Interview

Sander Kramer is Chief Ouwe dibbes, volksheld in Afrika: "Als je in Afrika echt het verschil wilt maken, dan moet je dat op vrijwillige basis doen"

28-2-2019
Ouwe Dibbes Header

Schrijver en journalist Sander de Kramer werd landelijk bekend als hoofdredacteur van de Straatkrant. Daarnaast is hij al jaren succesvol columnist voor De Telegraaf. Hij houdt zich al vele jaren bezig met de onderkant van de samenleving, onder meer als hoofdredacteur van de Rotterdamse daklozenkrant. Met Hugo Borst richtte hij in 2007 de stichting Sunday Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in Sierra Leone.

De Kramer was in het West-Afrikaanse land om een reportage te maken over de verschrikkelijke gevolgen van de burgeroorlog. Hij werd diep geraakt door de vele weeskinderen, die om te overleven in de diamantmijnen werkten. Terug in Nederland startte De Kramer een grootscheepse actie om de wantoestanden in Sierra Leone aan de kaak te stellen. Korte tijd later haalde hij de diamantkinderen eigenhandig uit de mijnen en liet scholen voor hen bouwen. Als dank voor zijn inspanningen werd hij in Sierra Leone gekroond tot Chief. Auteur Jochem Davidse vergezelde Sander de Kramer op zijn bizarre reizen en goot zijn verhaal in boekvorm: een mix van reisreportage en biografie. Even geestig als aangrijpend laat Chief Ouwe Dibbes zien hoeveel moois er kan voortkomen uit grenzeloze bevlogenheid, eindeloos optimisme en Rotterdamse creativiteit.

Sierra Leone verwierf vooral bekendheid de laatste decennia met een bloedige burgeroorlog, ebola, honger, corruptie, natuurrampen en andere zaken. Elektriciteit en leidingwater worden op veel plaatsen nog altijd als luxeproducten beschouwd. De zwarte mamba, de dodelijkste slang te wereld, vleit zich ’s nachts graag tegen je aan… Volgens de Verenigde Naties is er geen ander land waar het leven zo ellendig is als in het straatarme en onderontwikkelde Sierra Leone. Het land maakte een onuitwisbare indruk op jou.
Sander: “Nadat ik er was geweest voor een reportage in 2007 kon ik de armoede en ellende niet meer loslaten. De Telegraaf had gevraagd waar ik absoluut nog een keer over zou willen schrijven. Daar hoefde ik niet lang over na te denken: over het land dat te boek staat als het ellendigste land ter wereld. Vooral de kennismaking met de vele ongeschoolde en ondervoede weeskinderen van soms wel jonger dan vijf jaar die in het zuidoosten van het land worden uitgebuit, greep me zeer aan. Zover als ik kon kijken, zag ik een roodbruin modderveld vol diepe kraters en plassen. Verspreid over het veld waren honderden piepjonge kinderen met lege blikken in hun ogen en bolle hongerbuikjes bezig met grote ronde zeven op zoek naar misschien wel het meest decadente luxeproduct op aarde: diamanten. Het is zo’n schande. Ik geloofde niet wat ik zag. Ik móest iets doen. Thuis schreef ik het artikel voor de krant, beschreef het trieste lot van deze kinderen, maar het gevoel dat ik meer moest doen, bleef knagen.”

Hoe heeft het zover in dit land kunnen komen?
Sander: “Het verhaal van de diamantkinderen kent zijn oorsprong in de burgeroorlog die Sierra Leone elf jaar lang teisterde. Aangestuurd door de Liberiaanse dictator Charles Tayler, die het vooral voorzien had op de diamanten en andere natuurlijke grondstoffen van het kwetsbare buurland Sierra Leone, trokken tienduizenden rebellen moordend en plunderend door het land. Ze vermoordden de ouders en stalen kinderen vanaf een jaar of vijf om ze op te leiden tot kindsoldaten. De baby’s, daar konden ze niets mee, dus die lieten ze in de vaak brandende hutten achter. Velen verbrandden levend. De baby’s die de oorlog wonderwel hadden overleefd, werden na de oorlog als weeskind door louche diamanthandelaren geronseld als spotgoedkope diamantzoekertjes. Nog geen dubbeltje per dag krijgen ze om te zoeken naar het duurste steentje ter wereld, dat zoals zij het noemen in de rijke ‘eerste wereld’ voor ultiem geluk staat. Niet lang na mijn eerste reis zag ik de film Blood Diamond met Leonardo di Caprio in de hoofdrol. Die maakte diepe indruk op me. En ik wist: dit een film. De werkelijkheid is nog veel erger.”

