Interview

Rachel Kushner: "Ik geef nu eenmaal om mensen."

20-06-2018
Rachel Kushner Interview Header

In Club Mars van Rachel Kushner is de 29-jarige Romy Hall onlangs veroordeeld tot tweemaal levenslang plus zes jaar. Ze slijt haar dagen in een maximaal beveiligde vrouwengevangenis in Noord-Californië. Buiten is het San Francisco van haar jeugd en Club Mars, de stripclub waar ze ooit danste voor de kost. En haar zevenjarige zoontje Jackson. Binnen is de nieuwe, absurde realiteit: duizenden vrouwen die hun levensbehoeften bij elkaar proberen te scharrelen, dagelijks geweld door zowel bewakers als gevangenen. Romy ziet de toekomst voor zich uitstrekken in een lange, onverbiddelijk rechte lijn. Totdat ze uit haar sleur wordt gerukt door nieuws vanbuiten, en haar lot naar eigen hand moet proberen te zetten. 

Fragment

"Ik heb spijt van Club Mars, en van Kennedy, maar er zijn ook dingen waarvan je zou denken of verwachten dat ik er spijt van heb terwijl dat niet zo is. Ik heb geen spijt van de jaren waarin ik mijn dagen doorbracht met high worden en bibliotheekboeken lezen. Dat was geen slecht leven, ook al zou ik dat nu waarschijnlijk nooit meer doen. Ik verdiende met strippen en ik kon kopen wat ik wilde, drugs dus, en 21 als je nooit heroïne hebt gebruikt dan kan ik je dit vertellen: je gaat jezelf geweldig vinden, vooral in het begin. En je gaat andere mensen ook geweldig vinden. Je gaat de hele wereld anders zien, veel positiever, door een roze bril. Er is niets wat zo kalmerend werkt. Mijn eerste kennismaking was met morfine, iemand had een pil voor me gesmolten op een lepel en hielp me met inspuiten, een jongen die Bill heette, ik had me er niet zoveel van voorgesteld, van hem ook niet, maar zoals hij voorzichtig mijn arm afbond en een ader opzocht, en zoals de naald naar binnen ging, zo dun en teer, de hele ervaring van een jongen die ik niet kende en nooit meer zou zien die me in een leegstaand huis inspoot, dat was precies zoals een jong meisje droomt van hoe de liefde kan zijn." 

Rachel: “Ik heb geen prison novel geschreven. Dat is een heel specifiek genre dat over het algemeen wordt geschreven door mensen die zelf in de gevangenis hebben gezeten. Ik heb een contemporary novel geschreven, een hedendaagse roman. Over California, over vrouwen misschien ja, een vrouwengevangenis. Maar meer nog over lotsbestemming. Ik heb een poging willen doen vragen te stellen over hoe de maatschappij in elkaar zit, wat rechtvaardigheid is, wie wordt onderworpen aan de wet en wie niet. Ik heb niet geprobeerd ze te beantwoorden. Wat is de logica achter de gevangenisstructuren, wat is de betekenis van hun geografische ligging? Deze vragen zijn van belang om inzicht te krijgen in hoe het hele systeem in een staat als Californië functioneert. We produceren onwaarschijnlijk veel, op veel verschillen vlakken – we hebben Sillicon Valley, produceren voedsel, films in Los Angeles – en hebben tegelijkertijd de grootste gevangenis. Als middle class inwoner hoef ik daar niet over na te denken, over die mensen in die gevangenis. Over hoe het ze vergaat bij hun gang door het rechtssysteem. De middel class wordt er niet mee geconfronteerd. Niet alleen omdat de gevangenissen ver weg uit het zicht staan, maar vooral omdat ze niet in die laag verkeren waar armoede heerst, omdat ze niet in die buurten wonen waar agressie is en de kinderen geen goede voorbeelden hebben van ouders of verzorgers die een ‘normale’ baan hebben, die vicieuze cirkel waar die laag in verkeert. Hun kinderen gaan niet naar dezelfde school als die kinderen. Ze komen er simpelweg niet mee in aanraking. Het is niet hun lotsbestemming. Ik ben geboren om níet naar de gevangenis te gaan. Dat is geen verdienste, dat is een feit. Het is niet dat omdat ik meer zelfbeheersing heb, ik niet in de gevangenis terecht zal komen. Als je wilt weten hoe het er werkelijk aan toe gaat, hoe het systeem werkt, moet je het zelf opzoeken. En dat is wat ik heb gedaan. Ik wilde zoveel mogelijk te weten komen over hoe het systeem werkt, wat het met mensen doet. Ik ben als vrijwilliger voor Justice Now gaan werken. Een non-profit organisatie die samenwerkt met mensen in gevangenissen en lokale gemeenschappen om een veilige wereld zonder gevangenissen te bouwen.  Niet om er een boek over te schrijven, maar omdat ik dat als plicht voelde.”

