Leesfragmenten

Leesfragment: Wat ik van mijn moeder leerde

Wat Ik Van Mij Moeder Leerde Header

In Wat ik van mijn moeder leerde, samengesteld door Manon Duintjer, delen bekende dochters en zonen de belangrijkste les die zij van hun moeder hebben geleerd. Boris Dittrich leerde zich open te stellen en de waarde van iedereen als individu te zien, Ranomi Kromowidjojo knoopte de woorden 'nooit opgeven, tenzij het echt niet gaat' in haar oren en Jet van Nieuwkerk begrijpt eindelijk wat Bert en Ernie met 'maak er wat van' bedoelen. Levenslessen, praktische lessen, waarschuwende lessen, gemiste lessen, filosofische lessen: ze komen allemaal aan bod in de persoonlijke herinneringen en anekdotes van de verschillende auteurs. Een perfect cadeauboek voor alle moeders tijdens de Boekenweek 2019. Op Lees magazine kan je nu lezen over de lessen die Susan smit van haar moeder heeft geleerd.

Wat mijn moeder me liet zien - Susan Smit

Mijn moeder liegt niet. Nooit. Ze ziet er het nut niet van in en volgens mij bezit ze het vermogen gewoon niet. Zelfs een beleefdheidsleugentje ontsnapt niet aan haar lippen. Hooguit verzwakt ze iets door te zeggen ‘Ach, je haar groeit wel weer aan’, of ‘Die blauwe jurk die je hebt vind ik óók mooi’. Mijn moeder doet niet aan verborgen agenda’s, maskers of manipulatietechnieken. Wat zich in haar binnenwereld afspeelt komt kalm en zonder storing of ruis naar buiten.
Toen ik klein was, ging ik ervan uit dat iedereen zo transparant en zuiver was als zij. Ik geloofde alles wat er maar tegen me gezegd werd, nam dingen letterlijk en beschouwde beloften alsof ze in marmer gebeiteld waren. Soms raakte ik in verwarring als mensen iets beweerden waarbij ik waarnam dat ze vanbinnen het omgekeerde voelden. Klopte het nou niet wat zij zeiden, of wat ik aanvoelde? Later, toen ik puber was, heb ik mijn moeders eerlijkheid vervloekt. Ik weet nog hoe ik met het schaamrood op de kaken hoorde hoe ze vriendelijk aan iemand uitlegde dat ze naar verjaardagen gaan had ‘afgeschaft ’ omdat deze te druk waren, maar dat ze heel graag die week koffie kwam drinken. Kon ze niet gewoon zeggen dat ze helaas verhinderd was, zoals iedereen? Een leugentje om bestwil kon er toch wel af?
De lessen die we van onze moeders krijgen komen zelden voort uit wat ze ons vertellen; we leren ze door hen gade te slaan. Dat oprechte en waarachtige van mijn moeder, in welke situatie dan ook en wie ze ook voor zich had, heb ik overgenomen. Het is me nooit goed gelukt om te liegen. En als ik al eens loog tegen iemand biechtte ik niet al te lang daarna de waarheid op om de knoop in mijn buik weer te kunnen ontwarren. Kennelijk past onhandige openhartigheid (‘Dit cadeautje heb ik opnieuw ingepakt voor jou omdat het niet mijn smaak is’) en rauwe eerlijkheid (‘Sorry, vriendin x, maar volgens mij zit je jezelf nu een lulverhaal te vertellen’) bij wie ik ben of wil zijn.
Op deze eigenschap heb ik, zo besef ik, ook mijn beste vrienden uitgekozen. Als een vriend gapend zegt dat ik nu toch echt moet vertrekken omdat hij naar bed wil, dan weet ik dat ik het uur ervoor werkelijk welkom was. Als een vriendin midden in mijn relaas ‘Wat een onzin!’ uitroept, dan veer ik op, want ik weet dat ik iets ga leren, iets met vuur ga verdedigen of heel hard zal moeten lachen. Bovendien weet ik dan ook meteen zeker dat haar instemming, eerder die avond, net zo gemeend was. Echte vriendinnen durven dat; beleefd zijn doe je maar tegen de doktersassistente.
Weet je, het is gewoon fijn en overzichtelijk als je binnenkant aansluit op je buitenkant. Het stelt mensen onbewust gerust, want wat ze zien is wat ze krijgen. En ze begrijpen dat de verhouding tussen jullie niet zo broos is dat ze geen verschillen van mening of weerbarstigheden kan verdragen.
Elke boodschap valt liefdevol en met de beste bedoelingen te brengen. Alles stroomt goed door, zonder stoorzenders als machtsspelletjes of valse hartelijkheid. Misschien is dat wel wat ons te doen staat: gaandeweg een mens worden bij wie intentie, spraak en gedrag op één lijn zitten.

