Header Interview Anne Eekhout
Interview

Anne Eekhout over Nicolas en de verdwijning van de wereld

24-1-2019

De achtjarige Nicolas heeft alle stripboeken over De Adelaar, een superheld die het opneemt tegen bovennatuurlijk sterke vijanden, al honderd keer gelezen. Zijn vader werkt hard, zijn moeder heeft haar eigen problemen en is vaak onbereikbaar voor Nicolas. Op een doodgewone middag komt er een verontrustende boodschap: een zwart gat is onderweg naar de aarde. De kans dat de mensheid en alles daaromheen zal worden weggevaagd is groot. Nicolas, worstelend met het verschil tussen fantasie en hoop, besluit net als De Adelaar alles op alles te zetten om de ramp af te wenden. Maar hoe red je de wereld als je acht bent? Anne Eekhout over Nicolas en de verdwijning van de wereld. Een boek met een hartslag.

Wat is de geschiedenis achter Nicolas en de verdwijning van de wereld?
“Aanvankelijk wilde ik een verhaal schrijven over hoe negen verschillende personages de laatste dagen van de wereld beleven. Het moesten negen verhalen worden die je apart van elkaar kon lezen, maar die samen een nieuw, afgerond verhaal vormen. Wat doen mensen op het moment dat ze weten dat de wereld vergaat? Iedereen reageert anders. Het was een prachtig idee, maar het werd te ingewikkeld. Het werkte niet. Ik had films als Traffic in mijn gedachten, maar op papier kreeg ik het niet voor elkaar. Daarbij kreeg ik als feedback op mijn eerdere boeken dat lezers het soms ingewikkeld vonden om de verschillende personages uit elkaar te houden. En ging het om respectievelijk vijf (in mijn eerste boek) en drie personages (tweede boek). Ik dacht: en dan ga ik het nu nóg gecompliceerder maken met negen hoofdpersonen? Het jongetje Nicolas speelde al wel een rol in dit geheel, hij zat al vroeg in mijn hoofd. Hij speelt zelfs al een kleine rol in mijn vorige boek Op een nacht. Toen wíst ik al dat ik nog niet klaar was met dit jongetje. Er zat nog een verhaal in hem. Hij heeft als enige de hoop dat hij de wereld kan redden – ook al klapt alles zienderogen in elkaar.”

Waar komt zijn hoop vandaan?
“Hij heeft, ondanks zijn jonge leeftijd (8), al het nodige meegemaakt, waardoor hij een bepaalde veerkracht heeft. En jeugdige, naïeve overmoed. Iets wat volwassenen kwijtraken al naar gelang de tijd verstrijkt.“

Hoe schrijf je een hoopvol boek over een zo weinig hoopvol gegeven?
“Die credits komen Nicolas toe. Als ik dit boek vanuit zijn moeder had geschreven bijvoorbeeld, dan was het een heel ander verhaal geworden. Minder hoopvol.”

Draagt het feit dat je zelf kinderen hebt bij aan het verlangen naar een hoopvol einde?
“Misschien wel. Er zijn op dit moment zoveel dingen aan de hand in de wereld, mensen maken zich over van alles en nog wat zorgen. Ik herken dat gevoel. Het overspoelt me bij tijd en wijle. De machteloosheid. De grootsheid van de problematiek. Zorgen over de toekomst van mijn kinderen en de generaties die daarop volgen. Tegelijkertijd helpen mijn kinderen me ook om met beide benen op de grond te blijven staan. Voordat ik kinderen kreeg, had ik last van depressiviteit en paniekaanvallen. Dat verdween na hun geboorte. Al blijft de angst voor het terugkeren van die gevoelens bestaan. Of het schrijven daartegen helpt? Ik denk dat mensen die het vermogen hebben om depressief te worden een bepaalde gevoelensrijkdom hebben. Het is dus misschien eerder andersom. Dat het kan helpen bij het schrijven. Al geeft het schrijven van boeken me wel een gevoel dat ik van nut ben. Het werkt van twee kanten. Ik heb rechten gestudeerd. Nee, niet afgemaakt. Dat draagt ook niet bij aan een gevoel van voldoening. Ik werkte al aan Dogma, mijn eerste boek, en voelde dat dat mijn weg is. Schrijven. Ik stopte met mijn studie en ging in een boekwinkel werken. Niet lang daarna werd ik zwanger.”