"Iemand die jou zou zeggen dat hij de oplossing weet, weet niet wat hij zegt."

Fragment

"Als je lampen ziet die nog hoger zijn dan de lampen van een stadion, dan ben je in een gevangenis. Ze werkten ons twee aan twee de bus uit en riepen: Kom op, Doorlopen. Ik probeerde niet te struikelen. (…) De bewakers die ons opwachtten waren kwaad. Vooral de vrouwelijke. (…) We smeerden ons dik in met Lindane Lotion om luizen en ander ongedierte te doden. Dat spul is puur gif: ik had het twee keer eerder gebruikt tegen de schurft die ik in Club Mars had opgelopen en beide keren werd ik na een paar uur ongesteld. Ze eisten dat dat meisje van vijftien dat eruitzag alsof ze acht maanden zwanger was het ook gebruikte. Ik zei tegen haar dat ze dat niet moest doen. We stonden naast elkaar in de douche. Ze dwongen haar, en toen smeerde ze zich er huilend mee in. Als ze officieel zwanger was verklaard, zou ze bepaalde dingen niet hoeven te doen, maar die aantekening moest op haar registratiekaart staan en die hadden we nog niet gekregen. Ze zou net als wij moeten wachten tot ze aan de beurt was voor het medisch onderzoek, en daarna op de vereiste papieren met de uitslag van de zwangerschapstest die ze zou moeten doen, ook al kon je de baby al zo ongeveer zien schoppen. Uiteindelijk zou ze dan een zwangerschapsverklaring krijgen en gevangeniskleding met een shirt en een regenjack waarop in enorme blokletters stond dat ze zwanger was. Ze zou geen extra eten krijgen, geen zwangerschapscontrole, geen vitaminen, geen begeleiding. Alleen het onderste stapelbed en meer tijd om op de grond te gaan liggen als het alarm op de luchtplaats afging."

Rachel: “Alleen in Amerika kun je twee keer levenslang plus zes jaar krijgen als straf, zoals Romy in mijn boek. Hoe het ideale systeem eruit zou kunnen zien? Ik heb geen idee. Er zijn mensen die hun leven wijden aan het nadenken over die materie. Ik heb niet de autoriteit, de expertise om daar iets zinnigs over te zeggen. Mijn boek herbergt een aantal gedachtegangen over de systemen in ons land, het zijn geen politieke boodschappen. Ik heb een roman geschreven, een laagje over de werkelijkheid willen leggen om daarmee de realiteit te analyseren. Iemand die jou zou zeggen dat hij de oplossing weet, weet niet wat hij zegt. Er is namelijk niet één oplossing, het is een combinatie van verschillende problemen die ieder om een eigen oplossing vragen. Het gevangenissysteem in Amerika heeft een onevenredig grote invloed op het leven van arme mensen. Arme, gekleurde mensen. Het gaat om ras en klasse, je positie in de maatschappij. Nee, dat heeft niet eens zozeer met het jurysysteem te maken. De meeste mensen komen niet eens in de rechtbank, daar hebben ze geen geld voor. De meesten bekennen schuld, ook al hebben ze het niet gedaan. Het is de snelste manier om weer naar huis te kunnen gaan. Het is buitengewoon gecompliceerd, we kunnen hier nog uren over praten.” 

