Interview

Interview met Maria Boonzaaijer: “Ik wil in mijn boeken de menselijke kant laten zien.”

Door: Janneke
25-09-2017
Header Maria1

Het nieuwste boek van Maria Boonzaaijer was zo controversieel, dat sommige uitgevers het niet aandurfden om het uit te geven. Maar één durfde het wel aan en dus verscheen bij Uitgeverij Aspekt begin september Hunkering, een roman over ouderen en seksualiteit. Janneke Siebelink, hoofdredacteur van online magazine lees.bol.com, sprak met Maria over ouderdom, intimiteit en haar nieuwste boek.

Je bent gewisseld van uitgever.
Mijn project was aangenomen bij mijn uitgeverij en ik had contact met een redacteur. Dat leek wat te worden, maar ik hoorde er niets meer van. Toen bleek die redacteur ontslagen te zijn, en ze hadden ook gelijk mijn project gecanceld. Ik liet me er niet door ontmoedigen en dacht: ik ga gewoon dat boek afmaken en ik zoek een andere uitgever. Die vond ik en zij belde me enthousiast over het manuscript. Ze vond het goed geschreven. Toch durfde ze het niet aan, vanwege het controversiële onderwerp. Deze uitgever heeft me toen een lange mail gestuurd met wat ze wel goed vond en niet goed vond, want ze zei dat ik recht had op goede feedback. Heel aardig.

Wat bijzonder. Meestal zijn de afwijzingen kort…
Ja, maar het was dus weer nul op rekest, en toen dacht ik: wacht eens even, er is iets aan de hand. Ik raak blijkbaar aan een taboe, hier ga ik aan werken. Mijn roman is gebaseerd op een krantenartikel over erotiek onder bejaarden, waarin een interview stond met een seksverzorgende die zich wijdt aan de eenzaamheidsproblematiek bij senioren. In het Literair Café Barneveld zei ik tegen een bevriende auteur: ‘Ik schrijf over erotiek bij ouderen en dat ligt blijkbaar erg gevoelig.” Hij introduceerde mij bij Uitgeverij Aspekt, heel tof van hem. Met die uitgever klikte het meteen en in een mum van tijd lag er een drukproef klaar. 

Hoe heb je de research voor dit boek gedaan?
Ik heb veel gelezen over het thema. Daarnaast legde ik contact met de organisatie die seksverzorgenden uitzendt en heb daardoor fijne en diepgaande gesprekken gevoerd met verschillende vrouwen die dit werk doen. Ik heb diep respect voor hen. Mijn meelezer - geestelijk verzorger in een verpleeghuis - was helemaal warm gelopen  voor mijn onderwerp. Hij organiseerde voor mij een ochtend met een paar oude dames om te praten over intimiteit en seksualiteit. Het werd een ontroerend gesprek, omdat het zo persoonlijk was. Ook sprak ik met een paar oude heren over intimiteit. Ik moest me voor kunnen stellen hoe het voelt om te leven in een lichaam van 85, want mijn tweede hoofdpersonage is een oude man: Todi.
Weet je, dit boek gaat niet over wat allemaal wel en niet kan in de seks als je zo oud bent. Het gaat over een tedere liefde tussen twee rijpere mensen. Dat is eigenlijk het grootste accent. Ik vind het mooi dat de recensenten tot nu toe het aspect over de seksverzorger die erin voorkomt niet expliciet benoemen. Daarin voel ik respect. 

Op de omslag zie je een stoel met twee ontbrekende poten. Hoe symbolisch is dat voor het boek? Ik moest zelf denken aan de hoofdpersoon Julia. De twee poten, de benen van haar man, vallen weg, maar ze blijft toch staan.
Ik vind het een prachtig en passend symbool. De poten zijn in Julia’s leven onder haar stoel weggezaagd. Todi, de oude Portugees, loopt wat krom en hij is verminkt, hij mist een paar vingers. Die verminking zie je terug in de stoel, ook een zekere geschondenheid van het leven, het niet volledig zijn. Maar het beeld geeft ook hoop: het lijkt alsof alles klaarstaat om opnieuw geschilderd te worden en de muur opnieuw gepleisterd.

