Jeroen meus jpg
Jeroen meus jpg
Interview

Jeroen Meus brengt Zomerkost uit: “Mijn hart ligt in de keuken”

4-7-2019

Jeroen Meus, Vlaamse meeste geliefde TV-kok heeft het nieuwe boek Zomerkost uitgebracht. Een nieuw boek boordevol inspiratie. Maar voor Jeroen gaat het verder dan alleen werk; hij heeft passie en eerbied voor de gerechten en ingrediënten. Hij neemt me mee in zijn wereld, laat het water in mijn mond lopen bij alle gerechten die hij lukraak opnoemt en vertelt me alles wat hij ziet.

Zomerkost is opgedeeld in verschillende onderdelen: apero, picknick, lunch, diner en zoet. Wat is jouw favoriet?
“Moeilijke vraag! Want kiezen is zo lastig. Maar ik kies dan denk ik toch voor aperitief. Vooral in de zomer, omdat het ook te maken heeft met het samen zijn. Het is socialer. Ik woon op het platteland, dus nodig ik ook graag gasten uit in de tuin. Van ongeveer 16.00 tot 20.30 staan er allemaal kleine gerechtjes waar we allemaal van eten. Vooral het moment voordat je eraan begint, dat alles zo netjes klaar staat. Wij Belgen, Nederlanders, Britten en Duitsers zijn een van de weinige volkeren die een eigen bord voor ons neus hebben. Het is zo achterhaald. Ik ben net vier dagen in Tel Aviv geweest, underground. Daar zetten ze ook gewoon alle gerechtjes neer en zie het maar wat je eet. Denk ook aan antipasti en tapas.”

In Zomerkost heb je recepten die gaan van Japanse sushi tot Marokkaans brood met vleesbrood, en van Spaanse paella tot Griekse salade. Je schuwt geen keuken, maar in welke voel jij je het meest thuis?
“Inmiddels heb ik al een groot gedeelte van de wereld gezien. Ik ben zot van alles wat Aziatisch en Japans is. En ik kom dus net uit Tel Aviv, ook een fijne keuken. Maar eigenlijk heb ik niet een keuken die het meest favoriet is. Ik ben opgeleid met de klassiek Franse keuken. Toen ik jonger was begon en begon te koken lag de wereld nog voor ons. Als je als Belgische kok pesto maakte was je speciaal. Het is nu zo fijn dat we dichterbij alle keukens zijn. De keuken die ik nog niet zo goed onder de knie heb, en daarmee bedoel ik het beheersen van technieken, is de Indische. Dat wil ik nog graag leren, want ik heb de keuken wel erg graag.”

Hoe ga jij te werk om een keuken te leren kennen dan?
“Ik heb veel eerbied voor de recepten en ingrediënten, dus wil ook dat het goed is. Daarom studeer ik lang op iets. Op het traditioneel gerecht, op het land en de streek waar het vandaan komt. Als je pasta al ragù dan moet je er geen paprika bij doen. Als kok ben je dienaar, in dienst van het recept. Door te leren over een gerecht kom je veel te weten over hoe mensen en volkeren in elkaar steken. Dat antropologische rondom eten interesseert mij ook enorm. Het gaat dus voor mij verder dan alleen het eten. Het frustreert mij ook als ik mensen hoor praten over koken en eten op een zakelijke manier.

Dagelijkse Kost is al zo’n tien jaar op tv. Wat is ook de reden om van het tv-programma een boek te maken.
“Elk jaar bedenk ik zo’n 220 recepten en bundel die in een boek. Ik doe dit inderdaad nu tien jaar, dus zijn ruim 2.000 recepten. Vanuit de serie is het een logisch gevolg om het te bundelen in boeken, een soort verlening van het boek. Maar het gaat voor mij niet om het boek ansich, maar ik kom in contact met de mensen die mijn programma kijken. Heel Vlaanderen, jong en oud, rijk en arm, kijkt naar Dagelijkse Kost en tijdens het signeren leer ik hen kennen. Het is dus niet alleen voor de mensen die het boek kopen een aanvulling, maar ook voor mij op mijn werk!”

“Ik ben er ook niet mee bezig of het boek veel of weinig verkoopt. Maar het maakt mijn werk ook meer tastbaar. Ik doe dit nu tien jaar en ik zie mijzelf dus ook ouder worden op de omslagen van de boeken. Nu heb ik thuis zo’n halve meter op een boekenrek wat eigenlijk mijn leven laat zien.”

