Header interview inge van der krabben van het hart 2
Header interview inge van der krabben van het hart 2
Interview

Inge van der Krabben schrijft over een rouwgroep in Van het hart: “Ik vind groepen fascinerend vanwege de onderlinge interactie”

Door: Naomi Kappe
28-01-2021
7 min

Auteur Inge van der Krabben debuteerde in 2015 met haar boek Tot waar we kijken kunnen en in 2019 kwam In je dromen ga jij uit. Ook dit jaar mogen we weer genieten van haar fijne schrijfstijl en rake woorden, want Inge heeft haar nieuwe roman Van het hart uitgebracht. Een roman die gaat over rouw, verlies, maar bovenal veerkracht en vriendschap. Een ontroerend verhaal dat zeker op jouw verlanglijstje thuishoort. Wij mochten Inge spreken over haar derde roman.

Van het hart is een bijzonder verhaal dat in eerste instantie gaat over rouw en verlies. Al lezend ontdek je dat het over veel meer gaat: nieuwe vriendschappen sluiten, troost vinden bij anderen en bovenal verder leven na de dood. De onderwerpen klinken wellicht zwaar, maar lezen fijn. Hierdoor lees je het boek soms met een traan, maar bovenal met een lach.

Het boek bevat thema’s als overlijden, rouw en verlies. Vond je het moeilijk om over deze onderwerpen te schrijven?
“Ik heb drie boeken geschreven waarin iemand doodgaat. Ik heb mij afgevraagd waarom er altijd iemand overlijdt in mijn boeken. Ik verklaar het voor mezelf als een manier om er alvast mee bezig te zijn. Ik ben zelf niet heel bang voor de dood want ik geloof niet dat alles dan ophoudt, maar het lijkt mij wel heftig om mijn ouders te verliezen en dat gaat ooit gebeuren. Op de een of andere manier sijpelt dat mijn schrijven binnen. Juist omdat ik de laatste tijd veel research heb gedaan naar rouw en verlies, heb ik het gevoel er iets meer grip op te krijgen. Tegelijkertijd denk ik dat dat grote verlies toch anders zal voelen dan ik van tevoren had bedacht.”

“Ik snijd dus zware onderwerpen aan, maar verpak dit wel luchtig in een verhaal. Ik hou van verhalen die iets serieus bevatten, maar waar ook lucht zit en waar je af en toe om moet lachen. Ook wilde ik het verhaal op en neer laten gaan als eb en vloed; dat gebeurt namelijk ook als je rouwt. Je hebt soms het gevoel dat het allemaal niet meer hoeft, maar na een gesprek met iemand kun je ook denken: o ja, de wereld is óók nog mooi. Er zijn nog lieve mensen om mij heen en fijne momenten.”

Waar gaat het verhaal over in Van het hart?
“Het boek gaat over Mies Goedhart, een vrouw van vijfenzeventig die heel plotseling haar man verliest. Ze belandt in diepe rouw en sluit zich af voor haar omgeving. Haar zoon vindt dat er iets moet veranderen en stelt een rouwgroep voor. Zijn idee slaat aan bij Mies, want ze heeft zelf ook het gevoel dat het op deze manier niet langer door kan gaan. Vol twijfel stapt ze in de rouwgroep en vraagt zich af: past dit wel bij mij?”

“Ik kan mij heel goed voorstellen dat je jezelf dat afvraagt. Zit je te wachten op meer ellende van anderen? Maar door de kracht van de rouwgroep, vindt Mies erkenning én herkenning. En al heeft ze het zelf niet meteen door, langzaamaan klimt ze uit het dal.”

“Wat verwacht je van je deelname? had Sonja geïnformeerd. Bovenal wilde ze van de pijn af. Ze verlangde ernaar weer bij de wereld te horen, aanraken en aangeraakt te worden en ze vroeg zich af hoe andere mensen het deden; rouwen. Ieder rouwt op zijn of haar eigen manier. Er is geen goed of fout. Rouw heeft tijd nodig. Tijd en aandacht.”

Dit boek gaat over verlies, rouw en veerkracht. Hoe ontstond het idee om een boek te schrijven over deze onderwerpen?
“Een aantal jaar geleden ben ik gescheiden en daardoor maakte ik een rouwproces door. Die ervaring en het proces is voor een deel teruggekomen in mijn boek. Je kunt scheiden en overlijden niet vergelijken, want mijn ex leeft nog, maar wat wel overeenkomt is het verliezen van de toekomst die je samen in gedachten had. Dat is ook wat er met Mies is gebeurd en waar ik zelf mee moest dealen.”

“Daarnaast kreeg ik inspiratie voor dit boek toen ik een gesprek had met de vader van mijn schoonzus. Hij is zijn vrouw verloren aan de ziekte kanker. Na haar overlijden ging hij bij een rouwgroep, waar hij onder andere een vrouw ontmoette die de eerste sessies alleen maar zat te huilen. Hij vroeg zich af of zij ooit nog kon stoppen. Nu zijn ze met elkaar getrouwd en hebben ze het geluk gevonden. Ik vond dat zo mooi! Een rouwgroep leek mij een gave setting voor een verhaal. Ik vind groepen sowieso fascinerend, vanwege de onderlinge interactie. We denken dat we bij elkaar naar binnen kunnen kijken, maar dat kunnen we helemaal niet. Als je mensen met verschillende karakters laat samenkomen om dezelfde reden, dan gebeurt er iets tijdens de gesprekken en interactie. Ik vond het erg mooi om dat al schrijvende te ontdekken.”

