Ontembare 05
Interview

Guillermo Arriaga over De ontembare: “Wanneer de dood je komt verrassen, kun je maar beter gelukkig zijn”

De Mexicaanse auteur Guillermo Arriaga (60) is in ons land vooral bekend als scenarioschrijver van de veelbekroonde films Amores Perros, 21 Grams en Babel. In zijn nieuwste roman De ontembare wil de tiener Juan Guillermo koste wat het kost wraak voor de moord op zijn familie door een clubje fanatieke ‘godsgestoorden’, terwijl in het hoge, koude noorden van Canada een Inuit met gevaar voor eigen leven op een wolf jaagt. “Dit verhaal is een liefdesgeschiedenis.”

Uw boek speelt zich voor een groot deel af in Mexico-stad, op de daken van de huizen in Unidad Modelo, de wijk waarin u opgroeide. Wanneer u vanaf die daken naar uw werk kijkt; waar schrijft u dan over?
“Mijn roman gaat hoofdzakelijk over het leven, over de kracht van het leven en over het gewicht van ons leven op de dood. Daarnaast schrijf ik over straffeloosheid, solidariteit, schuld en boete. Waarschijnlijk sijpelt er altijd iets politieks door, maar de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez zei het ooit heel duidelijk: ‘een schrijver moet schrijven’. Kunst mag niet in dienst staan van politiek, kunst kent andere regels dan politiek. Ik wilde geen pamflet schrijven: De ontembare is geen aanklacht. Ik ben geen activist, ik ben een verhalenverteller.”

In dit verhaal dringt wraak zich vaak op, maar in plaats van te doden koos u in de roman twee keer overduidelijk voor het ‘niet doen’. Waarom?
“Dit verhaal is een liefdesgeschiedenis. In feite zijn mijn boeken en films stuk voor stuk verhalen over liefde en vriendschap. Kijk, ik ben totaal niet wraakzuchtig, laat staan haatdragend. Maar als schrijver kan ik zulke gevoelens oneindig en onverbloemd onderzoeken. Juan Guillermo, een van de hoofdpersonages, is geobsessioneerd door wraak. In plaats van vergeving zint hij op vergelding. Wraak is als een moeras. Het is alsof je in de modder wegzakt en niet meer kunt bewegen. Sterker nog, herinner je je de zin die de vader van Juan Guillermo uitspreekt? ‘Laat wat je waard bent als mens niet afhangen van wat anderen waard zijn. Dat zij moordenaars zijn, betekent niet dat jij er een moet worden.’ Die zin is van mij, ik zeg precies hetzelfde tegen mijn kinderen. Wreek jezelf niet, wraak leidt tot niets. Wraak leidt vaak tot een spiraal van geweld. Om de dood te overwinnen zijn liefde en vriendschap de belangrijkste bondgenoten. Dit tweetal redt Juan Guillermo uiteindelijk. Liefde en vriendschap geven het leven de gelegenheid te regenereren.”

“Als gerechtigheid ontbreekt, blijven er enkel andere wegen over. Juan Guillermo leert gaandeweg om verder te gaan met zijn leven. Ik denk dat het gebrek aan gerechtigheid niet alleen in Mexico bestaat, maar in het grootste gedeelte van de wereld. Wie een sandwich steelt verdwijnt bij wijze van spreken tien jaar in de gevangenis, maar een politicus, iemand met veel macht, gaat meestal helemaal niet. Justitie mag dan blind zijn, ze heeft een sterke neus voor geld.”

Welke personages lopen er rond in uw roman?
“Clair-obscur mensen, tegenstrijdige personages in een tegenstrijdige wereld. Ik vertel met name over de tegenstrijdigheden van de menselijke aard. Iedereen hier herbergt licht-donker contrasten. Iedereen maakt fouten én iedereen heeft kwaliteiten. Carlos, de broer van Juan Guillermo, is hoogopgeleid, grappig en liefdevol, maar hij is tegelijkertijd een drugshandelaar. Hij ziet niet wat hij verkeerd doet, maar hij handelt illegaal. Humberto, de allerslechtste onder hen, heeft een heftig verleden. Het enige wat hem rest is het fanatisme omhelzen. Zonder zijn geloof is hij verloren. Hij wordt intolerant omdat het leven hem pijn doet. Zijn moeder doet hem pijn en de afwezigheid van zijn moeder doet hem pijn. De afwezigheid van een vader doet hem evenzeer pijn. Dus vervangt hij zijn vader door God. Net zoals heel veel terroristen vandaag de dag.”