"Zover als ik kon kijken, zag ik een roodbruin modderveld vol diepe kraters en plassen. Verspreid over het veld waren honderden piepjonge kinderen met lege blikken in hun ogen en bolle hongerbuikjes bezig met grote ronde zeven op zoek naar misschien wel het meest decadente luxeproduct op aarde: diamanten. Het is zo’n schande."

Sander de Kramer

Jochem, jij hebt alle verhalen van Sander opgetekend en je bent met hem meegegaan. Hoe herinner je jouw eerste indrukken van het land?
Jochem: “Ik was überhaupt nog nooit in Afrika geweest, dus dat was al een ervaring op zich voor mij. Op dat moment was Sander al 36 keer op en neer geweest, dus die wist wat hem te wachten stond. We hadden een vlucht vanaf Brussel naar Freetown, met een tussenstop in Monrovia. Nog zo’n plek die in geen enkele reisgids wordt aanbevolen. Landen op Freetown is een wezenlijk andere ervaring dan landen op Schiphol. Er is een blok beton, verder niks. En plotseling hoorde ik iemand roepen ‘He, Chief Ouwe Dibbes!’ Toen kreeg ik enig idee van de bekendheid van Sander in Sierra Leone. Sander en ik kennen elkaar nu ruim 15 jaar. Toen ik journalistiek ging studeren, was hij hoofdredacteur van de Daklozenkrant in Rotterdam. Drie maanden lang tikte ik me wezenloos als zijn stagiair in een soort kraakpand pal achter de beruchte Pauluskerk in Rotterdam. Ik was zijn enige redactielid. Behalve de drie meest onfrisse maanden uit mijn leven, waren het ook de drie meest intense maanden. Sander was en is een wervelwind die als je niet uitkijkt bezit van je neemt. Of beter: die je bezit van je laat nemen. Na die stage verwaterde het contact, totdat zijn naam plotseling weer op het scherm van mijn telefoon opdook. Ik had inmiddels net een baan bij Panorama. Hij vertelde over zijn avonturen en vroeg of ik een keer meeging.. Dat zou een mooi verhaal op kunnen leveren. En zo gaat dat met Sander: een paar dagen later had ik een ticket en voor ik het wist lag ik een lemen hut in het oerwoud me af te vragen hoe ik hier ook alweer terecht was gekomen. En stiekem ook: hoe ik hier weer weg zou komen. De hitte was beklemmen, alles ritselde en bewoog. Mocht ik naar de wc moeten, dan was er achter de hut een latrine; een diepe put waarover wat stammetjes lagen en waar nog weleens bijtgrage vleermuizen wilden huizen. Sander vertelde voor het slapen ook nog even dat sommige slangen ’s nachts de neiging hebben om lekker dicht tegen iets warmbloedigs aan te kruipen. ‘Kan geen kwaad hoor, maar denk er even aan voordat je je omdraait vannacht.’”

Wanneer besloot je dat dit een boek moest worden?
Jochem: “Ik had 16 pagina’s tot mijn beschikking voor in het magazine, maar al schrijvende kwam ik erachter dat zelfs dat veel te weinig was om het verhaal tot zijn recht te laten komen. Ik zei tegen Sander: dit is geen reportage, dit is een boek.”

Wat wilde jij vooral laten zien?
Jochem: “Als Sander vertelt dat hij scholen heeft gebouwd en kinderen heeft gered uit diamantmijnen, dan kun je je daar niet echt iets bij voorstellen. Ik niet in ieder geval. Dat moet je zien. Je moet die mensen ontmoeten. Je moet de plekken bezoeken. Je moet het voelen. Je moet het ruiken. Proeven. Ik wilde op een tastbare manier inzichtelijk maken wat hij daar allemaal doet.”

