Interview

Interview met Randi Zuckerberg: Pick Three - de mythe van perfectie

12-09-2018
Rz Header

We willen graag alles uit het leven halen en volop genieten. We weten allemaal wat we echt belangrijk vinden – familie, gezondheid, vrienden, werk, een goede nachtrust – maar waar halen we de tijd vandaan om overal voldoende aandacht aan te besteden? In Pick Three onderzoekt Randi Zuckerberg (ja, de zus van) de mythe van perfectie. Ze laat je zien waar mensen het gelukkigst van worden, hoe social media mensen kan kwetsen en hoe je ze op een positieve manier kunt gebruiken. Bovenal moedigt ze de lezer aan het beste uit zichzelf te halen zonder alles perfect te willen doen. Janneke Siebelink, hoofdredacteur van Lees Magazine sprak haar over het boek.

“De gedachte aan alle dingen die we proberen in balans te houden, kan overweldigend zijn.”

Kun je de titel toelichten?
De eerste keer dat ik hardop ‘Pick Three’ zei, was op een moment dat ik gefrustreerd was. Het was zo ongeveer de honderdste keer dat ik lid was van een congrespanel en de presentator mij vroeg: ‘Randi, je bent moeder én je hebt een carrière. Hoe houd je dit allemaal in balans?’ Natuurlijk zou niemand die vraag ooit aan de mannen in het panel stellen. Alsof het een of ander geheim uit de klassieke oudheid is dat het setje vaardigheden dat van iemand een goede ouder maakt (organisatorisch vermogen, prioriteiten stellen, langetermijnplanning, geduld, creativiteit) exact hetzelfde is als het setje vaardigheden dat van iemand een goede werknemer of ondernemer maakt. Meestal als ik die vraag krijg (dat is elke keer als ik in een panel zit), knars ik mijn tanden, forceer ik een glimlach en zeg ik iets afgezaagds over hoe ik het allemaal in balans probeer te houden. Behalve die ene dag, toen ik gewoon niet de energie op kon brengen om die bullshit te verkondigen. Toen de nietsvermoedende presentator vroeg hoe ik het allemaal in balans houd, schudde ik mijn hoofd en zei ik: ‘Dat doe ik niet.’ ‘Ik weet dat ik, om te zorgen dat ik slaag, realistisch gezien slechts drie dingen goed kan doen per dag. Dus elke dag als ik wakker word, denk ik bij mezelf: werk. Slaap. Familie. Vrienden. Gezondheid. Pick Three. Ik kan morgen drie andere dingen uitkiezen en overmorgen weer drie andere dingen. Er is geen goed of fout. Ieder dag mag ik een andere focus hebben. Maar vandaag kan ik er maar drie uitkiezen. Zolang het me lukt om op de lange termijn verschillende dingen te kiezen, houd ik mijn onbalans in balans. Het is de oplossing voor het grote dilemma van ondernemers.’ En vrijwel direct werd ik in vakbladen over de hele wereld geciteerd. Pick Three werd een virus.

Wordt die vraag nog steeds aan jou gesteld?
Ja, helaas wel. En helaas is het een vraag die vrijwel altijd alleen aan vrouwen wordt gesteld. Het is inmiddels alweer ruim zeven jaar geleden dat dit voorval plaatsvond, maar ik weet nog hoe frustrerend ik het vond. Er zaten ook mannen met kinderen in dat panel. Zij werden niet gevraagd naar hoe ze dat toch doen: vader zijn én een carrière hebben. In de eerste plaats is de vraag denigrerend naar vrouwen toe, tegelijkertijd wordt er niet mee erkend dat iedereen worstelt met in balans zijn. Niet alleen werkende vrouwen. Ook vaders of moeders die hebben besluiten voor de opvoeding te kiezen moeten iedere dag keuzes maken. Ik heb het boek dan ook zeker niet alleen voor vrouwen geschreven, maar voor iedereen, voor studenten, voor ouderen, we proberen allemaal een balans in het leven te vinden en niemand kan op alle vlakken alles hebben. Het is echter de realiteit dat de druk vanuit de maatschappij voor vrouwen om alles perfect voor elkaar te hebben nog altijd veel hoger is dan voor mannen.