Fragment

"McKinnley greep me vast. Ik probeerde me los te rukken. Ik moest dat papier zien. McKinnley werkte me tegen de grond. Ik werd voorzichtig in bedwang gehouden door zijn zware schoen die op mijn schouder drukte. Ik wist dat McKinnley me geen pijn wilde doen. Dat voelde ik. Maar Jones was zijn superieur. McKinnleys schoen drukte harder. Die schoen zei: je moeder is dood. Mijn moeder was dood. Nu was ik alleen, met dit, deze oorlog. ‘Laat me dat papier zien,’ zei ik. ‘Alsjeblieft.’ Ik was niet kalm, dat is waar. Toen ik alsjeblieft zei, schreeuwde ik het. Alsjeblieft. Alsjeblieft. Geef het aan mij. Geef me godverdomme dat papier. ‘Ik had vroeger altijd medelijden met jullie bitches,’ zei Jones. ‘Maar als je een moeder wil zijn, dan zorg je dat je niet de gevangenis in draait. Zo simpel is dat. Simpel zat.’ Ik probeerde op te staan. Ik werd door nog meer bewakers tegen de grond gedrukt. Ik beet in een hand, ik weet niet van wie. Ze drukten mijn hoofd tegen de grond. Ik draaide het opzij en spuugde. Ik spuugde naar McKinnley en kreeg een klap met een wapenstok tegen mijn achterhoofd. Er ging een alarmbel. Het lawaai van het alarm snerpte in mijn oren, en ik kon alleen maar terugvechten. ‘Dat is mijn familie! Dat is mijn zoon, mijn zoon!’ Ik probeerde mijn hoofd op te richten, mezelf omhoog te duwen, ik trapte met mijn voeten tot ze werden neergedrukt, tot mijn hele lichaam werd neergedrukt."

Rachel: “Waarom zitten er zoveel mensen in de gevangenis in Amerika? Het is niet nature. Niet nurture. Het is kapitalisme. Je wordt geboren in een gezin waar rijkdom is of niet. 50% van de families in Amerika kent geen rijkdom, hebben zelfs alleen maar schulden, geen bezit. Deze mensen hebben helemaal niets, wanneer je de balans zou opmaken. Ze zitten in een zeer precaire situatie, naar alle waarschijnlijkheid al generaties lang. In Amerika is de grootste werkgever Wallmart, waar je minimumloon krijgt en geen recht hebt op een vakbond, er is geen vangnet. Wanneer je in deze laag van de bevolking opgroeit, is de kans groot dat je voor je vijfde al geweld hebt gezien. Je loopt als kind al een trauma op. Je groeit op met stress. Een kind is onschuldig. Maar zijn lot ligt door deze omstandigheden al min of meer vast. Het gaat niet om human nature. Het gaat erom hoe de bourgeois samenleving is georganiseerd. Bourgeois families houden hun eigen structuur in stand, onder meer door te trouwen met iemand uit een gelijkwaardige familie waar hun moeder ook weer naar yoga gaat en de kinderen organische vruchtensappen te drinken krijgen. Ze leren elkaar dat ze van waarde zijn. Arme mensen trouwen tegenwoordig niet meer, zo bleek onlangs uit een artikel in The New York Times. Het is bijna zoals in een roman van Jane Austen: het huwelijk verduurzaamd, consolideert rijkdom. Voor de mensen op de bodem is er niets, geen zorgstelstel, vrijwel geen sociale woningbouw, geen goede scholing, geen werk, geen perspectief.”

"Het suggereert dat ik iets wil leren alleen maar om er vervolgens een boek over te schrijven en dat is niet het geval."

Fragment

"Iedereen zegt altijd dat feestdagen in de gevangenis zo deprimerend zijn. Dat klopt. Dat komt doordat je steeds moet denken aan het leven dat je vroeger had, of niet had. De feestdagen zijn een soort ideaalbeeld van het leven. De laatste Thanksgiving van mijn vrije leven heb ik verspild. Overdag werkte ik in Club Mars. Mannen slaan op de feestdagen hun verslaving niet over. De feestdagen zijn bij ons juist extra druk, omdat mannen uit hun echte leven willen ontsnappen naar hun echte echte leven bij ons, hun gedroomde leven. Niemand dwong me om op Thanksgiving in Club Mars te werken. Ik had die dag het geld ook helemaal niet heel hard nodig. Waarom ben ik toen niet iets met Jackson gaan doen?"

Rachel: “De mensen die in de gevangenis zitten, hebben iets gedaan. Ze zijn niet onschuldig. Dat wil ik ook niet vergoelijken. Maar daar is vrijwel altijd een verhaal aan vooraf gegaan. Ze zijn beschadigd geraakt in hun jeugd, zoals bijvoorbeeld Doc in mijn boek, die zelf als kind is misbruikt. Daar wordt in het hele systeem geen rekening mee gehouden. En er wordt geen kans op rehabilitatie geboden. Tijd is het enige dat armen mensen hebben. Door ze gevangen te zetten en te strippen van elke vorm van authenticiteit en privacy wordt dat laatste ook van ze afgenomen. Hoe kun je oordelen over iemands leven dat zo ver af staat van dat van jou? Dat is wat mij interesseert: andere mensen. Ieder mens, ieder levend wezen heeft een ziel. Wat zegt dat over mij, die iets probeert te zeggen over het falen van de maatschappij, over deze mensen die geen enkele kans krijgen om terug te keren in diezelfde maatschappij. Ik denk niet in termen als pessimistisch of optimistisch wanneer ik aan de toekomst denk. Ik zie de toekomst wel als het er is. Al beschouw ik mezelf als een vrolijk persoon, maar tijdens het schrijven van dit boek heb ik wel droevige, gewelddadige dingen gezien waar ik me overheen moest zetten. Het woord research gebruik ik liever niet. Ik vind dat een problematische term. Het suggereert dat ik iets wil leren alleen maar om er vervolgens een boek over te schrijven en dat is niet het geval. De boeken die ik schrijf zijn een reflectie van mijn interesses als mens. In het geval van Club Mars gaat het om mij als inwoner van een stad, van een staat, hoe het is om een vrouw te zijn, hoe het is om in deze bepaalde tijd van de geschiedenis te leven. Een hommage ook, aan mensen en het San Fransisco uit mijn verleden.

