iedere dag realiseer ik me per dag waar ik vandaan kom en maak ik gezonde keuzes. Dat is een weg waar ik veilig op kan voortgaan. Ik ben wel heel bewust dat die verslaving in mij zit, die woont daar ook. Ik ben niet bang om terug te vallen, maar ik weet wel dat het een hele realistische mogelijkheid is. Ik ga nog iedere week naar meetings van de AA en daar kom ik heel veel mensen tegen. Sommige mensen drinken al meer dan 20 jaar niet meer. Die denken dan: een wijntje kan wel weer. Er zijn soms verhalen bekend van mensen die na een paar maanden weer helemaal terug bij af zijn en op straat belanden of erger.

"Iedere dag realiseer ik me per dag waar ik vandaan kom en maak ik gezonde keuzes. Dat is een weg waar ik veilig op kan voortgaan."

Wat voor tips heb je voor de omgeving om ermee om te gaan? 
Hoe moeilijk het ook is, zeg er toch iets van. Ik had zelf een soort mijnenveld om mijn alcoholisme heen gelegd. Iedereen wist eigenlijk wel: als je daarover begint, krijg je ruzie. Het is een soort afweermechanisme. Maar het is toch goed om het aan te kaarten. Mijn moeder en mijn ex-vriendin hebben weleens gezegd: "Volgens mij heb jij een probleem, volgens mij ben je alcoholist." Al die opmerkingen droeg ik toch bij me. Ik vond het zelf ook tijd om hulp te zoeken. Dat resoneerde toch in mijn achterhoofd. Trek een streep en bescherm jezelf.

Je hebt een boek geschreven. Heb je ergens een grens getrokken tussen dingen die je wel en niet vertelt, of geef je jezelf volledig bloot? 
Ik geef mezelf wel volledig bloot. Ik heb echt wel proberen te vertellen hoe mijn leven eruit zag. Wat ik heel belangrijk vond, is wegblijven van melodrama. Om heel duidelijk te krijgen wat die zweem rond drank en drugs heen is, vooral in de journalistiek of de muziek, alsof het rock-n-roll-achtig is. Ik heb heel duidelijk willen omschrijven dat er helemaal niets rock-n-roll aan is, maar dat het gewoon heel treurig en eenzaam is.

Was het kantelpunt dat je besloot naar die kliniek in Zuid-Afrika te gaan? 
Ja, het kantelpunt kwam echt toen ik op mijn werk een gesprek had waarvan ik dacht: dit is het exitgesprek, ze gaan me nu ontslaan. Daar hadden ze alle reden toe. Maar de baas ontsloeg me toch niet en zei: er is iets met jou aan de hand en we weten niet wat het is. Maar als je hier verder wilt, moet je er wel iets aan gaan doen. Dat was het moment waarop ik tegen de baas zei: “Ik geloof dat ik een drankprobleem heb.” Dat was het moment waarop alles is gaan draaien. Het was voor het eerst dat ik dat hardop uitsprak, en dat zette de deur open om hulp te gaan zoeken.

Heb je spijt? 
Van sommige dingen wel. Hoe ik bijvoorbeeld met mijn laatste ex-vriendin ben omgegaan, daar heb ik echt wel spijt van. Het verdriet dat ik mijn ouders heb aangedaan…