Iedereen Kijkt Naar Me Header
Leesfragmenten

Leesfragment: Iedereen kijkt naar me

Melissa Dahl debuteert met haar boek 'Iedereen kijkt naar me' op de Nederlandse markt. Met dit boek probeert ze erachter te komen wat het nu eigenlijk inhoudt om je ongemakkelijk te voelen. Ze haalt verschillende voorbeelden en situaties aan, voortbouwend op persoonlijke ervaringen, en geeft zo een doordachte en originele kijk op hoe je sociale onhandigheid je geheime wapen kan worden voor persoonlijke groei. Lees Magazine geeft je de mogelijkheid om vast een stukje te lezen van het eerste hoofdstuk!

1. De ongemakkelijke leeftijd, deel 1

‘Hoe kan het dat niemand hier van Hanson houdt?!!’ roep ik uit, maar het klinkt niet overtuigend. Ik lees voor uit een spiraalschriftje, fluorescerend donkerpaars met bontgekleurde krullen en sterren, dat ik in 1997 voor $6,99 bij Claire’s had gekocht. Het is mijn dagboek uit de eerste klas van de middelbare school en nu, twintig jaar later, deel ik mijn gedachten van toen met drie mensen met wie ik vanochtend pas heb kennisgemaakt. ‘Ik heb de hele dag op het internet naar foto’s van ze gezocht, en ze zijn zo “cute”! Hoe kan het dat niemand hier ze leuk vindt?’
Ik onderbreek mezelf even en kijk op. ‘O ja, en “to” schreef ik structureel als “2”,’ zeg ik tegen mijn publiek. We zitten in gemakkelijke stoelen in de bar van Littlefield, een theater en cultuurpodium in Brooklyn, New York. Tot vandaag kende ik het alleen van ’s avonds. Dat ik er nu in het verstrooide licht van een zonnige januarimiddag zit vind ik dan ook best verwarrend, hoewel dat nog het minst surrealistische aspect is van wat ik momenteel ervaar.
De drie mensen die naar me zitten te luisteren zijn Stephen Chupaska, een bebrilde man die zijn sluike bruine haar en het dunne sjaaltje dat hij om heeft voortdurend met een zwierig gebaar naar achteren zwiept, Christina Galante, een vrouw met een ironische glimlach en een levendige blik, die tussendoor aantekeningen op haar laptop maakt, en John Dorcic, een innemende, joviale kerel met een goedverzorgd sikje. Het zijn de producers van het New Yorkse Mortified, een liveshow waarin mensen uit hun tienerdagboeken voorlezen. Op het podium. Voor een publiek van honderden mensen. Volgens mij heb ik ooit een nachtmerrie gehad van die strekking, maar toen stond ik alleen lichamelijk in mijn blootje, en niet emotioneel.
Ik doe ‘auditie’ voor een plek in de show later dit jaar, en ik heb het gevoel dat ik het goed aan het verprutsen ben. Het woord ‘auditie’ staat tussen aanhalingstekens omdat Dave Nadelberg, de bedenker van Mortified, het zo niet wil noemen. Het is niet echt een auditie, want iedereen die zo dapper is om zich voor de show op te geven is welkom, mits er voldoende materiaal uit je tienerjaren voorhanden is om een optreden van tien minuten mee te vullen.
Maar ik ben sceptisch wat betreft mijn kansen. Ik heb de afgelopen twee uur bij een ‘curatorsessie’ gezeten, zoals Nadelberg het altijd noemt, en ik ben onder de indruk van de mensen die ik vandaag al heb gezien. Oké, er zit zitten ook best wel wat suffe dingen bij. Eén jongeman eindigde elk dagboekfragment met een gedetailleerde opsomming van de kleren die hij droeg en wat hij die dag had gegeten, en sloot standaard af met een soort jingletje: ‘Peace, one love.’ Maar in het meeste van wat ik heb gehoord schuilt potentieel nieuw talent. Eerder vanmorgen las een vrouw gedichten voor die ze op de middelbare school had geschreven. Galante, de hoofdproducer, wees haar echter af omdat ze ‘te goed’ was. Ik verwacht niet dat dát een van mijn problemen zal zijn.
Als ik mezelf onderbreek met mijn ‘to/2’-opmerking, knikken de drie producers beleefd en gebaren dan dat ik verder moet gaan. Ik adem bibberig in en lees voor wat ik op 7 maart 1998 heb geschreven, terwijl ik me bij elk woord ineen voel krimpen: ‘Wat nu? Ik zal blijkbaar interlokaal moeten gaan bellen als ik over Hanson wil kletsen!’
Ik val weer stil. Het is een ongewoon warme dag, maar op de een of andere manier geloof ik niet dat dat de reden is dat ik zo zweet. ‘Dit slaat echt nergens op,’ zeg ik. ‘Volgens mij zit er niets bruikbaars bij. Vinden jullie van wel? Ik wil gewoon… Dit kost jullie alleen maar tijd, en ik vind de show en alles wat jullie doen juist zo goed…’
Galante valt me in de rede. ‘Om te kunnen vaststellen of het bruikbaar is, zul je nog even door moeten gaan,’ zegt ze terwijl ze me met opgetrokken wenkbrauwen van over haar laptop aankijkt.
Later zullen ze alle drie bevestigen dat ik de meest gespannen, gesloten kandidaat ben die zich ooit heeft opgegeven. Ik begin aan een nieuw dagboekfragment en besluit meteen dat het té stom is, dus blader ik verder en begin aan een ander stukje, wat ik net zo snel weer afbreek. Ik stamel, ik krijg een rode kop, ik begin zo erg te zweten dat ik het olijfgroene jasje dat ik aanheb uitdoe, maar helaas te laat: onder de armen zitten al twee grote vochtcirkels, één tint donkerder dan olijfgroen. Sufferd, denk ik. Op de middelbare school wist je toch al dat je zenuwzweet verborgen kon houden door iets donkers te dragen? De puber die dit dagboek bijhield is slimmer dan jij. Ter verdediging van mezelf wil ik aanvoeren dat het logisch is dat ik nerveuzer ben dan de gemiddelde Mortified-kandidaat. Ik ben geen performer. Ik doe geen auditie omdat ik sta te popelen om mijn dagboek van de middelbare school aan honderden vreemde mensen voor te lezen. Zelfs deze drie mensen zijn me eigenlijk al te veel. Ik doe dit puur uit het oogpunt van mijn onderzoek.

Iedereen kijkt naar me

Heb je ooit afscheid genomen van iemand om daarna allebei in dezelfde richting weg te lopen? Een niet zo briljante gedachte geopperd tijdens een belangrijke vergadering? Of per ongeluk een oude foto op iemands Instagram of Facebook geliket?

Melissa Dahl, wetenschapsjournalist voor New York Magazine, heeft het allemaal meegemaakt. In Iedereen kijkt naar me geeft ze een doordachte en originele kijk op wat het betekent om je ongemakkelijk te voelen. Als het je lukt om deze situaties de baas te worden – netwerkborrels, moeilijke gesprekken, het horen van je eigen stem – kan sociale onhandigheid je geheime wapen zijn voor persoonlijke groei.