“Het willen schrijven komt voort uit een zekere angst voor de dood, dat alles straks voorbij zal zijn. Iets nalaten in de vorm van een boek is een fijne manier om nog een beetje te kunnen blijven bestaan. Net als het oprichten van een zinvolle stichting of kinderen krijgen die jou zich later zullen herinneren. Iets nalaten. Juist fictie boeken zeggen veel over het karakter van de schrijver.”

Interview met Anne Eekhout over Dogma

In Dogma neemt een groep studenten zich voor een uiterst controversiële documentaire te maken waarin een van hen zelfmoord zal plegen. De vijf – één vrouw en vier mannen – doen om beurten verslag van de gebeurtenissen tijdens het maken van de documentaire, maar ook van de uitwerking die dit project heeft op hun gedachten en geweten. Hoe dichter de climax nadert, des te prangender de vraag wordt of ze hun plan ook echt gaan uitvoeren. Want gaandeweg veranderen de verhoudingen in de groep op dramatische wijze…

Wat zeggen jouw boeken over jou?
“Blijkbaar schrijf ik redelijk ‘zware’ boeken. Maar zelf vind ik dat ieder boek een positief einde heeft, optimistisch. Het is bitterzoet. Daar hou ik van. Ik zou nooit een boek schrijven dat slecht afloopt. Misschien zegt dat genoeg. Ken je het boek De geur van gras? Geschreven door de man van Benoïte Groult, van Zout op mijn huid. Prachtige novelle, alleen het einde… mijn moeder had het me aangeraden met de woorden dat ik het bedacht zou kunnen hebben. Maar dat is dus niet zo. Ik wil dat een boek goed afloopt.”

"Ze trekt mijn hoofd tegen haar borst. Ik voel haar ademhaling, zoals mijn zusje die ook voelt, en ik probeer wat van mijn geloof in Katja te stoppen, door mijn vingertoppen haar ruggengraat in te laten lopen, maar er gebeurt niks. Katja fluistert in mijn haar: ‘Het is zo idioot. We maakten ons overal zorgen over. Oorlog, terrorisme, honger, klimaatverandering, de bijen, de vissen, plasticsoep, het koraal, oerwouden. Overal hadden we zorgen over, behalve over dit.’ Achter me zijn de gordijnen nog open. Soms voelt het of ik heel diep val. Ik geloof dat alles goedkomt."

Fragment uit Nicolas en de verdwijning van de aarde

Welke gedachten kreeg je tijdens het schrijven van dit boek met betrekking tot die toekomst van jouw kinderen?
“Die gedachten heb ik zo min mogelijk toegelaten. Het feit dat ik kinderen heb, heeft me geholpen bij het schrijven vanuit een achtjarige – mijn eigen kinderen zijn zes en negen, een jongetje en een meisje. Tijdens het schrijven, kwam steeds meer naar boven drijven hoe belangrijk het is om hoopvol te blijven. Zonder hoop en zonder moed is er niets.”

Dan verdwijnt alles.
“Ja. Angst speelt ook een belangrijke rol. Ik denk dat angst wel noodzakelijk is voor verandering, dus het is niets slecht, eigenlijk. Maar zonder hoop ben je er niet tegenop gewassen. Hoe kun je die angst omvormen tot verandering als je geen hoop hebt dat het beter wordt? Je kunt niet moedig zijn als je geen hoop hebt.”

Wanneer ben je moedig?
“Wanneer je de hoop niet verliest zodra je bang bent. Wanneer je in weerwil van jouw angst het goede blijft doen.”

Het zwarte gat als metafoor voor dat verlies?
“Kan. En dat verlies is voor iedereen anders. Ik vind het moeilijk om mijn eigen werk te labelen. Ik ga geen symboliek aan mijn boeken toedichten. Mensen zouden erdoor kunnen worden afgeschrikt. Of juist worden teleurgesteld.”

