Interview

“Soms zet ik de waarheid naar eigen hand” - Linda Jansma

6-1-2017

Linda Jansma debuteerde in 2011 met haar thriller ‘Caleidoscoop’, waar ze meteen de Schaduwprijs, de prijs voor beste thrillerdebuut, mee won. Inmiddels heeft ze veel meer boeken op haar naam staan en is het eerste deel van een trilogie net uit. In gesprek met Janneke Siebelink, hoofdredacteur van online magazine Lees van bol.com, vertelt ze over haar schrijfproces en de maatschappelijke thema’s waar ze over schrijft, waaronder loverboys en huiselijk geweld.

Research

Ligt er aan dit verhaal een waargebeurd verhaal ten grondslag?
Nee, in dit geval niet. Ik las een artikel over vluchtelingenkinderen die in de prostitutie terechtkwamen en toen had ik het idee dat ik daar wel wat mee kon, maar niet op die manier. Ik wilde iets anders, toen bedacht ik dat ik het ook om kon gooien en het op deze manier doen. Ik heb het idee dat het zo maar kan gebeuren, die kinderen verdwijnen en je weet helemaal niet waarheen.

Hoe heb je dan verder het research voor dit boek gedaan?
Ik heb het met een aantal mensen besproken, sowieso met mijn vriendin op de rechtbank. Die heeft me in contact gebracht met een paar mensen die als officier van justitie gewerkt hebben, en ik heb contact gehad met iemand van vluchtelingenwerk en een politierechercheur in België, omdat die jongen vastzit in België en dat Vlaams recht wijkt nogal af van het Nederlands recht. Ik heb een arts in België benaderd, over die rapporten en uitslagen, want dat is natuurlijk weer allemaal anders dan bij ons. In België schijnen ze in de rapporten bijvoorbeeld niet ‘het stoffelijk overschot’ te gebruiken, dat is een ‘overleden manspersoon’ en ik wil gewoon dat het klopt, dus ik zoek overal contact mee.

Waarom heb je het niet in Nederland laten afspelen?
Ze komt als jong meisje naar Nederland en ik moest twintig jaar hebben, anders kan zij nooit officier van justitie zijn. Als hij in Nederland zijn vader zou vermoorden, dan zou hij pakweg na zo’n dertien jaar weer buiten lopen. In België krijgen ze levenslang en dan mogen ze na twintig jaar om hun vrijheid verzoeken, dus een puur praktische reden.

Negen boeken

Je hebt inmiddels acht boeken geschreven, dit is het negende. Wat weet je nu dat je bij je eerste boek had willen weten?
Uit mijn eerste boek Caleidoscoop zijn toen honderd pagina’s geschrapt, met mijn medeweten. Ik kan nogal uitgebreid schrijven en ik merk nu pas bij deze, dat ik nu geleerd heb om wat compacter te schrijven, wat uitgebreidere omschrijvingen achterwege te laten. Het is wel leuk om alles uitgebreid te beschrijven qua kleur en vorm, maar het voegt niets toe aan het verhaal.

In welk stadium ben je klaar om het manuscript te geven?
Meteen, mijn proeflezer leest tijdens het schrijven mee. We hebben nu afgesproken per 10.000 woorden. Volgende week gaan de eerste 10.000 woorden van het tweede deel daar naartoe. Terwijl zij daarmee bezig is, ga ik verder en als ze dan weer klaar is, dan wachten we een paar dagen en dan krijgt ze de volgende 10.000.

Hoe gaat dat dan? Gaan jullie er samen voor zitten en pagina voor pagina doornemen?
Nee hoor, zij doet dat gewoon thuis achter de computer en zegt waar het op staat en wat weg kan. Personages sneuvelen niet, wel woorden. Soms heeft ze wel eens wat en dan ben ik zo 1500 woorden kwijt. Als ik haar niet had, was het natuurlijk nooit zo goed geworden. Zij leest niet alleen als redacteur, maar ook als lezer. Ze kwam een keertje met een opmerking over een stukje dat ik had geschreven en die luidde: “Gaaaap”. Dan weet ik gewoon dat dat stuk saai is. En dan vraag ik haar of ik het moet inkorten of helemaal weghalen en dan overleggen we en dan komen we altijd wel tot een oplossing.

Hoe heb je het werk van de officier van justitie in het boek zo authentiek mogelijk gemaakt?
Mijn vriendin heeft me meegenomen naar de rechtbank in Leeuwarden en voorgesteld aan een paar mensen. Eentje zat er in de rechtbank en daar mocht ik gewoon bij zitten, achteraf in de raadskamer en daar mocht ik gewoon vragen stellen en daar heb ik meegemaakt hoe zo’n rechtszaak gaat. En daarnaast twee mensen waar ik alles aan mocht vragen die officier van justitie waren geweest, die hebben al mijn vragen beantwoord. Die heb ik het manuscript opgestuurd, eentje heeft alleen de delen met betrekking tot het werk gelezen, de ander heeft het helemaal gelezen. Achteraf krijg ik dan commentaar “dat zouden we niet zo doen”, “dat kun je misschien oplossen door zo en zo”, daardoor weet ik gewoon dat het goed is.

01 Linda Jansma

12 jaar

In het nawoord zeg je dat je soms de waarheid een beetje naar je eigen hand zet, kun je daar een voorbeeld van geven?
De officier van justitie is de leider van het onderzoek, maar die zal er niet zo verschrikkelijk nauw betrokken bij zijn als ik het schrijf. Ik wilde dat ze er zo nauw bij betrokken was, anders raak je de essentie kwijt, ik wilde dat dingen naar voren kwamen door haar en heb dat zo opgelost.

Je schrijft al heel lang, weet je nog waar je eerste manuscript over ging?
Dat heb ik opgestuurd toen ik twaalf was en dat ging over twee soldaten in de kazerne.

Hoe kom je op je twaalfde bij een uitgeverij terecht?
Mijn moeder werd een beetje kriegel van mijn schrijven, want ik liep constant met een pen en papier in mijn hand en liep haar ondersteboven als ze met koffie binnenkwam en op een gegeven moment zei ze: “Weet je wat jij doet, stuur het maar eens naar een uitgeverij, dan is het afgelopen met dat gezeur”, maar ja, dat was het dus niet.