Randi Bio

Uit de Femal Board Index hier in Nederland bleek onlangs dat slechts zes procent van de raden van bestuur uit vrouwen bestaat. Een dalende trend sinds het ‘hoogtepunt’ van acht procent in 2015. Een kwart van de commissarissen is vrouw en twintig bedrijven hebben geen enkele vrouw in de top. Slechts vijf beursbedrijven voldoen aan het wettelijke streefcijfer: dertig procent vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen.
Geen goed nieuws, maar toch zou ik willen dat meer landen kijken naar hoe jullie het doen. De VS is het enige ontwikkelde land in de wereld dat geen betaald zwangerschapsverlof kent en waar je geen verlof krijgt bij een sterfgeval in de familie. En sommige bedrijven kennen helemaal geen prioriteit toe aan familie. Daar worden ouders gestraft of zelfs ontslagen als ze vrij moeten nemen voor een noodgeval. Hoe is het mogelijk he?

Het is een onhoudbare situatie lijk me, gezien de ontwikkelingen op arbeidsmarkt. Zie je antireacties op dit beleid?
Een trend die ik erg interessant vind en die vooral bij Tech bedrijven hier waarneembaar is, is het kantoorloze bedrijf: iedereen werkt vanuit huis. Als je mensen flexibike uren biedt, zijn er veel meer mogelijkheden om een rijk palet aan werknemers te behouden.

In een ander interview zei je dat het jou soms hielp dat jouw naam Randi is, omdat in mailverkeer men vaak dacht dat je een man bent.
Ja, het was een beetje als grapje bedoeld, maar eigenlijk is het natuurlijk heel triest.

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor dit probleem, bij de overheid, bij onszelf?
Interessante vraag. En een hele moeilijke tegelijkertijd. We hebben absoluut betere arbeidsvoorwaarden, betere richtlijnen nodig die mensen die bijvoorbeeld de zorg hebben voor een zieke of kinderen hebben gekregen meer ondersteunen. Dat mensen even vrij mogen zijn van hun werk en weer terug kunnen komen. Dat kan een individu helaas niet afdwingen, dat moet vanuit de overheid worden geregeld en vastgelegd. Misschien is het ironisch dat ik dit zeg, maar de invloed van technologie moet hier ook bij betrokken worden. Toen ik begin met werken had ik een desktop computer die ik om vijf uur uitzette en de volgende dag om negen uur weer startte. In de tussentijd was ik niet bereikbaar. Nu is werk en privé volledig met elkaar verweven. Werk gaat mee naar huis, thuis gaat mee naar het werk. De grenzen zijn volledig vervaagd. Bedrijven en overheden hebben hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid door bijvoorbeeld te stimuleren dat werk op het werk blijft. En ja, ook wijzelf moeten leren onze prioriteiten te bewaken.

Was dat een van de redenen waarom je weg wilde bij Facebook?
Kijk, het is geweldig om onderdeel uit te maken van een startup. De energie, de drive. Zien hoe het onder je handen groeit… Ik zou het iedereen aanbevelen. Maar als er in meegaat, moet je je ervan bewust zijn dat die keuze van invloed is op de andere dingen in jouw leven. Je zult flink uit balans zijn in die zin dat werk voor een aantal jaar de focus zal hebben. Als je daar bewust voor kiest, is dat helemaal prima. Voor mij was het op een bepaald moment genoeg om 20 uur per dag, zeven dagen per week te werken. Ik was begin 20, ik had geen gezin. Het kon allemaal, zonder dat ik anderen – behalve mezelf wellicht – te kort deed.

Wat is jouw definitie van perfectie?
Dat is een moeilijke. We worden natuurlijk gebombardeerd met plaatsjes in de media die ons het ‘perfecte’ plaatje voorschotelen; de perfecte moeder die perfecte koekjes bakt en smetteloze kindjes een waanzinnig gezonde avondmaaltijd voorschotelt en de geweldigste geliefde is voor haar man later die avond enzovoort, enzovoort. Natuurlijk weten we diep vanbinnen wel dat iedereen online een show opvoert en alleen de allerbeste dingen van zijn of haar leven laat zien. Toch kunnen we het niet helpen dat we ons een beetje ontoereikend voelen. Ik ken niemand die alles heeft, zonder dat er zaken zijn voor opgeofferd. Het bestaat simpelweg niet. Het is ieder voor zich om te bepalen waar je aan het einde van je leven op terug wilt kijken, wat jou een voldaan gevoel geeft, waar je trots op wilt zijn. Ik denk dat dat het dichtst in de buurt van perfectie komt.