Ik jaag, dus ik ben staat op uw twitteraccount: u noemt zich een jager die schrijft. Waarop aast u?
“Ik ga voortdurend verhalen achterna, maar in werkelijkheid achtervolgen de verhalen mij. Ik heb ADD: ik ben nogal rusteloos en snel afgeleid. Bovendien ben ik bijzonder slecht georganiseerd. Ik weet van collega-schrijvers dat ze schema’s, plannen en diagrammen maken, maar ik gebruik kaart noch kompas. Wel probeer ik te schrijven vanuit iets dat ik goed ken. In De ontembare is dat dus Unidad Modelo. Ik weet echter nooit hoe een boek eindigt. Dit verhaal zocht een positief einde. Ik kom uit een optimistische familie. Mijn ouders staan positief in het leven en ik heb geen depressieve familieleden. Depressieve mensen heb je overal, maar wetenschappelijk gezien werkt het licht van de zon in ons voordeel. Wij schrijvers denken weleens dat we de controle over het verhaal hebben, maar dat is niet zo. Ik vind het juist ontzettend leuk als al die gebeurtenissen zich onder mijn ogen ontspinnen. Ik schrijf alsof ik zelf de lezer ben waardoor ik me soms echt kan verbazen over mijn personages en hun reacties.”

Geldt dit eveneens voor de vele mythen, citaten, gedichten en dagboekfragmenten die u door het verhaal weeft?
“Ja, die stukjes zijn ook toevallig een voor een in de roman beland. Ik ga gewoon voor mijn boekenkast staan en denk ‘wat zal ik nu eens even lezen?’ Ik grijp dan lukraak naar een boek, open het op een bepaalde pagina en lees dan iets. Bijvoorbeeld in een boek over medicijnen, over een van de meest invloedrijke wetenschappers in de geschiedenis van de geneeskunde. Als een soort gids doen deze onvoorziene ‘vondsten’ deurtjes voor me open. Ze leiden me het eigenlijke verhaal binnen.”

“Op die manier stuitte ik op de informatie dat Vikingen naar het schijnt niet met maagden trouwden. Ze vonden het verdacht als een vrouw niet werd begeerd door andere mannen. In hun ogen was maagdelijkheid een tekortkoming, geen deugd. Dit gegeven vond ik behoorlijk bruikbaar. Zo werd Chelo, de vrouw die Juan Guillermo begeert, promiscue: ze had met meerdere mannen in de straat het bed gedeeld. Of neem het prachtige gegeven van Amahuaca-moeders die hun overleden kinderen opaten.”

"Volgens verhalen van antropologen uit het begin van de twintigste eeuw kookten de Amahuaca-indianen, een stam in het westelijk deel van het Amazonegebied, de stoffelijke resten van een gestorven kind in grote potten boven een vuur tot het vlees losliet van de botten. Daarna vermaalde de moeder de botten tot een fijn poeder, dat ze vermengde met maismeel om er een vormeloze deegmassa van te maken. Tot slot at ze de deegmassa schokkend en snikkend op. Wanneer de moeder dat ritueel had uitgevoerd, verzamelden de overige leden van de stam de vleesresten om die te begraven terwijl zij zich afzonderde om de terugkeer van haar zoon of dochter naar haar binnenste te bewenen."

Als jager loopt u - ook nogal uitgesproken in dit boek - in de sporen van bepaalde schrijver.
“Als kind las ik vooral een hoop encyclopedieën. Zonder dat er jagers in onze familie zitten wilde ik al jagen toen ik pas drie was. Van kleins af aan raakte ik geobsedeerd door de jacht en door meisjes (lacht). Ik begon alles te lezen en te kijken wat ik over dieren tegenkwam en op een gegeven moment wist ik echt alles over ze. Voor de verfilming van mijn boek Nachtbuffel wilde ik zo’n tien jaar geleden de dierentuin ‘lenen’ en de toenmalige directeur zei: ‘alleen als je weet wie Martha is’. Gelukkig wist ik dat ze de laatste trekduif was die in het begin van de twintigste eeuw in de dierentuin van Cincinnati stierf. Het filmen kon beginnen! Weet je trouwens wat de meest agressieve dieren van de hele wereld zijn? Nee? De spitsmuis en de veelvraat!”

