Dagboek

Silke: "Hoe Bunkerdagboek je je nachtrust afneemt"

14-2-2016

Spannend leek het me, het Bunkerdagboek. Een mysterieus boek dacht ik, maar verder niets. Gewoon weer een ander boek dat je in een lui weekend uitleest en weer in je boekenkast schuift. Ik had het fout. Ja, superspannend was het, maar véél meer dan dat. Bunkerdagboek was ijzingwekkend, doodeng, grappig en vooral: een van de dodelijk spannendste boeken die ik ooit heb gelezen.

Overleven
Dat begint al bij het begin. De ik-persoon, de 16-jarige Linus, begint met schrijven in zijn dagboek. Hij vertelt wat hij weet. Hij is eerder die dag wakker geworden in een ruimte, ondergronds denkt ‘ie, met verschillende slaapkamers. Een keuken. Een badkamer. Hij weet niet waar hij is. Er is geen uitgang. Geen telefoon en geen ramen. Hij kan nergens heen. In de ruimte zit ook een lift. Elke dag komt de lege lift op hetzelfde tijdstip omlaag. Na een tijdje is Linus niet meer de enige, want de lift brengt andere mensen naar beneden. Mensen die in de war zijn en pijn hebben, die zich allemaal – net als Linus – herinneren te zijn ontvoerd, maar ze weten niet waarom en door wie. De groep van zes mensen moet zien te overleven: op vaste tijden gaat het licht uit, en op vaste tijden gaat het weer aan. Uren, dagen, weken gaan voorbij. Wie het licht en de lift bedient, weet niemand. Eten krijgen ze af en toe, via de lift. Camera’s hangen in elke kamer. Als ze ontsnappingspogingen doen, worden ze gestraft. ‘Vier uur smorende hitte gevolgd door vier uur ijzige kou. Dan weer hitte, dan weer kou... Nog geen schedelsplijtende herrie. Nog steeds niets te eten. Je kunt het alleen maar ondergaan. Het doorleven. Je terugtrekken in je hoofd, proberen de knop om te draaien en het uit te zingen. Niets duurt voor eeuwig.’

Mysteries
De tijd tikt door, maar Linus blijft schrijven. Hij denkt na over zijn leven. Hij had geen goed contact meer met z’n vader voor hij hier werd gedumpt. Hij leefde zelfs op straat. Maar waarom heeft de ontvoerder hém uitgekozen? En waarom de rest? Jenny is pas negen. Russell is een oude, kwetsbare man. En dan zijn er nog Anja, Bird en Fred. Allemaal verschillende soorten mensen. De groep houdt vergaderingen: waarom zitten ze hier? Hoe overleven ze? En vooral: hoe komen ze er weer uit? Kunnen ze de ontvoerder misschien op het verkeerde been zetten? Vragen waar ze heel druk mee zijn tot op een dag het eten niet meer komt. En het licht niet meer aan gaat. De een na de ander wordt ziek. Wat is er aan de hand? Komt ooit iemand hen redden?

Wiebelen
Het is meeslepend, dit boek vol gedachten van een wanhopige 16-jarige jongen. Je zult niet alleen op het puntje van je stoel zitten, je zult ook heen en weer wiebelen op het puntje, je zult nagels bijten (wees gewaarschuwd), je zult niet kunnen stoppen met lezen, ook al moet je eigenlijk naar bed (zal je moeder leuk vinden). En voor je het weet heb je het boek met een ruk uitgelezen, terwijl je wazig om je heen kijkt en denkt: wow. Daar moet ik even over nadenken.