De betekenis van moederliefde is voor iedereen een ander verhaal. Afhankelijk van wat je zelf hebt ervaren klinkt het geborgen, verstikkend, zacht of kil. Voor mij betekent moederliefde veiligheid, mildheid en warmte. Maar ook: moeilijk grenzen kunnen stellen, jezelf wegcijferen, inschikkelijk zijn.
Ik herinner me de strooptochten door mijn ouderlijk huis, toen ik nog student was. Als ik na een bezoekje terug naar mijn studentenkamer ging, dook ik even in de voorraadkast. Mocht ik dat pak rijst meenemen? Die doos crackers? Deze reep chocolade? Ja hoor, dat mocht. En die warme handdoeken en dat gestreepte kussentje? Neem maar mee. Zou ze me bovendien nog even naar de trein willen brengen? Geen probleem. Als ik dan een uur later mijn tas uitpakte in mijn studentenhuis, voelde ik me lichtelijk gegeneerd om mijn gulzigheid. Was ik nou een grens overgegaan die niet was getrokken maar wel bestond?
De enige straf van mijn moeder die ik uit mijn geheugen kan opdiepen gaf ze me toen ik als puber stiekem niet naar dansles maar naar een discotheek was gegaan. Een paar avonden huisarrest, meer zal de boete niet geweest zijn, maar het maakte grote indruk op me. Ik herinner me vooral een gevoel van veiligheid en opluchting. Hier botste ik tegen een duidelijke grens op die ik achteraf begreep. En ze bleef het me niet eeuwig nadragen, want door het uitzitten van de straf werd de zonde weggewassen.
Nu ik zelf moeder ben en zie hoe mijn moeder met mijn twee jonge kinderen omgaat, neem ik dat opofferen nog duidelijker waar. Ik zie eindeloos geduld, onvermoeibare volledige aandacht, liefdevolle acceptatie. Als mijn moeder mijn huis binnenkomt, mogen de kleintjes zich in haar uitgestrekte armen storten om daar te blijven. Ze tilt hen op, ook al heeft ze last van haar rug, leest nóg een verhaaltje voor, ook al zie ik dat ze moe is, en ruimt de blokken achter ze op. Ze waarschuwt als ze stout zijn en laat het er vervolgens bij.
Toen ze mijn jongste laatst voor het eerst in de hoek zette, zat ik stilletjes te juichen. Hij moest hoognodig ervaren dat oma’s toegeeflijkheid niet oneindig was. Maar ik juichte eigenlijk vooral voor haar. Een kind straf geven vereist vertrouwdheid met je eigen autoriteit. Een volwassene weet het nu eenmaal vaak beter dan een driejarige en is degene die de regels stelt en bewaakt. Dat gevoel van gezag en overwicht is niet sterk bij mijn moeder ontwikkeld.
Ikzelf voed mijn kinderen met beduidend meer regels op dan zij, misschien wel als reactie op haar manier. Voordat hun wekker om zeven uur afgaat mogen mijn kinderen niet naar mijn slaapkamer komen. Ze moeten letten op hun toon als ze tegen me praten. Ze krijgen niet almaar tussendoortjes. Dat werk.
Gelukkig had zelfs een geduldige vrouw als mijn moeder een ‘het loket is dicht’-moment aan het einde van de dag. Ik weet nog dat ik haar als meisje vanuit mijn bed riep voor nog een laatste verhaaltje. Dan zei ze: ‘Overdag ben ik er de hele dag voor jullie, maar de avond is voor mij.’ Die heldere uitspraak heeft indruk op me gemaakt. Ik herinner me ook dat ik het begreep. En nu zeg ik het tegen mijn eigen kinderen.