Hoe moedig ben jij?
“Ik weet het niet. In kleine dingen soms wel, denk ik. Ik vind het bijvoorbeeld altijd eng om met mensen te praten die ik bewonder, maar ik doe het wel. Dan moet ik me heel erg over iets heen zetten, hoor. Een beetje zoals dat motto in de titel van dat zelfhulpboek van een aantal jaar geleden: Feel the fear and do it anyway. Daar ben ik het zo ontzettend mee eens. Als je ervan overtuigd bent dat je iets zou moeten doen, maar je durft het niet: doe het toch. Gewoon bang zijn en doen.”

Wie zijn jouw helden?
“Mijn ouders, mijn zus, mijn man en mijn kinderen.”

Sinds de mensheid bestaat, maakt men zich al zorgen over de ondergang van de wereld, van de menselijke beschaving. Boeken en films die dit als onderwerp hebben, zijn er talrijk. Vanwaar die fascinatie?
“Het is het ultieme thema. Het raakt aan alles. Het is dezelfde aantrekkingskracht die thrillers hebben. Het veilig vanaf de bank in een situatie opgaan die ver van je afstaat, maar toch dichtbij genoeg komt om realistisch te zijn. Meestal omdat het mensen betreft zoals jij en ik. Ik heb in het begin nog even getwijfeld of ik de wereld zou laten vergaan door een asteroïde. Maar dan ­is er de mogelijkheid dat er op een gegeven moment weer leven ontstaat, dat de aarde zich herstelt. Een zwart gat is mooier, romantischer. Het is niet zo dat de mensheid verdwijnt, nee, álles verdwijnt. Er zal niks meer zijn. Ik wilde dat er niets zou overblijven dat nog aan ons zou doen denken.”

Stelt die gedachte een op een bepaalde manier gerust, dat er niets zou resteren?
“Ik vond het erg interessant om daar over na te denken. Geruststellend vind ik het niet. Al ben ik niet zo bang voor een zwart gat dat alles zal verzwelgen. Eerder denk ik dat de wereld van nu niet zal blijven zoals hij is. Maar wat er ook gebeurt: op de een of andere manier zal er altijd weer leven komen, in wat voor vorm dan ook.”

Hoe is dat geruststellend?
“Misschien is het eerder troostrijk dan geruststellend. Dat het verhaal niet eindigt met ons. Zelfs als het zover komt dat al het leven op aarde wordt uitgeroeid. Er zal uiteindelijk weer nieuw leven ontstaan, aangepast aan de conditie van de aarde. En er zullen sporen achterblijven van ons. Sporen die gevonden kunnen worden door een nieuwe entiteit. In dat opzicht is onze ramp troostrijker, hoopvoller dan die van Nicolas.”

De film Melancholia wordt door de uitgeverij genoemd in relatie tot jouw boek.
“Terwijl ik van die film nu niet bepaald vrolijk word. Ik heb getracht verre van die sfeer weg te blijven. Maar qua onderwerp komt het zeker overeen. De onderwerpen die je voor je verhalen verzint, zijn altijd een soort mengeling van alles wat je in je leven hebt gezien en gelezen. Er is niet één duidelijke bron. Het boek Wij waren hier van Karen Thompson Walker heeft ook een zekere invloed gehad. In dit boek draait de aarde steeds langzamer en duurt elke dag langer dan de vorige. Ze merken het niet meteen. We voelen het niet. Ze zijn zich in het begin niet bewust van de extra tijd. Ze zijn niet geïnteresseerd in de omwenteling van de aarde. Het nieuws komt op een gewone zaterdag in oktober. Na het nieuws zal het leven nooit meer hetzelfde zijn, maar toch lijkt er aanvankelijk niets veranderd. Is het einde van de wereld naderbij? Men klampt zich vast aan het alledaagse leven en gaat gewoon door. Iedereen houdt hoop. Zoals in mijn boek waar Nicolas op verschillende manieren hoop uitstrooit over iedereen in zijn omgeving.”

