Recensie

"Hoe alles moest beginnen is weer een erg fijne roman"

26-9-2017
Hoeallesmoestbeginnenheader

Thomas Verbogt noem ik ook wel de geheime stilist in de Nederlandse letteren. Zijn oeuvre – romans, verhalenbundels, toneelstukken– is voorin zijn nieuwste roman opgenomen en is indrukwekkend, toch is hij nog altijd relatief onbekend. Laten we daar verandering in brengen, want Hoe alles moest beginnen is weer een erg fijne roman.

Verbond voor het leven
Hoe alles moest beginnen verhaalt over Thomas en Licia, als kinderen twee vrienden die meer dan vrienden zijn: ze gaan een verbond voor het leven aan. Tot dit abrupt eindigt: Licia moet met haar vader mee naar Italië. Wat dan volgt is een dystopie van een vriendschap.

Als ze elkaar als twintigers weer tegenkomen is het op een feest dat Licia geeft, en blijkt zij een nieuw leven begonnen terwijl Thomas nog altijd op pauze lijkt te staan: “Ik dacht dat ik min of meer bij mezelf op bezoek ging, maar dat is niet zo. Ik ben bij Licia, die niet zo goed weet wat ze met me moet.” Het leven dat ze verzonnen als kinderen is voorbij, en er moet een nieuw verzonnen leven komen, zonder Licia, maar daar blijft hij zijn hele leven moeite mee hebben. Ziet hij haar als bijna veertiger in een Duits nieuwsitem voorbijkomen, rijdt hij naar haar toe. Maar het gaat niet meer, ze hebben verschillende afslagen genomen, de toekomst is toch nog steeds een dystopie. Ze zijn nog verbonden met elkaar, maar er is eigenlijk niets meer dat hen bindt. Toch krijgen ze nog een ontmoeting, als zestigers, hun ouders zijn dood, en Licia keert terug naar hun kinderstad. De cirkel sluit.
Maar lees de drie laatste hoofdstukken toch maar niet, eindes zijn belangrijk, maar soms is de cirkel mooier zonder einde.

Er staan parels in deze roman
Hoe alles moest beginnen leest vlot, misschien wel wat te vlot. Je huppelt over de regels, tot je struikelt omdat je stappen te groot waren geworden, omdat je regels oversloeg. En dat is jammer, want om terug te komen bij de stilist Thomas Verbogt: er staan parels in deze roman. Neem de allereerste zin: “Het park ruik ik al voordat ik het zie, een geur waarvan ik houd, het is de geur van de dag die nog maar kort geleden begonnen is, er zit licht in en beloftes.” Of de constatering: “‘Ik ben bang dat je je niet geamuseerd hebt,’ zegt ze, niet bezorgd maar constaterend. Ze haalt meteen haar schouders op. ‘Ik kon je niet helpen. Ik moet zelf ook altijd zo mijn best doen. Als iemand me dan vraagt of ik me amuseer, word ik zenuwachtig, want ik weet echt niet hoe dat moet.’ Dit zegt ze allemaal met grote ogen die naar iets in de verte kijken. Ik geloof dat ik haar mag, haar manier van praten vind ik aantrekkelijk.

Ik ook, verzucht ik.