Waar wil jij aan het einde van jouw leven op terug kijken?
Als mijn zonen zijn opgegroeid tot vriendelijke, volwassen mannen die zich inzetten voor een betere wereld en bijdragen aan oplossingen en als ik andere vrouwen en ondernemers heb kunnen helpen met hun leven en werk, als ik ze heb mogen inspireren, zal ik zeer tevreden terugkijken op mijn leven.

Je hebt voor dit boek meer dan 40 mensen geïnterviewd. Op basis waarvan maakte je je keuze?
Dat was best lastig… in eerste instantie wilde ik alleen grote, bekende namen. Maar toen besefte ik dat dat helemaal geen realistisch beeld zou schetsen. Uiteindelijk vond ik het veel waardvoller om mensen aan het woord te laten waarmee iedereen zich over het algemeen kan identificeren én die de best uit balans zijnde mensen zijn die ik ken. Zoals Arianna Huffington, die zelf wakker schrok wat haar gezondheid betrof en zich geheel is gaan focussen op het bewust maken van zakenlui over het belang van slaap. Of dokter Adam Griesemer, die als pediatrisch orgaantransplantatiechirurg vaak diensten van meer dan veertig uur draait. Ik sprak met Melinda Arons, die een lucratieve baan bij Facebook heeft opgezegd om zich helemaal op de presidentiële campagne van Hillary Clinton te storten. Ik heb gepraat met Rebecca Soffer, die kort na elkaar haar beide ouders heeft verloren en haar verdriet heeft omgezet in het helpen van anderen die rouwen om de dood van een geliefd persoon. Ik heb gepraat met Brad Takei, die het tot zijn levensdoel besloot te maken om zijn man, George Takei, te helpen om te slagen in alles wat hij doet. En vele anderen.

Met welke van de geïnterviewden voel je je het meest verwant?
Met velen, maar met dokter Adam Griesemer toch wel in het bijzonder, iets wat ik op voorhand helemaal niet had verwacht; een mannelijke dokter. Ik was een beetje bevooroordeeld, vrees ik, tot ik met hem in gesprek raakte. Hij werkt, zoals gezegd, als pediatrisch orgaantransplantatiechirurg – levens liggen letterlijk in zijn handen. Hij vertelde dat het vaak voorkwam dat hij midden in de nacht moest opstaan om een vlucht te halen om een orgaan op te halen, om snel daarna een lange en moeilijke operatie uit te voeren. Het kwam regelmatig voor dat hij dertig tot veertig uur achter elkaar op moest blijven om te zorgen dat een orgaan veilig opgehaald en afgeleverd werd en de operatie goed verliep. Dokter Griesemer gaf aan dat hoewel de meeste mensen aan dit soort werk kunnen wennen, je wel bereid moet zijn dingen op te offeren. Het is lang geleden dat hij tot laat op de avond op is gebleven om met vrienden een paar glaasjes te drinken. Doordat transplantatiechirurgen op alle uren werken, behoort een sociaal leven sowieso tot het verleden. Gelukkig werkt zijn vrouw ook in de gezondheidszorg en is vertrouwd en tevreden met deze gekozen levensstijl. Adam vertelde me echter dat ze ervoor gekozen hebben om voorlopig nog geen kinderen te krijgen. Ze willen allebei kinderen, maar zijn tegelijkertijd ontzettend bang om een kind te krijgen, omdat ze nu al aan slaapgebrek lijden en, met de manier waarop ze hun leven leiden, het gezin soms op de tweede plaats zal moeten komen. ‘Ik weet niet waar ik banger voor ben’, gaf hij toe, ‘geen kinderen hebben of kinderen hebben en er dan geen tijd voor hebben.’ Ik voel me verwant met zijn angst en tegelijkertijd leerde zijn verhaal me mijn eigen werk iets minder serieus te nemen; mijn werk gaat niet over leven en dood.

