Interview

Jennifer Egan: "Ik was het zat om experimentele romans te schrijven."

02-03-2018
Header Egan

Jennifer Egan is Amerikaans schrijver van romans en korte verhalen. Egan schreef The Invisible Circus (1995), Look at Me (2001) en A Visit From the Goon Squad (2010). Voor A Visit From the Goon Squad won Egan onder meer de Pulitzerprijs voor literatuur, de National Book Critics Circle Award en de Los Angeles Times Book Prize. A Visit From the Goon Squad werd in het Nederlands vertaald als Bezoek van de knokploeg (2011), en Look at me als Kijk naar mij (2013). In oktober 2017 werd haar nieuwe boek Manhattan Beach uitgeroepen tot beste boek van de maand in het tv-programma De Wereld Draait Door.

Vdh9789029514545

Wanneer wist je dat je schrijver zou worden? 
 Ik nam in 1981 een jaar vrij tussen High School en de universiteit, kocht een rugzak en ging in mijn eentje op reis naar Europa. In San Francisco, waar ik opgroeide, kende ik niemand die naar Europa was geweest. Het was een totaal nieuwe wereld voor mij. Een spannende en verrijkende ervaring, maar ook erg eenzaam. Er waren toen nog geen mobiele telefoons, geen internet en er zat negen uur tijdverschil tussen Europa en Californië. In de jeugdherbergen ontmoette je natuurlijk wel veel leeftijdgenoten, maar ik voelde me toch vaak geïsoleerd en had paniekaanvallen. Tijdens die reis voelde ik hoe essentieel schrijven voor mij was. Ik had altijd wel geschreven, maar toen tijdens die eenzame momenten in Europa voelde ik dat het echt een roeping was. Door het bijhouden van een dagboek begreep ik pas hoe belangrijk schrijven voor me was, zowel in goede als slechte tijden. Niet dat ik dacht dat ik er heel goed in was, maar meer dat ik ervoor gemaakt was om schrijver te worden.

Reageerden je ouders enthousiast op dat voornemen?
Ik ging een jaar later gewoon naar de universiteit en kreeg een beurs om twee jaar Engelstalige literatuur in Cambridge te studeren. Ik schreef toen ook een roman, die trouwens verschrikkelijk slecht was. Daarna pas heb ik mijn ouders verteld dat ik romans wilde schrijven. Mijn vader – een ouderwetse jurist – zei dat hij dat allemaal erg interessant vond, maar vooral uitkeek naar de publicatie van mijn eerste korte verhaal. Zo van, je hebt nog nooit iets gepubliceerd dus hoe kom je erbij dat je meteen een roman kunt publiceren? Hij maakte zich vooral zorgen over de financiële onzekerheid van zo’n bestaan. Toen ik korte tijd later naar New York verhuisde, werd ik geconfronteerd met die onzekerheid. Ik kende daar niemand. Ik had alleen die roman, een mislukte voorganger van The Invisible Circus, waarvan ik dacht dat die geniaal was maar waarin verder niemand geïnteresseerd bleek. En ik had geen echte baan, dat vond mijn vader vreselijk.

"Ze gilde en schreeuwde tegen me, had een verschrikkelijk humeur en was erg impulsief. Ze had waarschijnlijk een persoonlijkheidsstoornis. Maar in de drie jaar dat ik voor haar werkte had ik net voldoende inkomen om van te leven en kon ik elke ochtend aan mijn roman werken."

En toen?
In 1988 kreeg ik een parttime baantje dat me erg hielp, zodoende kon ik in de middag werken en ’s ochtends aan mijn roman werken. Ik werd privé-secretaresse van een maniakale vrouw, Aline Griffith, Gravin van Romanones, die spion was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog en later voor de CIA werkte. Ze was getrouwd met een Spaanse graaf en had een groot deel van haar volwassen leven doorgebracht in Spanje waar ze zich omringde met vrienden als Baron Guy de Rothschild, Salvador Dali, de Hertogin van Windsor en Jacqueline Onassis. Ik assisteerde haar bij het schrijven van haar memoires over haar leven als spion, dat ze voor een groot deel verzonnen had. Ze noemde het faction. Mijn taak was het innerlijk leven van de hoofdpersoon te beschrijven. Háár innerlijk dus! Ik moest voor haar beschrijven wat haar gedachten en gevoelens waren bij de avonturen die ze beleefd had. Ik heb daar goed kunnen schaven aan mijn technieken om fictie te schrijven. Ik moest ook haar sociale leven regelen, namens haar corresponderen met fans, allerlei relaties onderhouden waarvan zij niet eens weet had en haar boeken signeren. Ze was helaas wel erg gemeen. Ze gilde en schreeuwde tegen me, had een verschrikkelijk humeur en was erg impulsief. Ze had waarschijnlijk een persoonlijkheidsstoornis. Maar in de drie jaar dat ik voor haar werkte had ik net voldoende inkomen om van te kunnen leven en kon ik elke ochtend aan mijn roman werken.

In 2011 won je de prestigieuze Pulitzerprijs voor A Visit From the Goon Squad. Veranderde je leven daardoor?
Ik kreeg veel meer lezers dankzij die prijs, ook in het buitenland. Het werkt enorm statusverhogend, het geeft je een geweldig kwaliteitskeurmerk. Ik ben me er terdege van bewust dat ik veel geluk heb gehad met het winnen van die prijs. Ik ben zelf vaak jurylid geweest en weet precies dat je een prijs wint omdat je het geluk had dat de juiste mensen in het juiste jaar in de jury zaten. Dat is geen bescheidenheid, dat is hoe het gaat. Sommige geweldige romans halen de shortlist niet omdat maar twee van de vijf juryleden dat een goed boek vinden. Ik had dus geluk en ben daar heel blij mee, maar voel me wel vaak slecht over mensen die dat geluk niet hebben. Wij hebben zo’n merkgedreven cultuur dat het verbinden van een topmerk als de Pulitzerprijs aan jouw naam, echt heel veel waard is. Er zit een paradox in het feit dat de uitslag deels willekeurig is en de enorme impact van zo’n prijs.