Hoe reageren de fans als ze je nu in het echt zien na jaren op de televisie?
“Soms reageren ze met open mond en verbazing, soms ook met gegil. Maar vaak ook best gewoon. De kijkers hebben het gevoel dat zij mij al kennen. Net als een nieuwslezer praten tv-koks tegen de mensen thuis op de bank. En daarom voelen mensen zich verbonden met mij. Ze hebben het gevoel dat ze mij kennen. Ik doe het inmiddels ook al tien jaar, dus ben ook een soort publiek bezit geworden.”

Inmiddels heb je meerdere kookboeken op je naam staan; waar haal je alle inspiratie vandaan om altijd maar weer iets nieuws te bedenken?
“Dat is mijn talent. Ik ben een goede televisiekok, omdat ik kan koken en uitleggen tegelijk. Maar het bedenken van recepten is het mooiste dat er is! Dit doe ik eigenlijk altijd samen met mijn beste vriend, met wie ik al achttien jaar samenwerk. We komen samen en bedenken recepten. Soms hebben we er veertig in een uur en soms helemaal niets. Ik laat me inspireren door het leven. Als ik ergens naar toe ga, naar een nieuw land, eten bij vrienden, restaurant bezoeken en vanuit daar destilleer ik gemakkelijk nieuwe recepten. Soms is het een combinatie van dingen die ik eerder gedaan heb en soms een variant op iets anders.”

Je hebt jaren geleden in een interview gezegd dat gastronomie qua keuken niet is wat jij wel bent. Zou je kunnen uitleggen wat jij wel bent? Wie is Jeroen Meus als kok?
“Toen ik 23 jaar was had ik mijn eerste eigen restaurant. Ik maakte ijs van tabak en koffie, super lekker Maar ik vind dat nu een ingrediënt te veel. Van die zotte combinaties waar ik niet meer in geloof. Ik heb die onrust nog tot een paar jaar geleden gehad, maar nu niet meer. Ik zat laatst bij een restaurant en daar hadden ze vis met asperges, en kiwi en dragon. Het zal hartstikke lekker zijn, maar de kiwi is voor mij te veel. Het gaat om de kunst van het weglaten, niet meer eigenwijs willen zijn. Dat is wie ik nu ben en dus ook de verandering die ik heb doorgemaakt. Meer back to basic, meer rust en soberheid. Volgens mij is het met veel koks, en zo ook met mij: hoe ouder je wordt, hoe soberder.”

Je schrijft kookboeken, hebt bij Radio Donna Jeroen Meus Vodcast gepresenteerd, verschillende documentaires gemaakt, eigen restaurant, en meerdere tv-programma’s gehad waaronder Dagelijkse Kost. Een indrukwekkend cv. Zijn er nog dingen die je graag wil ondernemen?
“Voorlopig wil ik dit vasthouden, vasthouden aan al het tofs dat er is. Dit gewoon lang en goed mogen doen. Dat is voor nu mijn grootste ambitie. Al dat nieuwe is super leuk, maar het is ook een helse periode geweest. Ingrijpend in mijn leven, maar in dat van mijn gezin. We hebben rust gevonden en genieten daarvan. Ik vind dat fijn om te maken.”

Welke chef is voor jou een voorbeeld?
“Voornamelijk klassieke chefs, zoals Peter Goossen en Geert van Hecke. Twee toonaangevende koks. Zij blijven, ondanks alle trends die komen en gaan, sterk in hun schoenen gaan en trouw aan de klassieke keuken. Dat vind ik gewoon mooi. Want ik word ook zot van het belerend vingertje van sommige koks en trends. We zijn omnivoren. We eten vlees. Het is goed dat we minder vlees en beter vlees dan vroeger eten. Maar volgens mij zijn mensen het beu en willen ze met rust gelaten worden. Ook die laatste gezondheidshype vond ik storend; het gaf mij het gevoel dat ik ziek was. Het is wel goed dat die trend er is geweest, want we zijn nu wel meer betrokken met onze voeding. Maar we moeten gewoon bewust ermee omgaan, maar dat komt al vanuit thuis volgens mij.”

Als laatste voor wat voor eten mogen wij jou altijd wakker maken?
“Ik heb echt heel erg graag gebakken dingen. Lahmachun, pizza, flammkuchen en loempias. Van die gerechten waarbij je in een hap alles proeft. Net als een gerecht uit de Joodse keuken: pakketjes witte kool ingerold in gehackt en gekookt in tomatensaus. Heerlijk. Of Japanse ravioli. Een hap en je proeft alles!”



Fotocredit: Bas Bogaerts