Was er een les die ik graag gehad had willen hebben maar niet kreeg? Dat moeten dan kooklessen zijn. Hoe een goede pasta bolognese te maken, vertrouwd raken met combinaties van ingrediënten, überhaupt een notie van smaak meekrijgen. Het had gewoon haar interesse niet. Wij aten gekookte aardappelen, groente en een stukje vlees voor mijn vader en af en toe macaroni met ketchup. Op vrijdagen, als mijn moeder werkte en mijn vader verantwoordelijk was voor het avondeten, aten we van de afhaalchinees.
In mijn studentenhuis was er altijd wel iemand die iets acceptabels kookte en anders haalde ik een gezonde daghap. Later woonde ik samen met verschillende vriendjes die het leuk vonden om te koken en richtte ik me opgelucht op de boodschappen en het afruimen. Het duurde tot na mijn veertigste voor ik, gedwongen door het vertrek van de vader van mijn kinderen, behoorlijk leerde koken. De zin ‘Papa maakt het lekkerder’ zou in huize Smit namelijk niet vallen, zo nam ik me ernstig voor. Het zou me niet gebeuren dat ik elke avond vissticks in de pan gooide en een potje doperwten opendraaide. Nee, vers en voedzaam moest het zijn, zakjes- en pakjesloos en ook nog kindvriendelijk.
Ik heb een jaar aangemodderd voordat ik mijn culinaire handicap kwijt was. Nieuwe dingen uitproberen deed ik overdag, zonder een peuter op mijn heup of een kleuter aan mijn benen. Als het eetbaar genoeg was, warmde ik het experiment ’s avonds op. Ik had een plan. Zomaar de supermarkt binnenlopen om leuk wat bij elkaar te improviseren was voor een absolute beginner als ik niet aan te raden. Bewezen recepturen zouden mij redden. Als ik mijn kookboeken, die ik altijd als keukendecoratie beschouwde, doorbladerde en op alarmerende termen als ‘flamberen’ en ‘karamelliseren’ stuitte, kwam er paniek opzetten. Ik moest recepten hebben van het type ‘instapniveau’. Ik schafte een ouderwetse multomap aan en in de hoesjes schoof ik recepten voor Dummies die ik van internet plukte en printte of uit de mond van vriendinnen noteerde.
Nu, als kokende mens, zie ik de waarde van kokkerellen in. Met uitjes en knoflook sissend in de pan, het nepvlees (net als mijn moeder ben ik vegetariër) in de marinade heerst er onmiddellijk gezelligheid in de keuken. Het is huiselijkheid van de hoogste orde. Een ‘zorgen voor’ waar ik gelukkig van word. Trouwens, de boerenkool met vegaworst, die mijn moeder in de winter regelmatig meebrengt, is nog steeds de allerlekkerste ter wereld.

