Dansen Met De Vijand

Paul Glaser over een mysterieuze koffer, cognac en Auschwitz

29-4-2016

Familiegeheim

In Dansen met de vijand schreef je het verhaal van je tante Roosje en parallel daaraan je zoektocht naar haar geschiedenis. Wat heeft je getriggerd om die geschiedenis te gaan onderzoeken?
De trigger om Dansen met de vijand te schrijven was een bijzondere gebeurtenis in Auschwitz. Midden in een grote berg koffers zag ik een grote bruine koffer met daarop mijn familienaam. Glaser is een naam die je in Nederland niet zo vaak hoort, dus dat was echt een shock.

Hoe kwam je erachter dat je een Joodse achtergrond hebt?
Ik ben katholiek opgevoed en van de Joodse achtergrond wist ik tot mijn 35e niets. Op een gegeven moment sprak ik met een Oostenrijkse collega over familienamen. Hij is opgegroeid in Wenen en vertelde dat je die naam daar vaker hoort. Het is namelijk een typisch Joodse naam. Dit spookte door mijn hoofd. Toen ik op een winteravond samen met mijn oma bij de kachel cognac zat te drinken, heb ik gebluft. Ik zei: “Ik weet dat mijn vader Joods is.” Toen begon ze te vertellen.

Rose 1117823 960 720

Tante Roosje

Wat viel het meest op aan de brieven van Roosje die je kreeg uit Naarden?
Ze schrijft heel objectief in haar dagboeken en brieven, alsof ze het zelf niet heeft meegemaakt. Ik herinner me een brief waarin ze schreef: 'We hebben wat liedjes gemaakt met anderen en we zijn langs de barakken gegaan. Dan hebben die stumpers ook wat.' Alsof ze zelf niet het slachtoffer was. Daarnaast schakelde ze heel snel. Toen haar tante in kamp Vught stierf aan astma, schreef Roosje: ‘Jammer hè?’ Daarna ging ze meteen verder: ‘Ik heb cabaret georganiseerd.’ De wereld stuitert en het leven gaat maar door. Ze leefde in het hier en nu en probeerde daar wat van te maken.

Wanneer had je voor het eerst contact met Roosje zelf?
Op een gegeven moment wist ik hoe het verhaal in elkaar zat, maar ik wist niets over de mensen. Mijn vader zweeg en bleef zwijgen. Uiteindelijk bezocht ik zijn zus Roosje in Stockholm. Zij weigerde eerst, maar uiteindelijk was ze heel open. Ze sprak over wat er in de kampen was gebeurd en liet me foto’s zien. Dit was de eerste keer dat ik foto’s van mijn opa en oma, en van haar en mijn vader als kind zag.

Je moet trouw blijven aan jezelf. Je kunt meer dan je denkt! Daarnaast moet je altijd communiceren, ook met de vijand.

Glaser Paul C Simon Dirks
Paul Glaser

Niet klein te krijgen

Je boek lijkt qua vertelling op Haar naam was Sarah, want dat wisselt ook in perspectief van heden naar verleden. Wat was de reden om het op die manier op te schrijven?
Dat klopt, alleen Haar naam was Sarah is fictie. Dit is allemaal echt gebeurd. Ik kwam stukje bij beetje achter het verhaal van mijn tante. Ze was een vrouw met een sterk karakter en dat heb ik opgeschreven. Daarnaast heb ik veel brieven en foto’s gevonden. Op advies van een kennis heb ik beschreven hoe ik alles heb ontdekt. Dit is door het verhaal van tante Roosje heen verweven.

Wat kunnen we leren van Roosje?
Roosje was een vrouw die zich niet klein liet krijgen. Toen er anti-Joodse maatregelen kwamen en iedereen een ster moest dragen, deed zij dat niet. Toen ze gevangen zat in kampen, nam ze steeds weer het initiatief om het leven wat aangenamer te maken. Het leven was te kort om in een hoekje te zitten. Met die mentaliteit heeft ze het overleefd. Wat we hiervan kunnen leren, is zodat je trouw moet blijven aan jezelf. Je kunt meer dan je denkt! Daarnaast moet je altijd communiceren, ook met de vijand.

Suitcases Header 2 1

Niet welkom

Ze werkte eerst niet mee en wilde je niet ontmoeten. Wat heeft haar overgehaald dat je de volgende dag wel welkom was?
Ik denk dat ze zich overvallen voelde. Ik zei dat ik wist van onze Joodse achtergrond en dat ik wilde weten hoe het haar was vergaan. Ze heeft toen via de telefoon veel verteld. Aan het eind van het gesprek zei ze: “Zo, nu weet je het en je bent niet welkom.” Ik gaf niet op en zei: “Ik boek een hotel en ik bel je morgen weer. Als je morgen weer weigert, dan respecteer ik dat, maar weet dat jij de enige bent die iets kan vertellen over de familie.” Toen heb ik opgehangen, zodat ze erover kon nadenken. De volgende ochtend mocht ik gelukkig weer langskomen.

Zou ze zelf blij zijn geweest met het boek?
Absoluut. Ze schreef de dagboeken echt als boek en benoemt dit ook in meerdere brieven. Het is jammer dat ze er niet meer bij is, maar zo gaat dat soms in het leven.