Interview

Kristien Hemmerechts praat over Het verdriet van Vlaanderen: “De SS stond voor mij gelijk aan het ultieme kwaad”

6-3-2019
Verdriet Van Vlaanderen Header

Kristien Hemmerechts schreef Het verdriet van Vlaanderen, de geschiedenis van de tweelingbroers Toon en Hein die opgroeiden in een familie van collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun vader en ooms waren SS'ers, hun moeder werkte als secretaresse voor het hoofd van de Belgische SS. De getuigenis van Toon en Hein vormde een indrukwekkende bijdrage aan de succesvolle tv-reeks Kinderen van de collaboratie op de Vlaamse zender Canvas. Ze wilden het zwijgen doorbreken en verder op onderzoek uitgaan. Samen met Kristien Hemmerechts volgen ze het spoor terug. Ze halen herinneringen op, lezen brieven die familieleden elkaar schreven en duiken de archieven in voor een heel precieze reconstructie van de gebeurtenissen. Ze gaan op zoek naar de waarheid achter de taboes, de leugens en de mythes. In het boek wordt gaandeweg pijnlijk duidelijk dat de broers hun positieve, warme beeld van hun familieleden moeten bijstellen.

Dit boek gaat over het grijze en gecompliceerde gebied tussen goed en kwaad. Waarom wilde u dat gebied onderzoeken?
“Het was in het begin niet de bedoeling om het verhaal van Toon en Hein over dat gebied tussen goed en kwaad te laten gaan. Als je eraan begint, weet je niet waar je zult uitkomen. Het boek is chronologisch opgezet, stap voor stap. Je begint aan een tocht, een ontdekkingsreis door de archieven. Gaandeweg vallen heel wonderlijk alle puzzelstukjes op hun plek, als in een detective. Mijn bedoeling was om de lezer op die manier mee te krijgen in het verhaal, zodat de lezer blijft lezen. Halverwege besefte ik dat mijn kennis over de Tweede Wereldoorlog en die collaboratie bijna impressionistisch was: je vangt er wat dingen over op. De SS stond voor mij gelijk aan het ultieme kwaad. Dat krijg je mee.”

Begon u eraan met dat vooroordeel?
“Niet alle collaborateurs waren even slecht, daar waren gradaties in. Maar over SS’ers krijg je toch altijd het beeld mee uit oorlogsfilms, dat die mensen slecht en sadistisch waren. Dat blijft ook wel een moeilijk punt. De tweeling Toon en Hein die ik volg in het boek hebben aan hun SS-familieleden erg positieve herinneringen.”

Uw weerstand tegen die positieve herinneringen sijpelt in het boek door. U voert ook een innerlijke strijd.
“Toon en Hein leveren die strijd ook. Zij moeten ook steeds hun positieve beelden bijstellen. Hun moeder, grootouders en een van hun ooms waren voor hen mensen die zij op een voetstuk plaatsten.”

Mensen zijn natuurlijk zelden 100% goed of slecht.
“Ik heb eerder een boek gemaakt over de vrouw van Marc Dutroux, Michelle Martin. Dat was ook een confrontatie. Mensen bij ons in Vlaanderen vinden die mensen monsters, maar als je dat gaat uitzoeken, kom je erachter hoe gewoon ze waren. Dat is misschien nog beangstigender, want het betekent dat heel gewone mensen in staat zijn tot verschrikkelijke dingen. Het zou handig zijn als we een thermometer zouden maken waarmee je kunt meten of iemand een monster is, want van buitenaf kun je het niet zien.”

"Het boek is chronologisch opgezet, stap voor stap. Je begint aan een tocht, een ontdekkingsreis door de archieven. Gaandeweg vallen heel wonderlijk alle puzzelstukjes op hun plek, als in een detective."

Waar komt uw fascinatie voor het kwaad vandaan?
“Daar moet ik over nadenken, maar ik merk wel dat ik altijd oog heb voor de andere kant van mensen. Vaak wordt uit een vorm van luiheid gezegd over een ander dat diegene slecht of juist goed is. De motor van mijn schrijverschap is mijn weerzin tegen dat standaard idee van wat of hoe iemand is, over hoe iemand moet zijn, bijvoorbeeld over een moeder of een vader. Maar ook over de liefde, hoe mensen die van elkaar houden met elkaar horen om te gaan. Ik merk altijd dat het reële gedrag van mensen nogal afwijkt van het ideaal. Ik heb liever dat we dingen beschrijven hoe ze zijn, dat vind ik leefbaarder dan het ideaalbeeld van Valentijnsdag en Moederdag. Die verheerlijking van het ideaal deprimeert mij. Als mij als kind een realistischer beeld was gegeven over wat liefde is of het moederschap, was ik - en velen met mij - daarbij gebaat geweest. Iedereen zit met te hoge verwachtingen en ideaalbeelden. Terwijl het heel normaal is dat je af en toe een hekel hebt aan je moeder.”

