Interview

Simon Scarrow: “Macro en Cato kunnen nog heel veel avonturen beleven”

8-6-2017
Boek De Prooi Van De Adelaar

De Britse auteur Simon Scarrow schrijft het ene boek na het andere. Hij is onder andere bekend van de Gladior-serie, de Revolutie-serie en de Adelaar-serie. Van die serie laatste kwam op 7 juni een nieuw boek uit: De prooi van de adelaar. Silvie interviewde Scarrow over hoe het idee voor de serie is ontstaan en waarom de serie zo populair is.

Hoe is het idee voor de Adelaar-serie ontstaan?
Als kind genoot ik al van de Hornblower-serie van C.S. Forester, en ik was heel blij toen ik ontdekte dat een aantal andere schrijvers ook dit soort fictie schreef. Ik volgde al snel de avonturen van Sharpe, Aubrey, Maturin, Starbuck en later ook Falco and Gordianus. Ik vond al die series zo leuk dat ik zelf een serie wilde schrijven met steeds dezelfde personages. Het probleem was dat er in de Napoleontische tijd al veel te veel helden waren. Hoe die elkaar niet zijn tegengekomen is me een raadsel. En Rome zat boordevol speurneuzen. Maar nog niemand had geschreven over een militaire held en hem in een legioen gezet. Dus was er ruimte voor een nieuw soort held in een nieuwe setting en ik ben blij dat ik de eerste ben die die setting op deze manier heeft gebruikt.

Hoe zijn je helden, Cato en Macro, tot stand gekomen?
Ik ging ervan uit dat mijn lezers niet bekend zouden zijn met de details van de Romeinse geschiedenis en het leven in de legioenen. Daarom besloot ik dat mijn held nieuw moest zijn in het legioen. Hij zou alles nog moeten leren, en daarmee zou ik dan gelijk de lezer trainen. Om zijn positie als outsider te benadrukken, maakte ik Cato een soort nerd die veel aan zelfreflectie doet en diep nadenkt over dingen. Cato voelt zich niet zo comfortabel bij het militaire leven en dat is gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Toen ik studeerde, heb ik even gespeeld met het idee om het leger in te gaan en heb ik mee aangemeld voor de training tot officier. Ik vond de nuchterheid van die officieren geweldig. Ze hadden een geweldig repertoire aan scheldwoorden. Deze mannen voegde ik samen en daaruit ontstond Marco, de centurio van de eenheid waar Cato bij zit.

Wat maakt de Adelaar-serie zo populair?
Van wat ik van lezers hoor en in recensies lees, komt dat doordat mijn personages zo levensecht en sympathiek zijn. Als ze in gevaar zijn, wat vaak zo is, leven de lezers erg met ze mee. Daarnaast is de beschrijving van tijd en plaats bijna tastbaar en lezers zeggen dat ze helemaal worden ondergedompeld in de fictieve wereld. De combinatie van intrige en gevechten zijn ook een effectief haakje om het verhaal aan op te hangen, waardoor de boeken strak, snel en spannend zijn. Mijn lezers hebben gedurende de vijftien boeken een relatie hebben opgebouwd met de twee hoofdpersonages, Macro en Cato, waarin ze hen volgen over hele oude wereld. Het succes van een serie hangt af van de hoofdpersonages, vind ik, en of we geïnteresseerd zijn in het volgen van hun ontwikkeling. Want daardoor blijven we graag over ze lezen.

Scarrow Simon C Crest Photography Rv

Het is indrukwekkend hoeveel de Romeinen bereikt hebben en hoe lang ze aan de macht zijn geweest

Hoe gefascineerd ben je door de Romeinse tijd, en waarom ben je erover gaan schrijven?
Dat komt door twee dingen. Ten eerste had ik geweldige leraren Latijn, die de liefde voor de taal in mij losmaakten. Ik ben nog steeds gefascineerd door de Romeinse geschiedenis en cultuur. Wat de meeste indruk op mij heeft gemaakt is hoeveel ze bereikt hebben en hoe lang ze aan de macht zijn geweest. De sporen van hun beschaving zijn nog steeds zichtbaar in ruïnes en veel aspecten van hun cultuur zijn bij ons nog steeds aanwezig, vooral in de vele verhalen, delen van de geschiedenis en brieven, waaruit blijkt dat ze helemaal niet zo veel van ons verschilden. Daarnaast ben ik opgegroeid in de jaren ’70 en toen waren er veel series op tv die zich in die tijd afspeelden, zoals bijvoorbeeld het briljante Ik, Claudius. Als schrijver kon ik daardoor een wereld creëren die enerzijds bekend was, maar tegelijkertijd ook een hele andere wereld was die ontdekt kon worden.

Historische fictie is niet altijd zo populair geweest. Denk je dat dat nu wel het geval is, met de vele series over de Romeinse en Tudor-geschiedenis op tv?
Ja, dit genre wordt inderdaad steeds populairder. Sterker nog, het is denk ik nog nooit zo populair geweest. Gek genoeg zie je dit nog niet terug in boekwinkels, waar deze boeken nog steeds geen eigen genre hebben. Helaas is historische fictie ook regelmatig het mikpunt van spot van de literaire snobs. Toen Hilary Mantel de Booker-prijs won, deed bijna elke interviewer zijn best om haar werk niet onder dat genre te scharen. Maar de interesse van het publiek in geschiedenis, die blijkt uit de toename van historische fictie, films en tv-programma’s, motiveert mij juist enorm.

