Interview

Interview met Sol Bouzamour: "Ik wil niet langer iets anders zijn dan mezelf."

27-09-2018
Header Narcissus

In de gevangenis leert de Marokkaanse Joshua - die zich voordoet als Israëliër - Klaas kennen, de koning van de Wallen. Hij doet Joshua een voorstel dat hij niet kan weigeren en dat is het begin van het einde. Gedurende een jaar daalt Joshua steeds verder af in een wereld die maar weinigen kennen en raakt zo steeds verder verwijderd van de dromen die hij met zijn geliefde Dee wil waarmaken. Een interview met Sol Bouzamour over zijn spraakmakende roman Narcissus.

Jouw boek opent met een quote van Deepak Chopra: Een risicovrij leven kan nooit een gezond leven zijn.
En zo is het toch? Je kunt lekker veilig in jouw eigen cirkeltje blijven leven. Een baan van negen tot vijf. Helemaal prima hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar door verder te gaan, een beetje buiten de lijntjes te kleuren, leer je veel meer over jezelf en het leven. Ik kwam voor het eerst in aanraking met de boeken van Deepak toen ik vast zat. Het was een openbaring. Tot op heden heb ik hem nog nooit kunnen betrappen op iets wat niet klopt. Ik was zo lang zoekende. Als ik eerder naar mijn gevoel had geluisterd, was ik misschien veel eerder een andere weg ingeslagen. Deepak is een levende profeet. Mensen zijn bang voor het onbekende. Ik was het ook. Toen ik voor het eerst naar Wayne Dyer luisterde vond ik het gelul. Ja, misschien kwam het wel te dichtbij op dat moment. Maar naarmate ik langer luisterde greep het me. Ik ben ook niet van de ene dag op de andere ‘verlichter’ geraakt. Ik ben het nog steeds niet. Het blijft een oefening, het leven. De geest is sterk. Je blijft jezelf voortdurend tegenwicht bieden.

Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.
Ja, precies. En dan is er nog de maatschappij dat jou probeert te dwingen; je móet een goede baan, je móet een BMW, je móet een luxe appartement. Mensen denken dat ik in een of ander luxe penthouse woon, maar ik woon nog gewoon in mijn studentenflatje. Het doet er niet toe. Het is maar materie. Een slechte recensie? Ik lees hem niet. Wat heb ik er aan? Ik meng me niet met negatieve mensen. Je komt altijd weer andere mensen tegen. Het leven is een grote dynamisch cirkel als je je erin mengt. Ik wil niet langer iets anders zijn dan mezelf. Toen ik iemand anders willen zijn losliet, voelde ik me bevrijd. Het klinkt simpel hè, maar hoeveel mensen ken jij die werkelijk vrij zijn? We laten ons te vaak leiden door angst. Zonde.

Zou jij net als Deepak Chopra dat is voor jou, een voorbeeld willen zijn voor anderen?
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niet zo is. Natuurlijk. Mensen vragen nu al hoe ik het heb geflikt om een boek te schrijven, ze vragen me om advies. Ik zou niet mogen zeggen dat het mijn ego streelt. Maar het voelt wel super lekker.

Toch ego…
Ja, toch wel hè. Maar het is anders. Ik kan niet ontkennen dat het niks met me doet. Mijn telefoon ontploft van de positieve reacties. Het geeft me zoveel energie. Het verschil is: ik kan er ook zonder. Niet dat ik bang ben om hierna net zo hard weer te vallen, daar denk ik niet eens over na. Want ik heb al in de diepste put gezeten. Diepe dalen, groot succes. Ik geloof ook in mezelf. Is dat ook ego?

”Er viel een last van mijn schouders toen ik hem vertelde dat mijn ouders uit Marokko kwamen en wie ik werkelijk was. Het voelde goed om eindelijk weer eens de waarheid te vertellen en ik voelde me na een hele lange tijd weer bevrijd. Bevrijd in het gevang. Ik zag in dat anderen een probleem met mijn nationaliteit hadden en dat het niet aan mij lag. Ik zorgde zelf voor de onzichtbare afbakening in mijn eigen warhoofd en maakte me zo het leven moeilijk. Altijd maar liegen is niet goed voor je.”

