Interview

Lewinsky, de romanticus die zichzelf wijsmaakt dat hij een realist is

4-4-2017

Charles Lewinsky: ‘ik geloof dat Flaubert zei dat er twee dingen zijn die je als schrijver moet doen: een zo saai mogelijk leven leiden, zodat je al je avonturen in je boeken kunt stoppen. En ik leid een heel saai leven. Als je ooit mijn biografie gaat schrijven, zal het een heel dun boekje worden. Ik werk zeven dagen in de week en gun mezelf een dag rust als ik een hoofdstuk af heb. Dat is mijn leven. Heel saai. Heel gedisciplineerd. ‘s Avonds zit ik het liefst op de bank met de krant. Als ik in Zurich ben, schrijf ik zo min mogelijk. In mijn huisje in Frankrijk doe ik het echte werk. Ik ben ook niet zo gezellig als ik met een boek bezig ben; geconcentreerd en afwezig. Sommige schrijvers kunnen overal ter wereld schrijven. Ik niet. Ik moet me thuis voelen.'

In Frankrijk, in zijn werkhuis voelt hij zich thuis. En ook hier, in Zurich. Waar de huizen perfect gestreken zijn. Waar de auto’s glanzend en geruisloos op lucht door de straten lijken te gaan. Waar de stoepranden breed zijn, de winkels smetteloos. Waar zelfs het vuilnis onbezoedeld is. Waar de Limmat gemütlich door de stad meandert, terwijl wijde bruggen de stad bijeenhouden. Alles is zuiver. Alles is zacht. Wanneer de rest van de wereld in brand zou staan, zou je het in Zurich niet door hebben. Perfect dus voor Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946).

En precies zoals Flaubert het zou willen hebben gezien.

We zitten in zijn favoriete koffiehuisje, aan de ‘bovenkant’ van de stad, wandelen door zijn stad. ’s Avonds eten we Seared Scallops, Green pea tortellini, Crispy skinned baramundi fillet with saffron en white chocolate and blueberry millefeuille met lime marshallows. Onderwijl vertelt hij over zijn nieuwste boek Alleen maar helden, dat in 2015 Nederland is verschenen, over zijn helden, dilemma’s en, natuurlijk, de liefde.

Really, very lovely handwriting

Hanenpoten & ingevingen
‘Is dat jouw handschrift?’, vraagt hij voordat hij een laatste hapje van zijn citroentaartje neemt.

Houdt hij me voor de gek? Ik kijk om me heen. Hij kijkt nog steeds naar mijn in vulpen geschreven vragen voor hem, terwijl hij zegt Really, very lovely handwiting.

Ik vertel hem dat mijn broer vroeger onderaan de boodschappenlijstjes die ik maakte als we op vakantie waren, schreef: ‘En een nieuw handschrift.’ Hopende daarmee mijn verbaasdheid over zijn enthousiasme te kunnen verklaren. Maar hij blijft bewonderend kijken naar de hanenpoten en zegt vervolgens ‘Ik vraag me alleen af of je het kunt lezen’.

Ah, toch geen bewondering.

‘Ik kan vaak mijn eigen handschrift ook niet lezen. Tijdens een toneelstuk dat ik had geschreven, maakte ik aantekeningen om aan de acteurs te geven. Maar ik moest mijn assistent vervolgens vragen wat ik daar en daar had opgeschreven, wat had ik hier bedoeld? Ik kon het niet meer lezen.’

Maar u schrijft toch nooit uw ingevingen op?
Als een metafoor me niet tot me komt tijdens het schrijven, zal het wel geen goede metafoor of observering zijn geweest. Er schuilt ook het gevaar in dat je een soort verzamelboek schrijft van alleen maar mooie zinnen die je op een bepaald moment hebt bedacht.

Dus u heeft ook geen notitieboekje naast uw bed?
Nee. Niks. Geen pennen. Geen papier

Boeken?
(Maakt het gebaar van een hoge stapel) Oké, wel een beetje papier.

Wat leest u nu?
Michael Chabon. Hij schreef het beroemde The Oukranian policemen society. Telegragraph avenue ben ik nu aan het lezen.

Leest u liever of schrijft u liever?
Ik zit het liefste op de bank met de krant. (Lacht). Ik lees heel graag, maar helaas niet meer zoveel als vroeger.

