Leesclub

Leesclub over Het hoogste goed van Andrea Bajani

Header Leesclub Feb

Iedere maand kiezen we een leesclubboek van de maand. We hebben tot nu toe al een paar dikke boeken besproken, zoals ‘De greppel’ en ‘Weg naar huis’. En dit keer willen we het eens proberen met een heel dun, maar poëtisch boek. Uitgeverij Atheneaum-Polak & Van Gennep stelde gratis exemplaren beschikbaar van het boek van de maand februari: ‘Het hoogste goed’ van Andrea Bajani.

De leesclub

De leesclub wordt zoals altijd geleid door Jacandra van den Broek. Jacandra is hoofdredacteur van Boekentaal Mondiaal, een uitgave voor leesclubs en eigenaar van BoekBeeldTekst, een bedrijf dat onder andere materiaal en activiteiten voor leesclubs ontwikkelt. Als 'Redacteur leesclubs' schrijft Jacandra voor Lees Magazine en selecteert zij boeken die geschikt zijn voor leesclubs. Voor februari heeft zij de roman ‘Het hoogste goed' van Andrea Bajani gekozen als leeslubboek van de maand.

“En terwijl het ene verdriet met het andere speelde, gingen de twee kinderen in het gras liggen, want ze waren moe. Het meisje zei dat ze het leuk zou vinden om nóg een middag met hem door te brengen, en hij zei hetzelfde. Die woorden openden zich en goten een grote stilte over hen uit.”

Het hoogste goed, pagina 61

Over Het hoogste goed van Andrea Bajani

‘Het hoogste goed’ van Andrea Bajani is het vierde boek dat zal worden besproken in Jacandra’s leesclub. Het is een kleine, poëtische roman waarin grote thema’s, zoals verdriet, dood en liefde worden besproken.

De 143 pagina’s tellende roman opent met deze intrigerende beschrijving:

“Er was eens een jongen die een verdriet met zich meedroeg waarvan hij niet wilde scheiden. Hij nam het overal mee naartoe. Hij liep er elke morgen mee door het dorp naar school. Als hij in de klas ging zitten, nestelde het verdriet zich aan zijn voeten en lag daar dan vijf uur zonder een kik te geven. In het speelkwartier nam de jongen het mee naar de speelplaats, en als de school uitging liep hij in tegenovergestelde richting terug door het dorp, het verdriet aan zijn zijde. Als hij thuiskwam waste hij zijn handen, want dat hadden zijn vader en moeder hem zo geleerd. Daarna deed hij de deur van de ijskast open, keek of er iets voor hem klaarstond, en als dat niet zo was maakte hij spaghetti met tomaat. Vervolgens legde hij een tafelkleed op tafel en at. Het verdriet klom op de stoel naast hem, en terwijl hij at aaide de jongen het. Maar als zijn ouders erbij waren, lag het verdriet aan de voeten van de jongen. Af en toe liet de jongen zijn hand onder tafel verdwijnen en gaf het een stukje brood. De snuit van het verdriet zocht zijn hand, en daarna likte het zijn vingers.”

De jongen en zijn verdriet maken samen een vertederende ontwikkeling door en beleven een grote liefde. Andere mensen in hun leven dragen een eigen verdriet met zich mee. Groot of klein, hanteerbaar of onbeheersbaar. In deze poëtische roman onderzoekt Andrea Bajani het wezen van het verdriet.

Praat mee

Onder de knop 'Praat mee' onderaan de pagina, vind je om de paar dagen steeds nieuwe discussievragen over het boek.

We zijn benieuwd naar je mening! En we nodigen je uit om ook vooral op elkaar te reageren.