Wat gebeurde er voordat je dat kantelpunt bereikte?
Je bent jong en je wilt geld verdienen. Je ziet rijkdom om je heen. Dan ga je niet in de McDonalds werken van negen tot vijf. Dan ga je wat kattenkwaad uithalen en kom je in de bajes. Ik runde een seksshop voor een seksbaas van de Wallen. Het was niet het enige waar ik me mee bezighield. Louche dingetjes. Ik was betrokken bij een overval en werd opgepakt. Ik was 19. Spijt? Nee, ik ben dankbaar dat het is gebeurd. Het heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. Het heeft me veel gebracht. Het bood me namelijk de kans om na te denken over mezelf. Het was een traject van 3,5 jaar – niet in volledige hechtenis. Relatief veel ja, als je 19 bent. Daar kwam het inzicht.. Ik heb veel slechte dingen gedaan, maar in basis ben ik een goede jongen. Ik zag mezelf van een afstand, wat ik met mijn leven tot dan toe had gedaan. Noem iets en ik heb het gedaan. Dat ik ben opgepakt, is mijn redding geweest. De stilte. Terugkeren in jezelf. Je zit alleen in die cel. Je hebt alle tijd om na te denken en te reflecteren. En om te schrijven. Ik schreef heel veel brieven aan mijn vriendin toen. Zo heb ik het schrijven ontdekt. Het nadenken over zinnen, hoe je iets wilt verwoorden. Pas jaren later ontmoette ik iemand die me een beetje wegwijs maakte in de wereld van het schrijven. Er ontwaakte iets in mij. De woorden bleven stromen. Nog steeds. Mijn tweede roman is al bijna af. Nummer drie, vier, vijf, zes heb ik in gedachten al op papier.

Wat brengt de stilte je, naast reflectie?
Het zorgt voor rust. Zelfbewustzijn. Het zorgt ervoor dat je anders reageert op situaties. Het zorgt voor minder stress. Ik ben minder bevattelijk voor meningen. Het zal allemaal wel. Het bandt het negatieve uit je leven. Het maakt je bewust van patronen. Het maakte me ook bewust van mijn ziel en mijn menselijk lichaam. Dat het twee verschillende dingen zijn. Zoals Deepak Chopra ook zegt: we zijn spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben. De eerste keer dat ik dat hoorde, vond ik het zweverig gelul. Sorry, ik vloek nogal veel (lacht). Maar naarmate ik meer las, me puurder voelde, kon ik niet meer terug naar wie ik dacht te willen zijn. Ik wilde en kon niet meer liegen. Ja, anderen blijven in het foute circuit. Het is makkelijk om daar te blijven. Het vergt moed om bekende wegen te verlaten. Het liefst zou ik een jaar lang in een klein Marokkaans Berber dorpje hoog in de bergen gaan wonen om te schrijven. Of in de Sahara. Dat zou ik echt heel graag willen.

Ben je gedisciplineerd?
Zeer. Ik zet iedere dag de wekker om vijf uur. Een uur mediteren en dan schrijven. Om half acht heb ik meer dan duizend woorden geschreven en dan heb ik nog een hele dag. Geweldig! De gedachten zijn nog vrij van ervaringen zo vroeg op de dag. Writers block? Geloof ik niet in. Dan ben je te druk met andere dingen. Ik heb alles opzij gezet voor dit boek.

Als dat omslagpunt in de gevangenis niet was gekomen, zouden we hier dan hebben gezeten?
Dat kun je nooit op voorhand of achteraf zeggen. Maar ik was niet gek. Ik was alleen teveel met mezelf bezig. Ik was heel egoïstisch. Ik deed absoluut dingen die niet door de beugel konden, maar ik was niet bedreigend voor anderen bijvoorbeeld. Dat is een ander level. De ziel vind altijd zijn weg als je er naar op zoekt gaat. Daarom zal en kan ik ook nooit meer terugvallen.