Ook heb je je eigen moeder geïnterviewd.
Dat was erg emotioneel, we hebben veel gehuild samen. Maar het was vooral erg interessant. Mijn moeder heeft heel bewust een carrière als arts aan zich voorbij laten gaan. Ze wilde thuisblijven om ons zelf op te voeden. Dat vond ik erg intrigerend, omdat ik als kind altijd te horen kreeg dat ik moest studeren en een baan moest krijgen, word geen thuisblijfmoeder… terwijl mijn moeder zélf een thuisblijfmoeder was. Dit was de eerste keer dat we echt samen over praatten. Toen ik haar vroeg of ze spijt had, werd ze een klein beetje boos. Ze vertelde over het leven dat ze altijd gedacht had te zullen leiden, met haar eigen praktijk als psycholoog. Ze zei: ‘Natuurlijk heb ik dat. Maar als ik het allemaal over zou kunnen doen, zou ik het weer precies zo doen.’ Maar toen ik haar vroeg wat ze haar eigen dochters zou aanraden als een van hen zou zeggen dat ze in haar voetsporen wil treden en net als zij thuis wil blijven om voor de kinderen te zorgen, zei ze dat ze daarover moest nadenken. Na een lange stilte zei ze: ‘Ik zou ze steunen in hun keuze, maar ik zou ze sterk aanmoedigen om te zorgen dat ze iets van henzelf hebben. Iets waar ze op terug kunnen vallen als dat nodig mocht zijn. Een hobby of een activiteit die hun een identiteit geeft naast alleen het hebben van kinderen.’ Ik schrok en voelde me een beetje schuldig toen ik mijn moeder hoorde zeggen dat het moeilijkste aspect van fulltime moeder zijn, is dat je kinderen opgroeien, samen met je kleinkinderen naar een ander deel van het land verhuizen, en nooit bellen of je een bericht sturen. - Eh… wie zou ze kunnen bedoelen? - Met een zachte snik legde ze uit: ‘Het moederschap is een baan waarbij je, als je het goed doet, uiteindelijk niet meer nodig bent.’

Wat heb je van je moeder geleerd met betrekking tot moederschap?
Dat je je eigen leven niet moet projecteren op dat van je kinderen. De banen bijvoorbeeld die er nu zijn, zullen over 30 jaar niet meer bestaan. Mijn ouders zijn allebei opgeleid tot arts. Het was heel makkelijk voor ze geweest om ons te hebben gestimuleerd hun te volgen in hun keuze, omdat dat bekend terrein voor ze is. Alle beroepen die mijn broer en zussen hebben, bestonden nog niet toen we op school zaten. Geef je kinderen veerkracht en leer ze weerbaar en flexibel te zijn op onzekere momenten. Dát is wel de belangrijkste les.

Zuckerberg Tips

Je hebt het in jouw boek over de ‘perfecte onbalans’.
Het idee van je leven níét in balans hebben kwam voor het eerst in me op toen ik een plek probeerde te bemachtigen op Harvard. Het punt was dat ik niet bepaald het type persoon was waar je aan denkt als je aan Harvard denkt. Ik liep met twee vakken een jaar achter en had niet de perfecte SAT-scores. Ik was niet de voorzitter van de leerlingenraad. Ik had geen liefdadigheidsproject gestart of stagegelopen bij een of ander gelikt bedrijf. Ik had nul connecties en geen familiebanden. In plaats daarvan was ik gek op theater. Mijn moeder wilde me toch aanmoedigen mijn droom achterna te gaan en nam me mee voor een sightseeing op de campus. We hadden een afspraak met een vrouw van het toelatingscomité. En zij zei iets wat me al die jaren is bijgebleven. Haar woorden vormden de basis van dit boek: ‘Randi,’ zei ze, ‘Harvard is op zoek naar twee soorten mensen. De mensen die goed in balans zijn en degenen die goed uit balans zijn. De studenten die goed in evenwicht zijn vormen de ruggengraat van de klas, maar het zijn de studenten die niet in balans zijn die de klas ongelooflijk interessant maken.’ O, hemel, dat ben ik, herinner ik me dat ik dacht. Ik behoor tot degenen die níét in balans zijn! Negen maanden later ontving ik een dikke envelop met in reliëf het Harvard-logo erop en een brief erin waarin stond dat ik was aangenomen voor het leerjaar 2003.