Ziet u schrijven als een carrière?
Zo begon het wel, maar ik had nooit gedacht dat ik er echt van zou kunnen leven. Ik debuteerde weliswaar pas op 42-jarige leeftijd, maar mijn eerste boek schreef ik al op mijn 22ste.

Mag ik…
Oh nee! Dat mag je pas lezen als ik dood ben.

Coffee

Familiebanden en helden

Heeft u een speciale band met Nederland?
Er is een familieband. Ik heb een nicht in Nederland wonen, Alice. Als ik als kleine jongen bij haar op bezoek kwam, dan verheugde ik me onderweg al op die snoepjes, Haagse Hopjes ja. Zij is de enige overlevende van de oorlog van mijn Nederlandse familie, de rest is allemaal omgekomen tijdens het Nazi regime. Altijd als ik Nederland ben, ga ik in naar Amstelveen om haar te bezoeken. Het is een dame op leeftijd nu. Ze treft het niet in het leven. Haar man is onlangs overleden. Haar dochter heeft zelfmoord gepleegd.

Heeft een idee waarom uw boeken zo goed populair zijn in Nederland?
Niemand heeft echt een idee waarom de boeken in Nederland zoveel aandacht krijgen, maar mijn denkt dat het komt omdat jullie aan het water wonen en veel vis eten. Dat maakt jullie intelligent (lacht).

En in China bent u ook heel populair.
Ja, dat is wel een van de merkwaardigste dingen die me ooit is overkomen. In 2007 ontving ik voor Het lot van de familie Meijer de Chinese prijs voor vertaalde literatuur. Als Chinezen een speech houden, klinkt als een begrafenisspeech. Alles is heel officieel. Er was Chinese tolk die alles in het Engels vertaalde, maar die kon ik ook niet verstaan. Ik had geen idee waar ze het over hadden. Plotseling realiseerde ik me dat als hij mijn naam zou noemen, ik dat ook niet zou verstaan. Je kunt je wel voorstellen hoe dat er uit moeten hebben gezien.

Uw nieuwste boek Kastelau is in het Nederlands vertaald als Alleen maar helden. Wie zijn uw helden?
Wie verdient een medaille als ze het al 50 jaar met mij uithoudt?

Uw vrouw?
Ja, mijn vrouw. Mij uitstaan voor 50 jaar, dat is een heldendaad. We zijn al bijna 50 jaar getrouwd. Ik ben nog steeds verliefd op haar. En zij is nog steeds bij mij. Wonderlijk hé? We ontmoetten elkaar op een bal dat speciaal was georganiseerd voor Joodse jongeren om met elkaar in contact te komen. Ik was 19 en ging met mijn broer mee. We dansten. Daar hield het wel mee op. Ik vond haar helemaal niet leuk. Ik vond haar jurk niet leuk. Ik vond niets van haar leuk… Toch bleef ze rondspoken in mijn hoofd. Na een paar weken besloot ik koffie te gaan drinken met die vrouw die me maar bleef bezighouden. Komend najaar vieren we dat we 50 jaar samen zijn.

Zou u met uzelf kunnen wonen?
Niet met de jongen die ik vroeger was. Die was onuitstaanbaar. Als ik mezelf was tegengekomen in die tijd, zo rond mijn 20ste, dan had ik rechtsomkeert gemaakt. Ik wist alles beter. Nu ik bijna 70 ben, weet ik dat ik eigenlijk helemaal niets weet, en dat maakt me een veel vriendelijker persoon.

