De eerste priesteres van Jacqueline Zirkzee is een goed verteld verhaal dat maar zo eens echt gebeurd kan zijn

5-4-2019
Eerste-priesteres-header

Een auteur moet in ruime mate minstens over twee eigenschappen kunnen beschikken. Op de eerste plaats is er natuurlijk de kennis en kunde om gedachten om te zetten naar een goed leesbare en begrijpelijke tekst. Daarnaast dient hij of zij te kunnen beschikken over een rijke fantasie die in theorie alle kanten op kan schieten. Combineer dit met een flinke dosis historische kennis en al snel zal een bekend rijtje namen zich gaan vormen, waar Jacqueline Zirkzee er een van is. Na eerder al enkele romans over levens van diverse volkeren in verschillende tijdperioden gelanceerd te hebben, was onlangs het moment daar voor de lancering van haar meest recente historische roman, De eerste priesteres.

Een tweeling als onheilsteken

Zirkzee neemt haar lezers mee naar het Dorp van de Reiger, een leefgemeenschap van een volk dat zich in stand probeert te houden met alles wat de aarde hun destijds te bieden had. Eridu en Inanna zijn niet alleen broer en zus, maar ook een tweeling. Voor hun medebewoners geldt een tweeling doorgaans als onheilsteken dat je beter kunt negeren, maar Eridu bewijst al snel zijn bijzondere gaven als hij succesvol een overstroming voorspelt van de rivier die langs hun dorp stroomt. De gemeenschap moet noodgedwongen het woongebied verlaten. Eridu wordt door zijn dorpsgenoten, juist vanwege zijn voorspelde boodschap, medeschuldig bevonden aan dit debacle en noodgedwongen trekken hij en zijn zus met een groep rondtrekkende herders mee. Het overlijden van hun vader Anu, het dorpshoofd, is de start van een machtsstrijd over zijn opvolging.

“Bij het zien van het karige voedsel dat haar feestmaal moest voorstellen, glinsterden de ogen groot en begerig in hun smalle gezichten, die in het licht van de vlammen op doodshoofden leken”

Archeologische vondsten

Raadselachtige archeologische vondsten waren aanleiding voor Jacqueline Zirkzee om haar fantasie te activeren. Het resultaat is haar zevende roman, waarin niet alleen een uit de aandacht verdwenen tijdperk als decor is gaan dienen, maar ook de leefwijze en cultuur van de bevolking ter plaatse onder de aandacht wordt gebracht. Het toekennen van bovennatuurlijke gaven aan een of enkele van de dorpsgenoten behoorde destijds tot een normale routine en Zirkzee weet dat onderwerp ook naadloos te integreren in haar verhaal.

“Hoog boven zich zag ze een eenzame adelaar klapwieken in lome cirkels. Ze wentelde zich nog een paar keer om haar as en stopte toen, ademloos, zwaaiend op haar benen. Even sloot ze haar ogen en moest haar best doen om niet te vallen”

Ideale combinatie van kennis

Zirkzee’s kennis van geschiedenis en vele reizen over de wereld als freelance-journalist, hebben haar gezegend met een ideale combinatie aan kennis over wat zich in het verre verleden heeft afgespeeld. Dit is met veel gevoel voor sfeer en sterke inleving van personages volledig terug te vinden in De eerste priesteres. Natuurlijk heeft Zirkzee soms haar rijke fantasie volledig losgelaten, maar het degradeert het verhaal niet tot een ongeloofwaardig geheel. De toegepaste beeldspraak knelt op geen enkele wijze en geeft eerder het gebrek aan de juiste, voor ons zo normaal geworden middelen aan. De mythologisch omschreven cultuur impliceert na het lezen de gedachte dat het destijds weleens echt gebeurd zou kunnen zijn.