Een advies dat mijn moeder me mijn hele volwassen leven heeft aangeboden maar dat ik tot een jaar of wat geleden nooit ter harte heb genomen luidt als volgt: probeer niemand te veranderen, je kunt alleen de manier waarop je er zelf mee omgaat veranderen. Het is een vrij logische en misschien vaak gehoorde redenering, maar wat is het verleidelijk om te geloven dat je iemand kunt redden of naar je eigen voorkeuren kunt modelleren.
Vooral in de liefde heb ik mannen in mijn verliefde fantasie van een integriteit voorzien die ze helemaal niet bleken te bezitten. Elke keer als zo’n man het tegendeel bewees was ik diep teleurgesteld. Maar die ander was gewoon zichzelf. Mijn eigen illusies en hoopvolle verwachtingen waren ingehaald door de realiteit en hadden me beschadigd.
Hoe meer ik probeerde om die mannen de juiste gewetensvragen te stellen of ze te wijzen op een diepere structuur, hoe harder ze van me wegvluchtten. En dan was het natuurlijk mijn moeder die al die eindeloze verhalen, overgoten met mijn frustratie en verdriet, te horen kreeg.
‘Het gaat je niet lukken, lieverd,’ kon ze dan meewarig zeggen. ‘Hij is wie hij is en dat blijft zo.’ Nu, na een lange struikelroute in de liefde, begrijp ik dat ze gelijk had. Het is een soort natuurwet. Elk mens heeft een eigen ontwikkelingsweg te gaan die hij of zij op eigen kracht moet afleggen. Je kunt een ander niet meetrekken naar een hoger niveau van bewustzijn op punten waarin jij misschien verder ontwikkeld bent. Dat is jouw taak ook niet. Ieder mens mag er zo lang over doen als hi zelf wil.
Wat een bevrijding ervaar ik als mensen of ex-geliefden me niet langer hoog op de kast of verdrietig in een hoekje krijgen, maar hun gedoe me gewoon niet meer zo bezighoudt. Ik kan hun bokkensprongen doorzien, soms zelfs haarfijn voorspellen, maar zodra ik me erover ga opwinden denk ik aan de woorden van mijn moeder – ‘Je kunt de ander niet veranderen’ – en mag ik mezelf vreugdevol van die taak ontslaan.

Maya Angelou, de inmiddels overleden schrijfster en mentor van Oprah Winfrey, stelde moeders één vraag: lichten je ogen op als je kind de kamer binnenkomt? Als dat zo is, dan hoef je verder niet te twijfelen aan je moederschap. Volgens mij heeft ze gelijk. Zuivere moederliefde geeft kinderen het gevoel dat ze op hun eigen manier bijzonder zijn, los van hun kwaliteiten en prestaties. Ze hoeven er niets voor te doen, alleen een kamer binnenkomen.
Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik te veel aandacht van mijn moeder vroeg. Als meisje moet ik haar de oren van het hoofd hebben gekletst en nog steeds vertel ik mijn moeder tot in detail wat me bezighoudt, wat ik gedaan heb, wat ik voel en vind, en ze lijkt alles even boeiend te vinden. Als ze me advies geeft , doet ze dat altijd op een milde, terughoudende ‘maar ik weet dat ik jou je eigen fouten moet laten maken’-toon. Ik kan alleen maar hopen dat mijn eigen dochter en zoon dit later ook zo zullen formuleren: wat heeft ze het goed gedaan.


Wat ik van mijn moeder leerde

In Wat ik van mijn moeder leerde, samengesteld door Manon Duintjer, delen bekende dochters en zonen, jong en oud, uit onder meer de literatuur, kunst, media, politiek, wetenschap en sport de belangrijkste les die zij van hun moeder hebben geleerd. Boris Dittrich leerde zich open te stellen en de waarde van iedereen als individu te zien, Ranomi Kromowidjojo knoopte de woorden 'nooit opgeven, tenzij het echt niet gaat' in haar oren en Jet van Nieuwkerk begrijpt eindelijk wat Bert en Ernie met 'maak er wat van' bedoelen. Filosofische, praktische, waarschuwende, gemiste en levenslessen: ze komen allemaal aan bod in de persoonlijke herinneringen en anekdotes van de verschillende auteurs.

Een perfect cadeauboek om aan je moeder te geven tijdens de Boekenweek 2019.