Thomasverbogt
Thomasverbogt
Interview

In Olifant van zeep leert Thomas Verbogt zichzelf beter kennen

22-8-2019

Het wonderlijke effect dat de boeken van Thomas Verbogt op de lezer hebben – op deze lezer dan toch, is dat ze je een opkikker bezorgen. En dat is bijzonder als je bedenkt dat zijn romans en verhalen vaak gaan over gemiste kansen, onbedoeld onbegrip, verloren liefdes en het besef van de eindigheid van je leef-tijd – iets dat niet per se als prettig wordt ervaren. En toch, na lezing van een verhaal van Verbogt, stap ik weer wat blijmoediger door het leven, ben – zonder zweverigheid - ietsje ‘opgetild’.

Thomas Verbogt is een auteur die met veel mededogen naar zijn soortgenoten kijkt, en dus ook naar zichzelf. En daarbij bezit hij de gave om van alledaagse gebeurtenissen, iets bijzonders te maken. Je gaat als het ware anders naar je omgeving kijken. Milder misschien, opener. In zijn nieuwe bundel Olifant van zeep zijn 18 verhalen opgenomen, waarin opvallend vaak Thomas Verbogt zelf als hoofdpersoon optreedt.

Het valt mij op dat in de meeste verhalen jij je eigen protagonist bent. Is dat spielerei of zijn het ook echt autobiografische verhalen?
"Het zit zo. In 2012 overleed de schrijver Frans Kusters. Dat is bijna 40 jaar een hartsvriend geweest. Mij werd gevraagd een boek te schrijven over onze vriendschap. “Het eerste licht boven de stad”, zo heet dat boek en dat is natuurlijk volstrekt autobiografisch. En ik merkte dat ik me in die vorm erg thuis voelde. Zodanig, dat toen het boek geschreven was en uitgegeven ik me realiseerde dat Frans mij postuum het cadeau van het autobiografisch schrijven heeft gegeven. Ik vond het ook veel avontuurlijker dan ik gedacht had. Een paar jaar na het boek over de vriendschap met Frans, heb ik de autobiografische roman “Hoe alles moest beginnen” geschreven, waarin de herinneringen aan mijn vader en het verzonnen leven een belangrijke rol spelen. Ik denk dat de urgentie van wát je schrijft groter is als het autobiografisch is, althans zo ervaar ik dat. Het is alsof mijn schrijverschap een grotere mate van geldigheid heeft gekregen, omdat ik mezelf beter heb leren kennen. Daar heeft de lezer natuurlijk geen boodschap aan, maar voor mij is dat wel belangrijk. Door autobiografisch te schrijven, begin ik steeds beter te snappen hoe de verhouding tussen mij en mijn vader is geweest en mijn hang naar het gefantaseerde leven. Eigenlijk leef ik steeds meer het leven van mijn romans, terwijl ik voordien levens verzon."

Er wordt weleens gezegd dat jouw werk zo gevoelig is
"Ja, dat klopt. Ik hecht er ook aan het te hebben over de teerheid van alles, over de intimiteit van je gedachten en wat eruit voortkomt. Wat ik interessant vind om te beschrijven is de ruimte die er zit tussen iets doen en wanneer dat wat je gaat doen zich aandient. Dat tussengebied, die mengeling van emoties, gedachten en associaties en spontane handelingen die je misschien niet geheel in de hand hebt, vind ik heel boeiend. En ik moet je zeggen dat ik veel reacties krijg van lezers. En dan vooral van mensen die zeggen: Die boeken van jou, helpen mij bij het nadenken over mijn leven. Dat vind ik dus geweldig! Daar doe ik het namelijk voor mezelf ook om."

Mensen laten nadenken over hun eigen bestaan? Zou dat ook de taak van een schrijver zijn?
"Nou ja, ik beschouw het schrijven niet als een taak, maar als ik nadenk over waar ik in mijn schrijverschap mee bezig ben, dan is het: het benaderen van iets wat niet te beantwoorden is, namelijk: hoe te leven."

De zanger Huub van der Lubbe noemde jou onlangs de achterneef van Nescio. Voel je je daar wel bij?
"Huub is een vriend van mij, dus ik begrijp precies wat hij bedoelt, namelijk de aandacht en de zeggingskracht voor het kleine, het alledaagse. Zoals veel verhalen in dit boek, want het alledaagse kan soms even intens zijn als ons gecompliceerde geestelijk leven of onze grote strijd om de wereld te begrijpen."

Voor jou is lichtheid in je schrijven onontbeerlijk. Waar komt dat vandaan?
"De lichtheid heb ik van mijn moeder, die voortdurend de glimlach opzocht in het leven, zonder overigens iets te camoufleren. Soms zei ze tegen mij: jongen ga er niet te zwaar inhangen. Maar in mijn ontdekkingstocht naar mijn schrijverschap, had ik twee literaire ervaringen die bepalend zijn geweest. Ik las een verhaal van Remco Campert over een serieus onderwerp. Maar de toon, het het was van een lichtheid! Het swingde en het zong. En ik dacht dat wil ik ook, want zware zaken moet je niet zwaar beschrijven. De tweede ervaring had ik in een boekhandel. Ik las daar het verhaal “Lente in Fialta” van de mij toen onbekende schrijver Nabokov. In dat verhaal beschrijft hij dat dorp, Fialta op een heel specifieke manier, namelijk aan de hand van de geur die er in dat dorp hangt. Ik las het en ik róók het! En ik dacht toen: wat hij daar beschrijft, gebeurt! Nabokov is natuurlijk heel groot en ik heb niet de illusie dat ik daarbij in de buurt kan komen, maar zo schrijven dat bij jóu gebeurt wat ík aanricht, dat is iets waar ik naar streef."

Fotocredit: Quintalle Nix