Fictie zegt iets over het karakter van de schrijver, maar helpt ook om grote onderwerpen invoelbaar te maken. Richard Powers, auteur van het boek Tot in de hemel waarin – toevallig negen – mensen de wereld van de bomen leren zien en horen, verwoordde dat onlangs mooi in een interview: “Onderzoek wist uit: we kunnen naar statistieken kijken, artikelen lezen, maar we moeten geraakt worden. En om geraakt te worden, is verbeelding nodig.”
“Ik weet zeker dat er miljoenen mensen zijn zoals ik die zich machteloos en zo nu en dan wanhopig voelen over de toekomst. Maar zelfs als we met zo’n grote groep afspreken dat we niet meer gaan vliegen, geen vlees meer gaan eten en stoppen met autorijden als de afspraak op slechts vijf minuten lopen is, zijn we te log als gemeenschap om dit inwerking te stellen. We zijn met te veel mensen om op hetzelfde moment dezelfde kant op te lopen. Ik heb ook de oplossing niet, maar ik heb in mijn boek mijn eigen zorgen gelegd, op een bepaalde manier en hier hoop en moed tegenover gesteld. Als in: dat is een basisvoorwaarde. Laten we dat nooit verliezen. Dat is inderdaad wat boeken en verbeelding kunnen doen.“

Verbeelding speelt een grote rol, de verbeelding van Nicolas, zijn superheldenfascinatie. Soms verzint hij situaties. Zou het zwarte gat ook alleen in zijn verbeelding kunnen bestaan, als een oplossing tegen al het verdriet en de pijn in zijn leven, als antwoord op alles waar geen antwoord voor bestaat?
“Ik heb dat niet zo bedoeld, maar iedereen is vrij het boek te interpreteren zoals hij dat wilt. Hij verdwijnt af en toe in zijn strips, in de wereld van de superheld De Adelaar.”

Moederschap speelt, net als het thema van de Boekenweek, tevens een rol. Wat was jouw eerste gevoel bij dit onderwerp?
“Ongenuanceerde meningen, daar houd ik niet zo van. En als je je mening uit, krijg je weer op je kop omdat je een mening hebt. Vermoeiend. Iedereen mag weleens wat liever voor elkaar zijn. Het zal mijn conflictvermijdende aard wel zijn. Ik houd helemaal niet van ruzie. Ik denk dat de timing zo vlak na #metoo een beetje onfortuinlijk was.”

Waarom is Nicolas een jongetje en niet een meisje?
“Goede vraag. Daar heb ik heel bewust voor gekozen. Hij moest namelijk verliefd worden op Katja. Dat had in theorie een meisje natuurlijk ook kunnen gebeuren, maar dan werd het te gekunsteld. Een jongetje van acht dat verliefd wordt op zijn oppas van twintig is toch wat geloofwaardiger en beter invoelbaar.”

"Dan opeens ontdek ik nog een laag. Die laag zit zo diep dat mijn adem ervan gaat stilstaan. We gaan dood. We verdwijnen. Alsof we er niet waren. Alsof het er allemaal nooit is geweest. Ik kijk om me heen en zie dat ieder mens het weet. Daarom maakt iedereen oorlog. Daarom maakt iedereen troep. Het verdwijnen is al begonnen."

Fragment uit Nicolas en de verdwijning van de aarde

Wat Richard ook zegt, net zoals Nicolas op een gegeven moment overdenkt in jouw boek, is dat we feitelijk al aan het verdwijnen zijn. En toch, als je naar de cycli van de wereld kijkt, van de economie, er komt altijd weer iets nieuws.
“Ja, precies. Dat is zo mooi. Het is jammer dat er vaak zoveel onnodig leed voor nodig is en dat vrijwel altijd het zwakkere gedeelte van de wereldbevolking als eerste getroffen wordt. Het goede van onze situatie is dat alle hoop nog niet verloren is. Er zijn kansen. Terwijl de kans op een goede afloop in het geval van Nicolas redelijk verkeken is. Al zijn er ook weer mensen in het boek die daar anders over denken.”