Naast alle actie en dialoog, vereist het schrijven van een historische roman enorm veel onderzoek, aangezien de boeken naast fictieve personages ook personages bevat die echt hebben bestaan, zoals Nero en Claudius. Is dat een extra uitdaging of beperkt dat juist bij het schrijven?
Ik vind het heerlijk om onderzoek te doen. Waarom niet? Ik word betaald om te lezen over dingen die me fascineren. Maar ik vind wel dat schrijvers van historische romans de plicht hebben tegenover hun lezers om zo accuraat mogelijk te zijn wat betreft de feiten en de setting. Anders wordt het historische fictie. Doordat ik mijn hoofdpersonages steeds opnieuw laat terugkomen, kan ik veel verhalen over ze verzinnen rondom de realiteit die plaatsvond in het tijdperk waarin ze leefden. Echte historische figuren voegen een vleugje waarheid toe, maar ook de mogelijkheid om ze te presenteren door middel van iets wat ik heb ontdekt, maar wat de wijdverspreide opvattingen over hen wellicht tegenspreekt. Dankzij bepaalde tv-series en boeken werd keizer Claudius bijvoorbeeld gezien als heel sluw, maar uit bewijs blijkt dat de waarheid weleens zou kunnen tegenvallen.

Hoeveel delen gaan er nog komen in deze serie?
De eerste vijf boeken gaan over de Romeinse invasie van Groot-Brittannië. Daarna zitten Macro en Cato even in het Romeinse leger en vervolgens gaan ze richting het oosten. De grenzen van het rijk liepen langs de noordkust van Afrika, helemaal door Arabië en het Midden-Oosten, door Turkije, langs de Zwarte Zee en de Donau over het Europese continent richting de Noordzee. Cato en Macro kunnen dus te maken krijgen met verschillende externe vijanden. Daarom is er geen enkele reden waarom Cato en Macro niet nog veel meer avonturen zouden kunnen beleven.

Roman Soldiers

Vaak zeggen en doen Macro en Cato dingen die ik niet had verwacht

Je boeken spelen zich inderdaad af op veel verschillende locaties. Welke locatie is je favoriet?
Een van de nuttigste kenmerken van het tijdperk waarin mijn boeken zich afspelen is het feit dat er bijna geen jaar voorbijgaat waarin Rome geen schade aanricht aan iets of iemand rond de Middellandse Zee. Daardoor kunnen mijn personages zich op allerlei locaties bevinden en kunnen de lezers meer ontdekken over het Romeinse rijk en de vele vijanden van de Romeinen, van de Kelten in het noorden tot de Arabische woestijnstammen in het oosten. Van alle landen die ik mocht bezoeken voor het onderzoek voor mijn boeken, vond ik Jordanië het meest sfeervol. Het landschap daar is heel gevarieerd, van weelderig groene heuvels tot het bloedrode zand van Wadi Rum. Zowel de Grieken als de Romeinen hebben hun sporen achtergelaten in Jordanië en de ruïnes van Jerash, Umm, Qais en Petra zijn spectaculair. Maar de meest bijzondere locatie is absoluut de ruïne van een klein fort in Q’sar Bashir. Dat is opmerkelijk goed bewaard gebleven in de steenachtige woestijn, mijlenver van de dichtstbijzijnde stad. Ik was onder de indruk van de eenzaamheid, stilte en de rust op die plek en ik wist dat ik erover moest gaan schrijven. Dat was de inspiratie voor het fort dat Macro en Cato moeten verdedigen in The Eagle in the Sand.

Je bent enorm productief als schrijver. Hoe gaat het schrijfproces bij jou?
De eerste ronde redigeren gaat goed, want je werkt aan een ruwe diamant en het eindproces is altijd veel beter. De volgende rondes zijn eigenlijk een vervelende taak, maar ik denk niet dat het zin heeft om al te gaan redigeren tijdens het schrijven. Dat haalt de flow uit het verhaal. Het is beter om toe te geven aan die actie, samen met je personages, en maar te kijken hoe het afloopt. Vaak zeggen en doen Macro en Cato dingen die ik niet had verwacht. Dat bewijst alleen maar dat ze als personage tot leven zijn gekomen.

Hoe ziet een schrijfdag eruit voor jou?
Ik streef ernaar om vijfduizend woorden per week te schrijven. Maar ik heb twee kleine kinderen, dus ik moet ’s avonds laat schrijven. Ik schrijf meestal tussen 22.00 uur en 02.00 uur, wanneer het helemaal stil is en ik niet gestoord kan worden. Het eerste half uur is lastig, maar daarna zit ik er helemaal in en schrijf ik wel duizend woorden per uur als ik op dreef ben.

Hoe lang doe je erover om een boek te schrijven?
Het onderzoek duurt drie tot vier maanden, zodat ik helemaal in de Romeinse cultuur en het militaire leven kan duiken. Als ik begin met schrijven, duurt het nog drie tot vijf maanden om het boek te schrijven en dan ben ik nog een maand bezig met redigeren voordat mijn redacteur Marion er tevreden over is. Ze is heel goed en ziet meteen wat eruit moet en wat erbij moet. Ik ben het dus meestal wel eens met de veranderingen die ze voorstelt.

De avonturen van Macro en Cato zijn een eigen leven gaan leiden. Ze spelen nu ook een hoofdrol in Cato and Macro: The Game, die maandelijks meer dan een miljoen keer wordt gespeeld. Hoe is dat tot stand gekomen?
Ik werd benaderd door een gamebedrijf dat de boeken geweldig vond en er een spel van wilde maken. Omdat het bijna onmogelijk is om van een boek een geloofwaardig computerspel te maken, hebben we een vleugje Asterix door het design gegooid, maar wel met het behoud van het geweld en de sfeer van de boeken. Gelukkig is de game positief ontvangen en ook nog eens heel populair in Rusland en China. Bizar, hè?

Foto Simon Scarrow © Crest Photography