Los van het verhaal van Sander staan in het boek huiveringwekkende taferelen beschreven. Over hoe mannen, vrouwen en zelfs kinderen de straat op werden gesleurd door de rebellen en voor de keuze werden gesteld ‘Long sleeve or short sleeve?’ Afhankelijk van hun antwoord werd daarna hun hele arm of alleen hun onderarm met een machette afgehakt. Amputatie is in een harde samenleving als die van Sierra Leone niet alleen een verwoesting van iemands lichaam, maar een verwoesting van iemands leven. Velen pleegden daarom zelfmoord. Jonge vrouwen werden verkracht voor de ogen van hun familie. Jullie lichtten waarschijnlijk nog maar een tipje van de sluier op in het boek. Hoe gingen of gaan jullie hiermee om? Hoe verwerk je dit?
Sander: “Voor mijn televisiewerk ben ik op veel plekken geweest waar toeristen met een grote boog omheen gaan. Ik heb verschrikkelijke dingen gezien. Eigenlijk te veel. Doorkliefde schedels in Rwanda. In Oost Congo was er op de eerste dag dat ik er was een bombardement. De verhalen zitten in laadjes in mijn hoofd en zo af en toe gaat er een laadje open. Zo ging ik laatst naar een huis kijken. De makelaar zei ‘Welkom’. In een kast in de woonkamer lag een schedel. Meteen ging het laadje Rwanda open. Ik moest het huis uit, zo snel mogelijk. ’s Avonds helpt een flesje wijn of een glas whisky om het laadje langzaam weer dicht te doen. Ik kan ermee omgaan, maar er zitten een paar traumaatjes in mijn hoofd.”

Ondanks de verschrikkelijke verhalen is het toch een hoopvol boek. Er staan veel positieve verhalen in.
Sander: “Ja, en dat is ook heel belangrijk. Het is niet alleen ellende. Wat mij zo inspireert, zijn mensen die vooruit kijken. Een heel bijzonder verhaal is dat van Salomon Khanou, een man van een jaar of dertig. Ook hij werd tijdens de oorlog door rebellen naar het hakblok gesleurd, waar bij hem een arm werd afgehakt – puur om angst te zaaien. De rebel legde vervolgens ook zijn andere arm op het hakblok. Toen gebeurde er iets opmerkelijks: Salomon keek omhoog, zijn beul recht in de ogen. Daarvan raakte de rebel van zijn stuk, plotseling veranderde Salomon voor hem in een mens van vlees en bloed en kon hij het niet over zijn hart verkrijgen ook de andere arm eraf te slaan. ‘Go,’ riep hij, en liet Salomon vrij. De eerste periode na wat hem was overkomen was loodzwaar. Ook hij dacht aan zelfmoord. Maar na de oorlog veranderde hij van inzicht. Nu pas beseft hij hoeveel geluk hij had gehad. Dat hij het had overleefd.”

Wat gebeurde er?
Sander: “Hij ging voetballen. Hij keek om zich heen en zag zijn lotgenoten. Net als hij zaten zij dag in dag uit met gebogen hoofden en een opgehouden hand langs de kant van de weg. Salomon keek hen aan en zei doodleuk: ‘Wie heeft er zin om te voetballen?’ Op het strand van Freetown vlogen later die dag de provisorisch gemaakte bamboekrukken in het rond. Spelers probeerden in een reflex te schoppen met benen die zij niet meer hadden en vielen voortdurend om. Zelf had Salomon het als eenarmige keeper ook niet makkelijk, maar net als de anderen lachte hij zich rot. En als je kunt lachen om je eigen problemen, dan is 99 procent van je problemen geen probleem meer. En nu, op dit moment, is Salomon met één arm een van de meest gerenommeerde kleermakers van het land. Dat vind ik zo mooi.”

"Een Amerikaan, een Engelsman en een Sierra Leoner komen in de hel. Bij de poort staat de duivel hen al op te wachten en ze treffen het, want hij is in een goede bui. Ze mogen allemaal voor een laatste keer naar huis bellen om afscheid te nemen van hun dierbaren. ‘Maar,’ zegt de duivel tegen de Amerikaan, ‘dat kost je wel 30.000 dollar.’ Daar schrikt de Amerikaan van. Maar dan denkt hij: ach, waarom niet? Wat moet ik straks met dat geld in de hel?
‘En voor mij?’ vraagt de Brit. ‘Wat kost het voor mij?.’
‘Voor jou is het ook 30.000 dollar,’ zegt de duivel. Mokkend gaat hij akkoord. De Sierra Leoner ziet de bui al hangen. Hij heeft geen 30.000 dollar. Hij heeft nog niet eens een tientje.
‘En voor mij?’ informeert hij voorzichtig?
‘Tien cent,’ zegt de duivel. ‘Voor jou is het maar een lokaal telefoontje.’”