“Tegen mijn Hollandse vriendinnen zei ik altijd dat ik joods was. Dat was geloofwaardig door mijn niet-Arabische uiterlijk. Maar in de loop der jaren begon ik me te kleden als een Latino, omdat iedereen vroeg of ik Braziliaans was. Omdat ik zo weinig mogelijk op een Marokkaan wilde lijken, werd ik een fervent aanbidder van de zonnebank en begon ik zelfs mijn wenkbrauwen te epileren. De opgeschoren kapsels die mijn buurtgenoten ook hadden werden verleden tijd. Op een gegeven moment kon ik van alles zijn. Ik heb meer identiteiten gehad dan een ondergedoken maffiabaas. Spaans, Portugees, Italiaans, Braziliaans, Amerikaans. Ik vertelde aan iedereen iets anders, net wat me uitkwam. Uiteindelijk koos ik voor de Israëlische nationaliteit, want ik had ook nog een besneden pik. Wat moest ik anders? De moraalridder uithangen en geen seks hebben, of een leugenaar zijn met ongekend veel seks. Ik koos voor het laatste. Marokkaans bloed stroomt door mijn aderen, Holland zit in mijn hart. Iedereen noemt mij Joshua, alleen mijn naasten weten wie ik echt ben.”

“Terug naar wie ik dacht te willen zijn.” Wie wilde je zijn?
In ieder geval niet Marokkaans. Die hadden een slechte naam. Je kreeg het te horen als je solliciteerde: “Hoe heet je? Is dat een Marokkaanse naam? Oh sorry, dan kunnen we niets voor je betekenen.” Ik hoorde het van meisjes; ze wilden geen Marokkaan daten. Tot iemand aan me vroeg: ben jij soms Spaans? Ja, waarom niet. Ik deed me voor als Italiaan, Boliviaan, Braziliaan. Maar ik ben besneden, dus toen werd ik een Israëliër. Joshua. Er zijn nog steeds mensen, zoals mijn ex, die mij nog altijd Joshua noemen en dat altijd zullen blijven doen. Ook zijn er mensen die me vragen stellen, die eigenlijk voor de Joshua in het boek bedoeld zijn. Ze zijn niet werkelijk in mij geïnteresseerd, in Sol. Terwijl het juist van belang is toch, wíe het verhaal heeft geschreven?

Heb je van je ouders meegekregen dat jezelf zijn goed genoeg is?
Ze zeiden: gedraag je. Je ligt als Marokkaan onder een vergrootglas, Marokkanen verschenen telkens negatief in het nieuws. Mijn ouders waren eerste generatie Marokkanen die hier naar Nederland kwamen als gastarbeiders in de jaren ‘70. Mijn broers en zussen en ik zijn hier geboren, zeven kids. Mijn ouders spraken een beetje Nederlands, maar echt communiceren deden we niet. Ze wisten niets van mijn leven. Ze zouden een hartaanval krijgen als ze dat wisten. Als ik zelf kinderen zou krijgen, zou ik ze leren zichzelf te zijn. Dat dat goed genoeg is. Nee, dat heb ik niet van mijn ouders meegekregen. Maar wie wel? Ik geloof sowieso niet in dat rassengelul of in hokjes denken. Ik merk het op een andere manier nu ook met de interviews, de meesten willen me wegzetten als coke snuivende seksverslaafde of zoiets. Dat was zelfs laatst de kop boven een artikel in een krant. Sensatiebelust. Het boek is zoveel meer. Het gaat niet alleen over seks. Het is een liefdesepos. Ik maak een roman, ja, ook met seks er in, en daar valt iedereen over. Ik vat ‘m niet. Het zal wel te dichtbij komen inderdaad.

Het zegt meer over die mensen dan over het boek?
Mensen zouden eens anders moeten kijken naar dingen, proberen voorbij hun eigen interpretatie te gaan, zoals Wayn Dyer zei: If you change the way you look at things, the things you look at change. Zo waar. Ik kan hier uren over doorpraten, ik barst van de energie! Als Joshua was ik voortdurend aan het nadenken over wat ik moest zeggen, zo vermoeiend.... een rol spelen. Niet jezelf zijn. Vreet energie.

Denk je dat het ooit zal gebeuren dat we elkaar allemaal gewoon als mensen zullen zien?
Nee, dat denk ik niet. Politiek moet afgeschaft worden. Dat zou een eerste grote stap zijn. Ik zou enerzijds best de politiek in willen, anderzijds word ik dan onderdeel van het spel. Als politicus creëer je en groep, waardoor je altijd weer mensen uitsluit. Politiek kan geen dingen veranderen. Het zijn de normale mensen die verandering kunnen brengen. Kijk maar naar Ghandi, Mandela, Marthin Luther King, en natuurlijk Deepack en Wayne. Zo vroeg mogelijk op school beginnen met spiritualiteit, daar geloof ik in. Leren dat er geen wij en zij bestaat.