Een romanticus met angst

Alleen maar helden gaat net als uw vorige boek Terugkeer ongewenst, over een acteur en het maken van propagandafilms in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers, om te laten zien hoe goed ze wel niet waren voor de joden. In Terugkeer ongewenst gaat het om een joodse acteur, die voor het dilemma wordt gesteld om te spelen in een Duitse film. In uw laatste boek gaat het om een Duitse acteur die de propagandafilm gebruikt om het voortdurend onder vuur liggende Berlijn te ontsnappen - heel kort gezegd. Komt Alleen maar helden rechtstreeks uit uw vorige boek voort?
Tijdens de research voor Terugkeer ongewenst, las ik over een filmploeg van de Ufa* die naar de Zwitserland is afgereisd om een film te maken tijdens de oorlog. Ze kwamen pas na de oorlog weer terug. Dat gegeven bleef in mijn hoofd rondzingen. Nee, ik werkte nog niet aan dit verhaal toen, dat kan ik niet. Ik kan wel aan twee totaal verschillende dingen werken. Ik schreef een musical tijdens het boek, dat gaat goed. Het is ook niet zo dat ik het zo plan, het komt op mijn pad en als het interessant genoeg is, doe ik het. k hou van het oplossen van problemen. Ieder boek zie ik als een op te lossen probleem. Iedere week draai ik het lastigste kruiswoordpuzzel van Duitsland uit en ik rust niet tot ik die heb opgelost. Al iemand me iets vraagt om iets te doen wat onmogelijk is, sta ik direct op scherp.

Een van de personages uit Alleen maar Helden, de Duitse auteur en scenarioschrijver Werner Wagenknecht, schrijft op een bepaald moment in zijn dagboek ‘Ik ben een romanticus, die zichzelf wijsmaakt dat hij een realist is’. Is die opmerking ook op uzelf van toepassing?
Ik denk dat die opmerking voor alle schrijvers opgaat. Het grootste probleem van schrijvers is en de reden waarom zoveel schrijvers ongelukkig zijn, is dat je voortdurend bezig met het verzinnen van verhalen. Je ziet aan de overkant van de straat een man die wordt achtervolgd door een hond. Automatisch denk je ‘wat zou ik doen, als ik die man was’. Voor een schrijver is het soms moeilijk om waarheid en fictie gescheiden te houden. Ken je het verhaal van Balzac? Hij verdwaalde in Parijs omdat hij de straat zocht die hij zelf had bedacht.

In diezelfde paragraaf schrijft Werner dat schrijven een manier is om angst te bezweren. Schrijven en observeren maakt het leven controllable. Geldt dat ook voor u?
Dat is weer iets dat voor alle schrijvers geldt, vermoed ik. Als je heel secuur observeert, voel je je minder bedreigd. Het leven zit vol bedreigende situaties.

Waar bent u werkelijk bang voor?
Mijn grootste angst is dat er iets gebeurd met mijn familie. Ik heb geluk gehad. Ik ben bijna 70. Ik hoop dat dat geluk me niet verlaat. Misschien is het een bepaalde perceptie: wat ik niet zo erg vind, is misschien voor een ander rampzalig. Toen ik herstellende was van een hartoperatie, sprak ik een oude bekende van me. Hij vertelde me dat hij een verschrikkelijke ervaring achter de rug had: hij had onlangs een bypassoperatie gehad. Het was het allerergste dat hij ooit had meegemaakt. Ik kon alleen maar denken dat ik juist wel blij was dat ik weer ‘gerepareerd’ was. Ik was weer gemaakt. De operatie had verder geen indruk op mij gemaakt. Sommige mensen vinden het leven in het algemeen een beetje moeilijker misschien.

Alleen maar helden speelt zich – wederom – af in de Tweede Wereldoorlog. Waarom, denkt u, blijft de Tweede Wereldoorlog een onuitputtelijke bron voor verhalen?
De Tweede Wereldoorlog heeft Europa compleet veranderd. Eigenlijk is er nooit een Tweede Wereldoorlog geweest, het was een lange oorlog, van 1914 tot 1945. Na de oorlog waren er geen keizers meer. De regels waren compleet veranderd. En dat is nog altijd voelbaar. Daarom schrijven we er nog altijd over. Interessante tijden zijn geen goede tijden om in te leven. Er is een Chinees gezegde, voor wanneer je iemand echt iets naars wil toewensen: ‘Moge je in boeiende tijden leven.'

Berlin

Kracht van een boek

Uw eerste gepubliceerde boek gaat over Zwitserland. U fantaseert daarin over hoe het zou zijn als Hitler de oorlog zou hebben gewonnen. Dat werd u niet in dank afgenomen…
Oh, ze haatten me. Ik vond de reacties buitengewoon interessant, want ik zag welke impact een boek kan hebben. De kracht! Het maakte me zeker niet onzeker. Geen moment heb ik gedacht om te stoppen met schrijven. Ook niet op het moment dat om drie ’s ochtends de telefoon ging en mij de gaskamer werd toegewenst. Het maakt me ook niet gelukkig, natuurlijk voel je je even ongemakkelijk, maar je moet je maar voorhouden dat je een gek aan de telefoon hebt die jouw boek niet zo goed vond. En dat kan natuurlijk. En de kans is ook nog groot dat hij het boek niet eens heeft gelezen, maar gewoon anderen napraat.