"Waar ik op hoop is dat ik stop met denken en gewoon opschrijf wat er in me opkomt zonder vooropgezet plan. Automatisch schrijven als het ware, en hopen op verrassende ontwikkelingen op het papier."

Manhattan Beach speelt voor een groot deel in het New York van de jaren '30 en '40. Waarom wilde je een historische roman schrijven over die periode?
Dat weet ik niet precies. Het trok me aan op een instinctieve manier. Waarschijnlijk door 9/11 toen New York plotseling als een oorlogszone aanvoelde. Ik wilde uitzoeken hoe dat was gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ik hou ook van noir fiction als genre: heel stedelijk, heel grauw maar visueel heel rijk. Ik wilde die esthetiek gebruiken om New York in die tijd te beschrijven. Mijn research begon al in 2004 terwijl ik A visit from the Goon Squad aan het schrijven was. Ik dacht toen nog niet na over het verhaal van Manhattan Beach, maar was wel aan het nadenken over de werelden die bij het verhaal zouden kunnen horen, zoals de Brooklyn Navy Yard, de wereld van de maffia die sterk was opgekomen tijdens de drooglegging en het diepzeeduiken. Het belangrijkste deel van de research waren de vele gesprekken die ik voerde met mensen die in die tijd op de Brooklyn Navy Yard gewerkt hadden. Ik moest snel zijn want ze waren allemaal al in de negentig.

De Japanse schrijver Haruki Murakami zegt dat het werk van een romanschrijver afhangt van hoe diep de schrijver kan doordringen tot zijn of haar onderbewuste.
Daarmee ben ik het eens. Ik zou nooit dicteren hoe iemand anders het moet aanpakken, maar voor mij geldt dat mijn bewuste geest niet met de beste ideeën komt die me naar interessant materiaal leiden. Ik moet daaronder zien te komen, want daar zijn de verrassende ideeën en impulsen te vinden en daar komen de personages vandaan. Dat lukt me door met de hand te schrijven met mijn lievelingspen: een dunne stift op geel papier. Ik probeer op die manier vijf tot zeven pagina’s per dag te schrijven. Waar ik op hoop is dat ik stop met denken en gewoon opschrijf wat er in me opkomt zonder vooropgezet plan. Automatisch schrijven als het ware, en hopen op verrassende ontwikkelingen op het papier. Ik stel me een omgeving en een atmosfeer voor en kijk dan wie er komen opdagen en wat ze gaan doen. Zo is de openingsscène van Manhattan Beach ontstaan waarin Anna als kind in de winter op blote voeten een stukje de ijskoude zee inloopt: ik stelde me voor dat ik daar was en toen kwam die scène in me op.

"Ik was verbijsterd om te ervaren hoe moeilijk het was om deze roman te schrijven. Ik moest hard werken om weer goed te worden in basisverteltechnieken, het vakmanschap van verhalen vertellen."

Ik las dat je steeds iets nieuws wilt leren van elke roman die je schrijft. Wat heb je geleerd van Manhattan Beach?
Het belangrijkste dat dit boek me leerde, was hoe belangrijk het is om ouderwetse verhalen te schrijven met veel dramatische scènes, waarin je naar een momentum toewerkt, de klassieke verhaallijn. Dat is echt heel moeilijk. Ik was een beetje vergeten hoe dat moest omdat mijn vorige romans heel experimenteel van vorm waren, heel fragmentarisch. Ik was verbijsterd om te ervaren hoe moeilijk het was om deze roman te schrijven. Ik moest hard werken om weer goed te worden in basisverteltechnieken, het vakmanschap van verhalen vertellen. Ik merkte ook dat ik het zat was om experimentele romans te schrijven. Het schrijven op deze ouderwetse manier, in de stijl van 19e eeuwse fictie was heel bevredigend.

De meeste schrijvers die ik interview maken tijdens het schrijfproces hevige stemmingswisselingen door. Van euforisch tot gedeprimeerd. Herken je dat?
Elk boek dat ik schreef had een moment van grote twijfel. Bij The Visit from the Goon Squad gebeurde dat toen ik het al bijna af had. Ik heb het helemaal overhoop moeten gooien en het boek heel anders opgebouwd. De wanhoop over dat boek kwam dus heel laat. Met Manhattan Beach kwam die wanhoop veel eerder in het proces, al toen ik de eerste versie aan het schrijven was. Ik had het gevoel dat het me niet lukte, dat het niet goed genoeg was. Ik had me ook onvoldoende gerealiseerd hoeveel informatie ik nodig had over die periode. Het was niet genoeg om te weten in wat voor auto’s men toen reed of welke kleren ze droegen. Het ging veel verder dan dat. Om echt in iemands hoofd te komen moet je zijn of haar geschiedenis kennen, hun herinneringen, waar ze op reageren, wat hun culturele bagage is, waar ze nostalgische gevoelens voor koesteren. Zonder al die informatie was het rotzooi wat ik geschreven had. En toen dacht ik aan de Pulitzerprijs, dat ik zogenaamd zo geweldig goed was en wilde het liefst uit het raam springen, zo depressief was ik. Maar omdat de materie me bleef boeien, ben ik er toch mee doorgegaan.

Auteursfoto ©: Pieter M. Van Hattem

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.