Het ideaalbeeld van de mensen in dit boek was niet erg positief. Hoe ging u daarmee om?
“Ik vond dat heel moeilijk, maar ik ben wel bereid te geloven dat ze het goed hebben bedoeld. Ook dat maakt het in zekere zin erger. Ik ben gaan begrijpen waarom ze collaboreerden. Ze waren allemaal rond de 18 jaar. Ze zagen kansen. Jonge mannen willen zich laten gelden. Er was een nieuwe ‘club’ die mogelijkheden bood voor hun toekomst. Daarom begrijp ik jihadisten ook wel die naar Syrië zijn gegaan. De mensen uit dit boek waren er vlak voor de oorlog economisch niet goed aan toe. Er waren weinig financiële kansen en opeens was er een mogelijkheid om daaruit te komen. Door zich bij de nazi’s aan te sluiten, kregen ze een baan, geld, een opleiding en een mooi uniform. In de brieven onderling lees je die opwinding en het enthousiasme ook terug. Datzelfde geldt nu voor Syriëstrijders. Ik praat het niet goed, verre van, maar het is hetzelfde mechanisme. Daarna ontstaat een soort bewustzijnsvernauwing. Bijvoorbeeld als hun oom Twan, een hoge Vlaamse SS’er, naar een politiebureau gaat en daar mensen neerschiet met een mitrailleur. Dat is een oorlogsmisdaad. Daarvoor had hij voor de krijgsraad moeten komen, want dat ging zelfs de Duitsers te ver. Maar na de oorlog en na hun detentie hebben ze geen van allen meer een vlieg kwaad gedaan. Als je ze uit hun context haalt, gaan ze verder als brave burgers. Dat systeem slokt mensen op, dat is zeer beangstigend. Achteraf is men mythes gaan verzinnen, vergoelijkingen voor de collaboratie. Die leven nog altijd heel sterk in Vlaanderen. Zoals dat de Vlaamse jongens naar het oostfront trokken om uit idealisme het communisme te bestrijden, of dat het moest van de pastoor, of voor de Vlaamse zaak uit nationalisme omdat Vlaanderen onafhankelijk zou worden dankzij de Duitsers. Dat is bij ons heel diep geworteld. Over de Jodenvervolging wordt weinig gezegd, terwijl meer en meer duidelijk wordt dat Vlamingen daar ook aan meegewerkt hebben.”

"De motor van mijn schrijverschap is mijn weerzin tegen dat standaard idee van wat of hoe iemand is, over hoe iemand moet zijn, bijvoorbeeld over een moeder of een vader. Maar ook over de liefde, hoe mensen die van elkaar houden met elkaar horen om te gaan. Ik merk altijd dat het reële gedrag van mensen nogal afwijkt van het ideaal."

Uw moeder, die de oorlog als meisje heeft meegemaakt zegt in het boek: “De Vlamingen waren de ergsten.”
“In Vlaanderen bestaat het beeld dat de Duitsers slecht waren en wij aan de goede kant stonden, maar Duitsland had onmogelijk al die landen kunnen bezetten als er geen medewerking was van de lokale bevolking. Vlamingen hebben een rozig zelfbeeld. We zien onszelf als losers, underdogs, lamme goedzakken die geen vreselijke dingen doen. Er werd weleens gesjoemeld en een biertje gedronken met de Duitsers, maar meer niet. Uit het verhaal van nonkel Twan komt naar voren dat hij vond dat de Duitsers te laks waren. Dat was een aspect waarvan ik van mijn stoel viel. De Duitsers waren laks! Dat was voor mij een nieuwe visie. Uit getuigenissen blijkt dat Vlaamse SS’ers in België het wreedst optraden. Dat komt niet overeen met het zelfbeeld van de lamme goedzak. De Vlaamse SS’ers vonden dat de Duitsers te slap optraden tegen de ‘terroristen’ van het verzet en gingen zelf actie ondernemen. Veel razzia’s op ons grondgebied zijn het initiatief geweest van Vlamingen. Dat zou ook eens tot de Vlamingen van nu mogen doordringen.”

Toon zegt: “We staan samen voor raadsels, zoals: hoe kunnen lieve, menselijke, warme wezens keuzes maken die hen meesleuren in en medeverantwoordelijk maken voor de afschuwelijke gebeurtenissen waarvan we intussen de volle, ontiegelijk trieste toedracht kennen?” Wat heeft dit boek met uw mensbeeld gedaan?
“Het heeft me heel somber gemaakt. De mens is tot verschrikkelijke dingen in staat en doet dat ook op allerlei vlakken. Hij kan zelfs op dat punt in complete ontkenning leven. We zijn liever boos op de boodschapper die een onaangename spiegel voorhoudt.”

Het verdriet van Vlaanderen

Vlaanderen en Nederland kennen een lange traditie van zwijgen over de schandelijke collaboratie met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tweelingbroers Hein en Toon Van den Brempt willen die stilte doorbreken. Hun vader was een SS'er, hun moeder werkte als secretaresse voor Richard Jungclaus, hoofd van de Belgische SS. Hun getuigenis vormde een indrukwekkende bijdrage aan de succesvolle Canvasreeks Kinderen van de collaboratie. In het besef dat er meer te ontdekken en te vertellen viel, gingen ze samen met Kristien Hemmerechts op zoek naar de waarheid achter de taboes, de leugens en de mythes.