Schrijft u voor uzelf of voor een publiek?
Voor allebei. Je wilt gelezen worden. Als ik een collega schrijver hoor zeggen dat hij nooit de recensies leest, geloof ik hem niet. Iedereen leest ze. Je geeft het niet toe. Maar natuurlijk lees je ze. Soms kun je ook nog iets van ze leren, als ze je boek goed hebben gelezen.

U kon voor Alleen maar helden putten uit alle research die u voor uw vorige boek heeft gedaan?
Ja, het enige dat ik uit heb moeten zoeken, is hoe het zat met het geluid tijdens het filmen in die tijd. Ik ging naar musea, speciale exhibities, schreef brieven naar instanties. Er was relatief weinig over bekend hoe men dat in die tijd deed. Net in die periode veranderde de techniek namelijk. Twee jaar later, na de oorlog, was het compleet anders, nam men het geluid op tape op. Ufa deed dat nog niet in die periode die ik beschrijf. Een goede leugenaar doet veel onderzoek. Als ik wil dat jij investeert in mijn goudmijn, moet ik alles van goudmijnen weten, zo nu en dan een technische term laten vallen om jou te overtuigen van mijn kennis van zaken. Een goede leugenaar zijn, is hard werken.

Vindt u de research of het schrijven zelf het leukst?
Moeilijke vraag. Schrijven is niet leuk. Als je een berg wil beklimmen, is het uitzicht daarboven jouw beloning. Het klimmen zelf is hard werken. En dat is schrijven. Net als liegen, want dat is wat schrijven is. En dat is heel hard werken.

Heeft u ooit een writers’ block gehad?
Ik heb iedere dag een writers’ block. Zodra je gaat zitten om te gaat schrijven, wordt je geest heel creatief: het verzint allerlei excuses om maar niet te hoeven schrijven. Er is nog mail die beantwoord moet worden, boodschappen die gedaan moeten worden, die ene vriend zou je nog een brief schrijven… als je daar aan toegeeft, zal je nooit een boek schrijven. Als mijn hoofd me zegt dat het me vandaag geen woorden gaat geven, dan zeg ik ‘jammer vroor jou, ik blijf lekker zitten’. Je hoofd geeft op, jij niet. En dan ineens zijn er die fantastische momenten dat de woorden stromen. Die flow. En het komt ook voor dat ik alles wat ik heb geschreven, weggooi aan het einde van de dag.

"Schrijven is een reis"

Het lot van de familie Meijer heeft u zonder outline op voorhand geschreven. U heeft zelfs de stamboom pas achteraf gemaakt. Bij dit boek lijkt me dat bijna onmogelijk, gezien de verschillende soorten verhaallijnen die er in zijn verwerkt. Ben u anders te werk gegaan bij Alleen maar helden?
Het lot van de familie Meijer was in feite veel makkelijker om te schrijven omdat het een chronologisch verhaal is. Technisch gezien een vrij eenvoudige opgave. Ik hoefde niet te weten wat er moest gebeuren in het volgende hoofdstuk. Ik wist alleen waar ik wilde eindigen. En zo was het ook met dit boek. Schrijven is een reis. Ik weet alleen mijn vertrekpunt en mijn eindbestemming. Dat is mijn manier van schrijven, ik zou niet anders kunnen. Wat ik ook niet kan, is doorgaan wanneer ik even niet op een woord kan komen. Ik moet het opzoeken, anders kan ik niet verder schrijven.

Wat was het moeilijkste dat iemand u ooit heeft gevraagd?
Een filmproducent vroeg mee eens een film te maken met slechts 1 speler. ‘Onmogelijk’, zei ik. ‚Ik doe het!’ Het kwam tegelijkertijd uit met Het lot van de familie Meijer, en beiden bleken een succes. Ik ging van de ene boekpresentatie naar de andere filmbijeenkomst. Dat was heel bijzonder, twee totaal verschillende werelden.