Wat voor informatie ben je tegengekomen tijdens jouw research?
“Ik zei al eerder dat ik het fijn vond om veel te lezen over verlies en rouw. Het is bevrijdend, maar ook confronterend. Ik volgde een lezing van rouwdeskundige Manu Keirse en hij vertelde meer over het ongemak dat er heerst rondom rouw. Hoe ga je om met iemand die rouwt? Mensen weten vaak niet wat ze moeten doen of hoe ze moeten reageren. Dat is ook lastig. Het beste kun je vragen hoe je iemand kan helpen en wat je voor diegene kunt betekenen. Wat te vaak gebeurt is dat mensen iets invullen voor de ander: ‘Ik bel maar niet, want ze heeft er vast geen behoefte aan.’ Ik vind het heel waardevol dat ik deze kennis heb opgedaan en dat vind ik ook zo tof aan het schrijven van mijn boeken; ik leer er zelf zoveel van.”

Wat is jou het meeste bijgebleven tijdens jouw onderzoek?
“Dat was een onderdeel van het gesprek met Janet Molenwijk, psycholoog en verlies- en rouwbegeleider. Zij vertelde mij over de twee benen van rouw. Je hebt mensen die helemaal de ene kant op gaan en zichzelf begraven in hun verdriet. Maar je hebt ook mensen die hun verdriet negeren en doordenderen, totdat het lichaam stop zegt. Het was een eyeopener toen zij vertelde dat je de afwisseling nodig hebt van je herstel- en je verliesbeen; het ene moment aandacht voor je verlies het andere voor mogelijkheden tot herstel. Dat vond ik zo opvallend en helder, maar je moet het maar net weten.

De hoofdpersoon is Mies Goedhart; een oudere vrouw, maar jong van geest. Hoe is Mies ontstaan?
“Ik ken van dichtbij mensen van rond de zeventig jaar die verlies en rouw meemaken en ik vind dat er weinig oudere vrouwelijke personages een hoofdrol hebben in romans, dus wilde ik graag dat mijn hoofdpersoon die leeftijd zou hebben. Een andere reden is dat het me opviel dat met name oudere vrouwen die hun partner hebben verloren alleen blijven. Je bent echt nooit te oud om iets nieuws te doen of je open te stellen voor een ander.”

“De leeftijd was dus snel bepaald. Ik wilde Mies graag wat grumpy maken, maar wel met een gevoel voor humor. Daarnaast staat ze, weliswaar met in eerste instantie wat weerstand, open voor nieuwe dingen. Ik heb zelf ook een nieuwe man ontmoet en we zetten samen nieuwe stappen, dat wilde ik ook graag voor Mies.”

Wat vind jij zelf het mooiste moment uit het boek?
“Moeilijk zeg. Dan kies ik voor het moment dat mederouwgroeper Kat besluit iets voor Mies te doen, namelijk een schilderij van Mies toevoegen aan haar portfolio voor de kunstacademie zodat ook Mies een kans krijgt om professioneel te schilderen. De scène dat Kat aanvoelt dat Mies het niet fijn vindt als anderen iets doen zonder haar op de hoogte te brengen, vind ik erg mooi. Mies zegt tegen Kat dat ze niet boos is en dat Kat genoeg voor haar doet door met haar te praten, te schilderen en simpelweg tijd door te brengen. Het is ook iets dat in mij zit; ik vraag mij weleens af of ik wel genoeg voor anderen doe. Maar je hoeft niet van alles te proberen. Mensen zijn al blij dat je er bent en met ze wilt praten. Dat hoor je ook vaak van mensen die het einde van hun leven hebben bereikt. Uiteindelijk draait het niet om werk, geld of status, maar om de mensen waar jij een goede band mee hebt. Dat is belangrijk!”

Voor wie is dit boek een aanrader?
“Voor degenen die een dierbare verloren zijn. Het is de bedoeling mensen een hart onder de riem te steken en te laten weten dat het weer beter wordt. Dat zie je nu niet en je voelt het niet, maar het gaat wel gebeuren. Ik kan mij voorstellen dat niet iedereen tijdens het rouwen zin heeft om hulpboeken te gaan lezen. Maar ik kan mij wel voorstellen dat je zin hebt in een roman. Met Van het hart krijg je tussen de regels door toch van alles mee over het rouwproces. Ik heb het boek dan ook opgedragen aan iedereen die iets verloren heeft, dat hoeft niet specifiek de dood te zijn. We verliezen namelijk continu, maar daardoor groeien we. Én het is een boek voor iedereen die een fijn verhaal wil lezen.”

Naomi foto lees magazine
Naomi Kappe