Onvervalste Sierra Leoonse humor door Sander de Kramer

Als we helemaal teruggaan naar de oorsprong van deze verhalen, toen je besloot: ik moet iets doen. Hoe en waar begon je?
Sander: “Ik begon heel dom eerlijk gezegd. Ik ging met hulpverleners proberen de kinderen uit de diamantmijnen te halen. Eerst probeerden we ons te oriënteren: Waar zitten die kinderen? Hoeveel zijn het er? Maar dat had ik niet met de hulpverleners moeten doen, dat had ik met de chiefs moeten doen; de burgemeesters van het gebied. Zij hebben de power. Eerst werden we gearresteerd door een corrupte politie agent. Een keer werden we omsingeld door een knokploeg met machetes. Toen werd ik echt heel nerveus. De chiefs dus. Bij wijze van goede binnenkomer had ik een shirt van het Nederlands elftal bij me voor als we op bezoek mochten komen bij de lokale paramount chief, de hoogste chief in de regio. Het bleek een schot in de roos. Hij vertelde dat zijn broer, die net als hijzelf een zijn opleiding in Amerika genoot, kortstondig bij New York Cosmos had gevoetbald, de club waar destijds ook ene Johan Cruijff onder contract stond. De twee hadden samen nog een balletje getrapt! Het ijs was gebroken en de man was overtuigd van mijn goede bedoelingen en wilde helpen.”

Had je een plan?
Sander: “Ja zeker! Wat nou als hij de diamantkinderen en hun ouders en pleegouders net iets meer zou betalen dan de mijnbazen hun geven? Met als enige tegenprestatie dat de kinderen naar mijn school zouden gaan. Een gratis school die speciaal voor hun gebouwd zou worden. Ik beloofde zelf garant te staan voor de financiële middelen. Met vriend en mede Rotterdammer Hugo Borst begon we een eigen stichting: Sunday Foundation. Een stichting waar geen euro aan de strijkstok blijft hangen. Ik slaap nooit in hotels. Van dat geld kan ik kinderen te eten geven. Ik wil leven zoals zij leven. Dán win je het vertrouwen. Ze hebben meteen door of je komt om het land te plukken of werkelijk iets bij te dragen. Ze zien het in je ogen. Intuïtief. Mensen die zo intiem leven met de natuur hebben een antenne voor goed en kwaad. Voor veilig en voor gevaarlijk. De foundation draait voor honderd procent op vrijwilligers. Inmiddels zijn er ruim 250.000 kinderen op weg naar een betere toekomst. Als je in Afrika echt het verschil wilt maken, dan moet je dat op vrijwillige basis doen. ‘You don’t swollow your words,’ zo werd tegen me gezegd.”

Jullie komen als vrijwel enige blanken aan in Freetown. De ervaring dat jíj in de minderheid bent. Hoe is dat?
Sander: “In sommige gebieden, heel diep in de jungle, hebben ze nog nooit blanke mensen gezien. Ze strelen me over mijn arm, wrijven, alsof ze verf van mijn huid willen halen. En ze tellen mijn moedervlekken, tikken ze aan. Ze kennen het niet. In zo’n globaliserende wereld kun je je dat bijna niet meer voorstellen, toch?

Jochem: “Het is te gek om te zien hoe Sander daar is opgenomen door de gemeenschap. Ze zien hem niet als buitenlander. En weet je wat mij het meest verraste toen ik daar voor het eerst kwam? Hun vrolijkheid. Je reist af naar een van de ellendigste plekken op de wereld en vrijwel iedereen lacht je toe. Ze zijn een stuk vriendelijker dan de mensen hier in Nederland. Ze zijn blij met heel weinig. Op voorhand was ik bang dat het een somber boek zou worden. Als je daar geboren wordt, heb je het niet getroffen. Maar er zit zoveel humor in. Dat is aan Sander te danken, maar niet in de minste plaats ook aan de bevolking zelf.”