“Voor mijn achttiende las ik geen literaire werken, simpelweg omdat ik niet genoeg concentratie kon opbrengen. Later werden William Faulkner, William Shakespeare, Ernest Hemingway en de Mexicaan Juan Rulfo inderdaad ontzettend belangrijk voor me. In het bijzonder heb ik respect voor Martín Luis Guzmán, een genie. Hij sloot zich aan bij de troepen van generaal Pancho Villa tijdens de Mexicaanse Revolutie. Guzmán was absoluut een man van actie.”

In uw leven - ook in uw boeken en films - spelen dieren doorgaans de hoofdrol. Wat leren ze u?
“Van dieren leer ik alles wat ik weet. Dieren laten ons tegenstrijdigen en onze impulsen zien. We hebben veel meer van dieren dan we dikwijls denken. Waarom zijn we zo bezig met ons terrein afbakenen? Hoe zit het met onze afwijzing van alles wat buitenlands of ‘vreemd’ is? Hoe zit het met migratie? Met een vriend jaagde ik ooit op twee wilde duiven. Toen ik dichterbij kwam met mijn pijl en boog vlogen ze weg. Ze voegden zich bij een zwerm duiven waarvan ze dachten dat het ‘hun groep’ was. Zodra ze landden werden ze gedood, omdat ze niet bij hen hoorden. Maar ik heb ook van dichtbij mogen zien hoe dieren elkaar onderling ongelooflijk helpen. Ik heb ze lief tot in het diepste van mijn ziel. De natuur heeft me alles geleerd wat ik weet en ik hoop dat mijn boek die bagage reflecteert.”

U krijgt echter vaak kritiek op de vermeende tegenstrijdigheid tussen het liefhebben van dieren en het jagen. Hoe verweert u zich tegen die oordelen?
“Voor heel veel mensen is jagen de minst politiek correcte daad die er bestaat op onze planeet. ‘Je bent een jager, je doodt dieren’ roepen ze, maar dan antwoord ik ‘dat doe jij ook, alleen betaal je andere mensen om ze te doden’. ‘Ja, maar jij geniet ervan!’ werpen ze dan tegen. ‘Nee, ik geniet niet wanneer ik dieren dood’ antwoord ik. ‘Jagen is heel zwaar’. Ik eet op wat ik jaag. Mensen geloven graag dat ze vrij zijn van schuld. Ja, ook vegetariërs en vegans. Denk je soms dat wortels kunnen groeien zonder dat je bossen moet platbranden? Ik weet inmiddels hoe tegenstrijdig klinkt; dat ik een jager ben en dat ik tegelijkertijd een diepe liefde voor dieren voel. Vroeger liet ik onze huisdieren, met uitzondering van mijn hond King, ook steeds opnieuw vrij: de vele eekhoorns, garnalen, ratten, slangen, leguanen, konijnen, vissen, schildpadden, salamanders, hagedissen, garnalen én kikkers. Iets wat ontembaar is moet je niet domesticeren.”

Wat brengt het jagen u nog meer, naast etenswaar?
“Van jagen krijg ik een saamhorigheidsgevoel. Het is alsof ik deel uitmaak van de levenscyclus. Niemand weet meer waar de dingen vandaan komen. Wij, alle jagers, weten dat wél. En daar komt respect bij kijken. Ik zie constant de spanning tussen het dier dat in ons zit en onze civilisatie. We vergroten voortdurend de afstand tussen de natuur en onszelf. We vervreemden, we leven in een samenleving die de dood onderdrukt. We negeren onze natuur, we weigeren ouder te worden. Maar dit is toch het bewijs? Onze uitzakkende lichaam, onze rimpels, de hangende borsten en het verlies van onze haren? Kijk, ik heb geen kaal hoofd, dit is de tong van de dood. Ze likt mij elke dag en herinnert me steeds weer aan het feit dat ik sterfelijk ben.”

“We leven onterecht alsof we onsterfelijk zijn. Wanneer mensen horen dat ze ongeneeslijk ziek zijn of een ernstige vorm van kanker hebben, gaan ze ineens doen wat ze altijd al wilden. De dood is obsceen geworden. Ja, ook in Mexico. Ik meen echter dat je niet over het leven kunt praten wanneer je je eigen dood niet overdenkt. Daarom heb ik altijd gewoon gedaan wat ik graag deed: creëren, creëren en nog eens creëren. Schrijven en kunst maken komt van het jagen. Waar gaan die prehistorische muurschilderingen over? Het zijn toch afbeeldingen van dieren en jagers? De eerste verhalen gingen over de jacht, rondom het vuur was er al literatuur. Mijn vader zei altijd: doe de dingen waar je gelukkig van wordt. Wanneer de dood je komt verrassen, kun je maar beter gelukkig zijn.”