Mijn doel is niet om ‘materiaal’ eigen te maken om er vervolgens een geloofwaardig verhaal over te kunnen schrijven. Ja, zoals John Cheever al inderdaad zei in een interview: ‘One doesn’t marry in order to write about women nor have children to write about children nor teach in prison to write about prisoners.’ Cheever gaf les in Sing Sing, een gevangenis in het stadje Ossining in de staat New York. Mensen vroegen hem of hij dat had gedaan om zijn roman Falconer te schrijven. Cheever wilde echt, vanuit humaan perspectief, weten hoe het die mannen vergaat die daar opgesloten zitten als beesten en ook als zodanig worden behandeld. Het was niet vanuit opportunisme dat hij deze wereld op zocht. Gevangenissen zijn geen prettige plekken om over na te denken. Als ik op voorhand had nagedacht over dit als onderwerp voor een roman, dan had ik wel een ander onderwerp gekozen. Iemand die ervoor kiest over het gevangeniswezen te schrijven, doet dat vanuit een innerlijke noodzaak. Een innerlijke noodzaak om na te willen denken over het rechtssysteem en hoe mensen aan dat systeem worden onderworpen. Als je dit onderwerp oppakt, maak je een belofte aan jezelf na te denken over dingen die pijnlijk zijn. Ik heb getracht met woorden de gevoeligheid en de complexiteit van dit onderwerp weer te geven, om na te denken over zij die veroordeeld zijn, over hun leven – zonder daar over te oordelen. Zij worden iedere dag, ieder moment geconfronteerd met de gevolgen van hun daden. In een hele kleine ruimte. Van belang is dat dit literatuur is, geen non-fictie. Ik begrijp dat er vragen worden gesteld over de sociale problemen, maar het is niet aan mij om die te beantwoorden. Het boek is bedoeld als kunstwerk. Een kunstwerk waar ook om of bij gelachen mag worden. Humor is belangrijk, essentieel om verhaal te vertellen. Mensen zijn oprecht grappig in de gevangenis. Het is een plek waar humor en vitaliteit en kwaliteiten als verleiden en bedreigen heel belangrijk zijn om te kunnen overleven. Romy, de hoofdpersoon, is een heel slimme vrouw. Ze is een hommage aan de mensen die ik heb mogen leren kennen. Het is niet alleen de middle class die nadenkt. Ik ken heel slimme mensen die niets doen met hun leven omdat ze te depressief zijn… ”

"Ongeacht hoelang je nog te leven hebt, je betaalt de staat terug met jouw tijd."

Fragment

"Als ze ons naar ons wekelijkse uur op de luchtplaats brachten, konden we in het met gaas afgezette deel van de dodencellen kijken. Sammy riep vanaf het looppad: ‘Candy Peña, ik hou van je! Betty LaFrance, ik hou van je!’ Candy keek op. Er verscheen een verdrietig lachje op haar gezicht en ze kreeg kuiltjes in haar wangen. Daar zaten ze, achter de naaimachines; ze naaiden een zoom in een lap jute, draaiden de lap negentig graden, naaiden nog een zoom, draaiden de lap weer en naaiden een derde zoom. Daarna werd de lap op een stapel gegooid. Ik zag Betty niet. Ze weigerde vaak om aan het werk te gaan, wat ten koste ging van haar speciale rechten en vrijheden. De gevangenen in de dodencellen naaiden alleen zandzakken. Verder niets. Ze hadden zes naaimachines en ze naaiden zandzakken die gebruikt werden bij overstromingen. Als je in Californië een stapel zandzakken langs de kant van de weg ziet, dan zijn die door de handen gegaan van onze sterren. Het loon is vijf cent per uur, min vijfenvijftig procent inhouding, het werk is monotoon en geeft geen voldoening omdat er nooit iets echt wordt afgemaakt. Die zakken zijn niet af. Ze moeten nog gevuld worden. Wie maakt ze af? Ik denk de mannen. De mannen vullen ze met zand en naaien de bovenkant dicht."