"Ik was het zwarte schaap van de familie. Ik deed alles anders. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Ik voelde me niet Marokkaans, ik wilde niet naar Marokko toe. Nu ben ik verliefd op het land, ga ik vijf keer per jaar naar Marrakesh. Ik wilde niet iets doen wat ik niet leuk vond, liep weg bij baantjes."

Speelden boeken een rol in jouw jeugd?
Op school, op de Derde Daltonschool in de Van Ostadestraat in de Pijp leerde ik lezen. Het eerste boek dat ik me nog kan herinneren is Pudding Tarzan, over Iwan Olsen. Iwan is een miezerig jongetje, het mikpunt van pesterijen. Iedereen vindt hem een domme slappe hap en noemt hem Pudding Twan. Maar… op een dag spuugt hij verder, leest hij beter, fietst hij harder en voetbalt hij slimmer dan alle andere jongens. Puk van de Petteflet, ook geweldig. Daar is mijn liefde voor het lezen ontstaan. De bibliotheek in de buurt was mijn tweede huis. Ik was gek op boeken over dieren, sterren, dinosaurussen. Ik verzamelde fossielen en mineralen. Ik wilde archeoloog worden.

Voelde je je verwant met Iwan uit Pudding Tarzan?
Ik was ook niet het mooiste jongetje van de klas. Ik had puistjes. Jampotglazen. Heel mager. Ik was teruggetrokken en introvert en ik had weinig vrienden. Het liefst las en observeerde en analyseerde ik. Dingen waar ik later op de Wallen nog veel profijt van heb gehad. Op een gegeven moment zag ik Arnold Schwarzenegger en Sylvester Stallone op tv en dacht: ik wil ook dat lijf. Ik ben ijdel. Witte mooie tanden. Het geeft een zelfverzekerd gevoel. Ik draai er niet in door, maar je mag jezelf toch wel een beetje verzorgen? Het maakt me niet beter dan een ander, dat ben ik niet.

Hoe was je verhouding met je ouders?
Ik was het zwarte schaap van de familie. Ik deed alles anders. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Ik voelde me niet Marokkaans, ik wilde niet naar Marokko toe. Nu ben ik verliefd op het land, ga ik vijf keer per jaar naar Marrakesh. Ik wilde niet iets doen wat ik niet leuk vond, liep weg bij baantjes. Ik liet me niet in een bepaalde positie duwen of in een hokje plaatsen. Maar mijn band met mijn ouders is nu sterker dan ooit.

Waarom ben je geen archeoloog geworden?
Tja, dat kon dus niet. Want ik kreeg een laag schooladvies; VMBO. Ik mocht niet gaan doen wat ik het liefst wilde, die droom ging aan diggelen. Wat een impact. De middelbare school heb ik nog afgemaakt, zes verschillende studies gedaan maar nooit een afgerond. Landmacht en daarna ging het een beetje mis.

Over Narcissus

Narcissus is een roman over de Wallen en de wrijving tussen culturen. Het gaat over inperken en onbegrensd willen zijn. Zowel de stad als het persoon. Het gaat over wat er niet wordt gezegd. Over het wit tussen de regels. Het gaat over een zeker moment in een leven waarin je alles dreigt te verliezen. En over dat andere moment waarin je plotseling alles voor je ziet gebeuren, jezelf van een afstand bekijkt en denkt nu ga ik het anders doen. Over een naïeve Alice in Wonderland. Sol in Wonderland op de Wallen. Het had overal kunnen zijn. Het gaat over iedereen. Je kunt inzoomen op de scènes, op de woorden op zich en verblijven onder de veilige glazen stolp of uitzoomen op het leven en durven leven. Op het leven van Sol, een ziel. “Ik wilde een authentiek verhaal schrijven. Geen feelgood roman, maar een boek dat laat zien hoe het werkelijk is. Je bent geen goede schrijver als je iets achterhoudt. Dan val je door de mand.