Aan het begin van het hoofdstuk over Werk schrijf je: “Ik zal maar eerlijk zijn: toen ik ervoor ging zitten om dit hoofdstuk te schrijven, had ik een beetje het gevoel dat ik in therapie ging. Als ik heel precies het probleemgebied van mijn eigen Pick Three zou moeten aangeven, dan is het dat ik altijd Werk wil kiezen.” Waar komt die drive vandaan, wat wil je bewijzen?
Ik heb altijd het gevoel gehad dat hard werken de sleutel tot succes is. Er is simpelweg geen kortere weg in het leven, je moet al die uren erin stoppen, volhouden en je het apelazarus werken. Als ik iemand zie die succesvol is en ik die persoon graag zou willen zijn, maakt dat me alleen maar hongeriger en werk ik nog harder. Dit is niet iets van de laatste tijd. Zolang als ik me kan herinneren, ben ik een harde werker geweest. Vanaf de dag dat ik het woord ‘Harvard’ kon zeggen, wilde ik daarheen. En dat betekende dat ik op school hard moest werken en studeren. Mijn ouders gaven me een fantastische en comfortabele opvoeding en betaalden mijn studie, waardoor ik nooit de verlammende last van een studieschuld heb gehad. Toch was er altijd een klein stemmetje in mijn achterhoofd dat zeurde: ‘Randi, je kunt niet afhankelijk zijn van anderen. Werk hard. Zorg voor je eigen inkomen. Ga zelf geld verdienen.’

Wat betekent de naam Zuckerberg voor jou?
Nadat ik bij Facebook vertrok, voelde ik me soms vreselijk onzeker en maakte ik me zorgen dat niemand om me gaf als ik niet langer werkte voor een van de hotste ondernemingen ter wereld. Zou ik ooit nog iets zijn behalve iemands zus? Een paar weken geleden was ik op cnbc om te praten over een boeiend nieuw project dat ik lanceer, iets wat helemaal niets te maken heeft met Facebook of iets dergelijks. En toch introduceerde de presentator mij als: ‘Vandaag hebben wij Mark Zuckerbergs zus bij ons in de studio.’ Waarop ik antwoordde: ‘Sorry, ik heb mijn naam niet officieel veranderd in “Mark Zuckerbergs zus”, dus noemt u mij alstublieft Randi.’
Ik weet dat het mijn eigen onzekerheid is waardoor ik elke keer ineenkrimp als een stewardess zegt: ‘Zuckerberg? Bent u familie van…’ of waardoor ik me wil verstoppen als de doktersassistente hardop ‘Mevrouw Zuckerberg’ roept en ik voel dat de ogen van alle andere patiënten op mij gericht zijn. Toch heb ik toen ik trouwde mijn achternaam niet veranderd, wat wel had gekund. Ik ben trots op mijn naam en mijn familie en ik ben trots op mijn beslissingen wat mijn carrière betreft, zowel op de beslissing dat ik voor een familielid heb gewerkt als op de beslissing dat ik toen het tijd was om zelf de touwtjes in handen te nemen ben weggegaan.

Al schreef je het boek met de beste bedoelingen…. Van buitenaf gezien zullen er mensen zijn die zeggen: Zij heeft makkelijk praten.
Een terechte opmerking. Ik heb een fantastische, liefdevolle partner, namelijk mijn man Brent, die veel huishoudelijke en opvoedkundige taken op zich neemt. Ik heb een geweldig team bij Zuckerberg Media dat ervoor zorgt dat alles op rolletjes loopt. En ik werk samen met fantastische partners bij Jim Henson Productions, Universal Kids, caa, HarperCollins en SiriusXM. Ik heb de financiële middelen om betrouwbare kinderopvang te betalen. En ik heb lieve vrienden en familieleden die mij steunen. Bovendien is het zoals een vriend onlangs zei: ‘Je bent slechts zo gelukkig als je minst gelukkige kind,’ en beide kinderen zijn godzijdank gezond en gelukkig. En toch… Als een echte neurotische Joodse moeder ben ik altijd bang dat hoe beter dingen gaan, hoe groter de kans is dat er iets mis zal gaan. Ik ben bang dat het glas dat halfvol is elk moment kan omvallen. We hebben allemaal te maken met andere situaties en uitdagingen. Sommigen van ons voeden kinderen op als alleenstaande ouder, anderen hebben meerdere banen, werken zich uit de naad om financieel rond te komen. In welke situatie we ook verkeren, er is iets wat we allemaal gemeen hebben: we voelen allemaal de ongelooflijke druk om alles wat we nodig hebben, bezitten en willen in balans te houden en het helemaal perfect te krijgen, want anders… we worstelen allemaal.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.