Recensie

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken: "als een kleurplaat die langzaam ingekleurd raakt."

4-4-2018
Header Aantekeningen Van Het Verplaatsen Van Obelisken
Aantekeningen Over Het Verplaatsen Van Obelisken Quote

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, zo heet de debuutroman van Arjen van Veelen. Een roman die in vele opzichten een herinnering is aan de jonge Vlaamse schrijver Thomas Blondeau, maar ook een autobiografische roman en een reisverhaal. Over een leven opbouwen vanuit de puinresten en over waar je de doden kunt begraven.

Thomas Blondeau

Als je Thomas Blondeau in je achterhoofd hebt wordt deze roman bijzonder. Even lijkt de schrijver die eind oktober 2013 onverwacht overleed, weer levend. Zijn aanwezigheid hangt over de hele roman: wanneer Arjen op bladzijde 11 schrijft dat Alexander de Grote -over wie hij de eerste geautoriseerde biografie gaat schrijven- op 32-jarige leeftijd overlijdt voelt dat als een voorafschaduwing op die andere overleden dertiger. En hier speelt Arjen ook mee: wanneer hij de trap oploopt naar de kamer van de dichter Kaváfis –waar Thomas niets van moest hebben trouwens– gaat dit naadloos over op de trap die naar Thomas’ voormalige kamer leidt.

Drie verhaallijnen

Natuurlijk zit er meer in de roman. Thomas heet in de roman ook Tomas, zonder h dus. Er zijn drie verhaallijnen. De eerste is de verhaallijn met Tomas, waarin de redelijk arrogante student literatuurwetenschap, die nooit in college komt omdat hij wel wat beters te doen heeft (gedichtenschrijven) de timide en vlijtige student klassieke talen Arjen ontmoet. Een heerlijke opkomst heeft die Tomas trouwens in zijn grote, antraciete Mercedes en Ray-Ban-pilotenbril, eigenlijk zoals-ie later de letteren zou bestormen met eX. Er ontwikkelt zich een bijzondere en fijne vriendschap, waarvan je als lezer al weet dat-ie schokkend in puin valt. Tweede lijn: de verteller emigreert na Tomas’ dood naar Saint Louis omdat zijn vriendin daar onderzoekswerk krijgt, maar het is ook een nieuwe start, al valt-ie er helemaal stil. En dan is er de verhaallijn waar het mee begint: de reis van de verteller naar Egypte. Gebaseerd op een dronken belofte tussen de jongens: eerst de letteren bestormen, dan de fameuze bibliotheek van Alexandrië. En misschien stiekem ook wel omdat:

"Als je iemand kwijt bent, moet je eerst kijken op de plek waar hij voor het laatst is gezien, al was het maar om vast te stellen dat hij daar niet meer is."

En Tomas had het beloofd: het plein voor de bibliotheek van Alexandrië.

Gedenkteken

Deze verhaallijnen lopen parallel, maar het boek draait vooral om Thomas. Het stilvallen in Saint Louis en de zoektocht in Alexandrië na zijn dood, en hoe het allemaal begon. Dit hele boek is een gedenkteken voor hem, een verhaal van rouw om hem. Het draait om hem, om Thomas. Arjen van Veelen staat in de schaduw van groten: Thomas Blondeau en Alexander de Grote. Die jong stierven, en dan blijft alleen nog de zoektocht over, maar de verteller is dan “n een detective die duizenden jaren te laat op de plaats delict is. Er is geen lijk meer. Dus er is geen moord.

Al zullen we Thomas Blondeau’s beste werk nooit lezen, Arjen van Veelen brengt hem in Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken weer mooi, maar helaas maar even, tot leven als een kleurplaat die langzaam ingekleurd raakt.

© Foto Arjen van Veelen: Tessa Posthuma

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.