Interview

Illustrator van de maand april: Martijn van der Linden

2-4-2019
Illustrator-van-de-maand-april-2019-martijn-van-der-linden-3

Omdat ze de wereld een beetje liever kleuren. Omdat ze gouden randjes aan de verhalen geven. Omdat de tekeningen sprookjes op zich zijn. Daarom iedere maand een podium voor illustratoren.

Wat beweegt ze, waar zijn ze trots op, wat inspireert ze? Deze maand Martijn van der Linden.
In het derde jaar van zijn studie deed hij mee aan een wedstrijd van uitgeverij Lemniscaat. Zijn werk viel bij hen in de smaak en hij mocht zijn eerste omslag maken. Hij deed al snel opdrachten voor allerlei verschillende uitgeverijen. Inmiddels verschijnt het werk van Martijn van der Linden (1979) in meer dan twaalf landen en won het verschillende prijzen, waaronder in 2016 de Woutertje Pieterse prijs voor het boek dat hij maakte met schrijver Edward van de Vendel: Stem op de okapi. Het boek Tangramkat werd in 2017 bekroond met een gouden penseel en een zilveren griffel en werd gekozen tot een van de best verzorgde boeken van 2016. Met zijn vrouw – kinderboekenschrijfster Maranke Rinck – maakt Martijn sinds 2004 prentenboeken zoals Het prinsenkind, Ik voel een voet!, Memorykonijn en Tangramkat. In 2017 maakten ze samen het prentenboek van de Kinderboekenweek, Knikkerruil. Martijn illustreerde boeken van onder andere Paul van Loon, Annie M. G. Schmidt, Bibi Dumon Tak en Janny van der Molen. Verder werkt hij ook samen met bedrijven als de Efteling, de Anne Frank Stichting en het Rijksmuseum. Behalve schrijven geeft Martijn ook wel eens workshops en lezingen op school. Hij vertelt dan niet alleen over zijn werk, maar laat de kinderen zelf ook bijzondere illustraties maken.

Wie is Martijn van der Linden?
“Ik ben geboren in Oostburg, Zeeland. Op mijn zevende verhuisde ik naar het plaatsje Heinkenszand, ook in Zeeland maar aan de andere kant van de Westerschelde. Ik ging in Goes naar de middelbare school waar mijn vader scheikunde gaf. Op mijn zeventiende vertrok ik naar Rotterdam. Daar ging ik naar de Willem de Kooning academie waar ik de richting illustratie volgde en in 2004 afstudeerde. Nu woon ik nog er nog steeds, met mijn vrouw Maranke en drie kinderen, Noa, Tristan en Jade in een oude slagerij in de wijk Overschie.”

Op welke illustraties (boeken) bent u het meest trots en waarom?
“Ik ben meestal het meest trots op de illustraties die ik net af heb. Als ik een boek zou moeten kiezen dat al gepubliceerd is, dan zou dat denk ik Tangramkat zijn. Daar heb ik een gouden penseel voor gekregen.”

Waardoor en/of door wie wordt u geïnspireerd?
“Vooral door natuur en dieren.”

Heeft u een favoriete kleur?
“Nee hoor, ik denk dat alle kleuren mooi en lelijk kunnen zijn. Het hangt er van af wat het is dat die kleur heeft. Ik hou van blauw als het om de lucht gaat, maar niet als mijn eten die kleur heeft.”

Welke techniek gebruikt u het liefst?
“Ik hou erg van de afwisseling van technieken, maar werk veel met acrylverf.”

Aan welke voorwaarden moet een tekening wat betreft voldoen?
“Je moet er iets bij voelen.”

Hoeveel tekeningen maakt u om tot het eindresultaat te komen?
“Dat wisselt erg, maar in het begin van een project ben ik vaak nog zoekende en dan maak ik veel dat niet gebruikt wordt. Als ik eenmaal de juiste sfeer en stijl te pakken heb, gaat het niet zo gauw meer mis.”

Welke boek maakte op u als kind de meeste indruk?
“De boeken van Roald Dahl en Annie M.G. Schmidt, en dan bijvoorbeeld De griezels, Sjakie en de chocoladefabriek, Pluk van de Petteflet en Wiplala.”

Wat is uw grootste wens met betrekking tot de toekomst van het kinderboek?
“Meer geïllustreerde boeken voor volwassenen. O, nee, dat gaat niet over het kinderboek. Dan is mijn wens dat het goed blijft gaan met de aandacht voor en verkoop van kinderboeken.”

Welke illustrator mag volgende keer bovenstaande vragen beantwoorden en waarom?
Marije Tolman natuurlijk! Haar werk is zo prachtig, het is kunstzinnig maar tegelijkertijd ook heel verhalend en toegankelijk. Ik ben een fan!”