Shutterstock 679955779

"Ik heb heel wat meegemaakt in mijn leven, zoveel gezien. Niets menselijks is mij vreemd."

Hoe belangrijk is het dat de plekken die je beschrijft echt bestaan?
Heel belangrijk. Ik kom elke zomer in Setúbal, de Portugese geboortestad van Todi. Daar liggen we met ons schip voor anker. Ik ben verliefd op die stad, zo authentiek en zo vriendelijk. Toen ik het boek ging schrijven, dacht ik: ik wil op de een of andere manier Setúbal erbij betrekken. Vandaar de oude Portugees in plaats van een Nederlander. Dat geeft ook een exotisch element. En die straten en steegjes, daar heb ik zelf gelopen. Die prachtige markthal met al dat verse spul ken ik goed. En die visserskade heeft echt kasseien. Zoiets heb ik ook met Amsterdam. Ik hou van Amsterdam omdat het mijn geboortestad is. Het boek is er een ode aan. Ik heb zelfs voor een bepaald hoofdstuk in Hunkering nog even een bepaalde route door de Rivierenbuurt gecheckt bij een Rivierenbuurtbewoner. Ik wil allemaal herkenbare dingen meegeven. Dat vind ik zelf ook zo mooi in de romans die ik lees.

Wat vond je het moeilijkste om te schrijven aan dit boek?
Misschien wel het slot. Daar heb ik lang over gepeinsd. Ik was een ochtend lang van slag door de beslissing die Todi nam aan het einde van het boek. Maar het moest. En ik vroeg me vaak af of de passages over het verleden wel pasten. Ik heb het script ook een tijdje weggelegd, omdat de twijfel altijd toeslaat: is het nou wel goed, moet ik dit of dat hoofdstuk niet weghalen? En dat stuk over de ontmoeting met Teresa: ik was bang dat het te romantisch was, te banaal. Maar het was juist goed, zei Stephen (mijn man). Dat soort vragen blijft lastig. Ik leg soms boeken van verschillende auteurs naast me, zoals van Tjitske Jansen, Jan Siebelink en Hilary Mantel. Dan hoef ik maar één bladzijde te lezen en dan zit ik in hun flow van woorden. Dan kan ik weer verder. Het is dan net alsof er een bries opsteekt waardoor mijn schip weer wind in de zeilen krijgt en ik  de goede richting op vaar.

Word je weleens verdrietig van hetgeen je schrijft?
Ja, dat hoort erbij. Het is net als acteren. Je zit in een emotionele scene en dan mogen er tranen komen. Dat was ook zo met Hunkering. Ik was een hele ochtend ontdaan door Todi’s besluit. Dat heb ik meer met boeken, bijvoorbeeld bij Papa Tango. Ik zat in een boshuisje in Twello te werken aan het script en ik ging ‘s avonds naar huis, nogal van streek door een plotselinge wending in het verhaal. Ik heb echt in tranen achter het stuur gezeten.

Zijn er onderwerpen waar je niet over zou kunnen schrijven?
Over voetbal, haha! Daar heb ik niet zoveel mee. Maar serieus: ik denk dat ik niets uitsluit. Historie, oorlog, zoals in Joodse buren. Seksueel misbruik: in Het vreemde meisje gaat het over misbruik door een priester. Ik heb erover geschreven zonder oordeel en dat werd erg gewaardeerd. Ik zoek altijd de menselijke kant. Dat vind ik belangrijk; net als in Hunkering. Ik heb heel wat meegemaakt in mijn leven, zoveel gezien. Ik heb met tbs’ers gewerkt, dramatherapie gegeven aan de meest verschillende doelgroepen. Ik woon al 30 jaar in een leefgemeenschap waar we mensen opvangen. Niets menselijks is mij vreemd. 