De titel Narcissus, het paard Pegasus op het omslag. Andere verwijzingen naar de Griekse mythologie. Vind je het belangrijk om je intellect te tonen?
Ja. Tuurlijk. Het valt maar en paar mensen op, die verwijzingen naar Griekse goden.

Vanwaar die interesse in de oud Griekse verhalen?
De fantasie die ze hadden. Fantastisch! Die creativiteit! Die kracht die uit de verhalen spreekt. Ze hadden toen waarschijnlijk ook nog geen schrijfcursussen. Ik heb er vier gedaan, weggegooid geld! De afzetters haha. Geen ruk aan gehad. Leren woorden aan elkaar plakken, ga toch weg. Je hebt het of je hebt het niet. Je kan zingen of je kan niet zingen. Simpel. Dit boek kwam helemaal uit mij, niet uit een noodzaak, maar uit een energie. Oerkracht. Energie die vrij kwam door het mediteren. Niemand nam me serieus toen ik zei dat ik een boek aan het schrijven was. Ze dachten dat ik het niet zou kunnen. En ik zie er kennelijk niet uit als een schrijver. Hoe ziet een schrijver er dan uit?! Hoe dan? Wéér dat hokjes denken. Anderen willen iets van jou maken waar zij zich comfortabel bij voelen. Martyn van Beek, ook een schrijver, heeft me uiteindelijk écht geholpen. Niemand geloofde in me. Hij wel. Uiteindelijk had ik de luxe om uit vijf uitgeverijen te kiezen. Dankzij Willem Besseling, literair agent, die ook weer dingen regelt voor Deepak. Het moest wel goedkomen toen ik dat ontdekte.

Lees je Nederlandse literatuur?
Ja, maar ik lees het nooit uit. De Nederlandse literatuur ligt echt op zijn gat. Het is saai, het doet niks. Een boek moet me raken, meenemen, boos maken, laten huilen. Jan Wolkers is oké, maar mijn favoriet is Martin Bril. Hij is stads, van de straat. Beeldend, veel humor. We kijken een beetje hetzelfde naar de wereld. Ik wil lachen als ik een boek lees. Spanning voelen. Me laten meesleuren. De Nederlandse literatuur is vaak zo statisch en onoprecht. Ik ben gek op Amerikaanse literatuur. John Grisham. Wauw! Hij neemt je mee op een avontuur. Wat kan die man schrijven! Steven King! Er gebeuren dingen in die dingen. Nee, ik leer niks van die boeken. Dat hoeft ook niet. Ik wil vermaakt worden. Ik voel me de Nederlandse Grisham.

Wat wil jij met jouw boek; entertainen of wil je iets meegeven?
Eerst wilde ik een boek met een boodschap schrijven. Maar later bedacht ik me dat ik de lezers ook gewoon wil vermaken. Haal er maar uit wat jij denkt dat erin zit. Iedereen mag uit het boek opmaken wat hij wil. Ik wil niet met een belerend vingertje jou vertellen hoe de wereld eruit moet zien. Dat mag iedereen voor zichzelf bepalen. Wat ik nu wel heb ervaren is, doordat ik een zeer autobiografisch boek heb geschreven, een flink aantal mensen die ik tot goede kennissen kon rekenen, niet meer zie of spreek. “Zat je echt in de gevangenis Sol?” en dat via WhatsApp weet je wel. Die mensen kennen me alleen van de laatste jaren. Een goedlachse, spirituele, slimme Sol. Die kennen niet die jongen van daarvoor, Joshua, die een overval heeft gepleegd en op de wallen werkte. Maar die jongen zit ook in mij. Ik ben het allemaal. En ik moet daarmee leren leven. Ik heb er mee leren leven. Ik heb een positieve draai aan alle ellende gegeven. Kijk dáár naar. Naar het goede. Dat maakt het leven een stuk lichter.

Je hebt je tweede boek al bijna klaar.
Ja, het is een verhaal dat ik nog kwijt moet, wederom gebaseerd op waargebeurde elementen. Ook weer over een hard leven. Qua stijl is het ook weer grof, realistisch. Daarna zal ik wat softer, spiritueler worden. Misschien. Thuis ligt mijn tafel bezaaid met briefjes met ideeën. Ja, ik heb al een heel oeuvre klaarliggen.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.