Header Recensie 1
Recensie

Napoleon, De man achter de mythe: "Een heel gewone man"

“De Revolutie is voorbij. Ik ben de Revolutie,” zei Napoleon toen hij zich eigenhandig tot keizer kroonde van het Franse rijk. Een zelfverzekerd opdondertje, zou je denken. Toch leren we in Napoleon, De man achter de mythe van Adam Zamoyski een Bonaparte kennen die geregeld overmand werd door twijfel en in zijn maag zat met zijn bescheiden afkomst. Ook tussen de lakens overschreeuwde hij zijn weifelende manmoedigheid zo nu en dan met “het soort cynisch gebral dat kenmerkend is voor mensen die seksueel onzeker zijn”, aldus Zamoyski. Napoleon hield van oudere vrouwen, "de akker moest reeds geploegd zijn" pochte hij bij Paul Barras, zijn baas op dat moment en de voormalige minnaar van Joséphine.

Niet voor of tegen Napoleon

Zamoyski is niet voor of tegen Napoleon, maar wil met deze biografie ‘de man achter de mythe’ ontmaskeren. “Napoleon was een mens, en hoewel ik kan begrijpen waarom sommigen hem als een supermens hebben gezien, doe ik dat zelf beslist niet. Hij heeft weliswaar enkele bijzondere kwaliteiten aan de dag gelegd, maar was in veel opzichten een heel gewone man.”

Sint-Napoleonsdag

Die opzet is ambitieuzer dan hij op het eerste gezicht lijkt. Zamoyski probeert vooral te verklaren hoe Napoleon, een onbeduidende edelman uit Corsica die de Franse taal nauwelijks machtig was, kon uitgroeien tot de kroon op de Franse Revolutie. En natuurlijk tot de verwording daarvan. Hoe kun je de verworvenheden van die revolutie verenigen met een keizer die het feest van Maria-Hemelvaart wilde vervangen door Sint-Napoleonsdag en die een Napoleontische catechismus voor de schoolgaande jeugd invoerde? "Vraag: wat zijn onze christelijke plichten tegenover Napoleon? Antwoord: liefde, respect, gehoorzaamheid, trouw, militaire dienst…We zijn hem ook onze gebeden verschuldigd voor zijn veiligheid en voor het spirituele en materiële welzijn van de staat.”

"Zielenheil, zaligheid en verlossing maakten plaats voor roem, eer en glorie, ook voor de man in de straat. Dat was immers de heilsboodschap van de Franse Revolutie. Liberté, égalité, fraternité."

De cultus van het genie

De loopbaan van Napoleon is volgens Zamoyski onbegrijpelijk als je de cultuurgeschiedenis van Europa in de achttiende eeuw niet kent. De Verlichting stelde de rotsvaste zekerheden van het geloof ter discussie. Als het hiernamaals niet bestaat (niet meer dan een ‘eeuwige slaap’ volgens Napoleon) staat je niets anders te doen dan je onsterfelijkheid in het hier en nu te verwerven. Die notie leidde tot een hang naar het heroïsche en de cultus van het genie. Zielenheil, zaligheid en verlossing maakten plaats voor roem, eer en glorie, ook voor de man in de straat. Dat was immers de heilsboodschap van de Franse Revolutie. Liberté, égalité, fraternité. Toen Napoleon zijn broer Jérôme tot koning van Westfalen aanstelde, schreef hij hem: “Wat het Duitse volk zo vurig verlangt, is dat mannen die niet van adel zijn, maar wel talent hebben, net zoveel recht krijgen op jouw respect en op werken in jouw dienst als anderen, en dat alle soorten erfdienstbaarheid en alle andere knellende banden die de soeverein onderscheiden van de laagste klassen van het volk volledig afgeschaft worden.”

Lotsbestemming

Napoleon zag zichzelf als fatum, als lotsbestemming van de geschiedenis. Ook daarin stond hij niet alleen. Volgens Hegel was Napoleon de verwerkelijking van de ‘Weltgeist’ die hij in zijn filosofie proclameerde; Saint-Simon zag in hem een versmelting van het genie van de daad (Alexander de Grote, Hannibal, Caesar) met het genie van de geest (Socrates, Plato, Descartes); Goethe herkende in Napoleon de prometheïsche mens die hij in Faust bezong, de mens die de Goden naar de kroon steekt. “Was ihr den Geist der Zeiten heißt, Das ist im Grund der Herren eigner Geist, In dem die Zeiten zich bespiegeln.”

Brute kracht

Het keizerschap moest zijn regime een zekere duurzaamheid verlenen, maar Napoleon maakte zich weinig illusies over zijn reputatie aan de Europese vorstenhoven waarmee hij in de clinch lag. “Alleen met brute kracht kan ik me handhaven op de troon, ik kan hen er alleen maar aan laten wennen om mij als gelijke te beschouwen door hen onder mijn juk te houden. Zodra ik niet meer gevreesd ben, wordt mijn Empire te gronde gericht.” Vandaar wellicht die doldrieste onderneming in 1812, toen hij met zijn Grande Armée van ruim 400.000 man naar Rusland trok, waarvan er slechts 20.000 zouden overleven. Hij kon gewoonweg niet op zijn lauweren gaan rusten. Adam Zamoyski brengt Napoleon Bonaparte terug tot zijn menselijke proporties in deze biografie. Inderdaad, een heel gewone man.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.