Hoe is het om na zo’n reis dan weer in Nederland te zijn?
Sander: “Om een voorbeeld te geven: bij het terugkomen van een van mijn laatste reizen stapte ik in een taxi. Het was niet zo’n hele lange rit. Hij begon te foeteren dat hij uren in de rij had gestaan voor een ritje van maar tien minuten. Hij ging tekeer… mijn mond viel open. Kom je net uit een land waar echte helemaal niks is. Waar ze al blij zijn met een kommetje droge rijst. Dan is het contrast wel erg groot. Het zijn twee totaal verschillende werelden. Dat moet je scheiden, anders word je cynisch.”

Jochem: “En los daarvan is het ook heel fijn om weer thuis te zijn en een gewoon toilet te hebben. Zonder vleermuizen. Maar het belangrijkste is dat ik heb geleerd is dat geluk niet in grote dingen zit, in een huis, in een auto. Of een vaste baan. Het klinkt cliché, maar het is wel de kern.”

Zou je het land aanbevelen als vakantieland?
Jochem: “Dat hangt er een beetje vanaf wat je van en vakantie verlangt. Het is echt een prachtig land. En in Freetown staan een paar mooie hotels. Maar de komende vijf jaar zou ik het niet doen.

Sander: “Als westerling ben je daar een opvallende verschijning. Daar moet je wel rekening mee houden. Je portemonnee is ook interessant, natuurlijk. Toerisme zou het land goed zeker kunnen doen.”

Ouwe Dibbes Image

Sander, je hebt zelf kinderen, je bent flink ziek geworden tijdens het reizen. In hoeverre verhoudt die verantwoordelijkheid voor je gezin zich tot de verantwoordelijkheid die je voelt ten opzichte van die honderdduizenden kinderen die je niet kent?
Sander: “Mijn gezin is er inmiddels wel aan gewend dat ik een ras idealist ben. Ik ga door roeien en ruiten. Niet roekeloos, maar als ik ergens voor ga, doe ik dat met de volle honderd procent en het liefst een beetje meer. Ze weten wat we daar doen. Een voorbeeld: lokaal hebben ze het geloof dat als iemand epilepsie of een handicap heeft, die persoon bezeten is door de duivel. Kinderen worden vaak door hun moeder zelf in het bos achtergelaten om daar te sterven, omdat ze denken dat ze niet voor dit kind kunnen zorgen. De mensen hier moeten het hebben van dubbeltjes en stuivers. Los nog van het bijgeloof kost een handicap simpelweg te veel geld. Met behulp van de stichting hebben we in sommige gebieden de mentaliteit kunnen veranderen door eerst mensen mobiel te maken en door te vertellen dat in onze landen, in de westerse wereld, ook heel veel gehandicapten leven. Dat gehandicapt zijn niets met de duivel te maken heeft, maar het een foutje is van de natuur. Mijn dochter heb ik toen ze klein was hele periodes niet gezien omdat ik bezig was met het redden van de wereld die in brand stond – zo voelde dat voor mij. Het voelde als mijn taak. Al die kansarme kinderen moeten gered worden. Er moeten dingen gebeuren. Tegelijkertijd voelde ik me ook schuldig naar mijn eigen kind toe. Onlangs is ze meegegaan. Ze is 19 nu. Ze keek om zich en knikte, met tranen in haar ogen. Zo van, ‘Ja, Ik begrijp je, dit was het wel waard’.”

Chief Ouwe Dibbes

Over de auteur
Jochem Davidse (1976) is verslaggever bij weekblad Panorama en auteur van De politierechter (2013). Hij begon zijn carrière als stagiair bij de Rotterdamse daklozenkrant, onder de toenmalig hoofdredacteur Sander de Kramer. In 2009 won hij de Aad Struijs Persprijs, de prijs voor de beste reisreportage binnen het Nederlands taalgebied.

Over Sander
Sander de Kramer (1973) is tv-maker, columnist, Rotterdammer, verhalenverteller en wereldverbeteraar. Hij is onder andere bekend van de televisieprogramma's De Wandeling, Keuringsdienst van Waarde: De Rekenkamer, Reisadvies negatief en Het gevoel van de Vierdaagse. Sander wordt geprezen om zijn innovatieve manier van hulpverlening. Zo liet hij eens een vliegtuigje vol voetbalschoenen overvliegen naar een door lepra geteisterd gebied op Madagaskar, waarmee