Fleur van der Weel header
Interview

Illustrator van de maand juni: Fleur van der Weel

03-06-2019

Omdat ze de wereld een beetje liever kleuren. Omdat ze gouden randjes aan de verhalen geven. Omdat de tekeningen sprookjes op zich zijn. Daarom iedere maand een podium voor illustratoren.

Wat beweegt ze, waar zijn ze trots op, wat inspireert ze? Deze maand Fleur van der Weel
Fleur van der Weel werd in 1970 geboren in een ziekenhuis in Middelburg. Ze was de derde dochter in het gezin en woonde aan de rand van de stad. Al op jonge leeftijd begon ze met tekenen, iets dat ze graag deed. Ook hield ze erg van lezen, vooral boeken met veel plaatjes. Als ze tegenwoordig zelf boeken illustreert, maakt ze ook het liefst op elke pagina wel een tekening. Haar liefde voor tekenen bloeide opnieuw op toen ze, na eerst kort rechten te hebben gestudeerd, op de kunstacademie in Utrecht belandde. Haar eerste boek - Superguppie, geschreven door Edward van de Vendel - kwam in 2003. Hierna volgden onder andere Bibi's bijzondere beestenboek in 2006, Piep! Een nieuwe dag in 2011, en Hallo, uitgebracht voor de Kinderboekenweek in 2012.

Wie is Fleur van der Weel?
“Ik groeide op in het Zeeuwse Middelburg. Op de middelbare school was ik een doorsnee leerling met doorsnee cijfers. Ik deed precies genoeg aan mijn huiswerk, om niet te blijven zitten. Ik had nogal haast: ik wilde zo snél mogelijk naar de grote stad. Dat lukte: op mijn 18de vertrok ik naar Amsterdam om rechten te studeren. Ik behaalde daar mijn propedeuse en nog wat andere vakken, maar al die wetten konden mij eigenlijk niet echt boeien. Toen wist ik nog niet dat je ook iets kon studeren wat wél heel leuk was. Vlak voor een belangrijk tentamen belde ik wanhopig naar huis. Mijn moeder reageerde nuchter: ‘Ach kind, gooi die wetboeken toch in de gracht en ga iets leuks doen!’ En eindelijk – na al die jaren – volgde ik haar moeders advies op. Ik verruilde de Universiteit voor de Kunstacademie in Utrecht. Dit was een totaal andere manier van studeren! De hele dag een beetje tekenen, schilderen, filmpjes maken, computerprogramma’s leren en met letters schuiven. Ha, dat was leuk! Mijn propedeuse haalde ik met vlag en wimpel. In het tweede jaar moest ik kiezen: werd het de richting autonome kunsten of grafische vormgeving? Ik koos voor het laatste. Na mijn afstuderen belandde ik in een atelier waar ze kindermeubels beschilderde. Tussen de kwasten en de verfspetters ontstond het idee om een aantal illustraties die ik voor de kinderwinkel had ontworpen naar een uitgever te sturen. Ik bundelde een mini boekje met tekeningen en mijn moeder schreef er gedichtjes bij. Uitgeverij Querido belde en ik mocht langskomen om mijn werk te laten zien. Ik kreeg een proefopdracht om vijf illustraties te maken bij gedichtjes van Edward van de Vendel. Die illustraties werden enthousiast ontvangen en ik kreeg groen licht om het hele boek maken. Superguppie was een super debuut! Het werd bekroond met de Woutertje Pieterse Prijs, een zilveren griffel en een vlag en wimpel.”

Op welke illustraties (boeken) ben je het meest trots en waarom?
“Ik ben erg trots op Superguppie, omdat het mijn debuut was en een groot succes. Maar op Pippeloentje van Annie M.G. Schmidt ben ik het meest trots. Bij dit boek ben ik erin geslaagd om iets te maken dat heel lief is, zonder dat het kinderachtig of tuttig is.”

Waardoor en/of door wie word je geïnspireerd?
Dick Bruna. Niet zozeer door Nijntje zelf, maar omdat hij een hele kloppende wereld heeft gecreëerd. Het mooiste vind ik misschien wel de covers die hij maakte voor volwassen boeken.”

Heb je een favoriete kleur?
“Zwart is mijn favoriete kleur, maar gaandeweg begint zwart een beetje op de achtergrond te verdwijnen omdat ik meer kleur gebruik.”

Welke techniek gebruik je het liefst?
“Ik heb niet één techniek. Het liefst zou ik voor elk nieuw boek een nieuwe manier van illustreren willen uitvinden. Als ik in zwart-wit werk, werk ik graag met mijn zelf verzonnen ‘Zeeuwse krastechniek'. Hierbij breng ik zwarte verf aan op een glasplaat. De tekening kras ik er vervolgens uit het zwart. Omgekeerd tekenen, dus.”

Aan welke voorwaarden moet een tekening voldoen?
“Een tekening zou op zichzelf een verhaal moeten vertellen. Zonder de tekst moet er een verhaal uit te lezen zijn.”

Hoeveel tekeningen maak je om tot het eindresultaat te komen?
“Dat verschilt heel erg per keer. Soms wel tien. Ik ga door tot ik tevreden ben.”

Welk boek maakte op jou als kind het meeste indruk?
Mijn leuk verhalenboek van Richard Scarry vond ik als kleintje fantastisch. En later las ik onder andere graag de boeken van Thea Beckman. Ook smulde ik van De geheime tuin.”

Wat is je grootste wens met betrekking tot de toekomst van het kinderboek?
“Vaak vind ik de leeftijdsaanduiding op boeken niet kloppen, waardoor er te veel moeilijke woorden in boeken staan. Ik denk dat er veel lezers daardoor afhaken, want zij kunnen alleen maar teruggrijpen op boeken die voor een lagere leeftijd zijn, maar dan vinden ze het onderwerp soms weer te kinderachtig. Je ziet dat er gelukkig meer aandacht komt voor boeken voor kinderen die minder makkelijk lezen of minder snel een boek grijpen. Wat mij opvalt aan die boeken is dat ze soms wat hap snap kunnen zijn. Ik mis vaak een duidelijk verhaal dat de kinderboeken spannend of interessant maakt. Een verhaal dat het kind grijpt, waardoor de lezer nieuwsgierig is naar de volgende bladzijdes.”

Welke illustrator mag volgende keer bovenstaande vragen beantwoorden en waarom?
Gerda Dendooven! Ze maakt heel stevig, stoer werk en toch is het heel poëtisch, en haar kleurgebruik is prachtig!”

Author_Category_Rubriek_Image_Celine
Celine Haring