Alleen maar helden leest als een waargebeurd verhaal. Niet in de minste plaats door toevoegingen van noten en stukken uit Wikipedia. Ik heb in het begin de namen steeds gegoogled. Wat is er echt aan uw boek?
Ik wil als schrijver mooie verhalen vertellen, geen boodschap overbrengen. Een Amerikaanse schrijver zei een keer: ‘Als ik een boodschap wil overbrengen, ga ik wel naar het postkantoor.’ Ik hou van verhalen vertellen.

Vertelde u uw kinderen ook altijd verhalen?
Jarenlang heb ik ze iedere avond een eeuwigdurend verhaal verteld over een koe. Die koe maakte iedere avond weer iets nieuws mee. Hij werd uitgenodigd op Buckingham Palace. In die tijd luisterden ze nog naar me… die tijd is nu voorbij. Maar ze blijven het mooiste dat ik ooit heb geproduceerd.

Wat gaf u, naast het verzinnen van Wikipedialemma’s, nog meer plezier in het schrijven van dit boek?
De verschillende stemmen, vooral die van de oude actrice Tiziana. Zij is geweldig. Ik vind het verschrikkelijk saai om iedere keer hetzelfde boek te schrijven. Al mijn boeken zijn totaal verschillend.

Vind u het moeilijk om over dit boek te praten, u bent waarschijnlijk alweer met iets heel anders bezig, een nieuw project?
Ieder boek dat is geschreven, is klaar. Dat ligt achter me. In Engeland verschijnt nu de vertaling van Het lot van de familie Meijer, dus nu ga ik daar weer vel over praten, maar soms weet ik niet eens meer wat ik precies heb geschreven. Wat waar is en wat ik heb verzonnen. Je schrijft om van iets verlost te raken, niet om het vast te houden.

Uitstapjes en laatjes

Wie leest als eerste uw manuscript?
Ik lees het altijd aan mijn vrouw voor. Ze zegt niet. Ze hoeft ook niets te zeggen, ik kan haar gezicht lezen. Na zoveel jaren ken je elkaar wel. Als ik echt wil dat iemand kritisch naar mijn teksten kijkt, dan geef ik het aan mijn dochter. Zij kan hele goed teksten analyseren.

In veel van uw verhalen, worden de hoofdpersonen geconfronteerd met morele dilemma’s. Wat is het moeilijkste dilemma dat u in uw leven heeft ondervonden?
Ik ben een gelukkig mens. Ik heb nog nooit geconfronteerd met een wezenlijk dilemma. Ik heb (nog) nooit hoeven kiezen tussen twee kwaden. Ik ben echt heel saai.

Vooruit, wat weet u dan nu over schrijven, wat u graag wat eerder had willen weten?
Oh, er zijn heel veel dingen die ik heb moeten leren. Maar de belangrijkste les die ik heb geleerd is dat ieder woord, iedere zin en ieder hoofdstuk bij voorbaat te lang is. Ik weet niet meer wie, maar het was een schrijver die zei: ‘Wist ik maar welk woord ik weg moest laten, dan was ik de grootste schrijver die er zou zijn.’

U bent succesvol in alles wat u doet. Bent u nog weleens bang voor mogelijke kritieken op uw nieuwste werk?
Als ik eerlijk ben, nee. Als je op mijn leeftijd nog schrijft om succes te vergaren, dan is er iets misgegaan. Ik vind veel verschillende dingen leuk en grijp veel dingen aan, als ze me uitdagen. Dat is voor journalisten weleens frustrerend, omdat ze niet weten in welk laatje ze me kunnen moeten. Ze kunnen geen label op me plakken.

U vindt het leuk om mensen op het verkeerde been te zetten?
Het grappigste wat me een keer overkwam, was dat een vriend die mij kent uit de filmwereld, me vertelde dat hij een boek zag liggen dat geschreven was door iemand met precies dezelfde naam als ik! Terwijl die naam toch niet zo heel vaak voorkwam. Hij kon het verband niet leggen. Er stond geen auteursfoto op het omslag, nee. Hij had het boek gekocht, en hij vond ook niet eens zo slecht. Voor hem zat ik in het laatje ‘film’. Daar kwam ik niet zo makkelijk uit en dat geldt dus ook voor de meeste journalisten. Ik heb liedjes geschreven - wat het makkelijkste werk is voor een schrijver. Daarna heb ik voor een Zwitserse tv serie geschreven die tot op de dag van vandaag de populairste is. Ik heb veel ‘uitstapjes’ gemaakt omdat ik geld moest verdienen. Toen ik komedies schreef, dacht ze ‘ha, hij is dus een komediant.’ Toen ik een kinderboek schreef, was ik ene kinderboekenauteur. En toen schreef ik Het lot van de familie Meijer. Ze konden me niet plaatsen. Nog steeds niet, denk ik.