Als het misgaat, gaat het snel mis. Wanneer de elektriciteit uitvalt, het plunderen begint… documentaires over dergelijke rampscenario’s zijn erg populair. Qua research kon je je te buiten gaan aan de beschikbare informatie. Hoe kaderde je de mogelijkheden?
“Ik begon met een brainstorm over wat er allemaal in ieder geval zou kunnen gebeuren. Vervolgens ben ik gaan nadenken over wat ik als eerste wilde laten gebeuren en hoe ik dat kon leggen naast het verhaal dat ik wil vertellen. Je moet een aantal schakelpunten hebben, cliffhangers. Niemand heeft nog nooit meegemaakt wat ik schets in mijn boek. En dat geeft mij de vrijheid om alles precies zo te laten gebeuren zoals ik dat voor ogen heb. Zoals bij mijn andere boeken wist ik wel hoe het boek zou eindigen, dat geeft houvast. Er zit ongeveer negen maanden tussen het begin en het einde van het boek. Daar tussenin had mijn fantasie vrij spel.”

Wat zou jij doen wanneer je weet dat over negen maanden alles weg zal zijn?
“Ik ben al mijn personages, ze hebben allemaal iets van mij in zich. Dus ook hun manieren van reageren, reflecteren hoe ik ben. Ik zou net als de moeder van Nicolas van ellende niet meer weten wat ik zou moeten doen. Maar net zoals Katja zou ik proberen er het beste van te maken, liefde geven en zorgen voor iedereen in mijn omgeving. Ik voel me zeer verwant met Nicolas, met zijn onverwoestbare hoop. Misschien ga ik wel geloven in een hogere macht, om maar een houvast te hebben. In de tijdcapsule, waar Nicolas een zekere houvast aan heeft, zou ik spullen van mijn kinderen stoppen. Tekeningen.”

Speelt geloof een rol in jouw leven?
“Nee, maar ik vind het wel erg intrigerend en in zekere mate speelt het in al mijn boeken wel een rol. Misschien ook wel omdat ik heel seculier ben opgevoed. Ik vind het zeer interessant.”

De filosoof Arthur Schopenhauer heeft eens geschreven dat onze planeet beter af zou zijn zonder de mensheid, want "menselijke slechtheid is onoplosbaar". Hoe denk jij hierover?
“Voor alles wat er verder is op onze planeet heeft hij daar natuurlijk gelijk in, maar waar hij aan voorbijgaat is dat mensen ook onderdeel van de planeet zijn. Menselijke slechtheid is ook onoplosbaar, vrees ik, in de zin dat er altijd mensen zullen zijn die verschrikkelijke dingen doen. Maar gelukkig zijn we met heel veel niet-slechte mensen. Daar hou ik me aan vast.”

Richard Powers zegt ook: “Maar dat hoop bieden, is wel een probleem. Laten we wel wezen: waar kunnen we nog op hopen en waar zouden we op moeten hopen? Hopen op iets dat hopeloos is, kan niet. Hoe kan je hoop bieden aan een individualistische, kapitalistische, door de markt bepaalde samenleving? Hoe moet je dat doen? En waarom zou je dat willen? We leven in een ziek land. Er is niets om hoopvol over te zijn.” Hoe kunnen we hoop putten uit een verhaal waarin uiteindelijk alle hoop teniet wordt gedaan?
“Ik snap wat hij zegt, maar ik kan dit simpelweg niet accepteren. Je moet hoop houden. Tegen de klippen op. En ik denk dat je de hoop nooit zal verliezen wanneer je het goede probeert te doen, wanneer je naar jezelf luistert, naar wat jij belangrijk vindt. We leven in een tijd waarin heel veel heel snel verandert. Ik denk dat veel mensen niet goed weten hoe ze zich moeten verhouden tot die voortrazende technologische ontwikkelingen. Blijf openstaan voor de mooie verhalen om je heen. Verhalen bieden troost, herkenning. Soms misschien ontreddering. Maar ook dát is belangrijk, om het contrast waar te kunnen nemen. De wereld is onze hoop waard.”