Aan het einde van het boek zegt Todi: “Ouderdom is zo wreed.” Vind jij dat ook?
Ouderdom kán heel wreed zijn. Dat ervaart Julia ook in het verpleeghuis van haar demente moeder. Echt oude mensen die lichamelijk tot niets meer in staat zijn; dat heeft iets vernederends. Maar het is maar net hoe je er zelf instaat en wat je overkomt. In Setúbal verbaas ik me over het aantal montere stokoude mensen op straat. Ik ben zelf niet bang om oud te worden. Maar ik doe er veel aan om vitaal te blijven en houd mezelf in vorm door een gezonde levensstijl. Nu zeggen ze van schrijvers dat die altijd heel oud worden, dus ja, dat is bemoedigend!

Shutterstock 155217680

Je blijft als schrijver wel actief. Je gaat niet met pensioen, je kunt eeuwig doorgeven. 
Schrijven betekent zingeving. Dat houdt je wakker. Je moet je voortdurend ontwikkelen, en in beweging blijven: fysiek, mentaal en spiritueel. Dat is de spil waar het om draait. Er kan je altijd iets overkomen, bijvoorbeeld een beroerte. En als je echt heel oud bent, krijg je natuurlijk ongemakken.

Zijn er dingen waar jij spijt van hebt in je leven, die je anders had willen doen? 
Oh ja. Sommige mensen zeggen “Je ne regrette rien.” Maar dat vind ik lastig. Je ontkomt er niet aan dat je in je leven fouten maakt, stomme dingen doet. Dat is het leven. Daar leer je van. Dat ik in een bepaalde periode te weinig aandacht had voor mijn kinderen, bijvoorbeeld, omdat ik zo druk was met mijn eigen projecten. Dat knelt. Dat was niet zo mooi, had ik dat maar anders gedaan, denk je later. Echter, als je dat ziet en bespreekbaar maakt, leer je jezelf te accepteren. Maar ik vind dus niet dat je moet zeggen: ik heb nergens spijt van, het is allemaal goed geweest. Dat lijkt me niet reëel.

 "Elke dag is voor mij een nieuw avontuur."

Hoeveel van jou zit er in Julia?  
Genoeg om heel veel sympathie te voelen voor haar, voor de manier waarop ze met het leven en met meneer Todi omgaat. Ik heb haar in mijn hart gesloten. Zoals ze op een gegeven moment op bed ligt en denkt: ik ga niet meer vechten, ik ga gewoon vriendelijk tegen hem doen. God weet waar ik het vandaan moet halen, maar ik ga niet meer leven in vijandschap.

Wat is de beste tip die je ooit hebt gehad voor het schrijven?  
Een redacteur van Uitgeverij De Geus gaf mij het kostbaarste advies toen ik Papa Tango naar hem had gestuurd: “Leer suggestiever te schrijven, Maria.” Ik legde namelijk veel te veel uit. Toen ben ik Henning Mankell gaan lezen, om te zien wat hij bedoelde. Dat was echt een eye opener; een ware leerschool. Ik heb zijn schrijfstijl geanalyseerd en toen ben ik mijn eigen boek gaan herschrijven. En mijn man zegt altijd: “Let op je adjectieven, gooi die eruit, want daardoor wordt het niet sterker. Minder is meer.” Hij heeft volkomen gelijk.

Julia stelt zichzelf de vraag: wat heb je eigenlijk van het leven gemaakt? Is dat een vraag die je jezelf ook weleens stelt?  
De vader van Julia vraagt dat aan haar, ja. Eigenlijk een verkeerde vraag die hij stelt. En dat tekent hem. Want hoeveel macht heb je om iets te ‘maken’? Voor mij is het de vraag of je blij bent met het leven, met alle ups en downs. Elke dag is voor mij een nieuw avontuur.

Meer lezen van Maria Boonzaaijer?

Janneke Thumb Janneke
Praat mee