Literaire hamburgers

Heeft u weleens onder een pseudoniem geschreven?
Oh, wel honderden dingen!

En u gaat me zeker niet vertellen onder elke namen?
(Lacht) Nee. Dan is de lol eraf. Dat is de reden waarom je een andere naam gebruikt. ik heb weleens een vriend uit de brand geholpen die een script nodig had, omdat het huidige script waardeloos was. Ik zei: ‘oké, ik doe het, maar dan wel onder een andere naam.’ Dat is niet uit schaamte, maar het zou wel een mogelijke positieve ontvangst van mijn boeken in de weg kunnen staan, wanneer ik mijn naam aan dat script had verbonden. Ik wil het leven voor journalisten ook niet te ingewikkeld maken.

U kon met die namen leuke trucjes uit halen…
Ja zeker! Als beginnend freelance schrijver kreeg ik de opdracht om voor een krant korte detective verhalen te schrijven. Ik schreef 1 verhaal in een dag. Soms kreeg ik van de agent die dit regelde, te horen dat ze de verhalen van deze schrijver niet meer goed genoeg vonden en dat ze iemand anders wilden. Dan leverde ik onder een andere naam weer iets aan en dan waren ze plotseling weer helemaal tevreden. Geen haan die daarnaar kraaide. Ik denk dat ik wel 200 van die korte verhalen heb geschreven in die tijd. Het waren snacks, literaire hamburgers, niemand interesseerde het waar de koe vandaan kwam.

Volgend jaar, in 2016, wordt u 70. Is er iets wat u nog niet heeft gedaan en nog heel graag zou willen doen?
Zoveel! Vooral op het gebied van schrijven. Maar ik weet nog niet wat me allemaal te wachten staat. Als ik het wist, had ik het al gedaan. Ik ben in ieder geval nog lang niet van plan om te stoppen.

Ik heb in ieder geval vast aangekondigd dat wanneer ik op 14 april 2016 70 wordt, er weer een nieuw boek zal komen, getiteld I am Anderson. Ze hoeven zich geen zorgen te maken. Ik lever het manuscript op tijd aan en als ik het inlever, is het goed. Er wordt in mijn manuscripten niet gerommeld met de structuur en er worden zeker geen hoofdstukken verwijderd. Over Alleen maar helden heb ik een uur met mijn redacteur gepraat en toen was het klaar.

*(Universum Film AG, beter bekend als Ufa of UFA, was de belangrijkste filmstudio in Duitsland, de thuisbasis van de Duitse filmindustrie tijdens de Weimarrepubliek en tot het einde van de Tweede Wereldoorlog een van de grootste concerns in de filmindustrie van de wereld.)

Om naar uit te kijken, het nieuwste boek van Charles: Andersen – verschijnt in juni 2017
In Andersen krijgt een mens een tweede kans. Hij wordt opnieuw geboren. Als Jonas. Maar met dat tweede leven kan hij niks beginnen. Deze mens werd ook al eens in 1889 geboren. Vrijwillig nam hij deel aan de Eerste Wereldoorlog en heeft later mensen gefolterd, dat geeft hij althans meerdere malen aan. Boven alles heeft hij zich goed van zijn taken gekweten en anderen er met geweld toe gebracht ook hun functie te vervullen. Jonas is een vreemd, soms onuitstaanbaar kind. Want Jonas denkt als een volwassene, maar is gevangen in het lichaam van een kind – dat hij natuurlijk zo snel mogelijk achter zich wil laten. Op zijn twaalfde verdwijnt hij. Jonas is een hoofdfiguur die eigenlijk niet goed raad weet met zichzelf en er slechts van kan dromen zijn schuld te ontvluchten.