Rachel: Death Row is the inner inside of prison. Van buitenaf is het vrijwel onmogelijk om daarbinnen te komen of er iets over te weten te komen. Ze zullen zeggen dat het is ter bescherming van de gevangenen, maar zal eerder zijn omdat ze bang zijn voor slechte pers. Gevangenissen zijn sowieso niet erg open voor publiek, pers of schrijvers. Ze zullen zeggen van wel, maar feit is dat je niet zomaar naar binnen kunt gaan om te kijken hoe het eraan toe gaat binnen die muren. Dat van die zandzakken is echt waar overigens. In de dodencellen naaien ze zandzakken voor mogelijke overstromingen. Gevangenissen kosten de gemeenschap alleen maar geld, die paar zandzakken kosten de gemeenschap feitelijk geld.”

Fragment

"Oma’s kast zeiden ze vroeger altijd. Zo noemden ze een beschutte plek waar je uit de wind een joint kon opsteken. Onder de tribunes van een sportveld of in een bushokje. Het naar pis stinkende bushok in Forest Hill. Oma’s kast. Alles kon ervoor dienen. Al het geklets over spijt. Ze dwingen je je leven rond één ding te bouwen, dat wat je gedaan had, en je moet jezelf opkweken uit wat niet ongedaan gemaakt kan worden: ze willen dat je iets uit niets 363 maakt. Ze zorgen dat je hen gaat haten en jezelf ook. Ze draaien het zo dat het lijkt alsof zij de wereld zijn en jij die verraden hebt, maar de wereld is zoveel groter. De leugen van spijt en van een leven dat ontspoord is. Welk spoor? Het leven is het spoor. Het is zijn eigen spoor en het gaat waar het heen gaat. Het baant zijn eigen weg. Mijn weg heeft me hierheen geleid."

Rachel: “Ja, ik denk mijn hele leven al na over mensen in de gevangenis. Het heeft me altijd al dwarsgezeten dat mensen naar een gevangenis moeten, levenslang. Ongeacht hoelang je nog te leven hebt, je betaalt de staat terug met jouw tijd. Daar dacht ik aan als kind. Mijn ouders hadden een vriend die lange tijd in de gevangenis heeft gezeten. Als kind deed het me denken aan de dienstplicht, de draft. Mijn broer kreeg geen studiegeld als hij zich niet eerst aanmeldde voor de dienstplicht. Al was ik een kind gedurende de Vietnamoorlog, ik herinner me het nog levendig en ik weet nog zo goed dat ik me afvroeg wat er zou gebeuren als hij naar de oorlog zou moeten gaan. Mijn moeder zei: Geen zorgen. I won’t let them take him. Ik wist dat ze het zei om mij gerust te stellen. Ze zou de staat helemaal niet kunnen tegenhouden mijn broer op te roepen en uit te zenden. Want de staat neemt die beslissing. Het zijn twee verschillende dingen; om naar de gevangenis te gaan, moet je iets hebben gedaan. Om in dienst te gaan, niet. Maar de overeenkomst is dat jouw familie jou niet kan beschermen tegen het lot dat voor jou in het verschiet ligt. Het lot dat door de overheid, de staat, het systeem jou wordt opgelegd. Als kind greep deze gedachte me zeer aan. Het verstikte me. Misschien ben ik te soft. Ik geef nu eenmaal om mensen.

Rachel Kushner Auteursfoto

Over de auteur

Rachel Kushner (1968) is de enige schrijver die voor zowel haar eerste als tweede roman genomineerd was voor een National Book Award. De vlammenwerpers, haar tweede roman, was een van de meest besproken boeken van 2013 en betekende haar internationale doorbraak. De roman stond boven aan de ‘beste boeken’-lijsten van 2013 van o.a. The New York TimesThe New YorkerThe Guardian, BBC, TimeVogueen Slate. De filmrechten werden vlak na verschijning verkocht aan Scott Rudin (producent van o.a. No Country for Old Men) en de vertaalrechten in meer dan tien landen. Kushners werk verscheen onder andere in The New York TimesThe Paris Review en The Believer. In 2013 won ze een Guggenheim Fellowship.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates